Afstudeerprijs Villamedia 2019

— zaterdag 28 januari 2012, 11:35 | 0 reacties, praat mee

Lanzmann kwam weg met stiekem filmen

In Duitsland oorlogsmisdadigers filmen met een verborgen camera is vaker gedaan. En dat resulteerde ook al eerder in een dagvaarding. De nu 86-jarige Fransman Claude Lanzmann raakte eind jaren ‘70 in moeilijkheden, zoals nu Jan Ponsen en Jelle Visser van EenVandaag. Dit nadat hij stiekem beelden had gemaakt voor zijn film ‘Shoah’.

‘Ik had maar één mogelijkheid om aan ze te ontkomen’, schrijft journalist/filmmaker Claude Lanzmann in zijn memoires. ‘Niet afremmen, een doorgang forceren, erop inrijden. Ze begrepen dat ik nog eerder iemand zou verwonden of doodrijden dan dat ik me zou laten grijpen, mijn vastberadenheid was zo duidelijk dat de muur zich opende zoals het water van de Rode Zee voor Mozes.’

De ‘muur’ bestond uit de woedende zonen en buren van oud-SS’er Heinz Schubert. Plaats en tijd van handeling: een deftige wijk in het Noordduitse stadje Ahrensburg, in 1979. Kort vóór de wilde ontsnapping was Lanzmann ontmaskerd als stiekeme filmer, terwijl hij zich bij de familie Schubert had aangediend als de ‘Franse historicus’ dr. Claude-Marie Sorel. Hij kreeg rake klappen, net als zijn assistente Corinna. Zonder camera en onder het bloed wisten ze hun auto te bereiken en te ontkomen. Maar aan een dagvaarding ontkwam Lanzmann níet. Wat volgde, was een strijd waarin hij naar eigen zeggen ‘veel tijd en energie’ stak.

De belevenissen tijdens het draaien van ‘Shoah’, een ruim negen uur durende documentaire over de Holocaust, heeft Lanzmann in 2009 beschreven in zijn memoires. Vorig jaar verscheen de Nederlands vertaling (‘De Patagonische haas’). Het beeld dat hieruit oprijst, is dat van een uiterst vasthoudende en gedreven journalist die de beroepsethiek oprekte waar dat zo uitkwam.

Hij filmde niet alleen bij Heinz Schubert zonder dat die het doorhad, maar op nog diverse andere adressen in West-Duitsland. Hij loog de oorlogsmisdadigers dikwijls opzichtig voor. Zo betaalde hij SS-Unterscharführer Franz Suchomel omgerekend tweeduizend euro voor een anonieme geluidsopname, terwijl het in werkelijkheid ging om een filmopname met naam en toenaam. Hij liet Suchomel zelfs twee keer het Treblinkalied zingen voor zijn ‘geluidsman’. Het was een van de trucs om zijn gesprekspartner terug te voeren naar de oorlogsjaren, met de hoop op een gedetailleerde herbeleving.

Het lot van de EenVandaag-journalisten Jan Ponsen en Jelle Visser, die op 9 februari voor de Duitse rechter moeten verschijnen omdat ze SS’er Heinrich Boere in 2009 stiekem filmden, doet sterk denken aan de ellende die Lanzmann zich op de hals haalde. Een van de verschillen is wél dat Lanzmann veel grotere risico’s nam, en niet alleen bij zijn roekeloze vlucht uit Ahrensburg. Hij bezocht geen hoogbejaarde eenzaat, maar ex-nazi’s die hooguit iets ouder waren dan hijzelf en vaak werden bijgestaan door felle echtgenotes en uit de kluiten gewassen zonen en zelfs buurtgenoten.

Afgezet tegen Claude ogen Jan & Jelle als twee brave Kuifjes. De Franse cineast maakte het eenvoudigweg veel bonter, in meerdere opzichten. Maar paradoxaal genoeg was zijn juridische uitgangspositie vanaf het begin sterker. Als jood en oud-verzetsman had hij als het ware het morele recht verworven om oud-SS’ers te bedriegen. De Duitse wetgeving leek destijds ook nog niet veel handvaten te bieden voor effectieve vervolging van een filmer met een verborgen camera. Daarnaast had Lanzmann contacten in Duitse justitiële kringen. Hij kende Alfred Spieß, openbare aanklager in het tweede Treblinka-proces van 1964-1965, en riep zijn hulp in toen de ‘Schubert-dagvaarding’ op de mat viel.

Uiteindelijk zaten tussen de stiekeme opnamen en de première van ‘Shoah’ in 1985 vele jaren. Slechts drie van de stiekem gefilmde nazi’s kwamen terecht in de film, van wie Suchomel toen al was overleden. De andere vanuit de tas gefilmde nazi-interviews liet hij ongebruikt om redenen van ‘structuur en compositie’. Dit verkleinde uiteraard ook de kans van aanklachten achteraf, al nam Lanzmann dit niet mee in zijn afweging.

Toch begon Lanzmann ooit net zo braaf als Ponsen en Visser, die eerst brieven schreven naar Boere, telefoneerden en afspraken maakten die vervolgens werden afgezegd. Ook de Fransman koos aanvankelijk voor het open vizier. Toen deze route midden jaren ’70 verzandde, mede door zijn Joodse achternaam, hielp de techniek hem uit de brand. Het was namelijk in die tijd dat Jean-Pierre Beauviala, uitvinder van de Aaton-camera, een ‘klein wonder’ creëerde: de paluche. Een cilin­drische camera van ongeveer dertig centimeter waarmee stiekem kon worden gefilmd. Vanaf dat moment koos Lanzmann ‘voor misleiding, list, heimelijkheid en het nemen van maximaal risico’ bij het draaien in Duitsland. Het was tevens de geboorte van zijn alter ego dr. Sorel, verbonden aan een ‘onderzoeksinstituut’ van de universiteit van Parijs.

Maar eenvoudig was het allemaal niet. De ­paluche werkte volgens een videosysteem met hoge frequentie. Er zat geen film in, maar een zender die een signaal uitzond ‘dat binnen een vrij beperkte straal’ kon worden ontvangen door een recorder die de beelden opsloeg. Dit laatste gebeurde altijd in een minibus, die voor de deur moest staan. Het leidde soms tot doldwaze taferelen. Als de woonkamer zich toevallig aan de achterkant van een huis bevond, moest Lanzmann zijn gesprekspartner meesleuren naar de keuken aan de voorkant, om binnen bereik van het busje te komen. ‘Soms lukte dat’, schrijft hij met gevoel voor understatement. ‘Niet altijd.’

Maar er ging veel meer mis in deze begindagen van de verborgen camera. Op bezoek bij Perry Broad, ooit SS’er in Auschwitz, vloog de ­paluche in brand. De tas waarin hij zat, was te fanatiek volgestopt met allerlei paperassen om de geloofwaardigheid te vergroten. Met een rokende tas moesten Lanzmann en zijn collega zich rennend uit de voeten maken, maar de kostbare camera bleek reddeloos verloren.

Bij de familie Schubert in Ahrensburg ging het pas goed fout en verloor Lanzmann zijn tweede paluche. Schubert stond hoog op het verlanglijstje van Lanzmann, omdat hij als lid van de Einsatzgruppen verantwoordelijk was geweest voor een massaslachting in Simferopol op de Krim. Het warme weer deed Lanzmann die dag de das om. Omdat de temperatuur in de minibus te hoog opliep, besloot de crew de schuifdeur op een kier te zetten. Voorbijgangers en buren konden zo vrijelijk meeluisteren. Ze belden mevrouw Schubert, die prompt de hulp inriep van haar zonen. Het betekende het einde van de korte loopbaan van dr. Sorel.

Toen de dagvaarding op de mat viel, belde Lanzmann onmiddellijk met Treblinka-aanklager Spieß voor advies. Op zijn aanraden nam hij een advocaat. Het werd snel duidelijk dat Lanzmann een ‘serieuze straf’ riskeerde. Het zwaarst in de aanklacht tegen Lanzmann woog dat hij zonder toestemming gebruik had gemaakt van de Duitse ether bij het doorzenden van de beelden naar de minibus, die bij Schubert voor de deur stond. Ponsen en Visser worden verdacht van ‘huisvredebreuk’ en het schenden ‘van de vertrouwelijkheid van het woord’.

‘Uiteindelijk besloot ik, na interventie van Spieß, een lange brief aan de officier van Sleeswijk-Holstein te schrijven’, is te lezen in de memoires. Waaruit de ‘interventie’ van Spieß exact bestond, beschrijft Lanzmann niet. Medio januari was hij niet bereikbaar voor een toelichting. Spieß zelf overleed in 2001. Maar dat de voormalige Treblinka-aanklager een belangrijke rol speelde bij de afwikkeling van de zaak is zeker. In zijn brief aan de officier van justitie van Sleeswijk-Holstein benadrukte Lanzmann zijn Joodse achtergrond, het belang van zijn werk (‘bezig aan een film over de vernietiging van mijn volk’) waarvoor de getuigenis van nazi’s onontbeerlijk was én zijn jarenlange fatsoenlijke manier van opereren. Hierop zag de officier van rechtsvervolging af. Na enkele maanden kreeg Lanzmann zelfs zijn camera terug. Op voorwaarde dat hij de beelden van Schubert, die gewoon waren opgeslagen in het minibusje, niet zou gebruiken in zijn film. Zo geschiedde. Inmiddels heeft Lanzmann de opnamen van Schubert overgedragen aan het United States Holocaust Memorial Museum in Washington, die enkele fragmenten op haar website heeft staan: http://tek.st/19.

Bekijk meer van

Praat mee

VVOJ banner congres

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.