word actief nvj klein

— donderdag 3 februari 2022, 08:03 | 0 reacties, praat mee

Anneke Verbraeken: ‘Ik voel me een bedrieger’

© Maaike Putman

Vorig jaar was journalist Anneke Verbraeken voor werk in Oost-Congo. Ze moest zich om veiligheidsredenen voordoen als iemand van een hulporganisatie. Dat gaf haar een heel andere blik op haar werk. Plots was ze hulpverlener waardoor ze dichter bij de mensen kwam. Maar ze kwam ook voor een journalistiek dilemma te staan. Laatste wijziging: 4 februari 2022, 08:56

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?

‘Je weet dat er veel gevochten wordt?’ Zo waarschuwden mijn Congolese vrienden toen ik ze vertelde over mijn voorgenomen reis. Ik zou de gebruikers van de weg van Goma naar Walikale, in Noord-Kivu, gaan interviewen. Dat was een weg die zich slingerde door een paradijselijk heuvellandschap waar het wemelde van oorlogvoerende milities en Congolese soldaten, met aan het einde een tinmijn waar tot voor kort illegaal erts voor onze bloedmobieltjes werd gedolven.

Nederland had meebetaald aan het herstel van de weg, dus ik wilde ook wel zien of de weg daadwerkelijk was verbeterd. ‘Onmogelijk om dit te doen als witte journalist’, zo riepen mijn Congolese vrienden in koor, toen ik wat meer details vertelde. Ik zou bijvoorbeeld ontvoerd kunnen worden voor losgeld. ‘Niet doen.’

Maar ‘niet doen’ was geen optie. Ik had subsidie gekregen van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en Journalismfund.eu, en er lag een voorwaarde dat de reis en een publicatie uiterlijk in 2021 moesten plaatsvinden.

Wel gaan dus, maar hoe kon ik zorgen voor meer veiligheid? Me niet voordoen als journalist? Het idee druiste in tegen mijn principes. Hoe lastig soms ook, ik meldde me in alle landen als journalist. Het was voor mij ook een manier om te ontdekken hoe het stond met de persvrijheid.

Indachtig dit principe vond ik dat ik het toch als journalist moest proberen en stuurde, zoals gebruikelijk, een aanvraag voor accreditatie naar het Congolese ministerie van Communicatie. Mijn contact daar stuurde per omgaande een mail terug. Stuur een kopie van je perskaart, paspoort en ticket. Geen probleem. En 1000 dollar. Ik viel van mijn stoel. Normaal gesproken kostte een accreditatie 250 dollar.

Hulpverlener dankzij een gilet
De voor een freelancer veel te dure accreditatie en de waarschuwingen van mijn vrienden deden de balans omslaan. Ik ging niet als journalist. Maar hoe dan wel? Ik zou mensen willen interviewen, met autoriteiten moeten praten. Dat deed een gewone toerist niet. Trouwens, een toerist zou in het door oorlog geteisterde Oost-Congo net zo opvallen als grote eikenboom in de Sahara. Een van mijn vrienden bracht uitkomst; hij kwam met het idee als hulpverlener te gaan. Goma en Masisi waar ik naar toe wilde, tellen denk ik de meeste internationale en lokale NGO’s ter wereld. Een humanitaire mzungu (witte asperge) meer of minder maakte geen verschil.

En dus vroeg ik een lokale organisatie, DADM, of zij voor een uitnodiging voor mijn visum konden zorgen. Ik kende de organisatie al sinds de oprichting in 2012, dus ik voorzag weinig problemen. De directeur van DADM, Olivier Hangi, reageerde direct. ‘Geen probleem’, hij zou overal voor zorgen. De volgende vraag was natuurlijk: hoe weten mensen dat je een hulpverlener bent? In Oost-Congo is die vraag snel te beantwoorden. Je trekt een gilet aan met de naam van je organisatie erop. In mijn geval zorgde DADM voor een vest met rechts de naam van mijn bedrijfje ANDRA en links hun naam en hup, ik was niet langer journalist, maar hulpverlener.

Ter voorbereiding wilde ik in Goma wat organisaties interviewen. ‘Ik ben journalist en bezig met …’ was niet langer de toverformule die ik kon gebruiken. Ik stuurde dus e-mails waarin ik uitlegde dat ik adviseur was van een lokale hulporganisatie en bezig was met onderzoek. ‘Ik kreeg afwijzende e-mails of helemaal geen e-mails ­terug en één antwoordde zelfs dat ze geen stageverzoeken accepteerde. Dat werkte dus blijkbaar niet.

Ik besloot dat ik in Goma weinig risico liep om ontvoerd te worden en dus trok ik mijn hulpverlenersgiletje weer uit en werd journalist. Binnen een dag had ik afspraken met Monusco, de VN-vredesoperatie in Congo, de gouverneur van Noord-Kivu en vier internationale hulporganisaties. Ik huurde een betrouwbare fourwheeldrive, inclusief stevige chauffeur en drie mensen van DADM zouden met me meegaan. Olivier de directeur, Byombe de logistiek verantwoordelijke en René die de strategie voor zijn rekening nam. Alle drie kenden ze het gebied en de mensen goed - ze waren er geboren. Ze waren beslist waardevol in onderhandelingen met lokale chefs, burgemeesters en rebellen.

Te gevaarlijk om verder te gaan
Ik moet zeggen dat ik met enige aarzeling op de dag van vertrek het gilet aantrok. Hulpverlener, ik? Terwijl ik altijd zo kritisch stond tegenover alles wat hulpverlener was. Want was er echt verbetering in Oost-Congo, bijna dertig jaar na de uittocht van een paar miljoen vluchtelingen uit Rwanda tijdens en na de genocide in 1994? Ik maakte een beetje spottend een selfie. Die eerste dag ontdekte ik wel hoe handig zo’n gilet was. Er waren honderd zakken die mijn geld, mijn microfoon, mijn telefoon, mijn extra batterijen, geheugenkaarten, mijn kopie paspoort en visum met gemak verborgen achter ritsen, knoopjes en andersoortige sluitingen.

De weg van Goma naar Masisi was redelijk simpel. Het regenseizoen was nog maar net begonnen, dus de ergste modder moest nog komen. Ook de rivieren waren nu nog smalle stroompjes waarmee onze robuuste 4x4 geen enkele moeite had. Wel moesten we een paar wegversperringen nemen, maar dankzij de stickers op de auto - Olivier had gezorgd voor grote stickers met onze namen als hulporganisatie - kwamen we overal redelijk weg. In vier uur hadden we de 90 kilometer afgelegd van Goma naar Masisi-dorp. Een mooie tijd, zo vonden we allemaal. Verder zouden we echter niet komen. ‘Veel te gevaarlijk’, zo waarschuwde de militair leider van Masisi-dorp ons. We besloten dus te blijven en het dorp als uitvalsbasis te gebruiken.

Het veilige muurtje bestond niet meer
‘Dit is Anneke, zij is directeur van hulporganisatie ANDRA en zij komt ons adviseren. Overal waar we kwamen was dit de trotse introductie van ‘mijn’ DADM. Zo kwam ik bij de vereniging van ‘mensen van de derde leeftijd’, zoals de bejaarden eufemistisch werden genoemd. Ik bezocht vluchtelingenkampen en het ziekenhuis. Ik ging in gesprek met vrouwen die op de markt stonden, met schooldirecteuren, met lokale chefs, met kinderen, studenten en rebellen. Ik merkte dat mijn gesprekken makkelijker gingen. Het wantrouwen waarmee ik als journalist vaak te maken kreeg, was er niet. Ik was hulpverlener en de mensen vertelden me graag over hun zorgen en problemen. Ik kon dichter bij hen komen. Maar ik ontdekte al snel een groot nadeel. De mensen verwachtten iets van mij.  Waar ik als journalist mensen interviewde en kon zeggen op hulpvragen ‘Sorry, ik ben journalist, geen hulpverlener’, ging die vlieger niet langer op. Het veilige muurtje waarachter ik me als journalist kon verbergen, bestond niet meer. 

Iedereen wilde mijn telefoonnummer, iedereen verwachtte iets van mij. De ouderen wilden veilige paden, de weduwen een afzetmarkt voor hun manden, de kinderen een veilige weg naar school, de vluchtelingen wilden werk, de vrouwen op de markt microkredieten, de studenten wilden een beurs voor Europa. Met stijgende onmacht en een steeds groter schuldgevoel deed ik mijn interviews.
Ik kreeg iets van hen, zonder er iets voor terug te geven. Als ik kwam, zag ik de hoop opflikkeren in hun ogen. Ze ontvingen me als een vorstin. Zongen, dansten en klapten. De lokale chefs benadrukten de problemen en kwamen met grote A4’s waarin hun projectvoorstellen voor een betere toekomst. De enige die niets vroeg was de directeur van het ziekenhuis. Hun hospitaal werd volledig gefinancierd door Artsen zonder Grenzen.

Ik kwam emotioneel uitgewrongen en depressief terug in Goma.  Zoveel onoplosbare problemen. Dit gebied was tot in de eeuwigheid verdoemd. Ik was nog steeds niet mezelf toen ik een week later op Schiphol landde.

Tot op de dag van vandaag ontvang ik WhatsApps en mails van de mensen die ik ontmoette in Masisi. Zij geloven nog steeds dat ik dingen voor hen kan doen, hoe vaak ik ze verzeker dat ik niets kan.  Ze geloven me niet, ik ben immers hulpverlener. Ik probeer mijn journalistieke muur weer overeind te zetten, maar merk dat mijn giletje nog in de weg zit. Uit de honderd zakken komt het telefoonnummer van de schooldirecteur, een pagina van een projectaanvraag van de marktkoopvrouwen, een handgeschreven briefje van een student. Ik voel me een bedrieger.

Ik schrijf nu als journalist over hun ellende. Ik maak me geen enkele illusie dat dit iets kan veranderen, het kost me al moeite genoeg om mijn artikelen te slijten. Congo? Dat is wel ver weg hoor. Hier hebben we wel iets anders aan ons hoofd. Ooit gehoord van Omikron? Een van mijn vragen of Nederlands belastinggeld is weggegooid bij pogingen de weg te verbeteren, is nog niet beantwoord. Maar eigenlijk vind ik dat niet meer zo interessant. De roetzwarte toekomst van dit gebied is veel belangrijker.

Ik heb mooie verhalen gekregen. Bijzondere mensen ontmoet. Heb niet in echt gevaar verkeerd. Maar ik heb me voorgenomen nooit, maar dan ook nooit meer als hulpverlener ‘undercover’ te gaan.

Anneke Verbraeken is onafhankelijk journalist sinds 1992. Specialisatie: Grote Merengebied in Afrika sinds 2008. Schreef of schrijft onder anderen voor Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer, Knack, MO*. Werkt nu aan documentaire over de weg van Goma naar Walikale en aan een boek over de invloed van hekserij op de Afrikaanse economie. Verbraeken kon reizen en publiceren dankzij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en journalismfund.eu

Bekijk meer van

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.