Afrikaanse triomfen
Voor het multimediale journalistieke project Twenty Ten ging Tony van der Meulen op pad met een aantal Afrikaanse journalisten die op hun eigen manier berichten over het WK in Zuid-Afrika. Met Goitsemang Nkomo bezoekt hij Big Mama en met Rosemary Mroba-Gaisie Desmund Tutu en Frederik Willem de Klerk.
Goitsemang Nkomo (22) is de voortvarende dochter van een slager annex slijter uit Soweto. Zij studeert (radio)journalistiek in Kaapstad en heeft daar al een baan bij de stedelijke radio. Tijdens het WK doet zij mee aan het Twenty Ten-project (zie kader). Om zich daarvoor te bekwamen, volgde zij een workshop in Cairo, waar ze vooral leerde ‘met allerlei verschillende mensen te communiceren vanuit een open mind’.
In Johannesburg ga ik samen met haar naar de wijk waar het Apartheidregime op zijn bloedigst was. Goitsemang is in Soweto geboren en dat is een van de redenen waarom zij in haar radiowerk vooral aandacht wil besteden aan gewone mensen, die iedere nieuwe dag weer beginnen in onzekerheid. ‘Ik weet uit eigen ervaring hoe het hier is, ik weet hoe de mensen zich voelen die werkeloos zijn, het is mijn wereld en ik spreek hun taal. Het zal ook een van de redenen zijn dat ik in mijn vak vooral hard wil werken.’
We gaan naar een werkelijk kolossale vrouw die ondanks haar indrukwekkende overgewicht een bedrijf runt onder de heldere naam ‘Big Mama Catering’. Zij verzorgt de catering bij bruiloften en begrafenissen, en verhuurt alles wat daarbij komt kijken, van serviesgoed tot lange tafels. Big Mama (64) is buitengewoon kwaad op het WK en daarover gaat Goitsemang haar interviewen. Big Mama betaalde 70 euro bemiddelingskosten aan een bureau dat er voor zou zorgen dat gasten van het WK zouden worden ondergebracht in haar pension. Ze investeerde achtduizend euro om te zorgen dat alles er netjes uitzag. Maar de eerste WK-gast moet nog steeds komen. Het kantoortje van het bemiddelingsbureau is inmiddels dicht, de vriendelijke, service-gerichte bemiddelaar is spoorloos en zijn 06 doet het niet meer.
Als wij arriveren blijkt Big Mama nog niet geheel gekleed. Wie haar eenmaal heeft gezien zal ook begrijpen dat dit een niet gering karwei is. Als ze zover is, wenkt een personeelslid ons: Big Mama zit in haar slaapkamer op de rand van haar tweepersoonsbed dat zij voor een aanzienlijk deel vult in haar eentje. Ze is omgeven door een lentegeur van reukwaters. Haar gezicht ziet er nog opvallend jong uit, haar ogen glinsteren strijdlustig. Vooral haar bovenarmen zijn zo ongelooflijk dik, dat ik tijdens het interview mijn ogen er niet vanaf zal kunnen afhouden. Toch kijk ik niet alleen naar die enorme bovenarmen, maar ook naar Goitsemang. Met een mooie, effectieve mengeling van vriendelijkheid en journalistieke nieuwsgierigheid brengt zij in praktijk wat ze in de Roadto2010-workshop heeft geleerd. Het lukt haar om met de Big Mama een sfeer van vertrouwelijkheid te scheppen, waardoor deze uitgebreid vertelt over haar woede en diepe teleurstelling. ‘Ondanks alle beloftes van de FIFA en van onze eigen regering, hebben wij, gewone zwarte mensen, er helemaal niets aan gehad.’
Bij wijdlopige antwoorden (Big Mama kijkt niet op een paar woorden meer of minder) lukt het Goitsemang om haar tot enige bondigheid te bewegen.
Komt zij deze teleurstelling nog te boven? Big Mama begint haar antwoord met een hoge pieptoon (altijd mooi in een radio-interview) en verbaast zich vooral over de vraag: ‘Natuurlijk vecht ik verder, maar dat maakt het niet minder erg.’
De ingevroren kip die wij een dag eerder voor Big Mama hadden gekocht, hebben we helaas vergeten. Maar de vier chocoladetabletten, die wij onderweg naar Soweto bij een tankstation hebben gehaald, blijken ook meer dan welkom. Ze begint er enthousiast aan en doet dat niet blokje voor blokje.
Aan het eind van de straat waarin Big Mama woont, heeft de vader van Goitsemang zijn slijterij annex slagerij, ‘The Happy Cow’s Shop’. Op de computer in zijn kantoor gaat zij alvast een deel van het interview monteren. Ik noteer intussen van een papiertje dat boven het hakblok hangt het recept voor ‘boerewors’: ‘10 kilo vlees, halve kilo kruiden, twee en een halve kilo water.’
De dagen erna klim ik met de Liberiaanse fotograaf Ahmed Jallanzo op hoge flats om het krioelende stadsleven van bovenaf vast te leggen. En sta ik met Shravan Vidyarthi, multimediajournalist uit Kenia en met mijn schrijvende vakgenoot Espera Donouvossi uit Benin op een druk kruispunt te midden van de vele vlaggenverkopers.
Heel bijzonder is het volgen van de Ghanese radiojournaliste Rosemary Mroba-Gaisie (30) op het massale congres in Johannesburg van The Kids Rights Foundation. Ze krijgt (‘Ín ons vak moet je altijd vechten’) twee van de belangrijkste sprekers te pakken: aartsbisschop Desmond Tutu en oud-president Frederik Willem de Klerk (de man die Nelson Mandela in 1990 vrij liet en democratische verkiezingen uitschreef).
De conferentie over de rechten van het kind vindt plaats in een wel heel pompeus complex, waarvan zowel de architectuur als de naamgeving is geïnspireerd op het oude Rome: ‘Emperors Palace’, het paleis van de keizers. Tussen de vele speeches door begeven Rosemary en ik ons in de drukke wandelgangen, waar, zonder de bodyguards-met-oortje die wij in Nederland kennen, twee mannen rondlopen die voor een aanzienlijk deel de geschiedenis van Zuid-Afrika hebben bepaald, Tutu en De Klerk.
Eerst gaan wij op jacht naar Desmond Tutu. Wij treffen de aartsbisschop als hij (menselijk trekje) het herentoilet verlaat. Meteen wordt hij weer omsingeld door allerlei congresgangers die met hem op de foto willen, een lot dat hij vriendelijk, maar geroutineerd ondergaat. Dan volgen wij hem naar de perskamer waar hij een interview heeft met het NOS-journaal en daarna met de Duitse televisie. Eigenlijk moet hij nu weer weg, hij staat al half op, maar Rosemary gaat meteen in de fauteuil tegenover hem zitten. ‘Oh, you again!’ schatert hij met dat typerende hoge stemgeluid, ‘goed, twee vragen.’ Maar dat worden er toch meer als hij gaat uitweiden over het belang van het WK voor de eenheid van Zuid-Afrika en het gehele Afrikaanse continent.
Op de gang stuiten wij meteen op oud-president en Nobelprijswinnaar (in 1993, samen met Nelson Mandela) Frederik Willem de Klerk. Hij is net klaar met een BBC-interview en maakt afwerende gebaren. ‘Ik moet nu echt weer naar de grote zaal.’
‘Twee minuten voor Ghana’, lacht Rosemary en de staatman-in-ruste zwicht. Ze is vlak voor hem gaan staan, zodat hij in feite ook geen kant op kan. De twee minuten benut zij om over voetbal te praten. De Klerk blijkt, ook op historische gronden, wij zijn immers broedervolken, bij de WK-finale voor Nederland te zijn, ‘daar ligt toch mijn hart’.
‘Op één dag achter elkaar, Tutu en De Klerk, ik heb ze allebei!’ glundert Rosemary. Tevreden gaan we een broodje eten om nog wat na te praten over het aangename gevoel van journalistieke triomfen.


Praat mee