foj 2019

— maandag 30 november 2015, 11:51 | 0 reacties, praat mee

Advocatenrekeningen Quote drukken niet op redactiebudget

© Remko de Waal/ANP

Quote lijkt aan de lopende band doelwit van advocaten. Welke druk legt dat op de redactie? En is er voldoende geld om te procederen? Villamedia sprak met hoofdredacteur Mirjam van den Broeke en adjunct Paul van Riessen. ‘Het liefst voeren we zo min mogelijk procedures. Maar als we er eentje aan onze broek krijgen, doen we er niet geheimzinnig over.’

Recent nog verloor Quote een kort geding van Wendy van Dijk inzake een gepubliceerde roddel in de rubriek Achterqlap over een cokeverslaving. Een rectificatie was het gevolg.

Is juridische druk hier part of the job?
Van den Broeke: ‘Het is inherent aan de mensen waarover we schrijven. Ze hebben veelal de middelen om tenminste de suggestie te wekken dat ze de stap naar de rechter daadwerkelijk kunnen zetten. Over het algemeen ontvangen wij advocatenbrieven met gejuich. Ze bevestigen dat je niet bent ingesukkeld en nog scherpe journalistiek bedrijft. Vaak hopen ze dat je met dreigementen schrikt en je terug kruipt in je hok. Dat moet je dus niet doen.’

Reageren jullie ook triomfantelijk?
Van den Broeke: ‘Dat hangt af van de kwestie. Een domme fout van onze kant herstellen we, maar zo niet, dan antwoorden we meestal in de trant van: “stapt u maar fijn naar de rechter, want we gaan onszelf niet censureren op basis van een dreigement”.’
Van Riessen: ‘Vaak negeren we de brieven ook of sturen een éénregelig antwoord, zeker als reactie op die met waanzinnige eisen.’

Wanneer wordt het zorgelijk en stappen jullie naar de uitgever?
Van den Broeke: ‘Elke binnenkomende dagvaarding of ander potentieel juridisch probleem melden we. Zoals ook in de zaak met Jonald Bouwhuis. Eerder vonniste de rechtbank dat we een specifiek stukje op Quotenet.nl offline moesten halen. Bij de migratie naar een nieuwe server was dat per ongeluk opeens weer zichtbaar geworden. In dat eerdere vonnis was een dwangsom van 50.000 euro per dag bepaald, met een maximum van één miljoen. Ze wachtten rustig twintig dagen tot die 1 miljoen was bereikt, om vervolgens op vrijdagmiddag een deurwaarder met een beslaglegging langs te sturen.’

Dan schrikken zelfs jullie?
Van den Broeke: ‘Ja, toen hebben we het weekend door gewerkt om de fout op te sporen, en een dossier op te bouwen voor het kort geding dat we aanspanden om incasso te voorkomen.’
Van Riessen: ‘Uiteindelijk hebben we deze zaak tot aan de Hoge Raad doorgezet en gewonnen.’

En het geld, gauw 40 mille in de zaak-Bouwhuis?
Van Riessen: ‘Nog meer, alles bij elkaar. Maar we zijn onderdeel van uitgeverij Hearst, een groot Amerikaans concern. We weten ons gelukkig gesteund door het hoofd juridische zaken daar. Via onze directie hebben we daar altijd direct contact mee. Hearst is een heel oud krantenbedrijf met principes. Dus de Amerikaanse overname heeft voor Quote en voor de journalistiek in Nederland goed uitgepakt. Daar prijzen we ons ontzettend gelukkig mee, want veel uitgeverijen gaan gelijk op de knieën als er alleen al gedreigd wordt. We bevinden ons in een bevoorrechte positie.’

Wat was het totaal aan juridische kosten afgelopen jaren?
Van Riessen: ‘We zien de declaraties niet eens, maar ik schat dat we op een ton of twee komen met. Declaraties gaan naar de directie en drukken niet op het budget van Quote.’ 

Kunnen jullie dus ongelimiteerd procederen?
Van den Broeke: ‘Het is niet onze hobby, maar de steun van Hearst gaat ver. Ook als we verliezen en we vinden dat de rechter principieel fout zit en de persvrijheid aantast. Als onze advocaat Christiaan Alberdingk Thijm van een uitspraak zegt: “Dat gaat in tegen alle principes van vrije journalistiek, hier moeten we tegen in beroep gaan”, dan zullen veel uitgevers passen. Maar Hearst niet.’

Heb je daar een voorbeeld van?
Van den Broeke: ‘Er ligt nu één zaak bij de Hoge Raad: de zaak-Marcel B., die zich verzet tegen een voorpublicatie van een boek van Philip de Witt Wijnen [Zie RvdJ-veroordeling en winst bij rechtbank en compartitievoorstel bij het Hof). Over het noemen van zijn volledige naam.’
Van Riessen: ‘De claims bij de boekuitgever heeft B.laten vallen maar bij Quote gehandhaafd.’

Omdat het artikel veel meer invloed heeft dan het boek?
Van Riessen: ‘Precies, van de vermelding van zijn naam in het boek heeft hij geen last gehad, maar van de vermelding in Quote wel. Althans, dat stelt hij.’
Van den Broeke: ‘Terwijl dat artikel dus een letterlijke voorpublicatie uit het boek is.’

Leidt hier vindbaarheid en reputatie via Google ertoe dat kranten en tijdschriften sneller worden aangeklaagd?
Van den Broeke: ‘Nee, het stuk is niet te vinden via Google, wel in ons archief achter de paywall. (Bij Quote kun je alleen als abonnee bladeren door oude nummers en zoeken op tijdschriftartikelen, wel komt op de site terug in een artikel over de rechtszaak, red.)

Hebben jullie niet overwogen om het verhaal tijdelijk weg te halen in verband met een hogere schadevergoeding?
Van Riessen: ‘Absoluut niet…Dit is voor ons principieel.’
Van den Broeke: ‘Wij noemen ook vrijwel altijd namen van verdachten voluit. Op basis van een soort herenakkoord doen media aan anonimiseren. We vinden dat onnodig en onwenselijk. De naam is essentieel.’
Van Riessen: ‘Je krijgt ook rare constructies zoals bijvoorbeeld in het FD met “de gearresteerde Pietje P. van Pietje Puk vastgoed. Schrijf dan direct Pietje Puk”.’
Van den Broeke: ‘Hou op, zeg…’

En nog een principiële zaak?
Van Riessen: ‘Dat gaat over een profiel dat we publiceerden over Yves Gijrath. Hij startte zo’n twee jaar na publicatie nog een rechtszaak. De rechtbank heeft gezegd dat de anonieme bronnen onvoldoende zijn voor de geuite beschuldigingen in het stuk. Dat is heel principieel voor heel journalistiek Nederland. Dus komen we in het geweer.’ [Het vonnis stond op Quotenet.nl, maar was daarna lang weg. Volgens Quote om technische redenen en keert het terug online. De Rechtbank Amsterdam verschafte het: Quote verloor de zaak grotendeels en er moet een schadevergoeding voor Gijrath moet worden opgemaakt. Quote ging in beroep

Als Quote zelf moest betalen en er financieel slecht zou voorstaan, zouden jullie dan minder principieel zijn?
Van Riessen: ‘Nee, we zijn nu een jaar of vijf in Amerikaanse handen, maar ook voorheen is er nooit een procedure afgewend om financiële redenen. We vochten altijd voor ons recht.’
Van den Broeke: ‘Je kunt jezelf niet meer serieus nemen als je buigt voor dit soort druk. Als je overtuigd bent dat je je werk zorgvuldig en binnen de regels hebt uitgevoerd, dan moet je daar pal voor staan.’

Rechtszaken zijn voor media ook een vorm van marketing. Voor Quote ook, neem ik aan?
Van Riessen: ‘Nee, want dat zou impliceren dat het erom te doen is. Het liefst voeren we zo min mogelijk procedures. Maar inderdaad, als we er eentje aan onze broek krijgen, doen we er niet geheimzinnig over.’

De journalistiek,en dat geldt vooral vooral voor de freelancer, heeft niet die armslag als de bedrijven. Zou het niet beter als de tegenpartij alle advocatenkosten zou moeten betalen bij verlies?
Van den Broeke: ‘Ja, dat zou beter zijn.’
Van Riessen: ‘Uit oogpunt van rechtsgelijkheid is dat niet haalbaar, want bij verlies zou je dan het medium of freelancer de advocatenkosten van de klager moeten laten betalen. Dan kun je als titel in één klap failliet zijn. Tenminste, als de tegenpartij dan een heel leger aan dure advocaten inhuurt met het oog op de vergoeding door het medium.’

Die juridische procedures kosten veel energie, hebben jullie slapeloze nachten?
Van den Broeke: ‘Van de Bouwhuis-zaak lag ik wel wakker omdat onze advocaat aanvankelijk somber was. Uiteindelijk konden we aantonen dat behalve het team van Bouwhuis vrijwel niemand dat stukje op Quotenet.nl had gezien en dat ze expres lang wachtten met hun claim. Dat zag de rechter ook in. Het was bovendien absoluut geen bewuste actie om dat gewraakte stukje weer online te zetten. En dat is waar een dwangsom voor bedoeld is.’

Formuleren jullie zelf de pleidooien?
Van den Broeke: ‘Nee, we zien ze uiteraard wel in en doen inhoudelijke suggesties. We vertrouwen blindelings op de juridische kwaliteiten van advocaat Alberdingk Thijm. Hij staat voor onze journalistiek én voor de persvrijheid. Verhalen waarvan we van tevoren al weten dat die in potentie juridische gevolgen hebben, leggen we wel aan hem voor, zoals het artikel over Gijrath. Hij vond dat sterk en zorgvuldig genoeg om te publiceren. Toch volgde er een zaak.’

Dekken jullie jullie freelancers ook?
Van Riessen: ‘Ja, altijd. Freelancers laten tekenen dat ze zelf aansprakelijk zijn, vind ik een hele minne regel. We vragen een freelancer soms om zijn bronnen te specificeren, maar als je publiceert moet je als redactie en uitgever ook instaan voor je stuk.’

Hebben jullie meer aan factchecking gedaan de afgelopen jaren?
Van den Broeke: ‘Ik denk dat er in het verleden soms iets makkelijker iets in het blad belandde. We denken beter na over de implicaties van het gebruik van termen. Vroeger gebruikten we sneller woorden als “crimineel”. Juridische beschuldigingen moet je kunnen staven met bewijs. Zo hadden we Bouwhuis betiteld als “fraudeur”. Dat is een juridische kwalificatie, die in elk geval op dat moment nog niet hard kon worden gemaakt. Het was dus anders geweest als we hem bijvoorbeeld een “gemankeerd financieel goochelaar” hadden genoemd.’

Zou de journalistiek zich meer collectief moeten verweren tegen juridische druk, bijvoorbeeld door collectief een juridisch agressieve partij of persoon te gaan volgen?
Van den Broeke: ‘Mooi idee, maar…’
Van Riessen: ‘Vind ik niet zo kies. Het uitgangspunt voor media-aandacht moet journalistieke interesse of een misstand zijn. Je moet partijen niet gaan terugpakken. Dan krijg je een andere agenda.’
Van den Broeke: ‘Dan kun je beter een collectief fonds steunen. Wij kregen ook geld van de Onafhankelijke Stichting Persvrijheidsfonds (in 2007 opgericht door de NVJ en het Genootschap van Hoofdredacteuren, red.) voor de zaak omdat die zo principieel is.’

Collectief dokken?
Van Riessen: ‘Een overkoepelend fonds, zoals het Persvrijheidsfonds, zou ten allen tijde moeten voorkomen dat een journalist er in zijn eentje voor komt te staan. Als eenling is het al snel teveel gevraagd je te verweren tegen iemand met eindeloos diepe zakken. Aan de andere kant snap ik de moeite om te bepalen wie je wel en niet steunt. Voor je het weet help je zogenaamde journalisten die broddelwerk hebben afgeleverd. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn…’

platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.