Afstudeerprijs Villamedia 2019

— vrijdag 29 juli 2011, 09:59 | 0 reacties, praat mee

‘Ik heb de werkelijkheid nodig’

Marcel van Roosmalen (43) is meester van de reportage waarin weinig gebeurt, maar die des te meer informatie verschaft. ‘Laat mij lekker focussen op 
het belachelijke.’

Hij heeft een gloeiende hekel aan persconferenties. Toch was hij de afgelopen jaren tientallen keren te vinden in de ‘totaal ongezellige’ perstent van Vitesse, de club waar hij als kind al kwam en waarover hij drie boeken schreef (‘Je hebt het niet van mij’ werd in 2007 bekroond met de Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek.)

Na drie boeken heeft hij het wel gehad met het tragikomisch en droogkloterig beschrijven van het wel en wee van de voetbalclub. Zeker nadat hij zelf onderdeel werd van het mediacircus. ‘De boekjes over Vitesse beschouw ik niet als een hoogtepunt, maar toen ik het laatste boekje af had en het gepresenteerd werd stonden drie cameraploegen me op te wachten op station Ede-Wageningen. Met vragen als: “Zo Marcel, je boek is af; hoe is het schrijfproces verlopen?” en “Wat is het gekste wat je hebt meegemaakt?” Idioot, wat moet je daarop zeggen? Ze vragen ook altijd of het klopt wat er in die boekjes staat. Nou, volgens mij wel. Ik lees op zaterdag in Volkskrant magazine wel eens die liefdesrubriek van Corine Koole, waarin mensen dingen zeggen als: “toch blijven we altijd hunkeren naar dat ene magnetische moment waarop je wordt opgetild door de liefde, waarop de tijd stilstaat.” Ik moet daar keihard om lachen, daarvan zou ik de tape wel eens willen horen. Ik ken niemand die zo praat.’
Van Roosmalen had weinig met journalistiek tot hij – als vervangende dienstplicht – bij het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum in Den Haag, korte biografieën moest schrijven van auteurs van streekromans. Zijn collega’s vonden ze hilarisch en spoorden hem aan zich in te schrijven bij de School voor Journalistiek.

Hij werkte als stagiair twee maanden op de economieredactie van de Volkskrant, maar vond het dodelijk saai. ‘Ik moest interviews houden, maar de antwoorden interesseerden me niet. Ik had meteen een hekel aan journalisten en hun meningen. Ik begrijp ook nog steeds niks van het fenomeen persconferentie; de mensen die ze geven snap ik niet en de journalisten die er komen ook niet. Dat het allemaal zo serieus wordt genomen. Wie zijn ze dat ze anderen de maat nemen? Zeker in de sportjournalistiek is er veel hobbyisme. Je voelt je toch een lul als je serieus voor de zesde keer aan een 23-jarige jongen vraagt hoe hij zich voelt?’

De anti-newsy reportages werden bij Intermediair, Hard Gras en HP/De Tijd zijn specialisme. Hij beschreef de campagne van Pim Fortuyn (‘Op pad met Pim’) en volgde een jaar lang koningin Beatrix bij vrijwel ieder lint dat ze doorknipte. Hij deed mee aan een cursus veiligheid of ging op vakantie bij Center Parcs. Het resulteerde in komische en soms scherpe inkijkjes in de lulligheid van doorsnee Nederland. Met vaak beschrijvingen van mensen die niet beschreven willen worden; de persvoorlichter, de dame van de receptie. Of hij focust op de directeur juist als deze onhandig van een katheder stapt, in plaat van op diens toespraak. Van Roosmalen licht de hand met de ongeschreven wetten tussen hen die de journalistiek faciliteren en de journalist, en die voorschrijven waarover wel en niet kan worden geschreven.

Zijn werkwijze roept vergelijkingen op met Peter Middendorp (de Volkskrant), Joris Luyendijk (die journalistiek bedrijft als ‘antropoloog’) of columnist Arnon Grunberg. Maar hij wil met niemand worden vergeleken. ‘Ja, ik ken dat rijtje, maar ik neem mezelf niet zo serieus. Ik voel hooguit verwantschap met het werk van Hunter S. Thompson. Niet dat ik dat thuis op tafel heb liggen, maar hij heeft een slordige, ongepolijste manier van schrijven. Je voelt dat het wegens geldgebrek en onder tijdsdruk is gemaakt. Ronduit rommelig, maar daardoor juist heel mooi. Ik probeer steeds meer van mijn eerste versie uit te gaan. Gewoon: boem, klaar. Vroeger printte ik alles zestien keer uit. Dat doe ik niet meer.’

Belangrijker is dat hij alleen op pad gaat als hij zelf het gevoel heeft dat er een verhaal in zit. ‘Het ergste vind ik als je wordt gebeld door een redactie die een “leuk” idee heeft. HP/De Tijd vroeg me voor het zomernummer aan de hand van iemand van de VVV door een aantal gemeenten te lopen. “En dan constateer jij dat er niet zoveel te doen is”, zei de redacteur er bij. Ik ben daar weer ingetrapt. Maar als ik me echt niet in het idee kan vinden vul ik het zelf in en lever een ander verhaal in.’

Zijn eigenzinnige optreden en weerzin tegen ‘belangrijk gedoe’ maakten hem het werken op een redactie moeilijk. ‘Ik kan moeilijk omgaan met autoriteit. Bij HP/De Tijd kwam ik zelden op redactievergaderingen omdat ik daar niet tegen kan. Net zomin als tegen de evaluatie van het laatste nummer. Tjonge, dan zaten we daar in een café heel gewichtig een blaadje te bespreken dat naar 30.000 mensen gaat. Zo’n redactie heeft iets sektarisch.’ Zijn vertrek daar leverde uiteindelijk nog een komische reportage op van zijn functioneringsgesprekken – met toenmalig hoofdredacteur Henk Steenhuis – waarin beiden constateren dat het beter is wanneer Van Roosmalen gaat freelancen.

Naast het werken voor tijdschriften waagt Van Roosmalen zich in 2006 aan een roman (‘Wij weten heus wel hoe laat is’), in zijn eigen ogen een ‘volledige’ flop. ‘Ik verzandde in fictiepersonen. Ik heb de werkelijkheid nodig.’

In 2010 heeft hij genoeg van zijn bestaan als freelance journalist en verlangt hij naar een ongecompliceerd leven in de luwte. Samen met vriend en collega Gijs Groenteman begint hij een pannenkoekencaravan, die op afroep bij festiviteiten kan worden ingezet. Maar al snel komt hij er achter dat stukken schrijven zo slecht niet is. ‘Ik kan helemaal geen pannenkoeken bakken. Het werd een mislukking.’

Het liefste zou hij een vaste reportagecolumn hebben en daarnaast dunne boekjes (ongeveer 90 bladzijdes) schrijven met reportages vanuit rampgebieden. ‘Syrië of Griekenland; niet direct tussen de bloedende lijken. Maar ik vind het mooi om over the top te gaan en toch het alledaagse te beschrijven. Ik was ooit in Beiroet toen er werd gebombardeerd door de Israëli’s. Er werd een brug kapot geschoten. Het bizarre vond ik dat iedereen gewoon doorging. Er was natuurlijk wel paniek – er liepen mensen gillend over straat – maar er zat ook gewoon iemand bij de kapper die zijn snor liet bij trimmen.’


——-

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.