De rook van de economische crisis is grotendeels opgetrokken. Hoewel opgelucht en optimistisch beseft het gros van de aannemers dat de wereld is veranderd. De tijd dat projecten als warme broodjes over de toonbank gingen en de aannemer slechts hoefde toe te happen is (definitief) voorbij. De aannemer zal haar rol anders moeten invullen: van reactieve uitvoerder naar een pro-actieve aanbieder van een integraal samengesteld bouwsysteem dat volledig op maat van de klant is gemaakt. “We willen geen aannemer meer zijn, maar een aanbieder”.
Andere industrieën laten sinds jaar en dag zien dat ze zeer efficiënt hun doelgroepen op maat bedienen en de klantwens centraal stellen. Een systems integrator levert een product in samenwerking met vaste co-makers dat volgens een gestandaardiseerd productieproces wordt gemaakt maar waarbij wel snel en flexibel op de klantbehoeften wordt ingespeeld. De bouw bleef en blijft daar nog steeds bij achter, afgezien van enkele koplopers.
Opdrachtgevers willen af van frustraties tijdens bouwproces
Het gros van de bouwaannemers werkt nog steeds volgens het traditionele recept, maar een toenemend aantal professionele opdrachtgevers (lees: woningcorporaties en vastgoed -en projectontwikkelaars) is toe aan een menu waaruit de opdrachtgever kan kiezen. Een bouwconcept met maximale speelruimte qua ontwerp en gebruik van de ruimten die flexibel meeverandert met de maatschappelijke behoeften. Immers het bezit van vastgoed verschuift naar (tijdelijk) gebruik, waardoor gebouwen makkelijker moeten worden aangepast ten behoeve van verschillende gebruikers. Bovendien zitten opdrachtgever niet meer te wachten op allerlei frustraties tijdens het bouwproces: onverwacht meerwerk en kosten waardoor de exploitatie van het gebouw gevaar loopt; onderaannemers die op elkaar wachten tijdens de uitvoering, componenten die niet bij elkaar passen of veranderd worden tijdens de uitvoering of bouwers en leveranciers die elkaar de tent uitvechten als er tijdens het project een kink in de kabel komt.
Een bouwconcept leveren dat exploiteerbaar is
Directeur Antonie ter Harmsel van Hodes Bouwsystemen uit Enschede gruwelt als hij aan dit soort taferelen denkt. Hij heeft samen met zijn personeel in 2012 het roer definitief omgegooid. Hodes Bouwsystemen had veel last van de economische crisis omdat ze semi-permanente huisvestingssystemen bood die voor de opdrachtgevers te duur waren in de exploitatie. “We moesten derhalve een passend bouwsysteem bieden. Met andere woorden: je kunt geen bouwconcept aanbieden met een huurwaarde van 800 euro, terwijl de corporatie maar 550 euro per maand kan besteden. Aannemers, of liever gezegd aanbieders, kunnen zich niet meer verlaten op oude verdienmodellen. Wat dit betreft moeten we de behoefte van de opdrachtgevers centraal stellen en niet dat de bouwsector het concept bepaalt. Wij stellen ons pro-actief op en leveren een bouwconcept dat past binnen het budget, bij de woon -en leefstijl van de gebruikers en exploiteerbaar is qua onderhoud en beheer”.
Co-makership met aannemer als regisseur
Hodes bouwfilosofie is gebaseerd op co-makership waarbij de ‘aannemer’ de integrale verantwoordelijkheid neemt voor het bouwproces en het product. Toeleveranciers, architect, constructeur, installatie-adviseur, bouwkundig aannemer en installateurs ontwikkelen gezamenlijk een bouwsysteem en bieden deze geïntegreerd aan op de markt. Het product dekt volledig de behoeften van de klant qua aanpasbaarheid, indeling en afwerking. Hodes assembleert een stapelbouwsysteem in haar fabriek; de stalen draagconstructie is ontkoppeld van de prefab bodemplaat, gevel en dak, zodat het gebouw altijd kan worden gedemonteerd, in delen of in haar geheel. “Op die manier voeg je waarde toe aan het gebouw. Het is een klik-en-klaar bouwsysteem. In feite bieden we de gebouwgebruiker statiegeld aan het einde van de gebruiksperiode als het casco ontmanteld wordt”, verklaart Ter Harmsel.
De focus ligt op het creëren van toegevoegde waarde voor de klant
De focus bij Hodes ligt op het creëren van toegevoegde waarde voor de opdrachtgever. Door het bouwproces zo lean mogelijk te organiseren met vaste co-makers, het gebruik van BIM en een industrieel gestandaardiseerd bouwproces onder ideale omstandigheden. Dat gaat overigens niet zonder slag of stoot. Co-makers – in de vorm van toeleveranciers en ‘onderaannemers’ – willen niet altijd het ondernemersrisico dragen van een gezamenlijk ontwikkeld product. Bovendien blijkt het Aanbestedingsreglement een dwarsligger te zijn. “Wij doen alleen nog maar mee met aanbestedingen op basis van EMVI. Ik vind dat het aanbestedingsreglement ruimte moet bieden aan vergaande vormen van UAV GC waarin vaste ketenverbanden innovatieve bouwsystemen aanbieden. De opdrachtgever kan zelf dan wel besluiten voor welke partij hij kiest. Ik ben er heilig van overtuigd dat co-makerprojecten 15 procent goedkoper kunnen werken dan traditionele bouwers tegen een hogere bouwkwaliteit.”
De eerste vingeroefeningen heeft Hodes al gedaan met de bouw van 16 woningen in Zwolle en 23 appartementen in Enschede, waarbij Hodes en haar co-makers ook het 25-jarig onderhoud van de woningen voor hun rekening nemen. “Ik heb het vertrouwen dat we met deze strategie succesvol worden, al zal het even duren om de conservatieve bouwsector te overtuigen van de meerwaarde”, besluit Ter Harmsel.
<KADER>
Jos Lichtenberg verwondert zich nog steeds over organisatie
Verwonderd. Zo kenschetst prof.dr.ir. Jos Lichtenberg zijn gemoedstoestand over de organisatie van de bouwsector. “Die is nog steeds erg gericht op techniek en specialisatie van elke discipline, met als gevolg dat er heel veel bouwmaterialen (> 1500 kg) per m2 vloeroppervlak nodig zijn en er over het algemeen starre gebouwen ontstaan die niet mee kunnen veranderen met de maatschappelijke behoeften”.
Uit onvrede met deze situatie richtte de hoogleraar productontwikkeling aan de Technische Universiteit Eindhoven kort na zijn aanstelling in 2003 de stichting SlimBouwen op met als concreet uitvloeisel de voorbeeldwoning HoTT. Deze woning scheidt de de installatietechniek van de bouwkundige constructie met veel prefab elementen die geïntegreerd zijn ontworpen door een industrieel denkende architect en toeleveranciers onder leiding van een bouwregisseur.
Een kleine 100 projecten zijn inmiddels volgens het SlimBouwen principe gerealiseerd. “Hoe indrukwekkend ook, nog steeds een druppel op een gloeiende plaat”, volgens Lichtenberg, “maar de markt is in beweging gezet”.
In een SlimBouwen proces werkt een aantal contractors (gespecialiseerde aannemers/assemblage bedrijven en installateur(s) samen aan de ontwerptafel met vaste toeleveranciers het project uit. “In feite kopen de contractors het bouwdeel van vaste toeleveranciers die mee-engineeren en aldus de aanbieders behoeden voor engineeringsfouten. Zo krijg je een gestructureerd proces van casco – gevel – installatietechniek en afbouw. Deze ketenpartners (voor elk deel een partner, met daarachter de industrie) zijn in staat om een bouwsysteem aan te bieden dat een lagere prijs heeft dan een traditioneel gebouwde woning. Bij de Venco-Campus in Eersel, een project van 30.000 m2 vloeroppervlak, bespaarde het Slimbouwen concept 30 procent op het budget van de opdrachtgever! Het zou de actoren in de bouw sieren dat ze niet alleen denken aan hun eigen winstmarge, maar zoveel mogelijk waarde toevoegen aan het gebouw voor de gebruiker”. Een gebouw is immers geen kostenpost, maar een investering. Beschouw vastgoed niet als product, maar als dienst”.
Aannemers zullen meer op prestatie moeten ‘inkopen’
De traditionele aannemer zal minder een afwachtende houding moeten aannemen en zelf pro-actief de markt opgaan met klantgerichte bouwsystemen. Dat vinden prof.André Dorée, hoofd faculteit Engineering Technology aan de Universiteit Twente en voorzitter Rutger Vrielink van Pioneering, een organisatie in Nederland die een belangrijke rol heeft in het aanjagen van bouwinnovaties door onderzoek, werkplaatsen en voorlichting.
Dorée is gespecialiseerd in markt en organisatieveranderingen in de bouw. “De aannemer zal zich als een systems integrator moeten gedragen en de totale verantwoordelijkheid nemen in het bouwproces. Het kan niet meer zo zijn dat de aannemer lijdzaam wacht op een project en als er niets besteld wordt, dan produceren we ook niks”.
Dorée en Vrielink schetsen een organogram van een ideaal bouwproces: de System Integrator in het hart met verbindingen naar de kennisgevers in de vorm van universiteiten en onderzoeksinstituten; de regelgever en de klant en aan de andere kant de toeleveranciers die de system integrator bedienen met componenten. “De bouwondernemer, zoals ik de aannemer voortaan noem, zal meer als voorheen op klantprestaties moeten inkopen. Neem een installateur: die koopt vaak componenten in die wereldwijd worden gebruikt, maar hij zou eigenlijk onderdelen moeten inkopen op specifieke wens van de klant”.
