De bouwsector levert de grootste bijdrage aan de jaarlijkse Nederlandse afvalberg. Niet zo gek dus dat een nieuw sloopcertificaat meer bouw- en sloopafval hoogwaardig wil recyclen.
Van de zestig miljoen ton afval die Nederland jaarlijks produceert, komt de grootste contributie - 25 miljoen ton - van de bouwsector. Van deze berg bouw- en sloopafval eindigt volgens CBS-statistieken 98 procent in ‘nuttige toepassing’, maar onder grote paraplu vallen zowel verbranden met energieterugwinning als hoogwaardige recycling, terwijl de laatste toch de voorkeur heeft. Het sloopcertificaat dat de Dutch Green Building Council (DGBC) heeft opgestart wil dat dan ook bevorderen.
DGBC heeft al een duurzaamheidskeurmerk ontwikkeld voor nieuwbouw, op basis van het internationale keurmerk BREEAM. Dat staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method en komt oorspronkelijk uit de koker van een Engelse pendant van het TNO.
Niet de sloopaannemer krijgt het keurmerk, maar het sloopproject. “Wat je moet aantonen is dat de materialen die uit het project komen op een hoogwaardige manier een bestemming krijgen”, legt DGBC-directeur Stefan van Uffelen uit. “Het mooiste is dat je materialen op een nieuwbouwproject hergebruikt, of een deel van het pand of gevel laat staan en hergebruikt.” Als beloning kan een sloopproject één tot vijf sterren verdienen. Daarbij komen ook zaken als reductie van transport, energiebesparing en veilig werken aan bod.
Om sterren te verdienen moet het sloopbedrijf de forse administratie uit de Slim Slopen Tool bijhouden. “In de eerste fase moet je aangeven welke materialen in welke hoeveelheden uit het gebouw komen. Dan”, vervolgt Van Uffelen, “moet je aantonen dat het er in die hoeveelheden uitgekomen is. Vervolgens moet je aangeven wat voor bestemming je geeft aan die materialen. Hoe hoogwaardiger je dat doet, des te beter.” Met het in de wacht gesleepte certificaat kan de sloper wapperen naar potentiële opdrachtgevers.
Het milieukeurmerk voor sloopbedrijven (SVMS 007) geeft geen garantie voor een zo hoog mogelijk recyclingniveau, stelt Van Uffelen. “Uit de sector horen we vaak dat de opdrachtgever er niet om vraagt. Die focust op een lage prijs, waardoor recycling waar dat heel goed mogelijk is, toch niet gebeurt, omdat het net iets meer kost. De sector vroeg ons: kunnen jullie dat niet toetsbaar maken? Zodat een gemeente bijvoorbeeld minimaal 1 ster eist, en vervolgens gunt op de laagste prijs. Dan heb je in ieder geval een bepaalde mate van recycling geborgd.”
Uit drie pilots moet blijken of het certificaat werkt. In Leiden maakt Beelen Sloopwerken BV zich op voor de sloop van een kantoorgebouw. “De pilot is om te toetsen of de eisen haalbaar en realistisch zijn”, informeert KAM-coördinator Maarten Schutte. “Wij hanteren geen andere werkwijze dan normaal: je haalt eerst het asbest eruit, dan hout en vervolgens blijft er een steenachtig casco over. Dat slopen we en het granulaat dat daarbij ontstaat wordt weer gebruikt als wegenfunderingsmateriaal. De grote winst ontstaat hier door het breken op locatie, want dan heb je geen transport van puin naar een verwerkingslocatie waar het alsnog wordt gebroken.”
Hoe zit het dan met een hoogwaardiger niveau van recycling? “Daar zijn we mee bezig. Wij participeren in de betonketen. Daar liggen mogelijkheden om te recyclen. Dus dat je betonpuin gebruikt als grindvervanger. Het gebeurt al wel, maar op heel kleine schaal. Wij werken er ook aan om die markt meer in beweging te krijgen. Je moet afnemers hebben en de kwaliteit moet het toelaten.”
Het sloopbedrijf ziet het sloopcertificaat als een manier om zich te onderscheiden in de sloopmarkt. Hoewel Beelen Sloopwerken BV al voorloper is, meent Schutte. “Wij zijn behoorlijk ver in nuttige toepassingen zoeken. Daarom hebben wij ook een eigen recyclingtak. Dan word je zelf al veel meer getriggered om aan de voorkant de producten schoner te krijgen, zodat je aan de achterkant een betere markt kunt vinden. Een voorbeeld: als je puin gaat storten, mag er best gips in zitten gips. Toch halen wij dat eruit. Wij produceren ons granulaat conform BRL 2506 en die stelt eisen aan de hoeveelheid gips die er in mag zitten. Dan kun je het beter aan de voorkant er uithalen, als het gebouw nog staat, in plaats van dat je het uit het granulaat moet halen.”
DGDC-directeur Van Uffelen heeft grootse ambities. “Onze ambitie is dat meer dan 50 procent van het sloopmateriaal hergebruikt wordt op een hoogwaardige manier in de nieuwbouw.” De eerste sloopbedrijven worden nu opgeleid om hiermee te gaan werken. “Ons nieuwbouwkeurmerk is twee jaar geleden begonnen en nu werkt meer dan 50 procent van het commercieel vastgoed met die certificering. Het zou goed kunnen dat over twee jaar 50 procent van de sloopprojecten op deze manier wordt gecertificeerd.”
kader
Sloopsprookjes
Op bedrijventerrein Lage Weide bij Utrecht heeft Pouw, dat onder andere bouw- en slooppuin recyclet, sinds een jaar een nieuwe granulaatwasser in gebruik genomen. Een blauwe installatie, zo groot als een kerk, die gevoerd wordt met bergen vuil dakgrind, sloopresidu (wat overblijft op slooplocaties) en fijn puin (wat overblijft bij sorteerbedrijven). 700.000 ton afval gaat er jaarlijks doorheen. Na tal van stappen van zeven, blazen, trillen, langs magneten leiden en wassen, spuugt de granulaatwasser nieuwe stapels uit. 93 procent is, soms na extra nabewerking, weer inzetbaar als bruikbare grondstof.
Erik Vogelzang, Manager Soil Remediaton bij Pouw, wil graag een kanttekening plaatsen bij het sloopcertificaat. “Wat een goede ontwikkeling is, is dat als aan de bron meer gescheiden wordt, er meer hierheen komt”, begint hij diplomatiek. “Desalniettemin kan het veel beter, als ze inzien dat bepaalde zaken niet te scheiden zijn op locatie.” Sommige sloopbedrijven vertellen sprookjes, door te doen alsof ze op de slooplocatie ter plekke nieuwe grondstof maken voor beton, stelt hij. Restanten hout, plastic en pvc in het puin, maken het ongeschikt als betongrondstof. “Dat kan nog wel in beton voor fundatie (wegenbouw, HP) maar niet in echt beton. Daarvoor moet het door een scheider als dit”, knikt Vogelzang vanuit zijn kantoor naar de granulaatwasser, waar hij een mooi uitzicht op heeft. “Het (sloopcertificaat) is een goed initiatief, maar je moet het borgen en een minimumproces eisen. Dat is dan breken, zeven, nat wassen en scheiden.”
