website over journalistiek

Portfolio Anouk Horsthuis

Maria - Hoe weerbaar leveren we onze kinderen af?

Anouk Horsthuis — Geplaatst op Tuesday 10 November 2009, 11:28

Maria - Hoe weerbaar leveren we onze kinderen af?


Tekst: Anouk Horsthuis


Opvoeden. Dat doen we opdat onze kinderen goed beslagen ten ijs zullen komen als ze straks volwassen zijn. Toch? We leren ze met mes en vork te eten, op hun beurt te wachten, interesse te tonen in andere mensen en goed hun best te doen op school. We besteden tijd en aandacht aan hun culturele ontwikkeling en bereiden ze consequent voor op de taken die hen in het volwassen leven wachten, zoals eten koken, doorzetten als het eens tegenzit en op een volwassen manier ruzie maken.

Althans, dat is wat we ons stellig voornemen als ons eerste kind zich aandient. Andere ouders mogen er een potje van maken, wíj zullen onze kinderen liefdevol klaarstomen voor een gelukkig en deugdzaam leven op eigen benen. Zelfredzaamheid, dat is het toverwoord. Maar dan sluiten we Tobiasje of Mereltje na negen maanden in onze armen en blijkt kindlief niet zelden zó intens lief en bijzonder dat we hem of haar bij nader inzien toch liever eindeloos complimentjes en een aai over de bol geven dan streng toe te spreken. Met als uiteindelijk resultaat: massa’s doodgeknuffelde jongvolwassenen die nauwelijks zijn opgewassen tegen het volwassen leven.   


Het is het beeld dat de afgelopen weken oprees uit de discussie die hoogleraar psychologie Jan Derksen initieerde in de Volkskrant: moderne ouders hebben een narcistische achterbankgeneratie gecreëerd die zich geen raad weet met tegenslag. En bovendien zo zelfredzaam is als een pasgeboren baby. Leerkrachten in het basis- en middelbaar onderwijs en zelfs docenten in het hoger onderwijs gaven desgevraagd in tal van media voorbeelden. Van achtjarigen die nog geen veter kunnen strikken en nauwelijks met goed fatsoen een rij kunnen vormen. Van tieners die niet het flauwste benul hebben hoe je zelfstandig je huiswerk zou moeten maken. En van twintigers die van de minste tegenslag al helemaal van de kaart raken.


En dat dus terwijl we juist zelfredzaamheid zo’n belangrijk thema in de opvoeding zeggen te vinden. Als we ze nou maar netjes leren lezen, schrijven en rekenen, op muziekles doen en af en toe iets geschiedkundigs vertellen, kunnen ze er straks als ze groot zijn helemaal tegen. Niet dus, vindt hoogleraar psychologie Jan Derksen. Volgens hem zijn de jongeren van nu kwetsbaarder dan ooit. “Mijn praktijk wordt op dit moment overspoeld door twintigers. Waarom? Omdat zij nooit hebben geleerd om te gaan met tegenslag. En als die dan onvermijdelijk komt, krijgen ze niet zelden last van angsten en depressies.”

Wie daaraan schuldig zijn? School, maar vooral: de ouders. Derksen: “Moderne ouders laten zich bij voorkeur leiden door hun onderbuikgevoel. Het opgroeien van hun kind ervaren ze daardoor vooral als leuk, lieflijk en gezellig. Maar de menselijke natuur zit niet zo eendimensionaal in elkaar. In ieder mens zit ook agressie, egocentrisme en jaloezie en die driften zullen kinderen moeten leren te beteugelen. Alleen wordt dat veel kinderen niet geleerd. Ze mogen veel en hoeven weinig en groeien bovendien op in het besef dat ze heel speciaal zijn. Ze worden als het ware al geboren met een I’m special T-shirtje aan, zonder dat ze daarvoor eerst iets hebben hoeven presteren. Hun ouders zijn immers zó trots en zó met ze begaan, dat alles wat ze doen bij voorbaat leuk en goed is. En ja, dan kan het echte leven niet anders dan tegenvallen. Want daar zul je toch echt eerst iets moeten presteren voor je een complimentje krijgt. Als je al een complimentje krijgt. En dat is precies de teleurstelling die jongvolwassenen behoorlijk rauw op hun dak kan vallen. Zo word ik bijvoorbeeld al een week achtervolgd door een studente die door haar eigen fout een bepaalde aantekening niet heeft gekregen. Ze is het overduidelijk niet gewend dat het ook wel eens tegenzit en kan dat niet accepteren. Die verbolgenheid tekent haar generatie.”


Beatrijs Ritsema, sociaal psycholoog en publicist, herkent dat wel in de jongeren die zij tegenkomt. “Ze hebben ontzettend veel hulp nodig. Ik hoorde eens het verhaal van een groepje studenten dat tijdens de introductieweek in een bos was gedropt en om vier uur ’s nachts de vader van een van hen opbelde. Het was nacht, er reden geen bussen en ze wisten niets beters te verzinnen dan papa en mama opbellen. Die lossen immers altijd alles op.”

Het is het soort gedrag dat veel ouders volgens Ritsema over zichzelf afroepen. “Ze geven hun kinderen nauwelijks verantwoordelijkheden. Alles doen ze voor hun kind. Uit liefde, maar misschien soms ook wel uit gemakzucht. Want om je kind verantwoordelijkheid te laten nemen voor z’n eigen leven, moet je je wel verdiepen in wat hij wel of niet aankan.”


Maar wacht eens even. Die positieve benadering, dat systeem van prijzen en loven van onze kinderen, dat hebben wij ouders toch niet zelf bedacht? Dat is toch waarop sinds jaar en dag wordt gehamerd in bladen, boeken, televisieprogramma’s en op het consultatiebureau? Klopt, weet Derksen. Maar dat betekent niet dat al die zogeheten opvoeddeskundigen het daarmee bij het rechte eind hebben. Derksen: “Wat mij betreft is een aantal van hen de afgelopen jaren behoorlijk uit de bocht gevlogen met hun adviezen. Dat je je kind steeds maar moet prijzen en positieve aandacht moet geven, is namelijk goedkoop en oppervlakkig advies. Het is dankbaar voor de ouders, want natuurlijk is het leuker om je kind te prijzen dan hem of haar streng toe te spreken. Bovendien kost het minder tijd en energie, en dat is precies waaraan veel moderne ouders chronisch tekort hebben. Maar daarmee is het geen wetenschappelijk onderbouwd advies.”


Tamar de Vos – Van der Hoeven is psycholoog en oprichtster van www.opvoedadvies.nl, een online opvoedadviespraktijk voor ouders. Zij adviseert ouders die zich met een vraag tot haar wenden vaak hun kind op een positieve manier te benaderen. De Vos – Van der Hoeven: “Het is goed de dingen die goed gaan bij je kind te benoemen. En nee, ik denk niet dat dat kwaad kan, zolang die positieve benadering ten minste gepaard gaat met de nuchtere vaststelling dat het niet altijd feest kan zijn. Want dat is natuurlijk minstens zo belangrijk: dat je je kind leert dat er ook dingen moeten gebeuren die niet leuk zijn. Een mooie vuistregel zou kunnen zijn dat je je kind positieve aandacht geeft op die momenten dat je daartoe zelf de behoefte voelt en er plezier aan beleeft. Dus niet als zoethoudertje of omdat je denkt dat het hoort om je kind de hele dag door op te hemelen.”

Of ze denkt dat veel ouders wat dat laatste betreft nog wel eens uit de bocht vliegen? “Er is misschien een tendens naar wat meer verwennerij. Ouders zijn tegenwoordig veel bewuster met hun kinderen bezig dan eerdere generaties. En ja, sommige ouders willen dan nog wel eens doorschieten in hun pogingen het vooral goed te doen. Maar aan de andere kant maakt het ook dat ouders met enige regelmaat stilstaan bij hun aanpak. En dus ook openstaan voor verandering. Al met al denk ik dat de meeste ouders het helemaal niet zo slecht doen. Net als de meeste kinderen.”


Ritsema denkt evenmin dat het helemaal mis is met de jongeren van tegenwoordig. “Ik ben niet van die negatieve denkrichting. Ik geloof dat het uiteindelijk ook met de kinderen die door hun ouders lang uit de wind zijn gehouden wel goed zal komen. Dat regelt zichzelf namelijk. Wie alleen maar z’n eigenbelang nastreeft, maakt zichzelf niet populair. En hetzelfde geldt voor wie geen afspraken nakomt. Want het zit nu eenmaal in de menselijke natuur om fatsoenlijke omgangsregels te waarderen.”

Dat de meeste kinderen uiteindelijk wel op hun pootjes terecht zullen komen, daarvan is ook Jan Derksen overtuigd. Al is het maar omdat ze uiteindelijk zélf door schade en schande wel zullen leren hoe de wereld in elkaar steekt. Wie dat een prima uitkomst vindt, prima. Wie al die tranen liever voor is, neemt liever Derksens advies ter harte. Investeer in een goede hechtingsrelatie, want alleen dan kun je echt invloed uitoefenen op de manier waarop je kind straks als volwassene omgaat met anderen en zich verhoudt tot zichzelf. Confronteer je kind   al heel jong met de realiteit; zo zit de wereld in elkaar en zo dien jij je in die realiteit te gedragen. Toon daarbij betrokkenheid en stimuleer zelfstandigheid en houd je kind aan heldere regels. Leer hem rekening te houden met anderen. Toon belangstelling. En vooral: help je kind zijn sterke en zwakke kanten te ontdekken en stimuleer hem daarvoor zelf verantwoordelijkheid te nemen. Hoe eerder, hoe beter. Ja, dat kost tijd, energie, inspanning en empathie, maar dan héb je volgens Derksen ook wat.  Kinderen die als ze straks volwassen zijn niet bij de minste tegenslag hevig van de rel raken. 


Jammer voor al die ouders van tieners die de zelfredzaamheidsboot hebben gemist? Volgens Derksen krijgen ouders een herkansing als hun kind tussen tien en twintig jaar oud is. Dan vinden namelijk allerlei processen plaats die opnieuw de persoonlijkheid vormen, en dat is het moment waarop je als ouder opnieuw kunt proberen bij te sturen. Hoe? “Door je kind niet te sparen en eerlijk en openhartig te praten over de sterke en zwakke kanten van je kind. Natuurlijk is dat niet makkelijk, zeker niet omdat je als ouder in die jaren de grip op je kind al een beetje begint kwijt te raken. De hechtingsrelatie is losser, waardoor beïnvloeding meer energie en betrokkenheid kost. Maar het kán wel.”

 

[kader]

Francine Oomen

“Dat je kinderen al jong moet leren dat ze verantwoordelijkheid dragen voor hun eígen leven, daarvan ben ik overtuigd. Het is de essentie van alle boeken die ik schrijf: de boodschap dat alle keuzes die je maakt van invloed zijn op je leven, op je toekomst. Ik zeg niet voor niets altijd dat iedereen schrijver is van zijn eigen verhaal. Of ouders steeds minder genegen zijn hun kinderen dat te leren, dat weet ik niet. Ik zie ik het niet in mijn eigen omgeving. Mijn kinderen en hun vrienden en vriendinnen zijn heel zelfredzame en ondernemende jonge mensen. Wat ik wél zie, is dat veel kinderen van school komen zonder dat ze weten waar hun talent en passie ligt. Met als gevolg dat velen na korte tijd stoppen met hun studie en weer wat anders beginnen. En vaak nóg een keer switchen. Maar dat verwijt ik vooral het schoolsysteem, dat meer gericht is op de stof kennen dan op de individuele kwaliteiten van kinderen.

Kinderen worden vaak onderschat. Veel ouders denken dat jonge kinderen nog niks doorhebben en dat ze pas met het echte opvoeden of voorleven hoeven te beginnen als de kinderen wat ouder zijn. Maar dat is zo naïef. Juist die eerste jaren zijn kinderen zó op hun ouders gericht dat ze alles oppikken. Goede dingen, maar ook vervelende dingen. Hoeveel ouders denken niet dat ze hun kinderen sparen door in een slechte relatie te blijven zitten, en pas gaan scheiden als de kinderen pubers zijn. Maar als opvoeden voorleven is, wat leef je ze dan voor? Dat de boel voor de gek houden goed is?

Of het succes van mijn Hoe overleef ik… boeken typerend is voor deze tijd? Ik denk het eigenlijk niet. Ja, misschien hebben de ouders van nu iets minder tijd dan voorgaande generaties voor hun kinderen hadden, maar ik denk dat er daardoor niet minder gepraat wordt. Ik denk dat kinderen en ouders zich tegenwoordig op gelijkwaardiger voet tot elkaar verhouden dan vroeger. Dat ouders hun kinderen meer ruimte bieden tot discussie. En dus ook om dingen te ontdekken. Dus nee, dat pubers zo’n grote behoefte hebben aan houvast in de vorm van een Hoe overleef ik… boek, zal minder met de tijd te maken hebben, dan met de puberteit zelf. Want in welke tijd je ook puber bent, het is áltijd moeilijk en verwarrend.”    

 

 

Portretten Ouder & Puber

Chris van Doornum (36) & Freek Glas (15)

Chris: “Ik was twintig toen ik Freek kreeg en had nauwelijks een voorstelling van hoe het leven met een kind zou zijn. Laat staan dat ik enig idee had hoe ik hem wilde opvoeden. En eigenlijk laat ik me nu nog steeds niet leiden door een of ander opvoed-doel. Ja, ik vind zelfstandigheid belangrijk en zal Freek altijd stimuleren dingen zelf te doen. Misschien dat ik daarin wel wat anders ben dan de meeste andere moeders. Ik laat Freek liever vrij dan dat ik hem lastig val met allerlei regeltjes. In de hoop dat hij zelf ontdekt wie hij is en wat wel en niet bij hem past.”

Freek: “Chris is inderdaad anders dan de meeste andere moeders. Ze is heel makkelijk, vindt veel dingen goed en stelt nauwelijks regels. Voor mij is dat natuurlijk erg prettig, hoewel ik denk dat het voor m’n broertje van acht soms wel wat strenger kan.”

Chris: “Daar hebben we de laatste tijd wel eens strijd over, ja. Hoewel ik vind dat het eigenlijk mijn zaak is. (Tot Freek:) Je bent ten slotte zijn váder niet!”

Freek: “Nee, gelukkig niet, haha! Maar even serieus: ik ben blij dat m’n moeder is zoals ze is. Ze staat altijd achter me. En ze heeft dezelfde smaak als ik!”  

 

Klaas (46) & Roos (15)

Klaas: “Op het gevaar af dat ik klink als een moraalridder, maar ik hoop dat mijn kinderen niet alleen gelukkig worden, maar vooral dat ze gelukkig worden in het besef van goed en kwaad. Want geluk is belangrijk, het mag nooit ten koste gaan van een ander. Daarover discussieer ik vaak met Roos en haar tweelingbroer Rutger.”

Roos: “Inderdaad, om gek van te worden soms. Ik hoef maar wat onzinnigs te beweren of we hebben weer een heftige discussie.”

Klaas: “Omdat ik ’t niet oké vind als je zomaar wat roept. Echt, van mij mag je alles denken en vinden, als je er maar goed over nadenkt.”

Roos: “Tsja, ik kan inderdaad best bijdehand zijn…”

Klaas: “De laatste tijd gaan de meeste discussies trouwens over uitgaan en alcohol. Hoewel discussies… Van mij mag het simpelweg niet.”

Roos: “En dat snap ik niet. Hoewel het ook wel weer typisch m’n vader is. Hij kan in bepaalde dingen behoorlijk streng zijn.”

Klaas: “Nou, dat vind ik zelf helemaal niet. Ik ben gewoon duidelijk en consequent. En jullie mogen toch ook heel veel wél? Iedereen mag hier altijd blijven eten…”

Roos: “Dat is waar. Maar van mama mag ik toch echt een stuk meer.”

 

Freek (46) & Job (15) Op ‘t Einde

Freek: “Toen Job werd geboren, zijn we van Amsterdam verhuisd naar een klein dorp. Want ik mocht op ’t gebied van kinderen opvoeden nog zo groen zijn als gras, ik wist wel één ding zeker: ik zou mijn kinderen een veilige leefomgeving bieden. En dat vind ik nog steeds het belangrijkste dat je als ouder je kind kunt meegeven. Na liefde en aandacht natuurlijk.”

Job: “Toen ik zei dat ik een trekje van een sigaret had genomen, werd je anders wel behoorlijk kwaad. Terwijl ik dacht: ‘Als ik ’t eerlijk opbiecht, wordt ’ie vast niet zo boos’.”

Freek: “Ja, ik geloof dat ik inderdaad niet alleen een liefhebbende vader ben, maar ook vrij streng. Roken, dat kan gewoon niet.”

Job: “Nou, gelukkig dan maar dat ik ‘t niet lekker vind…”

Freek: “Waar ik trouwens ook redelijk streng in kan zijn: klusjes in huis. Ik vind het belangrijk dat onze kinderen leren dat het leven niet altijd leuk is. Job moet zelf zijn kamer stofzuigen en andere klusjes doen die niet leuk, maar wel nuttig zijn. Maar daar staat tegenover dat hij rustig een gamenacht met z’n vrienden mag organiseren. Als ’ie de volgende dag ten minste niet chagrijnig is, want zijn lol moet natuurlijk niet ten koste gaan van ons.”

Job: “Behalve roken, mag ik inderdaad best veel…”  

 


Florence van de Ven (39) & Rachel Hoeboer (15)

Florence: “Wat ik voor Rachel het belangrijkst vind? Een veilige thuisbasis waar ze met al haar vragen en zorgen terecht kan. En verder zou ik het fijn vinden als het ons lukt een positief ingesteld mens van haar te maken. Wie goed doet, goed ontmoet, dat idee. Dat is sinds een paar maanden trouwens behoorlijk actueel, want ze wil de laatste tijd haar kont nog wel eens tegen de krib gooien.”

Rachel: “Over school en de telefoonrekening…”

Florence: “Terwijl Rachel heel veel mag van ons. Ons motto is dat ze haar eigen koers mag varen en dat wij waar nodig  bijsturen.”

Rachel: “En dat vind ik wel heel fijn. Ik mag eigenlijk alles, als ’t maar een beetje normaal blijft.”

Florence: “Je kunt wel een heleboel dingen verbieden, maar ik denk dat het gevaar dan groot is dat je kind buiten jouw gezichtsveld in een louche tent van alles gaat zitten uitproberen. En tot nu toe gaat het prima zo. Ze rookt niet en ze doet geen gekke dingen… Hoewel ik me soms wel eens afvraag wat er met de generatie van Rachel aan de hand is. Want ze kunnen heel slecht met kritiek omgaan!”

 

 

De orde van Chaos 2018