Onderzoek SLAPP PersVeilig

— Geplaatst op donderdag 16 september 2010, 10:00

Interview met Aat Veldhoen - Happinez

Aat Veldhoen – Happinez


Tekst: Anouk Horsthuis


Waar gelooft u in?

“Ik geloof in mijn werk. Mijn werk is alles voor me. Het is een manier om mezelf te zijn. Misschien wel de énige manier. Dat is al zo sinds m’n vierde jaar toen ik begon met tekenen. Ik tekende m’n leven thuis en op school. En iets later de Westertoren. De grachten. Alles wat ik om me heen zag. En daardoor begreep ik het allemaal, geloof ik, iets beter. Misschien zoals anderen hun dagboek nodig hebben om te begrijpen. Nee, in iets anders dan mijn werk heb ik nooit geloofd. Mijn ouders waren communist. Dat betekende dat we nauwelijks te maken hadden met mensen die in God geloofden. In plaats van het geloof kreeg ik echter iets anders mee, namelijk de blik van mijn vader. Hij was kunstschilder. Als ik in de stad een groepje voorbijgangers om een schilder heen zag staan, wist ik dat temidden van de drukte mijn vader moest zitten. Door hem is tekenen en schilderen het belangrijkste deel van mijn leven geworden.”


In 2004 kreeg u een herseninfarct. Was u bang om dood te gaan?

“Ik ben daar geen seconde mee bezig geweest. Vlak na het infarct was ik zo ziek dat het me niet veel kon schelen. En ook tijdens het infarct zelf dacht ik niet aan doodgaan. Ik fietste tegen een boom. En terwijl ik op de grond zat, dacht ik alleen maar: ‘Wat idioot dat ik tegen een boom fiets.” Pas toen ik thuis was, ben ik op de grond gevallen en hebben de werksters die hier aan het werk waren de GGD gebeld. Ik ben geen moment bang geweest. En ook niet verdrietig. Of boos. Maar dat betekent niet dat ik het niet erg vond. De zes weken die ik in een revalidatiecentrum zat, waren de ergste weken van m’n leven. Omdat ik m’n huis miste en vooral m’n atelier. Maar tegelijkertijd voelde ik me gelukkig, omdat m’n geest niet was aangeraakt door het infarct. Want als dat wel zou zijn gebeurd, zou ik beslist zoek zijn geraakt. Dan zou ik er nu niet meer zijn geweest. Want mijn geest, dat ben ik. En hetzelfde geldt voor m’n talent. Als ik dat zou zijn kwijtgeraakt… Vreselijk. Onoverkomelijk. Maar ik wist dat het goed zou komen. Omdat ik weet dat ik altijd kan vertrouwen op m’n talent. Bovendien was Hedy er. Dat was echt van levensbelang. Zeker de eerste tijd. Ik kon niet praten. Ik kon niet bewegen. En toch gaf ze me liefde. En zorgde ze voor me, iedere dag. Daarvoor ben ik haar nog steeds dankbaar. Haar liefde heeft mij geholpen beter te worden. Terwijl ik andersom nog nooit zo liefdevol voor haar heb gezorgd. Wat dat betreft heb ik van die maanden dat ik moest revalideren heel veel geleerd. Hoe belangrijk het is om de ander aandacht te geven. Omdat echte liefde inhoudt dat je er altijd voor elkaar bent. Dat dit echte liefde is, weet ik inmiddels zeker. We hebben allebei voordat we samen kwamen een heel leven gehad. Met andere liefdes. En daardoor weet ik dat deze liefde goed is. Bovendien zijn we familie van elkaar geworden. Een dochter van mij is met een zoon van Hedy getrouwd. Samen hebben ze twee kinderen. Dat maakt onze band definitief onverbrekelijk.”


De aandacht die u geeft aan uw werk, is dat ook een vorm van liefde?

“Ja, natuurlijk. Vanmorgen zijn toevallig twee voor mij belangrijke schilderijen opgehaald, die worden geexposeerd in het Amsterdams Historisch Museum. Twee naaktportretten, een van Simon Vinkenoog en een van Robert-Jasper Grootveld. Ze zijn inmiddels allebei dood. Allebei goede vrienden van me. Hen schilderen, was beslist een vorm van liefde.”


U hebt die portretten met uw linkerhand geschilderd, omdat u uw rechterhand na het infarct niet meer kon gebruiken. Hoe hebt u zichzelf, op uw zeventigste, het schilderen met links aangeleerd?

“Ik ben op de eerste dag in het revalidatiecentrum gewoon maar weer begonnen. Dat het in het begin onwennig was, met m’n linkerhand, deerde me niet. Het kon me zelfs niet schelen of het mooi was of niet. Het ging me om het tekenen van de mensen om mij heen, die net als ik ziek waren. Het ging me om het vastleggen van de wereld die ik zag. Om de herinneringen te bewaren. Dat is voor mij altijd de functie van mijn werk geweest. Hier in mijn huis, met al die schilderijen en tekeningen om me heen, voel ik me omringd door mijn eigen herinneringen. Mijn leven.”


Waarop hoopt u?

“Dat ik iedere dag kan blijven werken. Gewoon, zoals vandaag. En gisteren. Verder ben ik tevreden. Ik werd laatst ‘s nachts wakker, deed de radio aan en viel midden in een oud radio-interview met Hedy en mij. Het was opgenomen voor mijn infarct. Toen ik lag te luisteren, dacht ik: wat een walgelijke vent. Zo makkelijk als hij spreekt. Zo brutaal. Zo zelfverzekerd. Hij weet overal een antwoord op. Opeens ervoer ik dat als vervelend. En was ik blij met de manier waarop ik nu spreek, veel langzamer en moeizamer formulerend. En dat gevoel heb ik nog steeds. Dat infarct heeft me ook iets positiefs gegeven: ik kraam niet meer van alles uit. Waardoor de dingen die ik wél zeg meer zeggingskracht hebben.” 

 

 

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Susanna Leliman

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, coördinator magazine

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Syb van Ruiten, stagiair

Sales

Sofia van Wijk

Emiel Smit

Webbeheer

Jelle Dijkstra | BuroDenG!

Vacatures & advertenties

vacatures@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.