Hedy d’Ancona – Happinez
Tekst: Anouk horsthuis
Hedy d’Ancona is een politiek dier. Ze zat voor de PvdA in de Eerste Kamer en het Europees Parlement, was staatssecretaris onder Van Agt en minister onder Lubbers. Tegenwoordig zit ze ‘niet meer aan de knoppen’, maar streven naar een betere wereld doet ze nog steeds. “Ik heb altijd de hoop dat het beter wordt. Omdat ik niet anders kan.”
Bent u gelovig?
“Ik ben niet religieus. Nooit geweest. Hoewel er wel talloze momenten zijn geweest waarop ik uit pure wanhoop de here God aanriep. Omdat ik me ongerust maakte, of bang was. Maar dat is natuurlijk een erg opportunistisch gebruik van de heer. Bovendien kan ik uiteindelijk niet in een God geloven die ook maar iets met deze wereld te maken heeft. Die mensen zo maakt dat ze kinderen en vrouwen op een gruwelijke manier tot slachtoffers van hun oorlogstuig maken. Als God daar ook maar iets mee te maken zou hebben… Dat er mensen zijn die zeggen dat hun politieke handelen voortkomt uit hun godsgeloof vind ik dan ook bijna een belediging voor God. Want iedereen kan zien wat daar werkelijk uit te voorschijn komt. Toch vormt het feit dat ik een joodse achtergrond heb, wél een belangrijk deel van mijn identiteit. Het maakt bijvoorbeeld dat ik heel erg teleurgesteld ben over wat er allemaal in het zogenaamde beloofde land gebeurt. Het doet me pijn om te zien hoe de Israëliërs als brute en gewetenloze bezetters optreden. Lang heb ik gevonden dat de joden na alle ellende die over het joodse volk is uitgestort, recht, eindelijk recht hebben op een stukje land. Maar dat een aantal van hen vindt dat ze daarmee ook het recht hebben om anderen van het hen toegewezen stukje land te vertrappen… Dat vind ik extra teleurstellend.
Waar hoopt u op?
“Ik ben altijd en overal hoopvol over. Dat is de politicus in mij. Politiek is dingen doen vanuit de hoop dat het beter wordt. En vervolgens ook echt geloven dat dat mogelijk en haalbaar is. En dus zal ik me nooit neerleggen bij de idee dat de mensheid altijd zoveel narigheid over zichzelf zal blijven afroepen. In Israel en op zoveel andere plekken in de wereld. Dat klinkt misschien naïef, maar op een andere manier kan ik niet leven. Dat optimisme dank ik aan het feit dat ik me altijd realiseer hoeveel erger het nog zou kunnen zijn. Dat klinkt tegenstrijdig, maar die angst maakt bij mij het gevoel wakker dat we het getroffen hebben zolang het zover nog niet is. De narigheid ligt op de loer, dus geniet en hoop ik zolang het nog kan.
Dat dingen ineens grandioos mis kunnen gaan, heb ik voor het eerst ervaren toen de tweede man van mijn moeder op een avond plotseling stierf aan een hartaanval. Van de een op de andere dag was het leven anders. De rust was vervangen door lichte onrust. Niet dat ik daar steeds onder gebukt ging. In tegendeel, het heeft met geleerd het leven te vieren, zolang het kan. Pluk de dag! Maar als ik nu denk aan wat het voor mijn moeder moet zijn geweest… Ze was 34, had haar eerste man verloren in de oorlog, en nu haar tweede man. Ze had vijf kinderen van wie er drie niet van haarzelf waren en die heeft ze allemaal opgevoed. Met weinig geld, maar met zeer veel guts en zonder te zeuren. Door haar ben ik allergisch voor gezeur. Met cynisme waaraan zoveel mensen de afgelopen jaren ten prooi lijken te zijn gevallen, kan ik helemaal niets. De overheid deugt niet en de politiek deugt niet en de buren deugen niet. Niks deugt. Terwijl die cynici zelf gelukkiger dan ooit zijn. Die gemakzucht irriteert me. Als je vindt dat iets niet goed gaat, moet je er wat aan proberen te doen. Aat (Veldhoen, haar partner, red.) denkt daar precies zo over als ik, gelukkig. Wij delen dezelfde kijk op de wereld.”
Is dat voor u wat liefde is?
“Het is voor mij een voorwaarde voor liefde. Maar ik kan me tegelijkertijd ook heel goed voorstellen dat er mensen zijn die zo’n onweerstaanbare erotische en seksuele aantrekkingskracht voelen, dat dat voor hen al het andere overstemt. En zelf vind ik ook dat erotiek en seksualiteit in een relatie altijd een rol moeten spelen, hoe oud je ook bent. Anders kun je net zo goed met je broer of zus gaan samenwonen. Maar diezelfde kijk op de wereld, die hoort er wat mij betreft dus óók bij. Ik zou onmogelijk met iemand kunnen leven die daar heel anders over denkt. Overigens betreft mijn liefde natuurlijk niet alleen Aat. Ik hou ook van mijn kinderen en enkele levenslange vrienden. Heel prettig, want van liefde word je aardiger. Echt, de mensen van wie ik houd, trekken het mooiste in mij naar buiten. Een geweldige lakmoesproef. Tegen heel veel mensen ben ik aardig. Ik heb het beste met ze voor en zal waar nodig behulpzaam zijn. Maar echt voorbij gaan aan mezelf doe ik pas voor de mensen van wie ik werkelijk hou.”