Illegale koraalimport sinds 1994
De Jong Marine Live BV uit Spijk importeerde 750 kilo stenen met beschermd koraal erop uit de Braziliaanse zee. Zonder de vereiste invoervergunning. Verdachte De J.: ‘Iedereen weet wat er in de dozen zit. Waarom hebben ze het dan niet tegengehouden?’
Ontspannen zit verdachte Arie de J. erbij, als officier van justitie Sibren Buist in tien seconden door de tenlastelegging heen flitst. Die houding is niet zo vreemd, want de verdachte, directeur van De Jong Marine Live BV in Spijk, heeft al vaker voor de rechter gestaan voor illegale handel in koraal. Eerder heeft hij, naar eigen zeggen, duizenden euro’s boete gekregen. Hij weet dus wat hij kan verwachten.
Maar nonchalant is hij er niet van geworden. De J., een grijze vijftiger in spijkerbroek en donkerblauw streepjeshemd, leesbril om zijn nek, komt juist betrokken over. Hij verschijnt op de rechtbank in Arnhem weliswaar zonder advocaat, maar wel met een kartonnen doosje met daarin plastic zakjes vol water, waar stukjes koraal in zitten en ook nog droge stukjes koraal. In zijn zwarte schoudertas heeft hij A-viertjes met een schematische tekening van de zee, waarop de verschillende plaatsen zijn aangeduid waar koraal wordt gewonnen. Daarmee wil hij de politierechter overtuigen.
Want wat is er gebeurd? In Brazilië was de politie op het spoor gekomen van grootschalige illegale uitvoer van koraal. Daarbij ging het onder andere om scleractinia, een koraalsoort die bescherming geniet van de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES). In het Braziliaans onderzoek was De Jong Marine Live BV als een van de afnemers komen bovendrijven. Het bedrijf stond genoteerd als ontvanger van een partij van 750 kilo zogenaamde levende stenen, waaraan koraal gehecht kan zijn. De Braziliaanse politie wilde nu graag weten of de stenen inderdaad hier beland waren en vroeg haar Nederlandse collega’s dat na te gaan.
Dus toog op 16 april vorig jaar het milieurechercheteam van de politie Gelderland-Zuid naar Spijk om de partij te achterhalen. Lang zoeken was niet nodig, want De J. leidde de agenten meteen naar de levende stenen. Via Brussel had hij ze uit Brazilië naar Spijk gehaald. Omdat herkenning van het koraal een zaak van specialisten is, waren naast de agenten en de officier van justitie een specialist van de AID aanwezig en een koraalspecialist van het Nationaal Natuurhistorische Museum Naturalis.
Deze koraalspecialist, afdelingshoofd zoölogie en zeeonderzoek bij Naturalis, constateerde dat tien procent van de stenen aan de buitenkant levend koraal (scleractinia) bevatte. Daarnaast bevatten alle stenen die tijdens de doorzoeking door midden werden geslagen voor onderzoek, aan de binnenkant versteend koraal. En dus was, stelt EG-verordening 338/97, een uitvoervergunning vereist van het uitvoerende land en een invoervergunning van het invoerende land. In Nederland kan alleen het CITES-bureau in Den Haag die afgeven. Omdat die vergunning ontbrak, voerden de agenten de levende stenen per politiebusje af naar dierentuin Blijdorp in Rotterdam. Daar liggen ze nog steeds, onder zeecondities. De zaak drong zelfs door tot de Tweede Kamer, waar de minister Verburg vragen moest beantwoorden over ernst en omvang van de zaak.
‘Klopt het dat u die stenen vanuit Brazilië, via Brussel, naar Spijk hebt gehaald, zonder vergunning?’, wil politierechter J.J. van Lathem weten. ‘Ja, dat klopt’, antwoordt de verdachte, en hij maakt er geen geheim van dat hij dat al talloze keren heeft gedaan. De Jong Marine Live BV voert wereldwijd planten en dieren voor zeeaquaria in en uit. Zo zwemmen in Spijk ook haaien, die het bedrijf verkoopt aan dierentuinen. Op de bedrijfssite zijn filmpjes met allerlei soorten haaien te zien. De levende stenen worden gebruikt om in zeeaquaria de juiste omstandigheden te scheppen.
‘Maar door die tien procent scleractinia die er in zit, is het vergunningplichtig. Waarom zegt u dan dat het niet vergunningplichtig is?’, wil de rechter weten. ‘Omdat België zegt: dit is coral rock en dat valt niet onder deze wetgeving’, legt De J. uit. ‘Dat zeggen heel veel EU-landen, alleen Nederland en Italië niet. Ik vind dat er geen verschillen moeten zijn.’
‘Kan het niet zijn’, vraagt de rechter, ‘dat België zegt: “die steen zonder levend organisme is niet vergunningplichtig”? U zegt dat levende steen niet vergunningplichtig is, maar maakt het niet uit waaruit die bestaat?’
‘Het is bijna onmogelijk om een steen te vinden die geen levend organisme bevat.’
‘Dan zou u dus altijd een vergunning moeten aanvragen.’
’Nee.’
’Waarom doet u dat in andere landen dan wel?’
‘Ik kijk naar het land van uitvoer.’ Als daar een vergunning vereist is, zo legt hij uit, vraagt hij ook een invoervergunning aan. En zo laat de rechter zich heel precies de aanpak en de motieven van de verdachte uitleggen. De J.:‘Over dit probleem praat ik niet de eerste keer. Ik ben er al sinds 1994 mee bezig.’ Als hij vergunningplichtig is voert hij de stenen via Schiphol in. Heeft hij geen vergunning nodig, dan wijkt hij uit naar België. Steeds gaat het, volgens De J., om hetzelfde materiaal.
Dan haalt hij, ter ondersteuning van zijn verhaal, drie stukjes koraal uit zijn kartonnen doosje. ‘Wat schetst mijn verbazing’, zo vervolgt hij zijn verdediging, ‘op 18 december 2008 krijg ik van de overheid een brief, waarin staat dat er een nieuw handhavingsbeleid is. Ik wil er geen discussie over voeren – in de stenen die ik invoer zit altijd koraal, soms 1 procent, soms 10 procent – maar waar ik mij zeer over verbaas is dat deze steen (hij tilt het plastic zakje op) niet vergunningplichtig is, en deze (hij schuift de droge steen naar voren) wel. Dat vind ik vreemd’, verklaart hij.
‘Mag ik u een tekeningetje geven?’, vraagt hij aan de rechter. ‘Ja, graag’, antwoordt deze. Hij komt uit zijn stoel en overhandigt de rechter een A-viertje met daarop een tekeningetje van een dwarsdoorsnede van de kuststrook aan zee met daarop de verschillende plekken waar koraal wordt gewonnen en stenen worden verzameld. ‘Vreemd is dat Nederland stelt dat dit stukje rif, dat fossiel zou zijn – maar dat is het helemaal niet – vergunningvrij zou zijn, zolang ik het maar onder water importeer. Dat kan natuurlijk nooit aan de orde zijn’, betoogt hij. ‘In België is het duidelijk. Daar zeggen ze: de stenen zijn vergunningvrij, maar als je het van het rif haalt en het is groter dan drie centimeter, dan is het vergunningplichtig. Dat kan ik me wel voorstellen, want dit zijn de bouwstenen van het rif.’
De J.’s verweer beïnvloedt het requisitoir van de officier van justitie niet. ‘Ik vind het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen’, stelt deze. ‘Bij een EU-richtlijn wordt de basistekst in veel talen vertaald en nationale rechters geven er hun eigen uitleg aan. Dat kan tot verschilletjes leiden. Dat is wat lastig en vreemd, maar dat moeten we niet groter maken dan het is. Mijnheer zet de verschillen redelijk zwaar aan. Wat mij betreft is de regelgeving van de EU volstrekt duidelijk. Er is een strafbaar feit gepleegd.’ En terwijl de verdachte notities maakt, wijdt de officier van justitie nog even uit met een verhaal over rijke landen die de schatten van derdewereldlanden opkopen. Vervolgens eist hij een boete van 10.000 euro en verbeurdverklaring van de in beslaggenomen spullen.
‘Ik ben er niet veel mee opgeschoten’, reageert De J. ‘Het is precies hetzelfde als eerder. Ik heb de strafzaak uit Brazilië nooit begrepen. Het is nooit verstopt, het zit in dozen, het gaat niet geheim. Er wordt een plaats geboekt voor fossile rocks, iedereen weet wat er in zit. Waarom hebben ze het dan niet tegengehouden?’ Het derdewereldverhaal van de officier van justitie onderschrijft hij. Maar dat heeft geen betrekking op hem, meent hij. ’Tachtig tot negentig procent van het product dat wij verkopen wordt gekweekt, vaak in de landen waar het ook in de zee groeit. Zelfs de levende steen. Daar werken honderduizenden gezinnen in. Dat is een prachtig beroep en een prachtige handel.’
Zijn pleitnota heeft De J. zelf geschreven. ‘Kan ik die voorlezen?’, vraagt hij onwennig. ‘Ik ben geen advocaat. Ik weet niet of dat de bedoeling is.’ Voorlezen lijkt de rechter niet nodig. ‘Ik begrijp dat u vindt dat het niet vergunningplichtig is en dat u daarom vrijgesproken moet worden’, parafraseert hij de pleitnota. De J.: ‘Ja, maar ik wil het nu eigenlijk wel voor het Europese Hof brengen. Voor mij is het moeilijk. Dit is mijn werk. Ik heb vijftien mensen in dienst, maar ik wil niks doen wat niet binnen de wet valt.’
Na twintig minuten doet de rechter uitspraak. Hij stelt dat vaststaat dat de handel is gepleegd. ‘De vraag is of het onder de flora- en faunawetgeving valt van de EG. Het lijkt gewikkeld, maar als je wat verder kijkt, is het dat niet. De deskundige zegt dat het koraalsoorten bevat die op de bijlage (van de EG-verordening, HP) staan vermeld. Daarmee krijgen ze bescherming en wordt uw verweer verworpen. Ik veroordeel de BV tot een geldboete van tienduizend euro en verbeurdverklaring van de partij.’ Omdat er geen twijfel is over de vraag of het koraal onder de regelgeving valt, ziet de rechter geen reden de verdachte rechtstreeks naar het Europese Hof te laten stappen.
