Wat bezielt Joop Atsma? De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu wil bij de inkoop van tropisch hout de eigen overheidsregels schenden. Als hij dat doet, zal de Nederlandse overheid straks meewerken aan het verjagen van inheemse volkeren uit Maleisisch bos en het kappen van bos voor rubber- en palmolieplantages, onder de vlag van duurzaam inkopen.
Dit verhaal begint met de belofte van de Nederlandse overheid om duurzaam in te kopen. Als de Tweede Kamer er een paar jaar geleden bij de regering op aandringt dat de overheden, die jaarlijks vijftig miljard euro aan nieuwe spulletjes uitgeven, het goede voorbeeld geven bij duurzaam inkopen, belooft de regering dat de rijksoverheid in 2010 haar boodschappen volledig duurzaam zal doen. Van kopieerpapier tot nieuwe kantoren, van potloden tot wegen, honderd procent zal duurzaam zijn. Gemeenten, provincies en waterschappen mogen het met 75 en 50 procent (ook in 2010) een tikkeltje rustiger aan doen.
Om geen oeverloze discussies te krijgen over wat wel en wat niet duurzaam is, laat het rijk voor tal van productgroepen criteria opstellen. Elke productgroep krijgt zijn eigen criterialijstje dat precies aangeeft wanneer een stoel of folder of wat een overheid dan ook op haar boodschappenlijstje heeft staan, van de overheid het duurzaamheidsstempel krijgt. Fijn voor de inkopers. Die nemen in aanbestedingen de criteria op, en krijgen zo hun leveranciers op het rechte pad. Fijn ook voor de leveranciers, is het idee, want die komen niet voor verrassingen te staan. Ze worden allemaal immers langs dezelfde lat gelegd.
Ook de bestaande keurmerken worden langs die lat gelegd. Zo is er voor hout al sinds het midden van de jaren negentig het FSC-keurmerk, en sinds de eeuwwisseling het PEFC-keurmerk. De vraag of die keurmerken ook voldoen aan de Nederlandse criteria voor duurzaam inkopen (de Dutch Procurement Criteria for Timber: een lijst criteria van elf pagina’s) is nogal technisch van aard en niet een-twee-drie te beantwoorden. Daarom stelt de regering in 2008 de Timber Procurement Assessment Commitee (TPAC) in, een commissie met onafhankelijke deskundigen.
Deze TPAC geeft op 3 maart 2010 groen licht aan MTCS-hout. Dat is hout dat onder het Malaysian Timber Certification System valt, een certificatiesysteem dat sinds 2010 onder de vlag van keuringsorganisatie PEFC opereert. Voor een aantal non-gouvernementele organisaties (ngo’s) is dat aanleiding om in actie te komen. Volgens de ngo’s berust de goedkeuring enkel op een papieren analyse door TPAC en nemen Maleisische bosbouwers het niet zo nauw met de rechten van bosbewoners.
‘Wij kregen heel duidelijke signalen van de inheemse volkeren’, zegt Leo van der Vlist van het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken (NCIV). ‘Dat hun rechten worden geschonden en zonder hun toestemming houtkap plaatsvindt op hun territorium. Ze mogen hun eigen bos niet meer betreden zonder zware boetes of gevangenisstraf te riskeren. Er is geen voedsel meer te vinden.’ Het gaat volgens Van der Vlist om een gebied zo groot als 2 à 3 procent van de oppervlakte van Maleisië. De overheid erkent er slechts een derde van de claims. ‘Deze mensen leven nu nog van de jacht en kleinschalige landbouw in het bos. Ze worden tegen hun zin in nieuw gebouwde huizen gestopt.’ En dus laat het NCIV samen met Greenpeace, WNF, ontwikkelingsorganisatie ICCO en Milieudefensie een onderzoek te doen naar de situatie ter plekke.
De neerslag van dat onderzoek is het rapport Rubbery Certification van onderzoeksbureau Aidenvironment. Op pagina 5 schrijven de onderzoekers: ‘Satellietbeelden en de analyse van MTCC-audits (MTCC is de organisatie achter het certificaat) laten zien dat ontbossing in MTCS-gecertificeerd natuurlijk bos voor de ontwikkeling van plantages op significante schaal plaatsvindt.’ Dit is, constateren ze, in strijd met criterium 6.10 van MTCS: omzetting mag alleen plaatsvinden op zeer kleine schaal en onder bijzondere voorwaarden. Verder heeft de certificeringsorganisatie (MTCC) sterke banden met overheid en industrie. Voor een aantal Maleisische ngo’s is dit al in 2001 aanleiding om uit de certificeringsorganisatie te stappen. Zij zien hun belangen niet meer vertegenwoordigd.
Gewapend met deze informatie maken de vijf ngo’s bezwaar tegen de beslissing die TPAC in april had genomen. TPAC kan niet om deze informatie heen en herziet haar beslissing. Op 25 oktober meldt de commissie staatssecretaris Atsma in een brief dat MTCS niet voldoet aan de Nederlandse inkoopcriteria. Prof. dr. Udo de Haes, hoogleraar aan de universiteit van Leiden en voorzitter van de TPAC, schrijft: ‘Het bos wordt door de inheemse bevolking in Maleisië – de Orang Asli - al eeuwenlang gebruikt voor jagen en verzamelen en is een belangrijk onderdeel van hun cultuur en identiteit. Aan dit traditionele gebruik kunnen (...) rechten worden ontleend.’ Daaronder vallen, stelt De Haes, het recht om toestemming te verlenen voor houtkap en eventueel compensatie daarvoor te ontvangen. ‘Uit informatie van de maatschappelijke organisaties en met name uit recente audit rapporten is gebleken dat deze rechten van de Orang Asli niet formeel worden erkend en maar gedeeltelijk gerespecteerd in MTCS bos.’ Ook blijkt er bos te worden gekapt voor rubberplantages en infrastructuur, waar MTCS geen bescherming tegen geeft.
Atsma toont zich niet onder de indruk van het oordeel van de commissie, die de overheid zelf in het leven heeft geroepen. Op 29 november stuurt de staatssecretaris een brief aan de Tweede Kamer. Hij schrijft: ‘Gesprekken met het bestuur van MTCC (Malaysian Timber Certification Council) en met de Maleisische minister van Plantation Industries and Commodities, de heer Dompok, hebben mij het vertrouwen gegeven dat de belangrijkste bezwaren van TPAC binnen afzienbare tijd door MTCC worden opgelost.’ Hij stelt dat ‘juist in Maleisië een positief signaal op zijn plaats (is). Het land speelt een voorbeeldrol in de regio als het gaat om duurzaam bosbeheer. (...) Ik ben daarom voornemens om MTCS te accepteren voor het duurzaam inkoopbeleid van de Nederlandse overheid.’
De overheid stelt spelregels op lapt ze vervolgens aan haar laars. Leen van Dijke,directeur public affairs van Volker Wessels, snapt er niks van. Toen TPAC MTCS goedkeurde, hebben de bouwbedrijven Volker Wessels en BAM zich tegen MTCS uitgesproken. ‘Wij hebben in certificatie geïnvesteerd, uitgaande van deze hoge standaard (hij refereert aan FSC, h.p.). Als Atsma morgen zegt: MTCC is ook goed, ja dan ... Óf je neemt je eigen standaard als overheid serieus óf je zegt: we rommelen als overheid maar wat aan.’ Het vertrouwen van Atsma in Maleisisch beloften vindt hij ongegrond. ‘Maleisië zegt al vijftien jaar dat ze goed bezig zijn en dat is niet zo’, aldus Van Dijke. ‘Ik hoef alleen maar te verwijzen naar het buitengewoon kritische verslag dat de Maleisische rekenkamer heeft geschreven over MTCC.’ Toelaten van Maleisisch hardhout tot de Nederlandse markt van duurzame producten in Maleisië, zal elke prikkel wegnemen om zich te verbeteren, voorspelt hij. ‘Bovendien: je kunt uit Maleisië ook gewoon FSC halen.’
Ook de branche van doe-het-zelfbedrijven (VWDHZ), die zich jarenlang heeft gericht op FSC-hout, keert zich tegen MTCS-hout. Secretaris Pieter Walraven: ‘De overheid heeft een voorbeeldfunctie. Als zij zegt dat dit duurzaam is, terwijl het eigenlijk niet duurzaam is, dan ontstaat er weer discussie over keurmerken.’ De doe-het-zelfbedrijven kunnen toch gewoon MTCS-hout uit de rekken houden? ‘Dat kan en als het niet duurzaam is, doen we dat ook. Maar waar het om gaat is dat keurmerken ter discussie komen te staan.’ Het dubieuze karakter van MTCS-keurmerk zal volgens hem andere keurmerken besmetten.
Ondanks flink verzet is Atsma eind januari nog steeds van plan zijn zin door te drukken. ‘Wat daar achter zit? Een vrij krachtige lobby uit Maleisië dat zijn minister hierheen heeft gestuurd’, zegt Van der Vlist (NCIV). ‘En van het Nederlandse bedrijfsleven: de VVNH (verenigde houtondernemers, h.p.) is bij hem gaan lobbyen. Die wil in Nederland verkopen. Als ze dit hout niet kunnen verkopen, vallen alle overheidsprojecten af en dan kunnen ze dus hun hout niet kwijt in Nederland of ze moeten naar iets anders op zoek.’ De belangen zijn groot. Volgens Stichting ProBos is Maleisië met 33 procent nummer 1 in import van gezaagd tropisch hardhout. Saillant is dat de vakbonden FNV en CNV de houthandelaren steunen. Wellicht vanwege werkgelegenheid, waarmee houthandelaren en vakbonden in een brief van 10 november schermen.
De vraag is nu of de Tweede Kamer haar rug rechthoudt. De voortekenen zijn gunstige. In zijn brief van 29 november aan de Kamer, vroeg Atsma de Kamer binnen drie dagen akkoord te gaan. Kamerlid Arie Slob (CU) noemde die druk ‘onacceptabel’, waarna hij een debat aanvroeg over de import van Maleisisch hout. ‘De staatssecretaris moet gewoon eerst bewijzen dat MTCS voldoet aan de Nederlandse criteria voor duurzaam inkopen’, reageerde Slob, ‘want anders gaat dit ten koste van houtkeurmerken die wel aan alle criteria voldoen.’
En dus laat de Kamer zich op 2 februari in een rondetafelgesprek voorlichten door betrokken partijen. Op 10 februari komt het onderwerp vervolgens aan bod bij het Algemeen Overleg. De ngo’s kunnen hoop putten uit Slobs woorden en die van zijn collega Stientje van Veldhoven (D66). ‘TPAC hebben we niet voor niks. Als deze oordeelt dat niet aan de standaard is voldaan, vind ik dat Atsma dat oordeel moet opvolgen’, laat Van Veldhoven weten. ‘Het kan niet zo zijn dat je partijen die alles uit de kast halen om te voldoen aan de criteria die je als overheid stelt, straft door concurrentie toe te staan.’
