Vorige week schreven we over de grootste atlete die Nederland ooit gehad heeft. Fanny Blankers-Koen legde alle critici het zwijgen op met grootse prestaties tijdens de Olympische Spelen in Londen (1948). Maar haar naam blijft ook op een andere manier opduiken in de atletiekgeschiedenis. De vedette was ook een vrouw bang voor concurrentie en ná 1948 kwam deze uit onverwachte hoek. De Friezin Foekje Dillema werd in de jaren nadat Blankers-Koen de atletiekwereld versteld liet staan dé grote concurrente van de wereldster. Het talent uit Burum is een grote onbekende als de grote superster de medailles aaneenrijgt in de Engelse hoofdstad, maar dit zou snel veranderen. En op een andere manier dan waarschijnlijk voor de hand lag.
Bedreiging
De Europese Kampioenschappen van 1950 waren het grote doel van Blankers-Koen. Tijdens hetzelfde toernooi 4 jaar eerder in Oslo had de gewezen ster immers op de sprintnummers niet eens het podium gehaald. Daarom moest alles wijken om in Brussel eerherstel mogelijk te maken. Alles? Ja. Fanny en haar coach Jan waren niet bang om psychologische oorlogsvoering te gebruiken om concurrentes te overbluffen (hoewel de latere beschuldigingen nooit bewezen zijn, daarover later meer). In die tijd waande de Nederlandse zich onaantastbaar, hoewel haar grootste concurrente zich al snel aan zou dienen.
Friesland
In het Friese Kollum is de dan 21-jarige Foekje Dillema net lid geworden vanVlugheid en Kracht, de plaatselijke sportvereniging. In eerste instantie houdt ze zich bezig met gymnastiek, maar tijdens een hardloopwedstrijd in Buitenpost is het voor de Friezin duidelijk: dit is mijn sport. Na de wedstrijden loopt ze tegen enkele gevestigde namen uit de provincie en ze verbaasd de toeschouwers door deze (op sokken!) met gemak te verslaan. Het begin van een prachtige carrière lijkt geboren. Later dat jaar (terwijl Blankers-Koen internationaal furore maakt) declasseert Dillema tijdens wedstrijden haar concurrentie en wordt dan al gerekend tot de beste 4 hardloopsters van ons land. Het begin van een tocht naar internationale faam, toch?
Man of vrouw?
In dat jaar verschenen ook de eerste geruchten dat Dillema misschien een man zou zijn. Beschuldigingen die puur gebaseerd waren op het uiterlijk van de Friezin, en niet op feiten. Desondanks bleef het gerucht Dillema achtervolgen en, verlegen als ze was, durfde ze ook geen stelling te nemen tegen dit onrecht wat haar aangedaan werd. In die tijd waren andere atletes verdacht, zoals de ‘Press Sisters’ uit Rusland en de Poolse Stella Walsh. Hoewel eerstgenoemde van het atletiektoneel verdwenen toen de gendertest verplicht gesteld werd in 1966 en hun grootste triomfen al hadden gevierd, zou dit gerucht de carrière (en leven) van Dillema verwoesten. De kranten baseerden zich ook op Tolien Schuurman, net als Foekje een stevige Friese dame, die 10 jaar daarvoor al tot de wereldtop behoorde in de atletiek. Haar internationale loopbaan kwam echter niet van de grond door haar weigering te lopen tijdens de Nazispelen in 1936. De weigering van Schuurman betekent het einde van haar carrière en het begin van die van de 18-jarige Fanny Koen. Een decennium later dus gevolgd door Foekje Dillema. Een wisseling van de wacht leek aanstaande. Het zou heel anders lopen…
Friezinnetje
Het jaar na haar doorbraak begint Dillema echt nationale bekendheid te krijgen. Ze loopt de concurrentie op grote achterstand en kenners zijn het erover eens: als Foekje gevormd wordt, ze techniek bijgebracht krijgt en goede begeleiding krijgt, dan heeft de volgende Nederlandse superster zich aangediend. De Atletiekunie (KNAU) is ook onder de indruk, hoewel ze Foekje neerbuigend blijven betitelen als ‘Friezinnetje’ of een ‘boerenmeisje dat toevallig hard kan lopen’. Haar eerste wedstrijd in 1949 (Heerenveen) wint ze makkelijk en de kranten in Friesland schrijven voorzichtig dat ze misschien wel de echte concurrente is voor de ongenaakbare geachte Blankers-Koen. In de maanden daarna lijken het Friese supertalent en de gearriveerde vedette eindelijk tegen elkaar te gaan lopen maar het zou pas tot aan de Olympische Dag op 26 juni 1949 duren voordat het zou gebeuren. Koen laat het publiek lange tijd in spanning of ze wel deel zou nemen aan de sprintnummers, maar net voordat het evenement begint neemt ze toch deel. Ze wist echter al dat Dillema lichtgeblesseerd was. Mede daardoor wint ze ruim van Foekje. Zoals schrijver Max Dohle schrijft: ‘Foekje was kansloos. En Fanny wist het.’[1]
Eendagsvlieg?
De nederlaag van Dillema doet sommigen geloven dat de Friezin slechts een eendagsvlieg is. Ze moet de Nationale Kampioenschappen door blessures aan zich voorbij laten gaan en het publiek begint zich af te vragen of Foekje de druk wel aan zou kunnen. Op 24 juli 1949 krijgen ze echter het antwoord. Tijdens een interland tegen Italië maakt Dillema een haast onmogelijke achterstand goed tijdens de estafette en onder luid gejuich van 8000 landgenoten versloeg Foekje haar Italiaanse concurrentes. Een week later komt het voor het eerst tot een echt duel tussen de 2 grote dames van de Nederlandse atletiek. Het team van Foekje wint, en hoewel de KNAU vooral de prestaties van Blankers-Koen belicht, is het Dillema die de onderlinge strijd gewonnen heeft. Een maand later beleeft ze haar internationale doorbraak. In Engeland verslaat ze topfavoriete, en (volgens de Britten) de échte opvolgster van Blankers-Koen, Sylvia Cheeseman. Dat beloofd wat voor het EK in Brussel het volgende jaar..
De affaire Dillema
In aanloop naar het EK ontloopt Fanny Foekje. De KNAU schaart zich achter de gewezen vedette, terwijl de pers meer op de hand lijkt van Dillema. Coach Jan (en man van Fanny) zegt dat de twee titanen niet tegen elkaar liepen omdat Fanny haar krachten moest sparen en moest rusten voor belangrijke wedstrijden, terwijl intimi de superster hoorden zeggen: ‘ik loop niet tegen een vent.’ Ook de KNAU had bedenkingen over het geslacht van de Friezin, welke halverwege 1950 tot een uitbarsting van ongekende proporties zou komen. In aanloop naar het EK liep Dillema weer op de Olympische dag. Nu zou het niet tot een krachtmeting komen met Blankers-Koen, maar Foekje deelde wel een slag uit door het wereldrecord op de 200m van Fanny af te pakken en snelste vrouw op die afstand te worden. Het zou het laatste grote succes van de Friezin blijken. De beschuldigingen over het ‘man-zijn’ van Dillema namen echter een vlucht. Binnen de atletiekwereld leefde het idee dat de heksenjacht georganiseerd was door Jan en Fanny (hoewel nooit bewezen), maar het kwam hen zeker niet verkeerd uit dat Foekje Dillema op 13 juli 1950 uit de trein gehaald werd. Daarom bereikte ze nooit Carcassonne, waar een internationale wedstrijd gehouden werd. Dillema had geweigerd de seksetest te ondergaan en werd door de KNAU per direct en voor onbepaalde tijd geschorst. De carrière van Foekje Dillema was voorbij.
Verwoest leven
De schorsing en de mededeling dat ze ‘geen vrouw’ was maakte diepe indruk op Foekje Dillema. De 2 jaar na haar schorsing kwam ze haar huis niet uit en de rest van haar leven zweeg ze over deze zwarte dag in de Nederlandse atletiekgeschiedenis. Ná haar dood op 5 december 2007 gingen nabestaanden van haar op zoek naar de waarheid. In de uitzending van Andere Tijden Sport van de NOS in juli van 2008 werd voor het eerst (en definitief) de waarheid onthuld. DNA-onderzoek door het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam had aangetoond dat hoewel de atlete afwijkende waardes had ze toch echt een vrouw was.
Postuum kreeg de Friezin haar records terug en werd ze weer opgenomen in de geschiedenisboeken. De KNAU ging door het stof en Foekje Dillema werd in ere hersteld. Zelf had ze er echter niets aan. De veelbelovende carrière van het supertalent was in de knop gebroken. Wie weet tot welke hoogte ze had kunnen komen, wie weet zou ze zelfs succesvoller geweest zijn dan Fanny Blankers-Koen. Feit is dat de carrière van Foekje stopte voordat deze goed en wel begon en dat is eeuwig zonde!
