— dinsdag 18 maart 2025 07:00 | 0 reacties , praat mee

Zoë Papaikonomou: ‘Journalisten houden liever anderen een spiegel voor dan dat ze er zelf in kijken’

Zoë Papaikonomou: ‘Journalisten houden liever anderen een spiegel voor dan dat ze er zelf  in kijken’
Zoë Papaikonomou - © Truus van Gog

Media die misleidende koppen boven een artikel zetten krijgen een veeg uit de pan van Zoë Papaikonomou. Via LinkedIn en de Bonte Was Podcast wijst ze journalisten op hun ‘hardnekkige vlekken’. ‘De nieuwsconsument controleert de media steeds scherper. En daar moeten we als mediamakers juist dankbaar voor zijn!’ Laatste wijziging: 18 maart 2025, 15:51

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?

Papaikonomou (43) is onderzoeksjournalist, schrijver en trainer. Maar veel mensen kennen haar vooral van LinkedIn. Daar corrigeert ze eufemistische, suggestieve of ronduit misleidende krantenkoppen. Of ze draait ze om; anti-woke is bijvoorbeeld pro-discriminatie. En er stoten niet te weinig vrouwen door naar de top, maar er is nog altijd een witte mannen-overschot. Dankzij die scherpe rode pen vergaarde ze ruim 30.000 volgers op het carrièreplatform. Ook ontving Papaikonomou op 7 maart de eerste Vrouw in de Media Impact Award omdat ze ‘op een creatieve manier discriminatie en machtsmisbruik aankaart’.

Maar haar mediakritiek wekt bij sommigen ook weerstand op. Toen Papaikonomou onlangs haar expositie ‘Taal is een spiegel van (on)gelijkwaardigheid’ aankondigde reageerde iemand via sociale media: ‘Dit is geen kunst, maar woke lulkoek’. Ze hing het citaat aan de zogeheten ‘blokkeermuur’ bij Cultuurhuis Kade40 in Vlaardingen. Ook lichtte ze ter promotie de quote uit op sociale media. Radio-dj en culinair journalist One’sy Muller - met wie Papaikonomou de Bonte Was Podcast maakt, waarin ze ook mediamissers ontleden - kwam daarnaast op het ludieke idee om woke lulkoekjes te bakken voor de opening.

En, hoe smaakte de wraak?
‘Nou, de lulkoekjes moesten natuurlijk superwoke zijn, dus ook vegan. Ze waren een klein beetje droog, dus hadden we ook een variant mét boter. Maar ze smaakten allebei lekker.’

Is humor het beste wapen tegen onbegrip?
‘Soms kun je mensen meer raken met humor. En de haatreacties die ik online tegenkom hebben vaak ook iets absurdistisch. Maar er schuilt natuurlijk wel iets pijnlijks achter; dat je woede opwekt omdat je tegen ongelijkheid en onrecht strijdt.’

Jouw kopsuggesties zijn vaak op het scherpst van de snede, terwijl media claimen dat ze objectief, neutraal en dus terughoudend moeten zijn. Wat vind je van dat verweer?
‘Die voorzichtigheid gaat soms te ver. Kijk, bij femicide is de dader misschien nog niet veroordeeld. Maar in plaats van alleen te zeggen dat het slachtoffer is overleden, kun je wel duidelijk maken dat ze is vermoord. Ik vind het ook interessant dat men heel voorzichtig is bij mensen die tot de norm behoren, maar er geen moeite mee heeft om discriminerende koppen te maken over mensen met een migratie­achtergrond. Dan speculeren media er vrolijk op los.’

Als je de macht niet bevraagt en foute uitspraken worden gemakzuchtig tussen aanhalingstekens in de kop gezet, dan ben je een doorgeefluik voor de macht

Wat krijg je terug van redacties als je hun koppen fileert?
‘Dat wisselt. Soms krijg ik een hoofd- of eindredacteur aan de lijn die reflectief is en ervan wil leren. Maar velen schieten in de verdediging en vinden mij te hard. Ik snap nooit waarom men zich persoonlijk aangevallen voelt want ik noem nooit de schrijver van het artikel, alleen het medium. Ik weet namelijk dat journalisten vaak niet de kop bedenken, maar alleen een voorzet mogen doen. Ik krijg ook reacties van journalisten die juist blij zijn dat ik deze community service doe – zo noem ik dit altijd. Die ook schadelijke framing proberen aan te kaarten bij de hoofdredactie. Maar veel media worden toch vooral gedreven door commercie en kliks en gebruiken nu zelfs AI om koppen te maken.’

Gaat er ook veel mis door de haast van de 24/7 nieuwscyclus waarbij nieuws zo snel mogelijk moet worden gedeeld, zelfs als er informatie ontbreekt?
‘Het is een mythe dat de nieuws­consument alles op de minuut af moet weten. Daar hebben we sociale media voor. We snakken juist naar zorgvuldigheid en betrouwbaarheid. Er is een bekende quote: “als iemand zegt dat het regent, en de ander zegt dat het droog is, moet een journalist niet beiden citeren, maar buiten kijken wat voor weer het is”. Je hoeft als politiek verslaggever niet alle uitspraken klakkeloos over te nemen, maar je moet ze analyseren en in perspectief zetten. Als je de macht niet bevraagt en foute uitspraken worden gemakzuchtig tussen aanhalingstekens in de kop gezet, dan ben je een doorgeefluik voor de macht. Een voorbeeld van hoe het wel moet: toen Trump werd geïnaugureerd kopte NU.nl dat zijn toespraak vol leugens zat. Dat is wat men verwacht van de journalistiek.’

Beeld loopt verder onder de tekst (Foto Truus van Gog)

Hoe ga je tunnelvisie op redacties tegen?
‘Het verbaast me dat veel redacties de dag beginnen door te kijken wat er in andere kranten staat. Bedenk zelf wat, ga naar buiten. Je hoeft in deze tijd überhaupt niet meer achter een bureau te zitten. Toch bellen veel journalisten hun verhalen bij elkaar. Redacties zijn ook nog steeds te homogeen, bestaan uit theoretisch opgeleide mensen uit de hogere middenklasse, zonder beperking - dat hele riedeltje. Zij hebben dezelfde blik en bepalen wat interessant is. Dat heeft iets arrogants. Er wordt nu wel meer gekeken naar schadelijke redactieculturen. Daardoor kwamen machtsmisbruik, discriminatie en seksueel wangedrag bij tv-programma’s naar buiten. Toch houden journalisten liever anderen een spiegel voor dan dat ze zelf in die spiegel kijken. Als mensen die noodzaak zelf niet voelen is het moeilijk om een redactiecultuur te veranderen. Ze denken ook vooral aan deadlines en de waan van de dag terwijl wezenlijke verandering lange termijnwerk is en veel tijd, energie en geduld kost.’

Mede dankzij jouw scherpe blik kijken veel nieuwsconsumenten nu kritischer naar framing in de media en spreken zich uit op ­sociale media. Wat is het effect?
‘Het lastige is dat media vanuit meerdere hoeken verdacht worden gemaakt. Als burgers daardoor al hun vertrouwen verliezen, is dat niet goed. Ik doe dit juist uit liefde en respect voor het vak. We hebben kritische media hard nodig om de macht te controleren. Media worden echter de vierde macht genoemd, dus wie controleren en corrigeren de media? Dat doen nieuwsconsumenten. Sociale media hebben veel nadelen maar het is goed dat mensen via die kanalen gevestigde media scherp houden. Vroeger kon je alleen een ingezonden brief sturen en hopen dat die werd geplaatst. Media moeten nu meer verantwoording afleggen en dat werd hoog tijd. Daar zouden we toch dolblij mee moeten zijn?’

Ik heb de indruk dat jongere en biculturele journalisten kritischer naar hun eigen rol kijken, maar tegelijk te betrokken en activistisch worden genoemd. De oude garde kijkt daar op neer en vindt dat ze meer afstand moeten houden. Hoe zie jij dat?
‘Dat is venijnig. Je gaat zo voorbij aan de expertise die deze journalisten hebben op een bepaald onderwerp. Biculturele journalisten, en zeker journalisten die praktiserend moslim zijn, worden vaak minder vertrouwd. Die kunnen zogenaamd niet objectief zijn. Terwijl de meesten die zo worden weggezet juist uitermate zorgvuldig zijn in de taal die ze gebruiken en de manier waarop ze dingen opschrijven. Het insinueert ook dat die andere journalisten objectief zijn, wat natuurlijk totale onzin is.’

Welke tips heb jij voor biculturele journalisten?
‘Schrijf op wat je meemaakt. Je moet als journalist toch al veel aantekeningen maken, dus noteer opmerkingen van collega’s, of dingen die niet kloppen. Maar laat je ook niet gek maken en verlies je eigen talent en ambitie niet uit het oog. Onthoud waarom je daar ging werken. Natuurlijk zijn er dingen die je bij een redactie zou willen veranderen. Maar je kunt niet overal wat van zeggen anders ben je zo opgebrand of lig je eruit. Dus wees strategisch, bedenk wat je er uit wil halen en wat je volgende stap is. We moeten ook zachter zijn naar elkaar, want je weet niet waar een ander mee heeft te dealen op de werkvloer.’

Het gaat mij er niet om dat mensen mijn achternaam perfect uitspreken, maar wel dat mensen wat moeite doen en respect tonen

Papaikonomou is zelf ook bicultureel, met een Griekse vader en Nederlandse moeder. Na de scheiding verhuisde ze met haar moeder, twee broers en zus vanuit België naar een volkswijk in Amsterdam-Noord, waar ze op bijstandsniveau leefden. Haar vader bleef betrokken, hetzij op afstand. Ze moest veel vooroordelen incasseren. Zo werd aangenomen dat haar ouders vast gescheiden waren vanwege cultuurverschillen. Ook werd ze veel gepest met haar afkomst en achternaam.

Op haar 10e verhuisde Papaikonomou naar Amsterdam-Oost en kwam op een ‘elitaire basisschool en dito middelbare school’ in het centrum van de stad terecht. ‘Dat was wennen qua sociale omgeving, maar de manier van lesgeven en het Nederlandse onderwijssysteem waren best wel voor mij gemaakt. Dat is ook een privilege, besef ik nu.’ Haar moeder spoorde haar aan om naar deze scholen te gaan zodat ze een netwerk kon opbouwen, omdat zij dat netwerk zelf niet had. ‘Mijn eerste stage bij AT5 had ik uiteindelijk ook te danken aan iemand die ik nog kende van het gymnasium.’

Van welke vooroordelen heb je nu nog last?
‘Ik noem mezelf een biculturele vrouw omdat dit ook een identiteit is waar anderen op reageren. Men vindt mij al snel te uitgesproken en luid. Dan zegt iemand in een gesprek: ga je nu met borden gooien? De uitsluiting die iemand heeft meegemaakt kun je vaak niet aan de buitenkant aflezen. Zoals het feit dat ik opgroeide in de bijstand. Daardoor weet ik nu hoeveel klassenverschil uitmaakt en hoe mensen tegen armoede aankijken, helemaal in dat elitaire journalistieke wereldje. Maar ik weet ook dat ik makkelijker op ga in de massa dan anderen, dus mijn privileges zijn afhankelijk van de omgeving waarin ik ben.’

One’sy zegt ook dat je recht voor zijn raap bent en de confrontatie niet schuwt, wat mensen soms heftig vinden. Hoe gaat dat bij de trainingen die jij geeft bij ­be­drijven en organisaties?
‘Er is een verschil tussen wat ik online en offline doe. Ik ben vrij direct, maar dat heeft bij trainingen weinig zin. Daar maak ik thema’s wat kleiner en persoonlijker. Ook gebruik ik bijvoorbeeld de grote microagressie-bingo of zwangerschapsdiscriminatie-bingo om een gesprek te voeren over hokjesdenken en welke impact dat kan hebben, vaak onbedoeld. Dan zegt iemand: o, zulke opmerkingen maak ik ook wel eens – en daar praten we dan over door. Ik ben dan niet van het vingerwijzen. Als iemand stug blank, blank blijft zeggen en ik antwoord steeds wit, wit, kom je niet tot grotere inzichten over racisme. Dus dan laat ik iets schieten om een groter punt te maken. Maar ik geef wel mijn grenzen aan. Zo moest de voorzitter van een of andere commissie me introduceren, die sowieso haar huiswerk niet had gedaan. Ze zei: ‘Nou, dan gaan we nu naar, uh, tja, de spreker’, om maar niet mijn achternaam te hoeven uitspreken. Ze deed er nog een schepje bovenop en zei dat ze een prijsvraag had kunnen uitschrijven voor wie het wel lukte om mijn naam uit te spreken. Toen heb ik dat benoemd in mijn betoog. Het gaat mij er niet om dat mensen mijn achternaam perfect uitspreken, maar wel dat mensen wat moeite doen en respect tonen.’

Diversiteits- en inclusiviteitsbeleid zijn nu de zondebok van extreemrechts, waardoor veel Amerikaanse bedrijven dit beleid weer terugdraaien. Hoe raakt dat jouw werk?
‘Ik ben geen fan van de woorden diversiteit en inclusiviteit omdat ze te gezellig klinken. Het gaat over anti­discriminatie en machtsmisbruik. Maar goed, dan wordt het weer een woordenspel. Ik vind het vooral angstaanjagend dat Amerikaanse overheidsmedewerkers uit gemarginaliseerde groepen nu worden ontslagen omdat ze niet tot de norm behoren. Als historica weet ik waar dit een eeuw geleden toe leidde.

Op persoonlijk vlak zorg ik dat ik niet financieel afhankelijk ben van die trainingen, want ik houd er rekening mee dat dit werk ook weer afgelopen kan zijn en ik wil vooral onafhankelijk zijn. Hoewel ik geluk had door ooit voor LinkedIn te kiezen, kan dat ook wegvallen. Je moet jezelf nooit afhankelijk maken van een commercieel, digitaal platform. Ik probeer mezelf dus op verschillende manieren te bedruipen. Maar dergelijke bewegingen gaan altijd in golven. Juist nu moeten we overeind blijven staan en elkaar opzoeken – niet alleen online, maar juist ook offline. We zien nu hoe onbetrouwbaar X en Meta blijken te zijn. Dus zoek jouw gemeenschap op en kom in actie.’

Tot slot: de redactie kan voor iets anders gaan, maar welke kop zou jij zelf boven dit gesprek zetten?
‘Ik zou denk ik kiezen voor een combinatie van kritisch zijn op de macht, en je bewust zijn van jouw eigen macht… Mensen denken door mijn LinkedIn-posts vaak dat ik heel primair reageer en oneliners uitkots, maar ik denk daar juist goed over na. Mag ik nu dus ook even nadenken en een kop bedenken als ik het stuk heb gelezen?’

Nadat Papaikonomou de tekst controleerde op feitelijke onjuistheden stelde ze de volgende kop voor: ‘Onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou: De nieuwsconsument controleert de media steeds scherper. En daar moeten we als mediamakers juist dankbaar voor zijn!
(De eindredactie besloot deze suggestie als uitsmijter in het intro op te nemen en te kiezen voor een kortere kop, red.).’

LEES OOK: De schepping van Zoë Papaikonomou over haar recente expositie op basis van haar posts, ‘Taal is een spiegel van (on)gelijkwaardigheid’. Het was de eerste LinkedIn-expositie van Nederland.

Zoë Papaikonomou (43) studeerde geschiedenis en Arabisch aan de Universiteit van Groningen. Ze studeerde ook in Damascus, Syrië en Caïro, Egypte. Ze werkte als verslaggever bij de Amsterdamse tv-zender AT5 en was onderzoeksjournalist ‘superdiversiteit’ bij online-platform Nieuw Wij. Daarnaast was ze docent journalistiek aan de Hogeschool Windesheim en de Universiteit van Amsterdam.
Ze is coauteur van drie boeken: ‘Heb je een boze moslim voor mij?’ (2018), ‘De inclusiemarathon’ (2021) en ‘Ongemakkelijke gesprekken – Survivalgids’ (2023). Sinds 2019 maakt ze met One’sy Muller de Bonte Was Podcast, over ‘hardnekkige vlekken’ in de media. Ze groeide intussen uit tot ‘top voice’ op LinkedIn.

‘Taal is een spiegel van (on)gelijkwaardigheid’, een recente expositie op basis van haar posts, was de eerste LinkedIn-expositie van Nederland. De expositie zal na Vlaardingen door het land gaan reizen. Papaikonomou geeft ook geregeld lezingen en workshops.

Op 7 maart kreeg Papaikonomou de eerste Vrouw in de Media Impact Award. Ze droeg de prijs op aan ‘alle zachte en harde krachten die de samenleving gelijkwaardiger proberen te maken’. Papaikonomou woont in Amsterdam met haar partner en twee kinderen.

Schrijvers en journalisten in opstand tegen Big Tech - banner onder artikel

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee