Van ‘azijnpisser’ tot verwenkrant
Komende maandag, 29 maart, rolt de eerste compacte Volkskrant van de persen. Het testpanel reageerde unaniem enthousiast op de nieuwe tabloid. ‘Het is bijna eng.’
Volkskrant-adjuncten Jan ’t Hart en Arie Elshout hebben het druk, een dikke week voor de verschijning van de eerste compacte Volkskrant. Een gigantische reclamecampagne staat voor de deur en – belangrijker – de redactie moet worden klaargestoomd voor de nieuwe werkwijze. Er worden ‘schaduwkranten’ gemaakt met dezelfde inhoud als de bestaande – met andere keuzes, andere vormgeving, ander beeld. Pas wanneer Frits Campagne (sinds kort algemeen directeur van De Persgroep Nederland) de kamer van ’t Hart uitbeent, is er tijd voor uitleg over het project ‘Volkskrant op tabloid’ in een van de glazen units in het INIT-gebouw in Amsterdam.
Vakgenoten, zo lijken ‘t Hart en Elshout te willen benadrukken, moeten vooral niet denken dat het De Persgroep was die de Volkskrant naar tabloid dirigeerde. Al onder Theo Bouwman (voormalig topman PCM, red.) had de redactie plannen om compact te gaan maar dit stuitte op een ‘nee’ van de toenmalige directie. Reden: het grote aantal advertenties dat met name de zaterdagkrant destijds bevatte, zou tot gevolg hebben dat de krant letterlijk niet meer door de brievenbus zou passen. De krant in zijn geheel op Berliner-formaat (315 mm x 470 mm, tussen tabloid- en het traditionele broadsheetformaat in, red.) drukken was de volgende optie, maar helaas zijn er in Nederland hiervoor geen drukpersen voorhanden.
In mei vorig jaar werd de knoop doorgehakt: de Volkskrant moest in zijn geheel compact worden. Stilzwijgend werd afscheid genomen van ‘V’, de aparte jongerenkrant die hoofdredacteur Pieter Broertjes eind 2008 aankondigde te willen gaan maken.
‘Kort daarna kwam De Persgroep aan boord’, zegt Elshout kort. De rest is geschiedenis: vanaf 29 maart verschijnt de krant vijf dagen per week op – in Nederland gedrukt – tabloid, met in het weekend een bijlage in Berliner, gedrukt in het Belgische Lokeren.
De overgang naar compact kent aldus een lange geschiedenis en is tot achter de komma onderzocht. Onder mediaplanners, die de keuze voor tabloid zeiden te waarderen. Maar vooral ook bij de lezers. ’t Hart: ‘Uit onderzoek afgelopen najaar aan de hand van dummy’s bleek dat we bij het grootste deel van de lezers met het verkeerde formaat binnenkwamen. Driekwart wil compact. 15 procent van de lezers maakt het niet zoveel uit en 10 procent staat niet te juichen.’ Maar na lezing van de dummy was 100 procent van het testpanel enthousiast, aldus ‘t Hart. ‘Het is bijna eng.’
Ook de reacties bij de abonnees op de aankondiging van tabloid vielen mee. ’t Hart: ‘Er belden ongeveer tachtig voornamelijk oudere lezers, die overwegend enthousiast reageerden. We kregen wel tips in de trant van: “Als jullie maar niet gaan nieten of foto’s over de vouw leggen.” We konden ze geruststellen. Dat doen we zo weinig mogelijk.’
De drukproeven van de tabloid aan de wand laten op het eerste gezicht weinig verandering zien. Een knappe prestatie van artdirector Rigtje Hehenkamp. In het ontwerp van de Berliner-bijlage werd zij bijgestaan door artdirector Mark Porter van The Guardian. De letter, de meeste rubrieken (op de terugkeer van een apart katern Boeken na) en de uitstraling van de krant wijzigen nauwelijks. Maar dat is schijn. Aan de achterkant heeft een flinke reorganisatie plaatsgevonden die de krant een newsier en urgenter uitstraling moet geven. Waar voorheen in de kunstbijlage – op de dag van verschijning – nog wel eens een nieuwsbericht met voorpaginapotentie werd ontdekt, moet het bij tabloid behorende in- en uitsysteem (waarbij de vervaardiging van stukken wordt gescheiden van de indeling van de krant) er voor zorgen dat ook het nieuws van de deelredacties in de ‘voortrein’ (de eerste vijf pagina’s) komen te staan. De voorpagina zelf wordt soberder, zonder weerbericht en inhoudsopgave, maar bevat toch ruimte voor de aankondiging van meerdere grote nieuwsitems, naast een hoekje voor een nieuwe – nog onbekende – columnist. Aaf Brandt Corstius schrijft iedere dag een column op de achterpagina. Columnist Bert Wagendorp wisselt dagelijks af met Ronald Giphart op pagina 3.
De flexibiliteit van de krant bij grote nieuwsgebeurtenissen wordt groter – een uitdrukkelijke wens van De Persgroep – maar de deelredacties, met in principe vastgelegde aantallen te leveren pagina’s, blijven bestaan. Het lijkt een compromis tussen de wens van de Volkskrant-redactie en het ‘evangelie van Smeets’, dat grote flexibilteit van de redactie predikt. De methode is afkomstig van directeur/uitgever Jaak Smeets van De Persgroep – die als vooruitgeschoven post uit Kobbegem fungeert voor alle door topman Christian van Thillo overgenomen krantenredacties. Smeets was al lang voor De Persgroep besloot PCM over te nemen in beeld bij de Volkskrant om hen te adviseren bij de overstap naar tabloid. In zijn visie moeten deelredacties en gespecialiseerde redacteuren kunnen excelleren wanneer actualiteit en lezer daarom vragen. Veel kolommen op een prominente plek dus voor de buitenlandredactie wanneer de G8 vergaderen of er zich ergens ter wereld een terroristische aanlag voordoet. Een volgende dag krijgen de collega’s van andere deelredacties volop de ruime als onderwerpen op hun terrein urgente aandacht vragen.
Een andere werkwijze dus, waaraan de Nederlandse redacties nog moeten wennen. Hoofdredacteur Yves Desmet van de Belgische kwaliteitskrant De Morgen omschreef het gebrek aan flexibiliteit op redacties dat de Belgen bij de voormalige PCM-titels zeiden te ontwaren als ‘een typisch Nederlands’ probleem (De Journalist nr.3, 31.07.2009): ‘Ik zeg altijd: Nederland heeft betere journalisten, maar België heeft betere krantenmakers’. ’t Hart reageert getergd, als werd hij persoonlijk aangevallen: ‘Wat een onzin. Hoe kun je nu betere kranten maken met slechtere pennen?’, repliceert hij. En : ‘We zullen laten zien dat we net zo goede krantenmakers hebben en betere pennen.’
Ook over rol en functie van de webredactie bestond verschil van mening tussen de Persgroep en de Volkskrant-redactie. Topman Van Thillo ziet print en online als twee totaal verschillende media die inhoudelijk nauwelijks mogen samenvallen en door verschillende en los van elkaar opererende redacties bemand horen te zijn. De Volkskrant-redactie gaat er echter prat op al in een vroeg stadium te zijn begonnen met een newsroom, die zowel krant als site bedient. ’t Hart, die aan de wieg stond van deze ontwikkeling: ‘We hebben klein maar slim op het web geopereerd. Vergeleken met AD en De Telegraaf doen we het verhoudingsgewijs beter qua bezoekersaantallen.’
Niet zonder trots vertelt hij de Belgische krantenmagnaat ervan te hebben overtuigd ruimte te geven aan dit model en het, samen met de online-afdeling van De Persgroep, verder uit te bouwen. De internetredactie blijft dus overeind en zit pal naast de machtige centrale tafel, de redactie die de krant centraal aanstuurt.
‘Plankenkoorts’ is waardoor de adjunct de afgelopen dagen wel wordt geplaagd. ‘Gelukkig’, licht hij toe, ‘is de redactie enthousiast. Maar het duurt even voordat je tabloid in de vingers krijgt. Het Parool, maar ook het AD en Trouw hebben er lang over gedaan vorm en inhoud samen te laten vloeien. Wij hebben geleerd van hun lessen. Maar het blijft spannend.’
Als hij stiekem even wegdroomt over hoe het zou kúnnen uitpakken, ziet hij de nieuwe krant snel evolueren tot een verbeterde versie van de broadsheet: scherper, met een logischer navigatie en… meer puzzels. ‘Ja, we hebben aan alles gedacht. Het wordt een echte verwenkrant.’
foremus@villamedia.nl
——-


Praat mee