Jodal

— maandag 19 april 2021, 07:05 | 0 reacties, praat mee

Sanne de Boer schreef boek Mafiopoli over de Calabrese maffia

© Maaike Putman

Sanne de Boer woont in het Italiaanse Calabrië en is de eerste buitenlandse journalist die vanuit daar schrijft over de Calabrese maffia. Dat resulteerde in een boek, waarvan de Italiaanse vertaalrechten inmiddels ook verkocht zijn. Hoe komt een ‘blonde buitenlandse’ ertoe om in de ’Ndrangheta te duiken? Haar eigen verhaal. Laatste wijziging: 20 april 2021, 08:25

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Sanne C.M. de Boer. Ook lid worden?

Wat ik me bij de maffia voorstelde, toen ik in 2006 voor het eerst reisde naar Calabrië, het zonnige diepe zuiden van de Italiaanse laars? Ik weet het niet meer. De ’Ndrangheta, de Calabrese maffia, was nog niet wereldberoemd – in tegenstelling tot de Siciliaanse Cosa Nostra, die we al kenden van geliefde Amerikaanse films en gruwelijke bomaanslagen op rechters. De wereldpers had zich nog niet over de lastige spelling van de ’Ndrangheta gebogen. En Italiaanse kranten deden de Calabrese clans nog af als een paar criminele families in bergdorpjes.

Terwijl ik me settelde in het betoverend mooie Calabrië, zag ik hoe de rest van Italië zich steeds bewuster werd van een ernstige vergissing. ’Ndrangheta-clans waren in stilte al lang stevig geworteld geraakt in noordelijke steden als Milaan. Heel bewust bleven ze onder de radar door gangster chic en ander uiterlijk vertoon te mijden, maar intussen waren ze dankzij hun groothandel in ­cocaïne de rijkste en machtigste Italiaanse maffia geworden. Ook over de grens dook de ’Ndrangheta steeds vaker op. Zo werd de dader van een zesvoudige moord in Duitsland in een rijtjeshuis in Diemen gearresteerd. Hij bleek er al anderhalf jaar met zijn gezin te hebben gewoond.

Die eerste jaren in Calabrië werkte ik als eindredacteur op afstand voor Nederlandse opdrachtgevers en had daarnaast mijn handen vol aan het opknappen van een vervallen huis met prachtig uitzicht op zee. Ik hield het nieuws over de ’Ndrangheta bij en het viel me op dat ook andere bij verstek veroordeelde moordenaars en voortvluchtige drugscriminelen in Nederland werden gearresteerd. Rotterdam bleek op hun smokkelroute een essentiële haven. Volgens experts speelde Nederland in het succesverhaal van de ’Ndrangheta een sleutelrol, omdat het de doorvoer van veel drugs en zwart geld mogelijk maakte en een ideale schuilplek bood voor wie uit het zicht wilde blijven van de opsporingsdiensten.

In mijn omgeving leerde ik de luidruchtiger kant van de ’Ndrangheta kennen. Voor de zeggenschap over het achterland van 45 kilometer kust, waar mijn dorp middenin lag, werd het bloed van tientallen mensen vergoten. De ’Ndrangheta-clans die zich het langst staande hielden, persten de lokale ondernemers af en bemanden het lucratieve bosbeheer in de bergen. Het Calabrese OM boog zich over de vete en er werden ook figuren uit mijn dorp opgepakt. Hoewel het geruststellend was dat ze voor een paar jaar achter de tralies verdwenen, wist ik dat ik me geen illusies hoefde te maken dat ons dorp daarmee ook van maffiose territoriumdrift was bevrijd.

Intussen werd in Nederland het nieuws over de arrestaties van ’Ndrangheta-moordenaars en -drugscriminelen snel vergeten. Maffia bleef in Nederland een ‘Italiaans’ probleem: een zaak van de Zuid-Italiaanse onderwereld die voor ons land geen consequenties had. Ik wilde aantonen dat het net iets ingewikkelder lag. En toen mijn huis eenmaal bewoonbaar was, had ik tijd om journalistieke reportages te gaan maken.

Over mijn werk kon ik met bijna niemand in mijn dorp spreken. De ’Ndrangheta was voor mijn buren een taboe-onderwerp, niet alleen vanwege het gevaar maar ook omdat het pijnlijk was. De ouderwets en provinciaals ogende maffia was zeer goed aangepast aan de geglobaliseerde economie en dankte aan het buitenland haar economische groei. De onderdrukking door de clans, hun ijzeren greep op het territorium, hield Calabrië intussen arm en onderontwikkeld. Buitenlands toerisme kreeg bijna geen kans.

Tot overmaat van ramp kreeg de Calabrese bevolking vaak ook nog de schuld. In de media werd ze geregeld weggezet als een maffioos of in elk geval medeplichtig volk. Ik zag een andere realiteit: een fatsoenlijke meerderheid die gebukt ging onder de openlijke intimidatie en het geraffineerdere machtsmisbruik van een criminele minderheid. Er waren wel degelijk mensen die in verzet kwamen, maar dat werd direct bestraft met bedreigingen of erger.

Ik leef liever met een beetje angst dan dat ik mijn boek niet had geschreven

Met de blik van een betrokken buitenstaander wilde ik clichébeelden over de maffia doorbreken en nieuwe perspectieven toevoegen. Ik wilde de impact aantonen van een criminele multinational die als zodanig in het buitenland nog niet werd herkend. In Calabrië mag de ’Ndrangheta dan vaak nog met geweld haar macht over het territorium handhaven, buiten Italië gebruikt ze zo min mogelijk openlijk geweld zodat ze onzichtbaar blijft. Ik wilde de schutkleuren van de ’Ndrangheta onthullen. Met mijn artikelen en items voor tv en radio vond ik echter dat ik daarmee niet ver genoeg kwam. Hoe nieuw het onderwerp voor het Nederlandse publiek ook was, reportages waren meestal te kort om de verschillende gezichten van de ’Ndrangheta te tonen.

Er waren momenten dat ik twijfelde of ik ermee door moest gaan. Een veroordeelde ’Ndrangheta-baas uit mijn dorp liet vanuit de gevangenis een lokale journalist bedreigen omdat die over zijn juridische problemen had geschreven. Zelf schreef ik niet in het Italiaans of voor lokale kranten en ik was behoorlijk discreet over mijn werk, maar ook niet anoniem. Als blonde buitenlandse viel ik juist ontzettend op. Toch lukte het me niet om over andere dingen te gaan schrijven. De verhalen van de mensen die ik in al die jaren had leren kennen lieten me niet los. En de vorm waarin ik ze uiteindelijk het beste kon vertellen, besloot ik, was een boek.

In mijn werkkamer met uitzicht op zee begon ik aan uitgebreid verdiepend onderzoek. Ik bestudeerde strafdossiers, duizenden pagina’s juridische stukken, beluisterde opnieuw de interviews uit mijn archief. Ik nam weer contact op met de mensen die ik al eerder had gesproken en ging op pad voor nieuwe gesprekken met experts, slachtoffers en officieren van justitie. Helaas is weerwoord halen bij maffiosi nauwelijks een optie vanwege de omertà, de eerste regel van de ’Ndrangheta die op straffe van de dood zwijgzaamheid voorschrijft.

Wel kon ik het verhaal vertellen van een spijtoptant, de voormalige leider van een prominente ’Ndrangheta-clan. Op een geheime locatie had ik hem ontmoet met zijn vrouw en jonge kinderen, die vanwege doodsbedreigingen en een slecht functionerend getuigenbescherming programma in grote angst en onzekerheid leefden.

De kroongetuige vertelde me hoe hij als zoon in een ’Ndrangheta-familie met een soort militaire training werd klaargestoomd voor zijn functie voor de clan. Hij legde uit hoe zijn familie hem ook een tijdje naar Noord-Italië stuurde, zodat hij zich daar de omgangsvormen uit de zakenwereld kon eigen maken. Hij benadrukte de aanvankelijke aantrekkingskracht van de inwijdingsrituelen met archaïsche spreuken en religieuze symboliek, en de onontkoombaarheid van de ‘regels van eer’. Niet alleen aan zijn familie heeft hij nu een levenslange vijand, maar ook aan handlangers in het bedrijfsleven en in de politiek die hij met zijn getuigenissen heeft ontmaskerd.

In Italië zijn door de slinkse invloed van de maffia het legale en illegale bedrijfsleven steeds minder makkelijk van elkaar te onderscheiden. Soms ook in Nederland. Zo had de ’Ndrangheta op de Aalsmeerse bloemenveiling lange tijd een dekmantelbedrijf, waarmee ze niet alleen geld wit waste en belasting ontweek, maar met frauduleuze bedrijfsvoering ook faillissementen veroorzaakte van Nederlandse bloementelers.

Met mijn boek heb ik de lezer een diepgaande introductie willen geven van waar de maffia zich vandaag de dag wereldwijd mee bezighoudt. Door verhalen te vertellen, niet alleen van criminelen maar ook van wie tegen ze in verzet komt, heb ik willen laten zien tot hoever de invloed van een criminele organisatie als de ’Ndrangheta op de maatschappij reikt. Als de ondermijnende invloed op de democratie vrij spel krijgt, kan ontstaan wat met een Italiaans neologisme een ‘Mafiopoli’ wordt genoemd: een samenleving die bestuurd wordt door maffiose belangen.

In vijftien jaar heeft de Calabrese maffiabestrijding grote stappen gezet. Momenteel is de grootste ’Ndrangheta-­strafzaak ooit gaande, tegen 355 verdachten. Opvallend hoog is het aandeel van witteboordencriminelen, waaronder politiecommandanten en lokale, regionale en nationale bestuurders. Dit soort megaprocessen in Italië hebben echter nauwelijks blijvende impact als alertheid in het buitenland blijft ontbreken.

Nederland wordt sinds een paar jaar met een steeds zwaarder niveau van geweld van de georganiseerde misdaad geconfronteerd. Het gaat daarbij met name om criminele groepen van eigen bodem, die natuurlijk wel in contact staan met een internationaal netwerk. Het bewustzijn van de ondermijnende invloed van drugs­criminaliteit neemt in elk geval toe.

Mijn boek kwam eind oktober uit, kort voordat de strengere lockdown begon. Boekhandels mogen dan dicht zijn, maar mensen hebben meer tijd om te lezen. En ook om attente berichten te sturen. Ik ben verrast door de hoeveelheid lezers die me schrijven dat ze het waarderen dat ik heb verteld over een verborgen wereld die ze nog niet kenden, en dat ze met een andere blik naar het Nederlandse nieuws zijn gaan kijken. Ook komen er veel verzoeken voor online lezingen en heb ik het getroffen met de aandacht in de media. Een optreden in een Belgische talkshow leverde me drie weken een plek op in de Top-10 van de Belgische boekhandels, die wel open bleven.

Inmiddels is ‘Mafiopoli’ al voor de zesde keer gedrukt en zijn de Duitse en Italiaanse vertaalrechten verkocht.

Hoe gevaarlijk het voor mij is? Daar wil ik niet lichtzinnig over doen, maar ook niet dramatisch. De vraag is niet een-twee-drie te beantwoorden. Ik ben de eerste buitenlandse journalist die in Calabrië woont en over de ’Ndrangheta schrijft. Ik ben heel zorgvuldig geweest in mijn onderzoek. En ik leef liever met een beetje angst dan dat ik mijn boek niet had geschreven.

 

Sanne de Boer (1979) publiceerde het boek ­‘Mafiopoli: Een zoektocht naar de ­’Ndrangheta, de machtigste maffia van Italië’ (Nieuw Amsterdam, 2020). Ze woont sinds 2006 in Calabrië en is de eerste buitenlandse journalist die vanuit daar schrijft over de Calabrese ­maffia. Als free­lancer werkte ze voor onder meer De Correspondent, Nieuwsuur, ­Reporter ­Radio, de VPRO, OneWorld en Italië Magazine.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.