foj 2019

— zaterdag 7 april 2012, 12:59 | 0 reacties, praat mee

‘Poppy’, een ode aan de achtergrondjournalistiek

Al bijna twintig jaar komen journalist Antoinette de Jong en fotograaf Robert Knoth in Afghanistan. De weerslag daarvan is nu te vinden in een boek en een tentoonstelling onder de titel ‘Poppy: Trails of Afghan Heroin’. ‘Als je de wereld wilt vertellen wat er in dit soort conflictgebieden gebeurt, kan dat bijna niet zonder gevaar voor eigen leven.’

‘Ik weet nog goed dat ik de vlakte van Jalalabad zag vanuit Pakistan’, vertelt Antoinette de Jong. Met de bus rijdt ze in 1993 voor het eerst Afghanistan binnen. ‘Opeens verschijnen dan de papavervelden. Het was net voorjaar en de planten stonden volop in bloei; een prachtige zee van roze en witte bloemen. Dat vond ik toen al een schokkend beeld. Zo open en bloot, alsof je bij ons langs de aardappelvelden rijdt.’ De foto die Robert Knoth jaren later maakte van de bloemenzee vormt nu de romantische ogende openingsfoto van hun boek, dat een rauw verslag in tekst en beeld van de heroïnehandel schetst.

Na haar eerste kennismaking met de Afghaanse papaver, blijft De Jong het gebied volgen. In fotograaf Knoth vindt ze daarna een compagnon. Samen zien ze dat de Taliban de regio langzaam onder controle krijgt, tot president George W. Bush in oktober 2001 de war on terror uitroept.

De Jong: ‘Toen we in 2002 terugkwamen, zagen we dat de papaverproductie enorm gestegen was. Alles wat de Taliban had uitgeroeid, was weer terug. Na jarenlang onderzoek, maakten we daar een reeks achtergrondartikelen voor NRC Handelsblad over. Die verschenen uiteindelijk pas in 2010 in de krant. Snel daarna realiseerden we ons dat dit verhaal niet past in een paar artikelen. De omvang van deze drugsproblematiek is gigantisch. Overal ter wereld zorgt de Afghaanse heroïne voor een spoor van vernietiging. Voor dit project wilden we de tijd nemen om dat in kaart te brengen.’

De Jong leert fotograaf Knoth halverwege de jaren ’90 kennen. Hij wil net als De Jong naar Afghanistan en zoekt contact. Knoth werkt op dat moment voor Nieuwe Revu en wordt geregeld uitgezonden. Hij heeft een voorkeur voor de zwarte plekken op de kaart en is eerder onder meer naar Somalië geweest om de burgeroorlog daar te verslaan. Robert: ‘Voor mij was Afghanistan een mythisch land. Daar ging in die tijd niemand heen, dat fascineerde me.’ De twee besluiten samen te vertrekken. Het is het begin van een jarenlange samenwerking, waarvan dit project – dat bijna twintig jaar beslaat – de grootste vrucht is. Robert: ‘In die tijd hebben we een enorme hoeveelheid materiaal verzameld. Met ‘Poppy’ proberen we een soort tijdlijn neer te zetten. Die laten we lopen vanaf eind jaren ’70, toen de Sovjettroepen Afghanistan binnentrokken. Hierin wordt duidelijk hoe belangrijk de drugshandel is in deze regio en wereldwijd.’

Door al die informatie naast elkaar neer te leggen, kantelt het beeld dat veel mensen van Afghanistan hebben. Want in de media komt de regio er volgens het duo vaak bekaaid vanaf. Steeds opnieuw ligt de focus op het religieus fanatisme en de terroristische aanslagen. ‘Dat is nogal kortzichtig’, vindt Knoth. ‘Zelf kijken wij graag naar het economische verhaal. Als je ontdekt wie er geld verdienen in een gebied en hoe ze dat doen, kun je redelijk snel plaatsen waar het uiteindelijk om gaat. In dat hele grensgebied met Pakistan is een gigantische zwarte economie met drugs- en wapensmokkel. Dat speelt een enorme rol in de oorlog.’ Hij vindt het spijtig dat voor die achtergrond in de media maar weinig aandacht is. ‘Al is het zeker niet simpel om over dit complexe onderwerp uitgebreid te publiceren.’ De Jong: ‘Wij hebben echt de tijd genomen. Weinig journalisten kunnen dat. Wel zien we gelukkig dat media zoeken. In een tijd waarin het nieuws al verouderd is als het geprint wordt, kiezen sommige kranten een duidelijke richting. Zoals NRC nu doet; door te investeren in goede, diepgaande journalistiek.’

De rol van de media in conflictgebieden is groter geworden, zien Knoth en De Jong. Steeds vaker zijn journalisten doelwit van strijdende partijen. Knoth: ‘Of je dat nu wilt of niet, je beïnvloedt als correspondent een conflict dramatisch. Overal waar verslaggevers komen, worden zij onderdeel van het spel. Het moment dat media zich stationeerden in Libië, was de ‘trigger’ voor de NAVO om in te grijpen. Door die toenemende macht is oorlogsverslaggeving nog gevaarlijker geworden. Sommige gebieden worden als zo onveilig beschouwd dat opdrachtgevers niet langer afnemen. Iets wat nog maar een maand geleden gebeurde bij collega Hans Jaap Melissen, toen hij door de NOS aan de kant werd gezet vanwege de gevaarlijke situatie in Syrië.’ De Jong: ‘De angst voor slachtoffers is veel groter geworden. Daar spelen ook financiële motieven in mee, want als iemand goed verzekerd is, zie je dat opdrachtgevers veel makkelijker afnemen. Ergens is het begrijpelijk dat redacties bezorgd zijn, maar risico’s zijn inherent aan het werk dat wij als journalisten moeten doen. Als je de wereld wilt vertellen wat er in dit soort conflictgebieden gebeurt, kan dat bijna niet zonder gevaar voor eigen leven. Ook wij kwamen weleens in lastige situaties terecht, maar wisten daar door ons goede netwerk en een beetje geluk weer uit te komen. Als je het risico weg haalt, neemt de kwaliteit van de producties echt af. Wat je nu vaak ziet is een soort aanwezigheidsjournalistiek van mensen die wel een land binnenkomen, maar hun hotel in de hoofdstad niet uitkomen. Dan kun je bijna net zo goed in Amsterdam zitten, toch?’

Door deze ontwikkeling ontbreekt het steeds meer aan eigen verhalen uit conflictgebieden, vinden de twee. En daarmee is ook de onpartijdigheid van de media aan het verdwijnen, omdat ze vaak niet meer door beide partijen worden ingelicht. De Jong: ‘Ik kan me ontzettend ergeren aan de huidige berichtgeving over conflictgebieden. Dan heeft een journalist het over “de bevrijde stad Benghazi”. Als je zo’n woord gebruikt heb je al stelling genomen in het conflict.’ Knoth vult aan: ‘Het is steeds gekleurder geworden. Dat is ook een van de redenen waarom het voor verslaggevers steeds gevaarlijker wordt. De Taliban is er bijvoorbeeld van overtuigd dat het voor hen niets uithaalt om met de media te praten. Dat betekent toch dat je als journalist iets niet goed doet.’

Met ‘Poppy’ willen De Jong en Knoth een uitgebreid beeld schetsen van de situatie, zonder daar conclusies aan te verbinden. Om mensen bij te brengen dat ze geen genoegen moeten nemen met het oppervlakkige beeld dat hen via het gewone nieuws toekomt. De Jong: ‘Afghanistan is nog lang niet af van alle chaos. Ook niet als de troepen vertrekken. Wij hopen met dit project te laten zien dat zij daar niet zelf alleen verantwoordelijk voor zijn, maar dat de Westerse wereld ook een duidelijk aandeel heeft in dat conflict. Daarbij is “Poppy” een ode aan de achtergrondjournalistiek, speciaal bedoeld voor iedereen die net als ons verlangt naar meer verdieping naast het nieuws.’

Het spoor van de Afghaanse heroïne
Jarenlang onderzochten fotograaf Robert Knoth en journalist Antoinette de Jong de handelsroute van de Afghaanse heroïne wereldwijd. De foto’s, filmpjes, artikelen, verhalen en geluidsfragmenten die zij verzamelden vormen de kern van de tentoonstelling ‘Poppy’ (introductiefilm: http://tek.st/20) en het gelijknamige boek (preview: http://tek.st/1z)
Bezoekers van de expositie komen binnen in een grote projectie­ruimte met vier schermen. Losse beelden, flarden van gesprekken, soundbites, You Tube-filmpjes en een voice-over schetsen de heroïne­handel en aanverwante problematiek. Een ruimte verder volgt achtergrondinformatie, samen met een grote collectie indrukwekkende foto’s. ‘Voor veel bezoekers zal het best heftig zijn’, denkt Knoth. ‘Over vier schermen wordt een rauw beeld geschetst van de situatie. Voor ons als makers is die film echt verbonden met het boek. Wil je hem van a tot z snappen, dan moet je het boek uiteindelijk wel lezen.’ Daarin beschrijven ze dan ook uitgebreid hoe ze vanaf de papavervelden in Afghanistan achter het spoor van heroïne aan reizen naar het Midden-Oosten, Centraal-Azië, Engeland en uiteindelijk Nederland.
Het boek (YdocPublishing/Hatje Cantz Verlag, € 39,50) is verkrijgbaar in de boekhandel of via www.ydocfoundation.org
De tentoonstelling is tot en met 10 juni te zien in het Nederlands Fotomuseum, gebouw Las Palmas, Wilhelminakade 332, Rotterdam.
www.nederlandsfotomuseum.nl

Bekijk meer van

vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.