Plasterk over kerk en staat
Mediaminister Plasterk heeft Kamervragen van Remkes (VVD) en Van der Ham (D66) beantwoord over de toewijzing van zendtijd aan kerkelijke en/of levensbeschouwelijke omroepen, en in hoeverre kerk en staat gescheiden blijft. Plasterk noemt toegang tot het bestel (iets dat in Nederland al sinds 1957 is geregeld) een "nuttige maatschappelijke voorziening". De programma's voorzien volgens de minister in een maatschappelijke behoefte: voor mensen die geen kerk meer kunnen bezoeken of vanuit huis kennis willen nemen van opvattingen en godsdienstbeleving. Zolang de staat zich niet bemoeit met de inhoud van programma's, is er niet veel op dergelijke programma's tegen. Remkes stelt dat het Commissariaat voor de Media (CvdM), dat zendtijd toebedeelt zich (al dan niet onbedoeld) toch met de kerk bemoeit. Plasterk "begrijpt de vraag, maar deelt de vrees niet" omdat het CvdM handelt op basis van de Mediawet. Het CvdM kijkt bij toewijzing van zendtijd naar de grootte van de achterban, maar vooral "of de bestuurlijke inrichting voldoet aan de eisen van goed bestuur en dat de administratieve organisatie zodanig is ingericht dat de rechtmatige besteding van omroepmiddelen is gewaarborgd." Meer in de brief, hier te downloaden in .pdf-formaat.


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.