— vrijdag 6 mei 2011, 10:00 | 0 reacties, praat mee

Media zwijgen zelfmoord dood, tenzij…

Berichten over zelfdoding kan leiden tot imitatiegedrag. Daarom moeten media voorzichtig handelen, waarschuwt psychiater Cornelis van Houwelingen, die op vrijdag 17 mei promoveert op het onderwerp suïcide op het spoor.

Bij de hulpdiensten stond de telefoon roodgloeiend toen vorig jaar acteur Anthony Kamerling zelfmoord pleegde. Hoogleraar psychologie Ad Kerkhof waarschuwde in de Volkskrant voor een golf aan zelfdodingen.

‘Er was inderdaad sprake van een toename’, zegt psychiater Cornelis van Houwelingen, die wijst op een verband met de publicaties. ‘Dat er imitatie-effecten zijn na media-aandacht is een goed gedocumenteerd feit. Hoe dat precies in zijn werk gaat, begrijpen we nog niet goed. Daarom is mijns inziens terughoudendheid op zijn plaats.’

Er zijn significante voorbeelden die Van Houwelingen gelijk lijken te geven. ‘Een nieuwe krant in Taiwan wilde een positie veroveren door zeer intensief te berichten over zelfdodingen met bijbehorende foto’s. Andere kranten gingen hetzelfde doen, in een poging hun marktaandeel op peil te houden. Het gevolg was dat het aantal zelfdodingen toenam.’

Het tweede voorbeeld komt uit Oostenrijk. De media daar berichtten langere tijd intensief over zelfdodingen op metrosporen. Het aantal zelfdodingen nam toe. ‘Toen de berichtgeving werd teruggeschroefd op verzoek van hulpverleners nam het aantal zelfmoorden af met 75 procent’, aldus Van Houwelingen.

De psychiater analyseert op verzoek de berichtgeving over een recente gebeurtenis vorige week. In België pleegde een jongen van 12 jaar zelfmoord. De tiener leed erg onder de scheiding van zijn ouders. Het Laatste Nieuws (HNL) ging met de primeur aan de haal en bombardeerde het nieuws tot opening van de krant. ‘12-jarige verhangt zich omdat hij scheiding niet kan verwerken’, met op pagina 4 een vervolg, met de nodige details en inclusief een foto van hulpverleners bij de ouderlijke woning van de jongen. Tot slot meldde HLN naam en telefoonnummer van een hulpverlenende instantie. Het Belang van Limburg (HBVL), die de scoop miste, koos de volgende dag voor een andere insteek. Uitgebreid ging de krant in op de hulpverlening, met tips voor ouders over de opvoeding.

Van Houwelingen geeft HLN een 3 voor de berichtgeving, HBVL een 8. ‘Het artikel in HBVL vond ik zorgvuldig en informatief. Ook het kader bevatte relevante informatie, waarmee een lezer toegerust wordt met bagage waarmee hij/zij beter dergelijke problematiek het hoofd kan bieden. Het artikel van HLN vond ik te gedetailleerd, met verwijzingen naar emoties. Het biedt voor jonge lezers veel aanknopingspunten voor identificatie en weinig steun voor hulp, behalve dan de uiterst summiere verwijzing naar de hulplijn. Een foto van politie of hulpverleners voor de deur van de woning is onnodig dramatiserend.’

12 procent van het aantal suïcides in Nederland vindt plaats op het spoor. Doel is om het aantal zelfdodingen – vorig jaar waren het er tweehonderd – zoveel als mogelijk terug te dringen. Daar hoort een prudente berichtgeving bij, zegt woordvoerster Anna Kodde van spoorbeheerder Prorail. ‘We realiseren ons dat er over geschreven wordt. Een suïcide op het spoor vindt vaak plaats voor het oog van publiek en treft veel mensen. Teveel aandacht in de media over het spoor als “succesvol” middel voor zelfdoding kan echter kopieergedrag in de hand werken en dat willen we voorkomen.’

Kodde is over het algemeen te spreken over de terughoudende opstelling van media. ‘Als er een ongeval heeft plaatsgevonden en wij kunnen bevestigen dat het suïcide betreft, dan berichten media er meestal niet over. Regionale omroepen geven vaak wel de vertraging aan, met de vermelding “aanrijding met persoon”, want reizigers moet je natuurlijk wel informeren. De regionale pers stelt vragen over suïcidecijfers in regio’s, provincies, steden zodat daarmee risicolocaties in beeld komen. Die cijfers geven wij niet, omdat het in beeld brengen van risicolocaties imitatiegedrag in de hand kan werken.”

Psychiater Van Houwelingen en Kodde wijzen op het bestaan van mediarichtlijnen wereldwijd, opgesteld door instanties, zoals de Ivonne van de Ven Stichting in Nederland. Wanneer bijvoorbeeld een bekend persoon zelfmoord pleegt, is het goed om aandacht te besteden aan de mogelijk behandelbare psychische problemen van de overledene, stelt de stichting.

Van Houwelingen: ‘Mensen met psychische problemen identificeren zich met slachtoffers. Een sensationeel bericht in de krant kan het laatste zetje betekenen. Kranten zouden zelfdoding in een maatschappelijke context moeten plaatsen, met aandacht voor hulpverlening in plaats van details. Een algemene richtlijn voor journalisten zou ik toejuichen.’

Dat laatste lijkt ver weg. Mediabedrijven varen hun eigen koers. De stelregel luidt dat ze zelfmoord niet melden, tenzij. Dat tenzij staat voor tal van uitzonderingen.

Het Algemeen Dagblad schrijft tegenwoordig vaker over zelfmoord dan vroeger.

‘De nieuwsstroom is veranderd’, schetst hoofdredacteur Peter de Jonge het verschil. ‘We leven in een compleet andere tijd. Met de komst van sociale media ligt het nieuws meteen op straat. Daar kun je als krant de ogen niet voor sluiten. Ook is zelfmoord niet meer zo’n groot taboe. De samenleving is opener geworden.’

De Jonge kent de onderzoeken waarin wordt gewaarschuwd voor imitatiegedrag. ‘Het is net zo bewezen als onbewezen. Neem die jongen van 21 die van de Toren van Pisa sprong. Een toeristische trekpleister. Het incident is door zoveel mensen gezien. Dat wij als krant mensen op een idee brengen door erover te berichten, vind ik echt te ver gaan.’

Hij haalt het voorbeeld aan van een vader die zich met zijn twee kinderen voor de trein gooit. ‘Een hoop beroering tot gevolg. Twitter staat er meteen vol van. Dan kun je als krant toch niet zeggen, daar berichten wij niet over? Onnodige details laten we daarbij achterwege, het moet immers geen handleiding worden, en ook met foto’s zijn we terughoudend.’

Het is telkens opnieuw een afweging maken. Soms wordt er een verkeerde beslissing genomen, geeft De Jonge toe. ‘Een paar maanden geleden gaf de politie een AMBER Alert uit over een vermiste vrouw. Dat was door veel mensen gelezen. De vrouw had een eind aan haar leven gemaakt. Dat hebben we gemeld, met foto waarop te zien is dat een metalen kist in de lijkwagen wordt geschoven. De familie reageerde geschokt, vanwege de confronterende foto. Zo’n foto moet een wezenlijke aanvulling vormen op het bericht. Dat was in dit geval niet zo. We hebben dan ook onze excuses aangeboden aan de familie.’

Hart van Nederland (SBS) kreeg vorig jaar fikse kritiek te verduren na een bericht in het Noord-Hollands Dagblad over een vermeende golf van zelfmoorden in Andijk. De gemeente organiseerde een bewonersbijeenkomst in een poging om de rust te herstellen. Op dat moment trok een cameraploeg van SBS door het dorp om jongeren te interviewen. Hoofdredacteur Marc van der Ree. ‘Ik snap dat mensen geschrokken waren. Op dat moment komt nieuws heel erg dichtbij. Als je er verder vanaf staat is het een andere discussie. Hetzelfde geldt voor mensen die ongewild in het nieuws komen, bijvoorbeeld door een ernstig ongeluk. Voor nabestaanden zijn de beelden confronterend, maar het is wel nieuws.’

Hart van Nederland heeft geen richtlijnen, zoals het Algemeen Dagblad die wel heeft. Bij ieder incident wordt er gewikt en gewogen. Van der Ree: ‘Ik gelooft niet in copycat-gedrag, maar we houden er wel rekening mee in onze berichtgeving. De redactie maakt telkens zijn eigen ethische afweging. Over de zelfmoord van Kamerling werd zoveel gesproken, dat automatisch het privé-karakter werd overstegen. Bij een anoniem persoon was dat anders geweest. Maar het is wel weer nieuws als een anoniem iemand voor de trein springt op een plek waar veiligheidsmaatregelen zijn genomen om suïcide juist te voorkomen. Een zelfmoord in een gevangenis is geen nieuws, wel als de zelfmoord samenhangt met mensonterende toestanden.’

De redactie voelt zich opgejaagd door de sociale media, beaamt Van der Ree. Toch probeert Hart van Nederland zoveel mogelijk zijn eigen koers te varen. ‘Neem de uitgeprocedeerde asielzoeker die zichzelf in brand stak op de Dam. De beelden van de man in vlammen circuleerden volop op internet. Wij hebben die niet uitgezonden. Wat dat betreft zie ik een duidelijk verschil. Op internet zoeken mensen gericht naar informatie. Op televisie kun je er stom toevallig mee geconfronteerd worden. Dat vonden wij niet kies. Daarom kozen wij voor beelden van de hulpverleners.’

cop 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.