foj 2019

— vrijdag 21 september 2012, 15:11 | 0 reacties, praat mee

Liever een vlotte generalist dan een stroeve specialist

Argos-TV, de televisietak van de gezamenlijke multimediale onderzoeksjournalistieke redactie van Human en VPRO, zendt deze weken de 6-delige televisieserie Medialogica uit. Hoofdredacteur Marc Josten licht toe hoe ‘de wastrommel van de media alle truitjes van kleur doet verschieten.’

In zijn benauwde kamertje met uitzicht op de Kloveniersburgwal, geflankeerd door stapels ongelezen kopij en beduimelde manuscripten, speelde onze adjunct hard spel.Samen met een collega-redacteur bij Vrij Nederland was ik bezig met een­ – naar onze smaak – onthullende serie over de intriges rondom de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht. De adjunct wilde ons stuk niet plaatsen. Hij kende al die Europese politici en diplomaten niet, zei hij. En als hij deze lieden niet kende dan moesten wij toch begrijpen dat de lezer ze al helemáál niet zou kennen. Hij gebruikte daarbij een zinsnede die ik nu, twintig jaar later, nog kan dromen: de informatie was ‘niet lekker genoeg’. We moesten met hel en verdoemenis dreigen om de serie alsnog in VN te krijgen. Een van onze reconstructies zou later de opening van BBC’s Newsnight zijn. Presentator Jeremy Paxman nam na de openingstune voor het eerst in zijn leven het woord ‘Vrij Nederland’ in de mond en zei : ‘You’ve probably never heard of the Dutch weekly Vrie Nedderlend, but….’ Hetzelfde verhaal bracht het tot de voorpagina van Le Monde. In de wijde omgeving van de Raamgracht, waar de VN-redactie nog steeds zetelt, hoorden we zelfs de echo van de kritiek niet meer terug.

‘Niet lekker genoeg’, die uitspraak staat voor mij sindsdien symbool voor het proces waarin de mediawerkelijkheid zich loszingt van de realiteit. Een proces waarin uitsluitend eenvoudige waarheden (en onwaarheden), liefst gedebiteerd door BN’ers, de kolommen en de rubrieken halen. Waarin serieuze talkshows liever dorpsgekken uitnodigen dan deskundigen, waarin vlotte generalisten het winnen van vaak stroevere specialisten, waarin CDA’er Henk Bleker vaker voorbij komt dan CDA’er Ben Bot, of waarin jurist Prem Radakishun meer figureert dan jurist Gerard Spong. Een proces ook waarin serieuze kranten liever ongecheckte royaltyverslaggeving op hun voorpagina zetten (Friso/NRC) dan belangrijke gebeurtenissen in politiek of economie. Of in hun opening neprellen in Gouda verkiezen boven de val van Lehman Brothers. Of waarin, in mijn geval van de Maastricht-serie, de journalistieke ambitie tot waarheidsvinding het dreigde te verliezen van het verlangen het lezerspubliek te behagen. Er is een woord voor dat proces van verkleuren: medialogica.

En er is ook een definitie voor: Het ontstaan van publieke opinie omdat beleidsmakers, journalisten en consumenten zich bewust of onbewust aanpassen aan de kaders en regels van de media.  De definitie is bewust ruim gekozen omdat journalisten zeker niet de enige spelers zijn in dit dynamische proces. Neem die Maastricht-reconstructies van Vrij Nederland: daarbij werden we als journalisten belaagd door lobbyisten, spindoctors en voorlichters.

Dat zat zó: voorafgaand aan het verdrag leed Nederland als EU-voorzitter een grote diplomatieke nederlaag die de geschiedenis zou ingaan als ‘zwarte maandag’. Nederland werd toen door vrijwel al zijn EU-landen weggelachen om zijn veel te federalistische ontwerp voor een toekomstig Europa. Er begon een zwartepietenspel, waarbij diverse lieden het straatje van hun bewindspersoon probeerden schoon te vegen door dat van de ander te bevuilen. Spindoctors maakten overuren om hún waarheid in de media te krijgen. Het was hondsmoeilijk om als journalist níet door al die ‘spin’ meegezogen te worden en het was voor ingewijden niet moeilijk om te zien welke journalisten door welke lobbyisten – met succes – waren bewerkt. Over deze zaak zijn later proefschriften verschenen maar de term medialogica had onze landsgrenzen nog niet bereikt. Terwijl de centrifuge aan alle kanten – zie de acties van de spindoctors, zie de interne verwikkelingen op de VN-redactie – op volle toeren draaide. Iedereen wilde – ook destijds al – de werkelijkheid naar zijn hand zetten, of: lekker maken. Met de waarheid – of behoedzamer geformuleerd: het streven naar objectiviteit – als potentieel slachtoffer.

Het begrip medialogica dook voor het eerst op in 1979 in een publicatie van de Amerikaanse wetenschappers David Altheide en Robert Snow. Hun stelling: ‘Media zijn een sociale kracht in de samenleving die we tegemoet moeten treden als een vorm van communicatie, met zijn eigen systeem van logisch denken. Kortom, een proces met zijn eigen wetmatigheden.’ Deze brede definitie had gevolgen voor het fundamentele onderzoek naar de werking van de media. Want in de Verenigde Staten bestudeerden wetenschappers van the Columbia School of Journalism de media al veel langer op metaniveau, maar de nadruk lag op de werkwijze van de journalistiek en niet op die van het totale krachtenveld. Het is dit krachtenveld waarin de publieke opinie ontstaat, en die is – durf ik zonder voorbehoud te stellen – op dit moment de grootste superpower op aarde. En nu is de cirkel rond: er van uitgaande dat controle van de macht nog steeds het uitgangspunt is van het journalistieke ambacht, en waarheidsvinding het doel, zijn de uitwassen van medialogica bij uitstek geschikt voor journalistiek en wetenschappelijk onderzoek.

Het internationale begrip medialogica bereik­te Nederland in 2006 nadat er tumult was ontstaan rondom ontsnapte tbs’ers. De regering vroeg advies bij de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Die kwam na wetenschappelijk onderzoek tot de conclusie dat er met TBS niet zo veel aan de hand was, maar wel met de beeldvorming rond TBS. Het wetenschappelijke adviesorgaan concludeerde in 2006, in het rapport ‘Ontsnappen aan medialogica’: ‘De berichtgeving in de media over tbs-incidenten neemt toe, terwijl het feitelijke aantal incidenten niet stijgt. Hierdoor ontstaat schreef gegroeide beeldvorming die het zicht dreigt te ontnemen op feitelijke praktijken. Als gevolg hiervan kunnen politici onder druk overgaan tot grootschalige systeemaanpassingen, terwijl subtielere maatregelen mogelijk meer effect geven.’ Kortom, het aantal ontsnapte tbs’ers nam niet toe, alleen het aantal mediaberichten. En die van de realiteit losgezongen mediawerkelijkheid beïnvloedde de perceptie van de waarheid. Alsof je een kopie van een kopie als origineel beschouwt.

Het kan krasser. Er zijn ook voorbeelden van berichten die zo ver van de realiteit afstaan dat we ze moeten beschouwen als kopie zonder origineel. Dat beeld ontstond toen we bij Argos voor onze 6-delige documentaireserie bezig waren met het onderzoek naar de vermeende rellen in Goudse wijk Oosterwei in 2008, rellen waar de PVV volgens de peilingen van die tijd profijt van trok, en die Geert Wilders tot de uitspraak verlokten dat het leger terug moest komen uit Afghanistan om Gouda bij te staan. Maar er waren helemaal geen rellen in Oosterwei. Ja, er had in die tijd wel een overval op een stadsbus plaatsgevonden, maar dat speelde zich af in een andere wijk.

Medialogica in optima forma. Gouda, de ontsnapte TBS’ers: het zijn zaken die als een handschoen passen op de analyse die de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) destijds maakte. Maar er zijn ook medialogische ontsporingen waar de RMO minder oog voor had. Dat waren de excessen die niet in de journalistiek begonnen, maar juist aan de kant van beleidsmakers en hun media-adviseurs. Die eenzijdigheid zorgde er ook voor dat het verder scherpe rapport soms las als een handboek voor de bange beleidsmaker: ‘Zie je wel, dat krijg je nou als je je met dat journaille inlaat.’ Terwijl het juíst vaak die beleidsmakers en lobbyisten zijn die als eersten kopieën zonder origineel de wereld in slingeren. Neem het klassieke geval van de aanwezigheid van massavernietigingswapens die de regering van Bush jr als casus belli verkocht voor de inval in Irak – ze bleken er niet te zijn. Of neem het verhaal van oud-presidentskandidaat Al Gore over global warming, waarin de gretigheid om zijn boodschap te verspreiden het won van de wetenschappelijke onderbouwing waar het ging om het verband tussen CO2-uitstoot en opwarming van de aarde.

De gevolgen van medialogische processen kunnen groot zijn. Negatief en positief:
Gouda kreeg vanwege de rellen die nooit plaats hadden een forse subsidie om de problemen aan te pakken.
Irak kreeg dankzij de niet-aanwezige massavernietigingswapens het Amerikaanse leger op zijn grondgebied.
Al Gore’s ongenuanceerde betoog, entameerde een wereldwijde discussie over de opwarming van de aarde.
En het verdrag van Maastricht – waar ooit zo over is gesteggeld in wandelgangen en op redactievloeren – is nog steeds de basis van wankelend Europa.

Vraag is: wat is het belang om deze processen te ontrafelen? Waarom medialogica onder de loep nemen?
Voor journalisten, omdat wij geacht worden de macht te controleren en er daarom niet aan ontkomen de macht in onze eigen arena te onderzoeken.
Voor beleidsmakers, omdat ze geacht worden het verschil te zien tussen inhoud en vorm, tussen beleid en verpakking, tussen waarheid en gemaakte waarheid.
Voor kijkers, lezers, luisteraars en kijkers: om beter te begrijpen hoe de mediamachine de wereld vervormt en verandert.
En tot slot voor de auteur van dit stuk zelf: om minder vaak in eigen kuil te vallen – door haar beter te leren kennen.

Marc Josten is hoofdredacteur en adjunct-directeur van HUMAN

KIJK & praat mee
Medialogica wordt vanaf 19 september elke woensdagavond uitgezonden op Ned. 2, om 23.00 uur. De zes afleveringen gaan achtereenvolgens over: Gouda, een probleem van 10 miljoen, De Exota-affaire, Medialogica in campagnetijd, De tranen van Mauro, De media en de taakstraf en De media en Europa. Kijk hier de eerste aflevering terug. Op Facebook wordt u uitgenodigd mee te praten.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.