website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Kan dit

Frans Oremus — Geplaatst op vrijdag 3 december 2010, 09:00

Het overkomt mij steeds vaker, middenin een telefonisch vraaggesprek stokt de conversatie. ‘Eh, kan dit off the record?, anders kom ik in moeilijkheden.’ Geïnterviewden of tipgevers die wel informatie willen leveren, maar zonder dat ze genoemd – of herleid – kunnen worden.

De slimste leverancier van off the record informatie vond ik de man die me op het hart drukte hem één keer te quoten in mijn artikel, de keuze van die quote vooraf aan hem voor te leggen en al het andere materiaal dat hij zou leveren per se niet aan hem toe te schrijven. Hij had een belangrijke functie en bleek een schat aan informatie te bezitten. Die overigens wel allemaal gecheckt moest worden, want hij sprak duidelijk voor eigen parochie. Het slimme was dat door hem één keer te citeren – uiteraard een ongevaarlijk quote – degenen die op zoek zouden gaan naar het lek niet snel bij hem uit zouden komen. Hij kwam immers met zijn volledige naam in het verhaal voor.

Het meest ingewikkelde – maar uiteindelijk succesvolle – off the record verhaal dat ik schreef ging over een moeilijke zaak waarin de posities van hooggeplaatste functionarissen op het spel stonden. Geheime, strategische notities op grond waarvan onomkeerbare – en mogelijk onjuiste – beslissingen waren genomen, speelden hierin rol. Een belangrijke taak was dus inzicht te krijgen in deze stukken omdat hiermee het spel dat werd gespeeld duidelijk zou worden. Voor de buitenwereld waren tot nu toe slechts de gevolgen zichtbaar. Tot onvrede van iedereen, ook van de betrokken partijen.

Tal van tipgevers en bronnen lieten een deeltje van hun informatie los, maar hadden een duidelijk belang een eigen spin eraan te geven, en informatie die ze wel hadden achter te houden. Een ‘doorbraak’ ontstond toen onverwacht een van de gevraagde geheime notities werd aangeboden. Alsof ze erop hadden gewacht kreeg ik van andere partijen nu ook stukken overlegd, maar duidelijk niet compleet, of bestaande uit versies die alweer waren achterhaald.

Gek werd ik van deze zaak, niet in de laatste plaats omdat een belangrijke bron – laten we hem George noemen – die beschikte over de meeste informatie van alle mensen die ik in dit proces had gesproken, een onnavolgbaar spel leek te spelen. Zelf leek hij te twijfelen tussen angst ontdekt te worden als tipgever, wat hem (contractueel vastgelegde!) juridische problemen kon opleveren. Maar ook voelde hij zich verantwoordelijk voor een juiste voorstelling van zaken in het verhaal. Naarmate ik meer informatie van andere partijen kreeg werd ­George nerveuzer en voelde hij zijn aanvankelijk stevige invloed op het stuk als sneeuw voor de zon verdwijnen. De rollen draaiden, en waarschijnlijk in een poging grip op me te blijven houden bood hij me aan een ‘strategische visie’ te laten inzien waar ik meerdere keren om had gevraagd, maar wat hij tot dan toe steeds geweigerd had.

We spraken af in een café. Trillend en bezweet – het was een warme zomerdag – legde hij zijn tas ostentatief op het tafeltje tussen ons in. Hoewel het nog niet tegen het middaguur liep verlangde hij geen koffie maar koele witte wijn. De zaak leek er met George vandoor te gaan.

Zenuwachtig haalde hij het stuk uit zijn tas en herhaalde dat ik het slechts mocht inzien. Toen zijn wijn op was vertrok hij (‘dan kun jij even lezen’), nerveus om zich heen kijkend en nadrukkelijk verzoekend of ik op zijn tas wilde letten.

Toen ik van zijn zenuwachtige aanwezigheid was verlost en rustig het rapport op me had laten inwerken, dwaalde mijn blik af naar de tas. Waarom liet hij die eigenlijk hier?, vroeg ik me af. Hij had die tas toch gewoon mee kunnen nemen. Ineens dacht ik aan de andere brief die ik had gevraagd. Zat die in de tas, en zou hij werkelijk willen dat ik die brief daar uit haalde? Of ging de kwestie nu ook met mij op de loop?

Even ging ik in gedachten terug naar mijn eerste, autodidacte jaar in de journalistiek. Als verslaggever van dagblad Cobouw zat ik in de werkkamer van een directeur van een groot bedrijf. Hij wilde een off the record gesprek voeren. Hij sprak over een belangrijk onderzoek dat hij had laten uitvoeren, en wees naar een dikke stapel papier op de vergadertafel. Kort hierop verliet hij de ruimte. ‘Ik ben zo terug’, glimlachte hij.

Ik keek naar de ingelijste kinderen op zijn bureau. Daarna bestudeerde ik lang het systeemplafond. Ook dwaalde mijn blik even naar de stapel papier, het onderzoek. De man bleef erg lang weg. Toen hij eindelijk terugkwam inspecteerde hij de vergadertafel, glimlachte opnieuw en maakte een einde aan het gesprek. Ik had weinig informatie gekregen. Drie dagen later begreep ik waarom. Het Financieele Dagblad pakte op pagina 3 flink uit met het rapport dat op zijn vergadertafel had gelegen. Ai, dit mocht me nooit meer gebeuren.

Vermetel geworden door deze herinnering besloot ik de inhoud van de tas van mijn tipgever te inspecteren, op het gevaar af dat ik hem totaal verkeerd had begrepen. Als een dief opende ik, omzichtig om me heen kijkend, de flap. Hè, daar had je George net. Gelukkig had hij niks gezien. We bespraken kort de inhoud van de ‘strategische visie’ die hij me gegeven had. Hierop vertrok hij weer: ‘Ik moet even rustig bellen. Let jij op die tas?’

Nog geschrokken door zijn plotselinge komst wachtte ik even met opnieuw toe te slaan, maar was vastbesloten. De flap ging weer open. Bovenop lag een glimmend mapje, met daarin exact het andere document waarom ik had gevraagd. Snel pende ik de essentie van het stuk over in mijn kladblok. Gretig graaide ik naar nog meer informatie.

Maar onder het mapje lagen alleen nog privé-paperassen. Oei… dat wilde ik niet weten. Snel stopte ik alles terug, en merkte niet dat hij ondertussen, bijna sluipend, was binnengekomen. ‘He, wat doe je in mijn tas?’, zei hij. Betrapt lachend vertelde ik dat ik precies had gevonden wat ik zocht. Hij speelde verontwaardiging. Daarna dronken we een biertje en kletsten nog wat.

Die avond ging mijn mobiel. Op zakelijke toon zei George dat hij het ‘incident’ eerder die dag niet erg kon waarderen. Verbaasd vroeg ik of hij dat werkelijk meende en of hij niet doelbewust hierop had aangestuurd. Daar ging hij niet op in, maar wilde de toezegging dat ik mijn hoofdredacteur erover zou inlichten.

Geen probleem, dat was ik toch al van plan. Aanvankelijk als hilarisch verhaal, maar langzamerhand vrezend dat ik toch een taxatiefout had gemaakt. Een omgekeerde van die uit mijn begintijd. Of ik had George ten onrechte beoordeeld als betrouwbare tipgever.

Het artikel had ik langzamerhand rond. Mijn bureau lag vol geheime stukken in verschillende versies en geschreven aantekeningen waarop ik met een rode stift kaders trok om de delen die off the record waren gemeld. Drie belangrijke bronnen had ik inzage vooraf beloofd. Er volgde een tijdrovende en ingewikkelde fase van onderhandelen. Hier bleek hoe groot de druk op deze tipgevers was. Mensen worden steeds vaker juridisch verplicht geheimhouding te betrachten, in ruil voor bijvoorbeeld een nette afkoop van een arbeidscontract of het krijgen van verantwoordelijkheid over een project met strategische informatie. Nieuwspoort is met zijn veelbesproken code nauwelijks meer uniek.

De informatie blijkt – na de beloofde geheimhouding – overigens vaak waardeloos. Off the record-informatie garandeert niet per se bruikbare informatie. Ook wordt de journalist wel verward met de psychiater door mensen die simpelweg willen uithuilen over wat hen is overkomen. Laatst, na haar beloftevolle wens om haar niet te zullen citeren te hebben ingewilligd, luisterde ik een kwartier lang naar een opgewonden Nina Brink – met Canadees accent – zonder dat ze ook maar iets interessants te melden had. Wel was er veel emotie. Zoals boosheid. Vijf keer kondigde ze aan dat wat ze nu ging zeggen echt off the record moest blijven. Maar ik kreeg mijn oren niet meer gespitst.

Het werken met off the record informatie stelt me altijd voor dilemma’s. Wat is het belang van de leverancier van de gegevens; kloppen ze, zijn ze volledig en hoe kan je de influistering checken? Er bestaan media die uit principe nooit in zee gaan met anonieme bronnen. Omdat ze moeilijk zijn te verifiëren en het je in een te afhankelijk positie kan brengen. Maar luisteren naar geheime informatie heeft me vaak interessante informatie opgeleverd. Altijd doen dus!, is mijn motto. Het houdt het vak lekker spannend.

En George? Hij hield de druk nog even op de ketel. Hij stuurde een barse SMS met de vraag of ik mijn hoofdredacteur al had ingelicht. Toen ik antwoordde dat ik hem toch verteld had dat ik dat zou doen, reageerde hij: ‘Maar heb je het ook gedaan?’ Op mijn tekst had hij niets aan te merken. En nog geen maand erna hing hij aan de telefoon. Met opnieuw een tip. ‘Maar je hebt het niet van mij’, zei hij erbij. 


——-

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.