Jan Uriot speelt een kleine hoofdrol in zijn boek en moest daar even aan wennen
In de rubriek De Schepping schrijven journalisten zelf over de totstandkoming van hun werk. Na achttien gesprekken met historici, bekende Amsterdammers en kenners van de hoofdstad dacht auteur Jan Uriot wel klaar te zijn met zijn boek 'Onze lieve stad'.
“Verleden, heden en toekomst van Amsterdam. Wie zou het aandurven om daar een boek aan te wijden?” Dat vraagt oud-burgemeester Job Cohen zich af in het voorwoord van mijn boek met de titel ‘Onze lieve stad’. Vervolgens voegt hij eraan toe: “Nee, dit boek schetst geen volledig beeld van de stad. Dat kan natuurlijk ook niet. Maar het boek geeft wel een prachtig beeld van wie en wat Amsterdammers zijn en hoe de stad zich in de loop der eeuwen ontwikkeld heeft.”
Ik durfde het wel aan, omdat ik met de verhalen van achttien mensen als Harmen Snel van het Amsterdams Stadsarchief, Jacques Grishaver, vader van het Namenmonument, Amsterdamse uienkoning Oos Kesbeke, Rudi Cortissos hèt gezicht van Portugees Joods Amsterdam en straatkunstenaar Judith de Leeuw wel genoeg informatie tot mij zou krijgen over de historie van Amsterdam.
Het werden inderdaad bijzondere gesprekken waarin zaken naar voren kwamen waar ik als geboren Amsterdammer nimmer van had gehoord of gelezen.
Blijmoedig, en in de veronderstelling dat het persklaar was, leverde ik het manuscript in bij de uitgever. Die was zeker enthousiast maar miste iets: mijn persoonlijke verhaal. Nu beschreef ik louter een denkbeeldige wandeling langs de geïnterviewden.
Dus schreef ik na mijn bezoek aan het Stadsarchief aan de Vijzelgracht: Na dit lesje geschiedenis van Harmen Snel, tijd voor iets luchtigers. We steken schuin over en lopen binnen bij Patisserie Holtkamp waar ik met Cees Holtkamp niet alleen praat over zijn heerlijke taartjes en croquetten, maar ook waarom tijdens de provo en krakersrellen tot zes keer toe zijn ramen werden ingegooid. Dat woordje WE, werd al een stuk persoonlijker als we er IK van maakte. IK STEEK SCHUIN OVER…
Dat was een kleine ingreep. Een persoonlijk verhaal zou ook welkom zijn. Dat werd uiteindelijk een hoofdstuk over mijn eigen woongeschiedenis in de hoofdstad. Zo werd ‘Onze lieve stad’ toch nog een persoonlijke uitgave waar ik in eerste instantie volstrekt niet aan had gedacht.
Wat zo mooi is geweest bij de totstandkoming van dit boek… alle geïnterviewden dachten met mij mee, kwamen met namen van mensen die ik beslist óók eens moest benaderen. Zo verwees Milou Halbesma, directeur van het Rembrandthuis, mij door naar iemand, waarvan de voorvader de buurman van Rembrandt van Rijn was geweest. Ook moest ik maar eens langs bij de Hortus, want daar staat immers een boom die tijdens de Tweede Wereldoorlog veel narigheid heeft gezien aan de Plantage Middenlaan.
En de boekpresentatie, die kon volgens Milou eigenlijk maar op een plek in de hoofdstad plaatsvinden: het Rembrandthuis! En dat vindt dan ook daar plaats op 20 juni aanstaande.
Jan Uriot (1958) werkte eerder als presentator, nieuwslezer en redacteur bij Radio Noordzee Nationaal. Sinds 2001 is Jan werkzaam bij de Telegraaf/PRIVÉ en heeft hij een wekelijkse rubriek op Telegraaf TV met als titel: ‘Wat vindt Jan?’. Jan heeft vier jaar lang bij het televisieprogramma Goedemorgen Nederland verslag gedaan over de nationale en internationale showbusiness en heeft met Marc-Marie Huijbregts de podcasts: ‘Marc-Marie en Jan zijn voor niemand bang’ en ‘Jan en Marc-Marie op privéterrein’. In 2009 schreef hij dé biografie van Wim Sonneveld.
‘Onze lieve stad’ verschijnt 17 juni bij A.W. Bruna Uitgevers | ISBN 9789403128573 | Gebonden | 240 pagina’s | € 24,99 |


Praat mee