website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

‘Ik heb moeite met gezag’

Frans Oremus — Geplaatst in dagblad op Friday 14 January 2011, 14:44

© Truus van Gog

Christiaan Ruesink (41) is sinds een klein half jaar hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad. Hij is blij dat de Persgroep nieuw elan in de krant heeft gepompt. ‘We hebben weer zin om een krant te maken.’

Hij maakt lange dagen. Om half negen ’s ochtends – nadat hij met zijn kinderen heeft ontbeten en ze naar school heeft gebracht – verlaat hij zijn witte boerderijtje in de Betuwe om er rond half tien ’s avonds weer terug te keren. ‘Dan stap ik in een andere wereld en ben ik meteen thuis. Dat moet ook. Ik hecht aan balans tussen werk en privé. Als ik ’s ochtends met rubberlaarzen mijn schapen hooi sta te geven (hij heeft er drie, naast zeven kippen, drie katten en een hond, red.) denk ik wel eens: “ze zouden me op de redactie eens moeten zien”.’ Op die redactieburelen aan de Marten Meesweg in Rotterdam draagt hij kekke cowboylaarzen (‘verkopen ze alleen in een zaakje in Nijmegen’) onder een donker pak. Een tegenstelling in zijn karakter die zich uit in zijn kleding, zo legt hij uit. ‘Ik heb moeite met gezag en een sterke drang naar vrijheid maar besef tegelijk dat ik in mijn functie een pak moet dragen. Ik draag ook geen stropdas.’ Ruesink was volgens eigen zeggen vroeger een ‘recalcitrant mannetje’ met de nodige bravoure. ‘Ik was een moeilijke puber. In die tijd ben ik wel eens in elkaar geslagen.’ Maar hij was ook open – het hart op de tong – en wist wat hij wilde. ‘Op mijn zeventiende verliet ik het ouderlijk huis in de Achterhoek. Ik had het wel gezien bij mijn ouders.’
Na de School voor Journalistiek en werken als freelancer begon hij in 1994 als sportverslaggever bij het ANP. In 1997 stapte hij over naar het AD. ‘Ik versloeg alle grote toernooien, de Olympische Spelen.’ In 2007 werd hij chef sport. Onder zijn leiding verschijnt in 2008 AD Sportwereld Pro, de eerste dagelijkse sportkrant in Nederland. Ruesink: Ik heb altijd alleen sportjournalistiek gedaan. Daarom dacht ik dat ik niet in beeld zou zijn als hoofdredacteur. Die is – meende ik – vaak breder georiënteerd, heeft ervaring in Den Haag en is correspondent geweest.’


Hoe ben je toch boven komen drijven?

‘Toen de Persgroep bij het AD binnenkwam werd Jaak Smeets (journalistiek directeur de Persgroep, red.) de journalistiek hoofdredacteur. Zo doen ze dat bij alle kranten; Jaak komt binnen met zijn kompaan Hans Deridder (voormalig adjunct-hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws, red.) en ze gaan aan het werk. Deridder weet veel van organisatie, techniek en regionale kranten. Jaak sprak met alle chefs, daar was ik er een van. Het klikte gelijk. Hij zei meteen: we zoeken een hoofdredacteur buiten de krant, met een frisse blik. Vond ik prima, een goede insteek. Maar ze konden niemand vinden. Ze zeiden steeds: hij moet beter zijn dat wat we in huis hebben. Jaak had waarschijnlijk een plan. Misschien – ik heb deze analyse nooit met hem gedeeld – heeft hij meteen wel gedacht: die Ruesink is een optie. Maar 2010 was met het WK Voetbal een belangrijk sportjaar. Dus hij had mij daar sowieso nodig tot en met de zomer. In de tussentijd was een interim-duo aangesteld, Peter de Jonge en Bart Verkade – nu mijn twee kompanen in de hoofdredactie. Het gaf Jaak tijd om goed te kijken wat hij in huis had. We hebben veel inspirerende gesprekken gevoerd. Op een gegeven moment kwam hij naar me toe en zei dat hij niemand van buiten ging halen en wel wist wie het moest worden. Mijn voordeel was dat ik een aantal jaren leiding had gegeven aan een grote sportredactie, die bestaat hier uit bijna veertig mensen. Ze zochten echt een krantenmaker en ik heb met sportwereld Pro – zes maanden lang – ervaren wat het is om een krant te maken. En ik schroom nooit mijn mening te geven. Ik ben in hart en nieren een AD’er.’

Wat is dat; een AD’er in hart en nieren?
‘Dat is lastig. Want het AD is door de jaren wel eens van koers veranderd. Maar ik denk dat ik heel goed weet wat een populaire krant als het AD is en zou moeten zijn. We hebben periodes gehad dat we De Telegraaf wilden zijn of de Volkskrant (onder Peter van Dijk en Oscar Garschagen, red.). We zijn toen van het populaire pad afgeraakt. Voorganger Jan Bonjer was een visionair. Hijwilde de krant dichtbij de lezer brengen. Hij was erg van de service en de thema’s.  Adviseuren ‘krantendokter’ Leon de Wolff was behoorlijk invloedrijk. Er moesten samengestelde producties komen, soms bestaande uit 25 onderdelen. Een heel geformatteerde krant. De Persgroep brak daar radicaal mee. Ze zeiden: je moet weer een nieuwskrant gaan maken. Stop met die themabijlagen en servicepagina’s. En met internet. De focus ging weer naar de krant. Dat viel hier in goede aarde, omdat de Persgroep succesvol was in eigen land. Als er werd tegengestribbeld op de redactie zeiden ze: “Zo goed ging het bij jullie nou ook weer niet, je kunt ook naar ons verhaal luisteren”. Dat is het verschil met de Volkskrant, waar de Persgroep het veel moeilijker heeft gehad.’  Maar wat is nou het DNA van een AD’er?  ‘Het AD heeft sinds midden jaren ‘90 jarenlang lezers verloren. Daarom werd er steeds een andere koers gekozen. Onder Bonjer was op een gegeven moment het doel marktconform te dalen. Dat snapte iedereen hier, want dan zouden we het beter doen dan de jaren ervoor.  De Persgroep keek daar heel vreemd tegenaan. In het eerste gesprek met Christian van Thillo antwoordde hij op mijn vraag wat zijn ambitiewas: één krant meer verkopen dan het jaar ervoor. Ik vond dat een heel eenvoudige maar ongelofelijk goede ambitie. Want het was ons nog nooit gelukt. Ik zei: “Als we hier nou overal ‘plus 1’ op de muren kalken. Dat je kan zeggen – als mensen vragen wat dat is: dát is onze ambitie.” Ze hebben het vertrouwen in de krant teruggebracht bij de redactie. We hebben gekozen voor focus op nieuws en mensen. Met meer aandacht voor politiek als tegenwicht – om geen platte krant te worden – maar wel een populaire. Economie en buitenland hebben bij ons niet de hoogste prioriteit, bij de Volkskrant juist wel.’ Ik hoor mensen in mijn omgeving zeggen dat het de krant van ‘Henk en Ingrid’ is.‘Ha ha. Ja, “Henk en Ingrid” refereert aan de PVV. Wij zijn niet partijgebonden. Maar als Henk en Ingrid symbool staan voor twee vlotte dertigers met een gezinnetje dat aan de rand van een van de grote steden woont – dan zeg ik ja, dat is de krant die wij willen maken. Over het algemeen jonge gezinnen. Wonend in een Vinex-wijk, of in een dorp rond de steden.’ Beetje verongelijkt?‘Nee, zeker niet. We willen vanuit een optimistisch gevoel een krant maken. Het glas is half vol, niet half leeg. We hebben vier kernwaarden benoemd: betrokken, betrouwbaar, prikkelend en levenslustig. Zo willen we dat onze mensen zijn, en dat willen we uitstralen.’ De oplagecijfers zijn hoopgevend, voor het eerst zit er groei in. Maar de marketing is agressief. Soms wordt kabouter Plop ingezeten op 15 januari krijgen de lezers de CD van Trijntje Oosterhuis gratis; de oplage wordt verhoogd naar 750.000.

Kan de recensent die CD desondanks de grond in schrijven?
‘Ik geld als een commerciële jongen. Ook al bij Sportwereld Pro. Maar eerst moet de krant
kloppen. Een voorbeeld. Wij hebben een com merciële filmbijlage van acht pagina’s bij een zaterdagkrant gemaakt van “De eetclub” (naar het boek van Saskia Noort, red.). Recensent Ab Zagt zei tegen me dat hij het geen goede film vond. Ik zei: “Dan schrijf je dat toch op. Daar gaan we niet ingewikkeld over doen. En als er een vraag over komt, zeg ik: zo werkt het.” De meeste adverteerders zouden niet anders willen. Want hun geloofwaardigheid hangt ook af van de geloofwaardigheid van de krant. Ze zeggen niet meer, zoals vroeger, dat je ook moet schrijven dat je product goed is.’
Het personeelsbeleid is harder geworden onder de Persgroep ‘Er is een reorganisatie geweest. Tegen de groep waarmee we zijn doorgegaan hebben we gezegd dat mensen het naar hun zin moeten
hebben. Daar doen we ons best voor, maar dat moet je ook vooral zelf doen. Zo niet, dan kun je beter een andere baan gaan zoeken. Komend jaar gaan we investeren in politiek en een politieke redactie opzetten en er komt ook een crimeteam om ons op het gebied van misdaad te specialiseren. We willen meer nieuws uit de politiek halen en in Den Haag weer meetellen. Toen ik hier in 1997 kwam stond het AD bekend als de krant met de beste politieke redactie. Stephan Koole en Pieter Klein wonnen de Anne Vondelingprijs. En ik wil meer aandacht voor de vrouw. We hebben al meer human interest, maar de krant is nog te mannelijk. Ik wil meer vrouwen op de redactie, meer vrouwelijke chefs en het liefst ook een vrouw in de hoofdredactie.’

Download artikel als.pdf
pagina 10
pagina 11
pagina 12

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.