website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Melissen: ‘Syrie: Moeilijk, maar niet onmogelijk’

Linde Brok — Geplaatst op Monday 24 February 2014, 16:26

Nieuws

Het is bijna onmogelijk om kort en bondig antwoord te geven op de stelling ‘Het is onverantwoord om nu naar Syrië te gaan als journalist’. In het kort te lezen in het nieuwste nummer, nu uitgebreid op de site. Vijf (foto)journalisten en hun genuanceerde mening over deze kwestie.

Hans Jaap Melissen schrijft in Villamedia over het gevaar van Syrië nu, in het stuk ’Het aantal van twintig ontvoerde westerse journalisten is niet compleet’. Over het rebellengebied denkt vrijwel iedereen hetzelfde: niet gaan. Maar er zijn mogelijkheden.

Robert Dulmers is recentelijk met collega Teun Voeten naar het regeringsgebied in Syrië geweest. Het duo is daar uitgenodigd bij de Syrische regering nadat ze een open brief hebben geschreven aan Assad waarin ze zeiden: ‘We willen begrijpen wat de Syrische regering drijft’. Dulmers en Voeten mochten hem niet interviewen maar wel op de koffie komen en maakten hierover het verhaal ‘Bonbons voor Mevrouw Assad – achter de linies van het Syrische regime’, in de Groene Amsterdammer.

Volgens Dulmers is het vooral heel belangrijk dat je als journalist niet probeert om een oorlog van twee kanten te dekken: ‘Dat is echt onmogelijk. De andere kant van het verhaal moet verteld worden door een collega. Ik ben niet in de rebellenzijde geweest en daar ga ik ook niet heen. Als ze horen dat ik op het presidentiële kantoor geweest ben, is het klaar.’
In het regeringsgebied kun je wel werken als journalist maar er zitten veel restricties aan: ‘De regering zelf vindt dat ze een open persbeleid hebben, feitelijk is dat natuurlijk niet zo. Naar hun idee mag je je vrij bewegen in het land. Maar het leger denkt daar toch anders over. Je kunt veel doen maar lang niet alles, je komt niet ver. Er zijn een aantal journalisten dat prima kan werken in het regeringsgebied. Alleen is er veel verschil tussen fotografen en journalisten. Ik kan nu precies beschrijven hoe het presidentiële gebouw eruit ziet maar Teun mocht daar niet fotograferen.’

Dat beaamt fotograaf Teun Voeten: ‘Aan de regeringskant in Damascus is moeilijk maar niet gevaarlijk. Robert en ik konden goed werken en met iedereen praten, alleen met fotografie waren ze lastig. We hebben ons geen enkel moment bedreigd gevoeld maar ik denk wel dat we in de gaten werden gehouden. De politie houdt iedereen in de gaten. Er is veel controle en je kunt niet gaan en staan waar je wilt, vooral als fotograaf. Maar in oorlogen is altijd een strenge controle en bij militaire gebieden kom je nooit zomaar binnen.’

Volgens Voeten is het rebellengebied onmogelijk nu: ‘De kans dat je gekidnapt wordt is ongeveer 100 procent. De jihad ziet westerse journalisten als ongelovig en als een spion van het Westen en daar hebben ze geen medelijden mee. Discussie is onmogelijk. De oppositiekant is heel link en onverantwoord. Relatief gezien is het regeringsgebied dan geen probleem.’

Arnold Karskens deelt deze mening: ‘Het gebied in handen van de regeringstroepen is gangbaar als je een visum hebt. Zelf sta ik na drie undercover reizen op de zwarte lijst dus voor mij zit het er niet in. De regeringstroepen zullen je overigens niet meenemen tijdens hun schoonmaakacties, dus veel blijft hoe dan ook buiten het zicht.
Daarnaast is het door Koerden gecontroleerde gebied in het noorden goed te doen. Neem contact op met de lieden en ze laten je binnen. Ik was er afgelopen september. Nadeel is dat ze graag opsnijden over de grootte van het terrein dat ze in handen hebben, in de praktijk valt dat soms tegen. Met alle risico’s van dien.

Het derde deel is in handen van de rebellen. Het Vrije Syrische Leger is ernstig verzwakt. De kans dat je wordt ontvoerd is groot, voor losgeld of voor geld wordt doorverkocht aan de radicale groepen die nog meer geld willen of je het liefste doodmaken. Een mammazwaai net over de grens doen blijft mogelijk, maar stelt journalistiek weinig voor want je ziet nauwelijks wat in het land speelt. Ik zou als journalist uit het gebied van de rebellen wegblijven.’

De conclusie van Karskens: ‘Journalistiek bedrijven in een oorlog heeft alleen zin als je in een gebied kunt rondkijken, mensen kunt spreken en vooral weer veilig kunt vertrekken. In Syrië is dat nu in grote delen niet mogelijk. Of dat onoverkomelijk is? Nee, we weten dat het er erg is. Alle details kennen we niet maar vluchtelingen kunnen ons veel vertellen. De geschiedenis zal ons de rest leren.’ Van Karskens verscheen recentelijk het boek: ‘Reisgids voor de frontlijn, de overlevingsgids voor moeilijke gebieden’, onder andere voor oorlogsjournalisten.

Robert Goddyn vindt het op de eerste plaats schandalig dat je er als freelance fotograaf helemaal alleen voorstaat. Vooral dan is het gevaarlijk om te werken in een conflictgebied: ‘Als fotograaf zit er een groot verschil tussen freelancer, vaste fotograaf en stringer. Als een fotojournalist van Reuters naar Syrië gaat is het niet onverstandig, hij gaat met een gepantserde auto en apparatuur van Reuters. Vaste fotograferen zijn er amper tot niet meer en als freelancer is niemand verantwoordelijk voor jou, behalve jij zelf. En dat is gevaarlijker.’

Goddyn vind het niet per se onverantwoord om te gaan: ‘Het punt is dat elk land zijn eigen problematiek en regels kent en daar moet je je van te voren echt goed in verdiepen als (foto)journalist. En dat doet helaas niet iedereen. In principe is heel Syrië gevaarlijk. Maar het is ook juist goed om er naar toe te gaan. Als ik zelf zou gaan nu, zou ik met een journalist gaan die ik kan vertrouwen en een goede satelliet verbinding meenemen om foto’s te sturen en om te bellen. Het is mogelijk om naar conflictgebieden te gaan over heel de wereld. Maar het zou een stuk prettiger zijn als kranten en tijdschriften de journalisten meer zouden ondersteunen.’

Eddy van Wessel, die vorig jaar een Zilveren Camera won voor zijn fotoserie over Syrië, vindt dat er juist verslag moet worden gedaan vanuit Syrië: ‘De ernst van de situatie ter plaatse zou juist een motivatie moeten zijn om er objectief verslag van te doen. Door de kostenbeheersing en sanering zijn de initiatieven schaars, erover blijven praten is veiliger… en veel goedkoper. Als je de ambitie hebt om een conflict te verslaan, gaat dat niet vanachter je bureau, ervaren verslaggevers en fotografen zijn er genoeg. Het herschikken en oppoetsen van gedeelde (soms onzekere) informatie zal veel media ten slotte hun identiteit en bestaansrecht doen verliezen, daarmee doen we de lezer, onszelf en zeker de geschiedenis tekort.’

Voor meer Syrië verhalen, zie het dossier in de nieuwe Villamedia.

Smart octo banner