Habtom Yohannes: ‘Eritrese journalisten al 23 jaar spoorloos verdwenen omwille van het vrije woord’
Vandaag, vrijdag 30 augustus, is de Internationale dag tegen gedwongen verdwijningen. Habtom Yohannes werkt als journalist en vraagt al sinds 2001 aandacht voor het verdwijnen van collega-journalisten in Eritrea.
‘The struggle of man against power is the struggle of memory against forgetting.’
‘De strijd van de mens tegen de macht is de strijd van het geheugen tegen de vergetelheid.’ Milan Kundera
Niet vergeten is leven, en leven is niet vergeten. De aandacht van de wereld was gericht op 9/11 toen de alleenheerser van Eritrea, president Isaias Afwerki, - 33 jaar lang aan de macht zonder verkiezingen –, keihard toesloeg tegen zijn critici, én onafhankelijke media.
Op 18 september 2001 en de weken erna liet hij alle kritische parlementsleden, ministers en generaals arresteren. In de nadagen van de bloedige grensoorlog tussen Eritrea en Ethiopië vroegen deze critici de president om de in 1997 geratificeerde eerste grondwet van het land te implementeren. En om verantwoording af te leggen over de ‘grensoorlog’ (1998-2000), die aan circa 100.000 Ethiopiërs en Eritreeërs het leven heeft gekost.
De staatsmedia in Eritrea gaven deze critici geen ruimte om hun verhaal te doen, in tegenstelling tot de ontluikende onafhankelijke kranten, die uitgebreid interviews publiceerden met foto’s van deze door het regime gehate critici. Dit was de aanleiding voor het regime om alle onafhankelijke media te sluiten en alle onafhankelijke journalisten samen met de critici te laten verdwijnen.
Drieëntwintig jaar lang weet niemand waar de critici en de journalisten zijn en of ze überhaupt nog in leven zijn. De indirecte gevangen zijn de ouders, vrouwen en kinderen van al deze gewetensgevangenen.
Schering en inslag
Arrestaties en verdwijningen zonder rechtsgang zijn schering en inslag geworden in de 33 jaar dat Eritrea als zelfstandig land bestaat. Een aantal maanden vóór hun arrestatie, was ik in Eritrea voor het Radio 1-programma De Ochtenden (EO, VPRO en VARA) en ik sprak met een aantal van hen over de moeilijke situatie waarin ze moesten werken. Zo moesten zij bijvoorbeeld regelmatig naar een speciale afdeling van het ‘Ministerie van informatie en cultuur’ om verantwoording af te leggen over publicaties die het regime niet welgevallig waren en om bronnen te openbaren.
Niemand had gerekend op definitieve sluiting van alle onafhankelijke media en massale ontvoering van alle journalisten en critici. Eerder was de publieke verontwaardiging groot, zowel in Eritrea als internationaal: uit protest vertrokken alle EU-ambassadeurs tijdelijk uit het land.
Maar met de jaren lijken deze gewetensgevangenen en hun familie die buiten de gevangenis met hen lijden, in de vergetelheid te raken. Zolang mijn geheugen werkt en ik zo geprivilegieerd ben om in een land te leven waar je de vrijheid hebt om te herinneren wie je wil herinneren, te denken wat je wil denken en te publiceren wat je wil publiceren; heb ik besloten om ze niet te vergeten.
Dat ik over hen schrijf en naar hun lot vraag is mij en mijn gezin heel duur komen te staan. De lange arm van het regime probeert mij al sinds 1998 monddood te maken in Nederland. Bedreigingen zijn schering en inslag. Nu al 23 jaar lang probeer ik op diverse manieren de namen en verhalen van de gewetensgevangenen levend te houden.
Via dit artikel roep ik de Nederlandse media, mensenrechten instellingen, het Nederlandse publiek en de Nederlandse overheid op om de gewetensgevangenen en hun familieleden niet te vergeten. Het zou geweldig zijn wanneer elke medium in Nederland een foto met een naam van deze vakgenoten zou plaatsen op 18 september, en dat elk jaar totdat ze worden vrijgelaten.
In één van zijn meest reflexieve prozawerken, ‘Het boek van de lach en de vergetelheid’ laat de Tsjechische balling, wijlen Milan Kundera, een zekere politiek actieve Mirek het volgende zeggen. ‘De strijd van de mens tegen de macht is de strijd van het geheugen tegen de vergetelheid’, nadat deze aan den lijve ondervond hoe overheidsagenten Mirek achtervolgden tot in zijn geheugen om hem en de zijnen uit de geschiedenis te wissen.
Herinneringen uitwissen
Na de arrestatie van de Eritrese gewetensgevangenen is het Eritrese regime minutieus te werk gegaan om alles wat aan ze doet herinneren uit te wissen. De journalistiek is het geheugen van de samenleving bij uitstek. De journalistiek archiveert en verbindt het heden met het verleden.
Op grond daarvan houdt ze de samenleving een spiegel voor om zo de machthebbers ter verantwoording te roepen. Na de sluiting van de onafhankelijke media en de arrestatie van journalisten en andere critici, heeft het Eritrese ministerie van informatie en cultuur alle media en andere ‘geheugendragers’ van het land gezuiverd van fragmenten die de machthebbers zou confronteren met ‘vijanden van de staat’.
In de ‘Press Freedom Index’ van Reporters without Borders en andere persvrijheidsindicatoren is Eritrea decennialang hekkensluiter. De namen van de verdwijnen gewetensgevangenen noemen en sympathie tonen voor hen of hun familieleden is een misdaad in de ogen van het regime. Mensen worden zelfs gearresteerd op verdenking dat ze geprobeerd hebben om het land illegaal te verlaten. In 2008 was ik te gast in het Europese Parlement tijdens een zitting over de gewetensgevangenen in Eritrea. De huidige Eritrese ambassadeur voor de EU en Nederland, de heer Negassie Kassa Tekle was aanwezig.
Toen legde ik alle negen onafhankelijke kranten van Eritrea op de grond van het Europees Parlement, en vroeg aan de ambassadeur, toen consul-generaal: ‘Waar zijn al de gewetensgevangenen van Eritrea? Waar zijn de journalisten? Wanneer worden zij berecht? En wanneer mogen deze kranten opnieuw verschijnen?’
Zwijgen
Hij bedekte zijn gebogen hoofd met beide handen en zweeg. Het zwijgen, de ondoordringbare tralies om de gevangenen heen, duurt voort en de heer Kassa Tekle is inmiddels bevorderd tot ambassadeur, nadat de voormalige ambassadeur, de heer Dr. Tesfay Ghirmatsion het regime de rug toekeerde met een notitie op tafel: ‘Ik vind het niet meer verantwoord om zo’n regime te blijven dienen.’
Wie zijn de journalisten die in september 2024, 23 jaar lang in isolement wegkwijnen in de Eritrese gevangenissen? Hieronder hun korte bio. Deze lijst is niet compleet omdat de arrestatie van schrijvers, staatsjournalisten, critici, gelovigen en dienstweigeraars nog steeds doorgaat. Nederland met 18 miljoen mensen telt 48 gevangenissen en Eritrea met ongeveer vier miljoen mensen beschikt over meer dan 60 gevangenissen.
Fessehaye Yohannes (Joshua), dit jaar zou hij 68 zijn geworden. Hij was 45 jaar toen hij gearresteerd werd. Hij heeft drie kinderen. Voormalige kameraad van de Eritrese dictator Isaias Afwerki. Maar president Afwerki ontkende hem te kennen laat staan te zeggen waar hij gevangen zit. Medeoprichter van de krant Setit, toneelschrijver, en ook oprichter van een kinderentoneel. Wij horen dat hij in de gevangenis is overleden. Het regime zwijgt als het graf over alle gewetensgevangenen. In 2010, op de Dag van de Persvrijheid schreef ik deze brief aan Joshua in de Volkskrant. Zijn visitekaartje schreef hij zelf en dat bewaar ik nog altijd als herinnering.

Seyoum Tsehaye ook voormalige strijder en kameraad van de president. Na de onafhankelijkheid was hij medeoprichter en hoofd van de staatradio ‘Stem van de massa’ en staatstelevisie Eri-TV en freelancejournalist en cameraman voor de onafhankelijke krant Setit. Hij heeft twee dochters: Abie en Belula. Belula was nog niet geboren toen hij werd gearresteerd.
Zijn dochter Abie was twee jaar toen Seyoum werd ontvoerd. In 2013 hield zij een emotioneel pleidooi voor de VN-mensenrechtencommissie in Genève: ‘Vraag alstublieft aan de Eritrese autoriteiten om onze ouders terug te geven.’ Zoals veel familie van gewetensgevangenen, is het gezin van Seyoum Tesehaye ook gevlucht.
Yousuf Mohamed Ali was hoofdredacteur van de krant Tsigenai. Hij publiceerde als eerste van de onafhankelijke kranten een interview met de toenmalige vice-president Ahmed Mohamed (Sherifo), waarin deze in alle openheid de Eritrese president bekritiseerde en diens weigering om vergaderingen te beleggen, en de grondwet te implementeren. Dit kwam hem duur te staan. Zoals velen van zijn collega’s is Mohamed Ali in september 2001 opgepakt en tot op heden spoorloos. Volgens sommige bronnen is hij in 2003 in de extra beveiligde gevangenis Eila-Eiro bezweken. Niemand weet of het waar is en waar hij dan begraven ligt.
Seid Abdulkadir was hoofdredacteur van de krant Hadas-Admas. Hij werd opgepakt op 23 september 2001 en zou zijn gestorven in de zwaarbewaakte Eila Eiro-gevangenis. Deze gevangenis is speciaal gebouwd voor de ‘Groep van 15’ zoals gearresteerde kritische bewindslieden -ministers, generaals, parlementsleden- worden genoemd en voor onafhankelijke journalisten. Maar vooralsnog kan niemand bevestigen wie nog in leven en wie is overleden.
Mattewos Habteab (53) was 30 jaar oud toen hij werd gearresteerd. Mattewos, Matu, zoals zijn vrienden en collega’s hem noemden, is oprichter en hoofdredacteur van Meqaleh (Echo). Afgestudeerd als wiskundige aan de inmiddels gesloten Universiteit van Asmara combineerde hij journalistiek en docentschap tot zijn arrestatie in september 2001. Ook over hem zijn tegenstijdige berichten. Mogelijk is ook hij overleden in een van de honderden geheime gevangenissen die het land rijk is.
Dawit Habtemichael(53) was ook 30 toen hij werd opgepakt van de school waar hij parttime natuurkunde les gaf. Hij was eveneens afgestudeerd aan de universiteit van Asmara. Dawit was de andere oprichter van Meqaleh (Echo) en adjunct-hoofdredacteur. Zijn vader (80) woont als vluchteling in de Verenigde Staten en voelt nog altijd schuldig dat hij hem had aangemoedigd om zijn schuilplaats te verlaten en les te gaan geven. De vader was ook docent natuurkunde. Niemand weet waar hij is of hij überhaupt nog in leven is.
Hamid Mohammed Saeed werkte voor de staatstelevisie Eri-TV. Hij was Arabisch redacteur voor nieuws en sport. Hij werd in mei 2002 gearresteerd. Ook voor hem geldt: niemand weet waar hij verblijft of hij nog leeft.
Amanuel Asrat (54) is dichter en journalist voor de krant Zemen. In de periode van zijn arrestatie, in september 2001, was hij hoofdredacteur. In zijn gedichten bekritiseerde hij oorlogen, zoals in ‘The Sin of War’: ‘The ugliness of the thing of war, when it springs comes, when its ravaging echoes knock at your door, it is then that the scourge of war brews doom, But… you serve it willy-nilly, unwillingly you keep it company, Still, for it to mute how hard you pray.’
Op 14 januari 2016 kreeg hij samen met de Egyptische schrijver Omar Hazek en de Turkse journalist, auteur en filmmaker Can Dundar de ‘Oxfam Novib/PEN Award for Freedom of Expression.’ Ook dat is een misdaad in de ogen van het Eritrese regime. Ik was vereerd om de prijs namens de familie in ontvangst te mogen nemen en naar de familie te brengen. De ouders en broers en zussen leven in ballingschap. Zijn ouders zijn op hoge leeftijd en met kwakkelende gezondheid leven zij in Duitsland tussen hoop en vrees wat betreft het lot van hun oudste zoon.
Dawit Isaac (1964) was mede-eigenaar en journalist van de krant Setit. Hij heeft de Zweeds-Eritrese nationaliteit en woonde met zijn vrouw en drie kinderen in Zweden voordat hij terugging naar Eritrea om daar als journalist te werken. Zijn partner en kinderen wachten nog altijd op een teken van leven van hun geliefde. In 2011 interviewde de Zweedse journalist Donald Boström president Isaias Afwerki over Dawit Isaac.
Die zei: ‘We zien hem niet als een Zweed. Hij is Eritreeër. Hij is gecompromitteerd om voor Europese en Amerikaanse inlichtingendiensten te werken. We gaan hem niet vrijlaten maar wij gaan hem ook niet berechten. Wij weten hoe we met hem en mensen zoals hem moeten dealen.’ De Zweden en de Finnen hebben geprobeerd om Dawit Isaac vrij te krijgen, maar tevergeefs. De stad Malmö heeft in september 2020 zijn ‘vrijheid van meningsuiting-bibliotheek’ naar Dawit Isaac vernoemd en in 2009 kreeg hij de Sacharov-prijs van het Europees Parlement.
Jmie Kmeil was ook een kameraad van de Eritrese president tijdens de onafhankelijkheidsstrijd voor Eritrea, Jmie werkte voor de Arabische staatskrant ‘Eritrea al-Hadeetha’, onder andere als sportjournalist. Hij werd op 24 november 2005 gearresteerd. In 2016 kwamen nog steeds niet geverifieerde verhalen naar buiten dat Jmie samen met nog vier andere gevangen buitengerechtelijk zou zijn geëxecuteerd in de nacht van 22 op 23 augustus 2007.
Medhane Haile Afle (56) was 33 jaar oud toen hij werd ontvoerd door de veiligheidsdiensten van het Eritrese regime. Hij studeerde rechten aan de inmiddels gesloten Universiteit van Asmara. Daarna ging hij voor de krant ‘Keste-Demena’ (Regenboog) werken. Hij was ook adjunct-hoofdredacteur van de krant. Elke keer dat ik hem ontmoette kon ik van zijn gezicht aflezen hoe hij bezorgd en onrustig was.
Temesgen Ghebreyesus (1965), acteur en journalist bij de krant ‘Keste-Demena’ (Regenboog). Temesgen is geboren en getogen in één van de volksbuurten van de Eritrese hoofdstad Asmara, ‘Geza-Berhanu’. Hij was de sportjournalist van de krant. Daarnaast trad hij op als acteur, komiek en cameraman. Hij is getrouwd met actrice Kibra Tzegay, en samen hebben ze een zoon Nahom.
Temesgen werd ook in september gearresteerd. Al drieëntwintig jaar lang weet niemand in welke gevangenis Temesgen vastzit en in wat voor toestand. Misschien is hij ook overleden en in het geheim begraven.
Sahle Tsegezeab is bij velen bekend met zijn koosnaam ‘Wedi-Itaay’ (de zoon van de non). Sahle was ook een kameraad van de president tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Eritrea (1961 – 1991). Hij werd in oktober 2001 gearresteerd. Zijn artikelen verschenen in diverse onafhankelijke kranten. Sahle bekritiseerde in zijn artikelen het uitblijven van de implementatie van de grondwet. Hij heeft ook gewerkt als hoofd burgerlijke zaken van de hoofdaanklager van de hoofdstad Asmara.
Saleh Idris Sa’ad (Jazairy) was journalist voor de Arabische staatskrant ‘Eritrea al Hadeetha’ (Nieuw Eritrea). Hij werd gearresteerd in 2002. Niemand weet waar hij en of hij nog in leven is.
Zemenfes Haile was journalist voor de krant Tsigenay. Er zijn tegenstrijdige berichten over zijn mogelijke vrijlating. Het probleem blijft hetzelfde: vanwege het ontbreken van vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, is het nog steeds onmogelijk om verhalen te verifiëren. Het regime lijkt gebaat bij oorverdovende stilte over arrestaties en vrijlatingen.
Een bron vertelde mij dat de gevangenen in Eritrea om de beurt worden gearresteerd en soms vrijgelaten. Vervolgens heb je geen garantie dat je opnieuw gearresteerd wordt en wanneer.
Thermometer
Deze bekende journalisten zijn representatief voor alle tientallenduizenden gewetensgevangenen in Eritrea. Vrijheid van de pers beschouw ik als de thermometer voor alle vrijheden in de samenleving. Na de sluiting van de onafhankelijke media en de arrestatie van alle onafhankelijke journalisten is Eritrea in een woestijn van informatie veranderd. Niemand weet wie, wanneer en waar gearresteerd wordt, totdat een familielid de verdwijning bekend durft te maken.
Mensen zijn bang dat hun dierbaren extra worden gemarteld wanneer ze over hun verdwijning met de buitenwereld communiceren. Het zwijgen van de bevolking heeft het regime in zijn hardvochtigheid gesterkt. Dat zwijgen begint met het vermoorden van de onafhankelijke journalistiek. Zij mogen niet praten, wij wel. Zij mogen de namen van hun verdwenen geliefden niet noemen, wij wel.
Als het aan het regime ligt mag ik geen journalist zijn in Nederland. Ik heb vertrouwelijke geheime documenten uit Eritrea in handen gekregen waaruit blijk dat het Eritrese regime mijn handel en wandel hier in Nederland in de gaten houdt. Alles wat ik schrijf of zeg in de Nederlandse media wordt vertaald en naar de veiligheidsdiensten gestuurd in Eritrea.
Ik had een van de verdwenen journalisten kunnen zijn
In de geheime documenten met stempel van het Eritrese consulaat in Den Haag staat: ‘Onze aanhangers in Nederland schrijven en bellen ons over journalist Habtom Yohannes. Zij verzoeken de Eritrese overheid om maatregelen tegen te nemen, en als dat niet gebeurt dat de aanhangers van het regime het zelf gaan doen.’ Ik had een van de verdwenen journalisten kunnen zijn. Zolang mijn vrijheid duurt zal ik niet zwijgen omwille van het vrije woord en degenen die het zwijgen is opgelegd.
Over de auteur
Habtom Yohannes is Nederlandse journalist en onderzoeker aan de Radboud Universiteit. Hij is van Eritrese komaf. Yohannes is medeopsteller van de eerste Grondwet van Eritrea uit 1997. Hij gaf advies over de mediawet van het land uit 1996. Op grond van die wet ontstonden negen onafhankelijke kranten. Deze opereerden met vallen en opstaan tot hun sluiting in 2001 en de arrestatie van alle onafhankelijke journalisten. Sommigen van de onafhankelijke journalisten zijn het land gevlucht. Habtom is winnaar van de allereerste editie van de Gouden Klinker, een nieuwe Nederlandse journalistieke prijs voor “betrokken journalistiek”, uitgereikt door het lectoraat van de Christelijke Hogeschool voor Journalistiek in Ede.


Praat mee
1 reactie
Yohannes, 22 september 2024, 14:40
https://www.zammagazine.com/politics-opinion/1871-op-ed-after-23-years-i-will-continue-to-remember-the-eritrean-journalists-who-disappeared-on-september-18-and-after