‘Ga gewoon lekker die krant maken!’
Willem Schoonen droeg 1 januari van dit jaar zijn functie als hoofdredacteur van dagblad Trouw over. 'Het is waar dat ik in zekere zin niet communicatief ben, maar er zijn ook een heleboel dingen waarover ik niet wil communiceren. Ga gewoon lekker die krant maken!' Jaap Schuurman, student aan de opleiding journalistiek van Windesheim en oud-stagiair bij Trouw, sprak Schoonen over zijn vertrek en hoe hij terug kijkt op zijn hoofdredacteurschap.
Het aquarium was direct leeg. Een maand voor het aantreden van opvolger Cees van der Laan was jouw glazen kantoor al opgeruimd. Had je er genoeg van?
‘Nee hoor, ik was dit werk helemaal nog niet zat. Ik heb de laatste maand gewoon doorgewerkt. Losse eindjes afronden, overdrachtsdossier maken, opruimen. Maar ik ben niet iemand die zijn opvolger in de weg gaat zitten. Ik zou ook nooit een problematische situatie willen overdragen. Maar de krant staat er nu goed voor, dus hebben we de tijd om na te denken over de toekomst. Er is de afgelopen jaren veel gepraat over de site en mobiel en tablet en noem maar op, maar daar zijn we niet goed uitgekomen. Hebben we nog geen helder idee over. Dus toen dacht ik: tijd voor een andere hoofdredactie.’
Je noemde je functie ooit ‘de mooiste klotebaan ter wereld’.
‘Het mooie is, je hebt met alle facetten van het krantenbedrijf te maken. Mensen kunnen hier vijf, zes jaar op een deelredactie zitten en geen idee hebben hoe een foto in de krant wordt gezet. Of hoe een eindredactie de pagina’s opmaakt. Of wie er eigenlijk verantwoordelijk is voor de advertenties. Als hoofdredacteur overzie je alles en een dagbladbedrijf heeft een heerlijk ritme. De zwaarte zit hem in het feit dat je verantwoordelijk bent voor het inkomen van een kleine 200 gezinnen. Maar wat misschien nog wel het zwaarst weegt: het werk is gewoon nooit af. Lukt niet. Kan niet. Je krijgt dat bureau níet leeg. Dat merkt Cees nu ook, die had gedacht een beetje rustig te kunnen opstarten. Nou dat kan dus niet. Je wordt in het diepe geflikkerd en je zorgt maar dat je blijft drijven.’
Heb je je altijd gesteund gevoeld door de redactie?
‘Ja, Vanaf dag één. Er zijn ook hoogoplopende ruzies geweest en gedoe en uitlekkende mails over anderen en noem maar op. Maar op een gegeven moment kan zo’n redactie ook zeggen van: nu is het klaar en we gaan weer vooruit met z’n allen. En dat doen we dan ook met z’n allen.’
Toch is er kritiek op jouw optreden. Je zou je gezicht te weinig hebben laten zien op de redactie. Doet die kritiek je wat?
‘Tuurlijk. Kritiek raakt altijd. Al hoor je heel weinig op zo’n plek. En dan hebben wij nog een ontzettend aardige redactie. Dat zijn geen klootzakken, geen kissebissen. Maar als je bij het koffieautomaat staat valt het daar gewoon stil.’
Maar is de kritiek terecht?
‘Laat ik het zo zeggen: een van de belangrijkste taken van een hoofdredacteur is zorgen dat de redactie iedere dag in een goede omgeving kan werken. Als het gaat om het maken van de krant ben ik iemand die de redactie heel erg de ruimte laat. Want dáár zit een chef-dag die beslissingen kan nemen,
dáár zit de opmaak, dáár zit een goeie verslaggever die weet wat voor een krant we maken. Wanneer er midden op de dag iets gebeurt (een staatssecretaris die ontslagen wordt of zoiets) dan heb ik juist de neiging om uit de middencirkel weg te blijven. Dat is een keuze die je maakt, dat hangt een beetje af van je aard. Dus ja, het is waar dat ik in zekere zin niet communicatief ben, maar er zijn ook een heleboel dingen waarover ik niet wíl communiceren. Ga gewoon lekker die krant maken! Geniet van je vak en van de ruimte die je krijgt.’
Denk je dat de redactie je op sommige momenten heeft gemist?
‘Jawel, en dat is ook wel eens gezegd. Dat het jammer is dat ik niet af en toe over de redactie loop of gewoon eens een praatje kom maken. De laatste weken van mijn hoofdredacteurschap waren voor mij veel relaxter. Toen liep ik wél regelmatig over de redactie en ik kon merken dat mensen dat leuk vonden. Op het gebied van journalistiek leiderschap ben ik tekort geschoten. Ja. Dat is gewoon zo.’
Is dat ook de reden dat juist Cees nu is aangenomen?
‘Weet ik niet. Daar kan ik niet inkijken. Voor een redactie is het een heel prettig gevoel wanneer de leden van de hoofdredactie uit de eigen gelederen komen. Omdat ze liever geen vreemde snuiters hebben die de hele boel overhoop trekken, maar ook omdat het geloof in eigen kracht oplevert wanneer je je eigen toppers voortbrengt. Cees heeft het heel goed gedaan. Hij is door de redactie met een staande ovatie binnen gehaald.’
Bij jouw aantreden in 2007 was dat een heel ander verhaal. Je zat in de sollicitatiecommissie en werd uiteindelijk zelf hoofdredacteur. Waarom heb je dat gedaan?
‘Dat was geen goede procedure. We kregen het gewoon niet voor elkaar. Na acht maanden was er nog steeds geen hoofdredacteur. Toen ben ik door de commissie naar voren geschoven. Uiteindelijk heeft de overgrote meerderheid van de redactie die uitkomst goedgekeurd, maar de gang ernaar toe was absoluut niet leuk.’
Onno Havermans, een van jouw redacteuren, zag jou in de loop der jaren verschrompelen van een stoere man tot een ‘klein manneke’. Klopt dat?
(Lachend) ‘Ja misschien is dat wel waar. Het is er fysiek niet beter op geworden. Ik heb last van tinnitus, oorsuizen. Niet echt een levensbedreigende kwaal, maar wel ongemakkelijk. En misschien heeft de druk van mijn functie er ook wel mee te maken. Maargoed, ik loop nog aardig vlot een 10 kilometer.’
In welke tijd?
‘Nou… binnen het uur? Ja, dat redden we nog wel.’
Heb je veel vrienden?
‘Nee. Ik besteed het grootste deel van mijn tijd aan de krant en als ik dan toch niet hoef te werken, ben ik graag thuis. Dan hoef ik niet ook nog eens een keer op pad met allerlei vrienden. ‘s Avonds gaat bij ons de televisie uit en komen de spelletjes op tafel. Niet omdat we tv haten, maar dat is de manier waarop we de dag afsluiten.’
Volgens een aantal redactieleden komt jouw karakter volledig overeen met dat van Trouw. introvert, serieus, somber.
‘Dat is wel een goeie ja. Ik ben heel serieus. Niet echt een vrolijke frans. Ik neig naar veel gepieker en… nou, niet echt depressief, maar in eerste aanleg ben ik wel somber. Maar de krant is niet somber hè. Het is somber in de zin van dat je snel over dingen gaat nadenken, maar het is geen pessimisme. Want Trouw is juist een heel hoopvol gestemde krant. We houden altijd zicht op de mogelijkheid van een betere toekomst. Maar er is inderdaad altijd kritiek geweest op het gebrek aan vrolijke noten in Trouw. En dat klopt ook wel.’
Hoe ga jij de geschiedenisboekjes in?
‘Niet, denk ik. Nee. Het resultaat van die zesenhalf jaar zit hem in allerlei kleine dingetjes. Een deel in marketing, een deel bij de drukkerij, mailtje hier, mailtje daar. Ik kan hard werken, maar ben geen groots intellectueel, geen creatieve geest. Ik heb gewoon gedaan wat er gedaan moest worden. Zelfs de vernieuwing van de zaterdagkrant in 2012 was niet mijn werk. Ik word daarvoor geloofd en geprezen, maar het inhoudelijke uittekenen hebben Esther Lammers en Gerbert van Loenen (beide adjunct hoofdredacteur, JS) gedaan. Het was een zaak van de redactie.’
Toch bleef de oplage onder jouw leiding stabiel rond de 92.000.
‘Als je echt iets zou moeten noemen zou je misschien kunnen zeggen dat ik de hoofdredacteur ben geweest die het christelijke karakter van de krant heeft omgezet van een na- in een voordeel. Van een min in een plus. Goed, we hebben er een tijd mee geworsteld, het is een tijdje verstopt geweest, maar de afgelopen jaren zijn we dat weer heel erg gaan benoemen. De innerlijke overtuiging dat als we allemaal ons steentje bijdragen, de wereld er morgen beter uitziet dan vandaag. Dat is een bijbelse waarde waarmee Trouw zich heeft geprofileerd. Ik ben ervan overtuigd dat respect en evenwicht groeimarkten zijn. Identiteit wordt belangrijker. Niet alleen voor kranten, niet alleen voor media, maar voor alle merken. Je moet heel duidelijk maken wie je bent, waar je voor staat. Mensen moeten zich verbonden kunnen voelen.’
In 2009 werd Trouw overgenomen door de Persgroep. Je wordt door de redactie geprezen voor de manier waarop je de krant bij de Belgen hebt verdedigd.
‘Het was niet echt een kwestie van verdedigen. Dit is een soort krant die zij niet kennen. Een zeer Nederlandse krant. Ik heb ze duidelijk kunnen maken wat Trouw is en deze krant wordt nu door de Belgen gewaardeerd. Maar zakelijk gezien was het de Persgroep die er voor miljoenen aan kosten heeft uitgesloopt. Miljoenen. Ten voordele van ons. Dat kan ik niet claimen. Als ze de kans hadden gekregen om dat ook bij Wegener te doen hadden die kranten er nu heel anders voorgestaan.’
Gaan we het karakter van Cees herkennen in Trouw?
‘Ja, ik denk het wel, al zou het heel raar zijn als de komst van een nieuwe hoofdredacteur de krant ingrijpend zou veranderen. Dat zou betekenen dat er binnen de redactie geen consensus bestaat over de inhoud van de krant. Lezers vergeten dat vaak. Die schrijven dan brieven als ‘de krant is plotseling onherkenbaar’. Dat is natuurlijk flauwekul. De krant gaat gewoon door.’
Kun je de functie van hoofdredacteur loslaten?
‘Nee, totaal niet. Mensen vragen of er een last van mijn schouders is gevallen. Er valt helemaal geen last van mijn schouders, ik mis juist iets op mijn schouders. Een vreemd, onwerkelijk gevoel. Ook fysiek ging het na mijn aftreden mis. Hoesten, last van mijn maag, slecht slapen. Je moet afkicken. Je bent niet langer verantwoordelijk en dat besef dringt maar heel langzaam door. Daar moet je kop en je lijf aan wennen. Niet dat ik zo’n controlfreak ben, maar ik heb dit werk bijna zeven jaar gedaan. Ik heb onderschat hoezeer het me is gaan beheersen.’
Na een korte vakantie is Willem Schoonen inmiddels terug bij de krant waar hij al meer dan dertig jaar voor werkt. Fulltime eindredacteur. Goed voor het ritme. ‘Hier heeft de dag een duidelijk begin en einde. Je loopt anders toch maar 24 uur per dag aan de krant te denken.’
Willem Schoonen
1958: Geboren in Utrecht
1976: Gymnasium, Veluws College Apeldoorn
1983: Milieuhygiëne, Landbouwuniversiteit Wageningen
1984: Redacteur De Waarheid
1985: Wetenschapsredacteur Trouw.
1992: Correspondent Brussel, later chef Economie
2007-2013: Hoofdredacteur


Praat mee
1 reactie
Ate J. de Jong, 27 maart 2014, 15:33
Wat een prachtig verhaal. Bescheiden man.