— vrijdag 11 maart 2011, 09:00 | 0 reacties, praat mee

De revolutiekaravaan

Met luid applaus werd Hans Jaap Melissen door een demonstrerende menigte ontvangen toen hij aankwam in het centrum van Benghazi. De stad had zich net bevrijd van bijna 42 jaar Kadhafi, maar wachtte nog op journalistieke bevestiging. Melissen was de eerste Nederlandse journalist ter plekke.

Onze aanwezigheid, zonder visum, liet zien dat niet langer Kadhafi bepaalde wie hier het land binnen kwam. Bovendien zou men nu nog makkelijker de verhalen naar buiten kunnen brengen over wat er de afgelopen dagen was gebeurd. Verhalen over ongelooflijke moed. Ongewapende burgers die bleven demonstreren, ook toen er met scherp op hen werd gevuurd. Mannen die met bulldozers de muren van de legerbasis probeerden te doorbreken maar werden doodgeschoten. In het lokale ziekenhuis zag ik de verschrikkelijke resultaten van die strijd. Een kersverse dode werd voor mijn neus in een lijkzak geritst. Zijn leven gegeven voor de vrijheid. Later zou ik dezelfde taferelen in ziekenhuizen verder westwaarts meemaken.

Middenin die toestanden begreep ik dat zelfs minister Uri Rosenthal zich bewonderend had uitgesproken over mijn snelle komst naar Libië. Ik lag ruim voor, zeker op het Nederlandse deel van de revolutiekaravaan. Maar ik vond mijn prestatie schraal afsteken tegen het decor van de intensive care van het ziekenhuis. Het enige gevaarlijke aan mijn overtocht was misschien de Libische chauffeur die mij ’s nachts van de grens met Egypte naar Benghazi bracht. Die reed soms 190 kilometer per uur. Op doodstille woestijnwegen.

Even was er gevaar van een andere orde. De eerste dag leek het of ik mijn verhalen helemaal niet naar buiten kon brengen. Bij aankomst in het hotel ontdekte ik dat ik met geen enkele telefoon naar het buitenland kon bellen. Mijn mobieltjes, Nederlands of Libisch, waren geblokkeerd en ook mijn Thuraya satelliettelefoon gaf een rare toon, maar geen verbinding. Er was nergens internet. Uitbellen vanuit het hotel lukte niet. Daar stond ik dan middenin het wereldnieuws, maar niemand die het wist.

Tot ik ontdekte dat ik met een van mijn telefoons wel naar een buitenlands nummer kon SMS’en. En dus gaf ik zo het nummer van het hotel door aan Nederland, omdat volgens de receptie bellen naar Libië vanuit het buitenland wel mogelijk was.

In de dagen daarna ben ik voor mijn gevoel door zo’n beetje elk radio of tv-programma gebeld. De Wereldomroep betaalde deze reis en eiste zoals altijd alleen maar bronvermelding. Daardoor denkt intussen half Nederland waarschijnlijk dat ik niet alleen een dubbele voornaam, maar ook een dubbele achternaam heb: Hans Jaap Melissen van de Wereldomroep. Een beetje verwarrend zou het zelfs kunnen zijn omdat ik ook freelance werk voor de NOS.

Langzamerhand arriveerden meer collega’s. Sommigen hadden, net als ik, gedacht even thuis bij te komen van de revolutieperikelen in Egypte. Ze moesten snel de net uitgeruimde koffer weer inpakken. Uiteindelijk barstte Oost-Libië uit zijn voegen met journalisten. Ook zaten er veel journalisten in Tunesië, potentieel de kortste weg naar Tripoli, maar toch onmogelijk. De meeste beweging zat in de oostelijke karavaan. Die racete naar Brega toen troepen van Kadhafi daar aanvielen. Of naar Ras Lanuf. Bij sommige checkpoints van opstandelingen stonden meer journalisten dan rebellen. Waardoor het leek of wij daar de macht hadden kunnen overnemen.

Intussen was het zicht op de waarheid, zoals dat vaak gaat in oorlogsomstandigheden niet altijd even helder. De anti-Kadhafi mensen arresteerden en molesteerden bijvoorbeeld overal ‘huurlingen’ uit landen ten zuiden van Libië. Maar de berichten van Human Rights Watch dat zij vooral buitenlandse gastarbeiders in de cel aantroffen, sloegen in eerste instantie bijna nergens aan. Hoewel nergens….toen mijn collega van de Arabische afdeling van de Wereldomroep daar op internet en op de radio over vertelde, pakte de Libische staatstelevisie dat groot op. ‘Zie je wel, dat is hetzelfde wat Kadhafi zegt’, klonk het. Het bood, onbedoeld, een tegenwicht tegenover de Libische staatsberichtgeving dat de buitenlandse media de revolutie aanzwengelden.

Dat nieuws anno 2011 snel gaat merkte ik al eerder. Er lustig op los twitterende collega’s bezorgden mij soms hoofdpijn. Want dan werd ik weer gebeld door een redactie of ik die luchtaanval die uiteindelijk geen luchtaanval zou blijken te zijn, had gezien. Of die huurlingen. Of een kameel met drie bulten.

Met slechte telefoon- en internetverbindingen is het extra lastig je staande te houden in de berg informatie en non-informatie die digitaal heen en weer vliegt. Dat werd in Nederland niet altijd begrepen door mensen die gewoon met een iPhone in de hand in de rij bij Albert Heijn kunnen internetten.

Alle journalisten hoopten op een snelle revolutie, zoals in Tunesië, of Egypte. Maar Kadhafi dacht daar anders over. Althans, de deadline voor dit stuk is 6 maart. Morgen kan alles anders zijn. Die onzekerheid, die uiteraard op de eerste plaats een probleem is voor de Libiërs, is ook een beetje lastig voor ons. Blijf je, in de hoop op een redelijk snelle afloop of ga je weg. Maar wie vertrekt komt niet makkelijk terug. Vliegen naar Caïro waar de douane erop uit is satelliettelefoons in beslag te nemen of de lange rit naar de Egyptische grens met Libië. Dan weer de lange rit verder het land in.

Of je moet hopen dat het straks via Tunesië lukt. Of dat je bij het selecte gezelschap van journalisten mag horen dat is uitgenodigd door het regime om in Tripoli te zitten. Maar dat betekent schoolreisjes aan de hand van de mensen van Kadhafi.

Hoe dat gaat heb ik vorig jaar zelf gezien na de vliegramp in Libië waarbij zeventig Nederlanders omkwamen. Toen kon ik gelukkig ontsnappen aan de minders zoals deze begeleiders van de veiligheidsdienst worden genoemd. In Irak onder Saddam noemden we onze minder, altijd heel vriendelijk onze ‘klootzak’. We lieten de man in de waan dat het een goed Nederlands woord was voor persvoorlichter.

Tegenover de onzekerheden over hoe het hier in Libië verder gaat, staan een paar zekerheden over deze regio. De lijst van landen met demonstrerende bevolkingsgroepen, met nu al halve en straks wellicht hele revoluties, is enorm. De revolutiekaravaan zal verder trekken. Dat zal flink beslag leggen op de buitenlandbudgetten en het uithoudingsvermogen van redacties en verslaggevers. Ik weet ook niet hoeveel revoluties ‘het publiek’ kan verdragen. Al laat het rondrijdend circus de landen waar de revolutie is geslaagd weer net zo snel in de steek. Over dat soort hypes gaat ook een deel van mijn boek ‘Haïti, een ramp voor journalisten’. Ik beschrijf daarin onder meer de vrees dat in Haïti na de eerste verjaardag van de aardbeving (12 januari), de media-aandacht een dramatische duik zal maken.

Dat zou ook zonder de Arabische revoluties al zo zijn gegaan, maar nu is de duik extra diep. Ironisch genoeg draag ik daar ook zelf aan bij. Ook ik zit gevangen in de karavaan. Toch hoop ik er met mijn huifkar binnenkort even tussenuit te breken, uit al die ‘revoluties voor journalisten’. Eerst uiteraard naar het thuisfront en dan wellicht weer eens naar Haïti. Niet om de eerste te zijn om er verslag te doen. Maar om bij de laatste journalisten te horen die het land in de gaten blijven houden. Dan sla ik maar een keer een revolutie over.


——-

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.