De regie van een prinselijk interview
Op 11 september 1997 zond Nova een interview uit van Paul Witteman met prins Willem-Alexander. In hun zojuist verschenen boek ‘Willem IV. Van prins tot koning’, gebaseerd op honderd on-the-record interviews, reconstrueren Jan Hoedeman en Remco Meijer de totstandkoming van deze uitzending.
Paul Witteman zag met enige regelmaat minister-president Wim Kok, omdat hij een van degenen was die op vrijdag na de ministerraad het wekelijkse televisiegesprek met hem deden. Na afloop van een van die opnamen wierp Witteman al in 1996 eens een balletje op bij Kok en directeur Eef Brouwers van de Rijksvoorlichtingsdienst(RVD): zou het niet een goed idee zijn de prins rond zijn dertigste verjaardag aan het grote publiek te laten zien middels een interview?
Nadat een poging door NRC Handelsblad om een geschreven interview te maken was mislukt, zagen Brouwers, particulier secretaris Jaap Leeuwenburg en ook Kok wel wat in een televisie-interview. Voor het Koninklijk Huis was het interessant dat Witteman de interviewer zou zijn. Hij stond in de Nederlandse pikorde bovenaan. Hij deed de debatten aan de vooravond van verkiezingen en op de avond van de uitslagen. Overleefde de prins het vraaggesprek, dan zou het zijn imago goeddoen. Het gaf bij voorbaat een grote druk op dat gesprek, en in het bijzonder op de kroonprins. Deze moest in een interview van een uur zijn oude imago, dat in tien jaar was ontstaan, zien af te schudden.
Het kennismakingsgesprek met de familie en de interviewer werd gearrangeerd in Apeldoorn. Tijdens dat gesprek zou er tevens gekeken kunnen worden naar de precieze locatie voor het interview. Dat werd het jachtslot Het Oude Loo, een kasteeltje enkele honderden meters achter het paleis. De bossen zouden de televisiewagens aan het oog onttrekken.
Witteman: ‘Mijn adagium was: ik wil alles vragen, maar hij hoeft niet op alles een antwoord te geven. Het zou over de jacht moeten gaan, over dames en het koningschap. Vragen die toen leefden.’
Witteman en prins Willem-Alexander gingen apart zitten om elkaar beter te leren kennen. Koningin Beatrix, prins Claus, Brouwers, Leeuwenburg en eindredacteur Ad van Liempt spraken over de voorwaarden. Niet ieder woord zou op een goudschaaltje gewogen moeten worden. Van Liempt stelde voor om met ‘blokken’ te werken. Mocht een daarvan de familie niet aanstaan, dan zou hij welwillend kijken of ze een blok konden laten vallen. Zou Kok iets niet voor zijn rekening kunnen nemen, omdat het in de Tweede Kamer desgevraagd niet viel uit te leggen, dan sneuvelde dat onderwerp begrijpelijkerwijs.
Van Liempt en Witteman hadden een goed gevoel over de voorwaarden. Het vetorecht aan de zijde van de RVD zou niet snel gehanteerd worden, taxeerden zij. Het interview met NRC Handelsblad was immers al mislukt. Mocht dit gesprek ook derailleren, dan zou dat gaan rondzingen. Dan was de Prins van Oranje kennelijk een man die niet te interviewen viel.
Witteman stippelde met Van Liempt en een derde journalistieke collega, Piet van Asseldonk, een strategie uit volgens de klassieke lijn: rustig beginnen en dan de heikele issues laten passeren.
Eind augustus 1997 vond in het diepste geheim het gesprek plaats. Het was bloedheet die dag. Er waren maximaal drie dagen gereserveerd, maar het moest lijken alsof het allemaal in één take was opgenomen. Dit betekende dat op dag twee Witteman en de prins precies dezelfde kleding moesten dragen. Voor de geïnterviewde was het verschil tussen camera aan en camera uit heel groot. Witteman: ‘Hij was zeer op zijn hoede. Door de ministeriële verantwoordelijkheid, en door de spanning tussen zijn imago én hoe hij wilde overkomen. Niet als een prins pils, maar als een man die klaar was om koning te worden.’
Wat goed lukte: van de kant van de prins was aangegeven dat hij wilde aankondigen dat hij ‘iets met water’ zou gaan doen: watermanagement. Van Liempt daarover: ‘Paul gebruikte het woordje “pardon”. Maar wij wisten dat hij het ging zeggen. Dus een andere camera kon het “pardon” registreren. Dat was meesterlijk toneelspel van Paul.’
Aan het eind van de eerste dag was er een bandje gereed, dat zowel door Willem-Alexander en de zijnen als door de journalistieke ploeg werd bekeken. In beide kampen vond men het resultaat nog niet meevallen. Willem-Alexander vreesde dat hij te houterig overkwam. De Nova-ploeg werd niet vrolijk van de soms ontwijkende antwoorden die in gespannen toestand werden gegeven. Een comfortabele televisieavond leek ver weg.
Het was een verrassing voor de Nova-mensen dat Willem-Alexander twee vrienden bij zich had, Nathalie Houben en Frederik Eijkman. Een nog grotere surprise was dat de laatste als adviseur optrad en te kennen gaf dat hij de opzet niet goed vond. Het was allemaal te stijfjes. Konden ze niet beter een wandeling door de bossen maken terwijl Witteman af en toe een vraag stelde? Witteman en Van Liempt moesten in de aanval om de opzet te redden. Witteman was nu eenmaal geen Ivo Niehe of Rik Felderhof, hij ging voor de inhoud.
De tweede ochtend werd er niet gedraaid, want er deed zich een complicatie voor. Hoewel het KNMI stralend weer had beloofd, was het donker en regenachtig. Als de beelden daarvan werden gemonteerd met die van de stralende eerste dag, zou dat geen gezicht zijn.
Er werd een technische oplossing bedacht: uit Hilversum werden twee HMI-lampen gehaald, die de zon imiteerden. Zo kon de middag van de tweede dag toch worden benut. De visagiste zette een monitor met het stilstaand beeld van de prins en Witteman naast de kaptafel, want ze moesten precies zo geschminkt zijn als de dag ervoor.
’s Middags werden de opnamen hervat. Willem-Alexander had slecht geslapen. Voor hij de tweede sessie inging, lieten Brouwers en Leeuwenburg peptalk op hem los om hem in de goede stemming te krijgen. Sommige antwoorden moesten een aantal keren over. Onschuldige vragen ontspanden hem ook niet. Na twee dagen opnemen, lag er twee uur band. Dat moest worden teruggebracht naar één uur.
Na de montage dacht de Nova-ploeg dat de productie de toets der kritiek kon doorstaan. Maar de RVD en de familie moesten het resultaat nog goedkeuren. Brouwers nam een VHS-band mee naar paleis Huis ten Bosch. Gespannen keken Beatrix, Claus en Alexander. Er viel na afloop een stilte. Beatrix zweeg en wachtte op Claus. Die nam het woord en zei: ‘Wat een opluchting, wat heb je dat goed gedaan!’
Eén stukje werd eruit gehaald. Op de persconferentie die Nova gaf, werd gezegd dat er twaalf seconden waren geknipt. Niet bekend werd gemaakt waarover het ging. Toen minister-president Kok de VHS-band zag waarop hij ministerieel aanspreekbaar was, wilde hij één zin eruit hebben. Uit een transcriptie van de oorspronkelijke band blijkt het volgende.
Willem-Alexander zei dat hij het moeilijk zou kunnen hebben bij het ondertekenen van bepaalde wetten, maar dat hij in principe altijd zou tekenen. Mogelijk op één uitzondering na. Witteman vroeg: ‘Welke onderwerpen zijn dat?’ Antwoord van Willem-Alexander: ‘Ik zou mij kunnen voorstellen dat de doodstraf zo’n onderwerp is.’
Als die zin was blijven staan, had Kok op dinsdagmiddag aan de Tweede Kamer moeten verklaren waarom de kroonprins geen democratisch tot stand gekomen wet zou ondertekenen. Was zo iemand dan wel geschikt voor het koningschap? Dat viel niet makkelijk uit te leggen.
Al tijdens de aftiteling begon de fax op het paleis te ratelen: een en al positieve reacties, ondanks de stroeve ontstaansgeschiedenis van het gesprek. De dagbladen schreven overwegend gunstig. Er hadden 3,1 miljoen mensen gekeken met een waardering van 7,9. Witteman: ‘Per saldo was het voor beide partijen een succesvol project, terwijl we tijdens de opnamen dikwijls de wanhoop nabij waren. Ze waren er inhoudelijk dolblij mee. Als je terugkijkt: tussen zijn twintigste en dertigste was de prins geen serieuze man. Het interview was een omslagpunt.’
Het beeld van de prins bij de bevolking was door het interview genuanceerd. Voor de prins en zijn imagebuilders Leeuwenburg en Brouwers was het zaak die lijn door te trekken.
magazine@villamedia.nl


Praat mee