De ombudsman- en vrouw
Ombudsvrouw Annieke Kranenberg schrijft in haar opiniebijdrage van zaterdag over de deels hergebruikte column van Eva Hoeke in de Volkskrant afgelopen week. Hoeke publiceerde haar eerste column in Volkskant Magazine, maar gebruikte daarbij deels exact dezelfde passages als een eerdere column van haar hand in Het Parool. 'De eerste kennismaking is cruciaal: klikt het? Wordt de nieuwe column onderdeel van het weekendritueel? In die eerste aflevering moet de nieuwe columnist het allerbeste van zichzelf laten zien. Dat blijkt hier de crux van het probleem te zijn. Dat beste verhaal hád Hoeke al geschreven voor Het Parool - en deels in haar blog voor Marie Claire, waar het samenwonen met 'De Man' (zo noemt ze haar 11 jaar oudere vriend) ook opduikt,' schrijft Kranenberg.
‘Natuurlijk is het recyclen van eigen materiaal lang niet zo ernstig als het plagiëren van andermans werk, maar onschuldig is het niet. Wanneer een auteur zichzelf citeert zonder dit kenbaar te maken, roept dat vragen op over diens professionaliteit en integriteit.’ Hoeke zelf zag geen kwaad in het hergebruik en had nooit gedacht dat mensen erover zouden vallen. Aan Kranenberg laat ze weten: ‘Voortaan is alles nieuw. Nou ja, bijna alles. Ik kan niet doen alsof ik opeens een heel ander persoon ben.’
NRC-ombudsman Sjoerd de Jong analyseert de bekende “ikjes” in de krant, een korte lezersbijdrage van 120 woorden. Deze week werd meerdere keren bezwaar gemaakt tegen een ikje over de ouders van een baby die kort na de geboorte overleed. Het ikje was geschreven door een gynaecoloog, één van de bezwaren, want mag dat? En ten tweede zou de komische noot in het ikje onsmakelijk zijn. In het ikje stond: ‘De wieg was leeg en ik vroeg waar hun zoon was gebleven. De moeder antwoordde monter: “Nu even in de koeling, dokter. Hij wordt zo bij ons gebracht, maar mijn zoon slaapt graag uit.”’ Voor veel lezers was deze humor ongepast. De Jong schrijft: ‘Toch wijst de geschokte reactie van de lezers erop dat het voor de krant altijd oppassen blijft met medische anekdotes, in ikjes, maar ook in andere stukken. Lezers hebben vaak hun eigen, even pijnlijke maar minder gestileerde ervaringen.’ Ook vraagt De Jong zich af of er dan altijd rekening moet worden gehouden met mogelijke gevoelens van lezers. Antwoord: nee. ‘Al was het laatste voorbeeld wellicht te voorkomen geweest als de columnist ook een paar woorden had gewijd aan anderen die niet het geluk hebben opgelucht te kunnen zijn.’


Praat mee