— vrijdag 7 mei 2010 10:00 | 0 reacties , praat mee

De leidraad is niet heilig

De leidraad van de Raad voor de Journalistiek kan best wat soepeler worden uitgelegd. Media die niet meewerken aan de Raad zijn kinderachtig. En de vrijheid van columnisten is nu te absoluut. Zegt Victor Lebesque, de nieuwe voorzitter. Laatste wijziging: 17 april 2014, 14:15

Onbekend, onbemind en ongevaarlijk. Het profiel van de Raad voor de Journalistiek. De klaagmuur voor ontevreden mediaconsumenten zit al een paar jaar in de hoek waar de klappen vallen. Media als De Telegraaf, Elsevier, RTL Nieuws, Nova en Tros Radar erkennen de Raad niet. Ook deelnemers als NRC Handelsblad zijn kritisch op de onhandige spelregels: alle klachten, ook de duidelijk onzinnige, worden in behandeling genomen en er is geen mogelijkheid tot revisie van een uitspraak waarin de Raad duidelijk steken heeft laten vallen.

Maar de Raad voor de Journalistiek vernieuwt. Met financiële steun van de minister van Onderwijs is de staf uitgebreid met onder andere een betaald voorzitter (twee dagen per week). En sinds 1 maart is er een nieuw reglement. Voortaan worden evident onterechte klachten door de secretaris en de voorzitter afgedaan en is er, eindelijk, de mogelijkheid tot revisie als de Raad zich op verkeerde feiten heeft gebaseerd.

Noodzakelijke veranderingen, vindt de nieuwe voorzitter van de Raad Victor Lebesque (69 jaar en 70 als hij aan de klus begint). Hij werd door de voorzitter van het bestuur, Fons van Westerloo, gevraagd te solliciteren. ‘Ik dacht om hem op te volgen omdat hij voorzitter van Wakker Nederland is. Pas na tien minuten in het eerste gesprek had ik door dat het om het voorzitterschap van de raadkamers gaat.’

Lebesque zag zich al snel ook in die functie actief. ‘Ze zochten een journalist met juridische kennis en ervaring. Dat ben ik.’ Lebesque was zo’n veertig jaar in dienst van de Volkskrant als redacteur (‘Ik had niet zo veel ambitie. Ik blijf liever een gewone jongen’). En hij heeft zijn rechtenstudie afgerond. Bij de krant heeft hij jarenlang de hoofdredactie van juridisch advies voorzien. ‘Onder Pieter Broertjes nam dat toe. Dat scheelde een dure advocaat.’ Over zijn eigen werk is bij de Raad nooit geklaagd, wel stond hij een aantal Volkskrant-collega’s bij.

Nut en noodzaak van de Raad staan voor hem vast. Het is goed dat journalisten zich druk maken om de ethiek van het vak. Lebesque: ‘Ik heb het liever over fatsoen of omgangsvormen. Ik houd niet zo van hoogdravende woorden.’ En de Raad voorkomt dat de overheid verdergaande maatregelen treft, is zijn overtuiging. Denkbeeldig is dat niet. Toenmalige minister Brinkman wilde in 1983 het recht op antwoord introduceren, zoals België dat nu nog kent. In 1986 schreef Lebesque er het boekje (tegelijk zijn doctoraal) ‘Droit de réponse als luizenpoeder’ over. ‘Ik ben een verklaard tegenstander van het recht op antwoord.’

Bij de uitspraken verwijst de Raad vaak naar de eigen leidraad, gebaseerd op eerdere uitspraken. Daarin bijvoorbeeld de regel dat het opnemen van gesprekken alleen is toegestaan na toestemming van de gesprekspartner. Bij die regel is wel een sterretje opgenomen dat verwijst naar de regel dat afwijkingen mogelijk zijn bij zwaarwegend maatschappelijk belang en als er geen andere manier is het materiaal te verzamelen.

Lebesque: ‘Ik ben nooit zo’n voorstander geweest van het vastleggen van allerlei regels. Dat leidt tot starheid. De journalistiek vernieuwt constant, dus een code loopt altijd ­achter de feiten aan. Het gaat mij om de be­oordeling van het individuele geval. De Raad moet niet oordelen aan de hand van de ­leidraad, maar aan de hand van de zaak.’

Daarbij kan het voorkomen dat de Raad strenger oordeelt dan bijvoorbeeld de wetgever. Lebesque: ‘Sommige dingen mogen misschien, maar het gaat ook over fatsoen. Daarin kan de Raad strenger zijn. Maar het gaat me vooral om de beoordeling per geval. Eigenlijk zou er bij de meeste regels in de leidraad een sterretje moeten staan. Je gedrag als journalist is altijd afhankelijk van de omstandigheden. En wat mij betreft maakt het ook uit in welk medium de publicatie staat. In NRC Handelsblad kan meer dan in het Reformatorisch Dagblad.’ Daarmee worden uitspraken van de Raad lastig te voorspellen. Lebesque: ‘Prima. Elke zaak is anders. En dan heeft het indienen van een klacht tenminste zin.’

Lebesque hecht veel waarde aan fatsoen. ‘In dat verband zou ik de vrijheid van de columnist nog wel eens onder de loep willen nemen. Columnisten moeten hun vrijheid hebben. Maar is kwetsen altijd nodig? Is daar een maatschappelijk belang bij? Je hebt het recht om te kwetsen, maar daar kun je dus ook misbruik van maken. In voorkomende gevallen vind ik dat de Raad daar naar zou moeten kijken.’

Lebesque hoopt dat met de nieuwe werkwijze van de Raad verschillende media terugkeren. En hij gaat daar ook een beetje van uit. ‘Het is kinderachtig om weg te blijven. Je kunt er blijkbaar niet tegen dat er ook wel eens een negatief oordeel over je handelen wordt geveld. Maar er is beweging in de zaak. Binnenkort is er een bijeenkomst met degenen die niet meedoen en daarna wordt er een hapje gegeten. Dat geeft al aan dat de verhoudingen zo slecht nog niet zijn.’


——-

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee