De gordiaanse overheid
Voor de (relatieve) buitenstaander is het netwerk dat overheid heet vaak compleet ontoegankelijk, vindt Robbert Coops. Dat geldt zelfs voor de goed ingevoerde pers, die alle mogelijke moeite (WOB, onderzoeksjournalistiek enz.) moet doen om de overheid als onontwarbare knoop te kunnen duiden. Alle pogingen om de transparantie en interne organisatiestructuur van de overheid groter en logischer te maken ten spijt is die situatie wezenlijk niet verbeterd.
De vele bestuurslagen, de invloed van Europa, de uitvoeringsinstanties, de eindeloze golfbewegingen of beleidslevenscycli, de marktwerking die nu weer gevolgd wordt door nationalisatie, de toezichthouders en vooral de schier oneindige stapeling van regels, beleidsmaatregelen en wetten maken een secuur beeld van die overheid troebel. Dat geldt voor media, maar ook voor hun ontvangers en gebruikers.
Dat dit soort combinaties, structuren en ontwikkelingen er – ongetwijfeld onbedoeld - voor zorgen dat het inzicht op het functioneren van de overheid wordt vertroebeld zal iedereen die de overheid als een onderdeel van zijn of haar netwerk wil laten functioneren, vroeg of laat merken. Het is zelfs redelijk onbegonnen werk om de overheid succesvol te laten participeren in dergelijke netwerken. Dat heeft zeker niet alleen te maken met personeelswisselingen of reorganisaties, maar veel meer met de mentaliteit en het gebrek aan vasthoudendheid bij diezelfde overheid. Ook hier regeert de waan van de dag, is opportunisme bon ton en worden lastige issues (en dus lastige netwerken) genegeerd.
De bewijsvoering dat de overheid de eigen netwerken niet op orde heeft wordt dagelijks door diezelfde overheid geleverd. Want eigenlijk is het buitengewoon opmerkelijk dat er honderden vertegenwoordigers van een gemeente of provincie als public affairs-medewerker of contactfunctionaris in dienst te hebben die het netwerk met Brussel of Den Haag opzetten, onderhouden en uitbouwen. Het is veelzeggend dat het aantal van dit type ambtenaren spectaculair groeit. Eenzelfde signaal wordt afgegeven door het instellen van ombudsmannen(m/v!). Niet alleen in Den Haag, maar ook op lokaal en regionaal niveau. En zelfs deze specialisten slagen er vaak nauwelijks in het overheidsnetwerk te doorgronden, laat staan te laten functioneren op een dusdanige wijze dat het tegelijkertijd begrijpelijk en democratisch is. Opnieuw een bewijs hoe ingewikkeld de overheid in elkaar zit en functioneert.
Nu heeft diezelfde overheid het ook niet gemakkelijk, omdat ook de relevante omgeving niet erg doordringbaar is. Het maatschappelijk middenveld – waar ons land altijd zo prat op gaat – is vrijwel verdwenen of functioneert op een heel ander niveau, de traditionele overlegpartners blijken deels hun legitimiteit verloren te hebben en het polderen als gemeenschapsspel blijkt veel van de oorspronkelijk glans verloren te hebben. En ook hun oorspronkelijke ankerpunten in de media zijn verdwenen of van karakter veranderd. Vaste, formele netwerken worden overvleugeld door informele, meer ad hoc en resultaatgerichte gelegenheidscombinaties. Lukt het niet via de partijpolitieke band en lukt het ook niet via de gestaalde kaders in het georganiseerde overleg, dan ontstaan er nieuwe verbanden met vaak opvallende partners.
De conclusie dat er sprake is van een enorme dynamiek, zeker ook bij functionele relaties en relatiepatronen is makkelijk te trekken. Netwerken vervullen steeds vaker een tijdelijk vangnet, vaste structuren worden steeds minder vast en de overheid zelf functioneert als onderdeel van een publiek netwerk – in vele vormen en maten – zelf opvallend gebrekkig. De slechte aansluiting met burgers – de befaamde ‘kloof’ - levert een samenleving op die niet automatisch begrijpt, laat staan accepteert, wat de overheid doet. Zo ontstaat ongemerkt een gezagsvacuüm, zoals de laatste jaren blijkt bij de verkiezingen: veel no-show en steeds meer proteststemmers. Dat is geen goed teken.
De overheid zal zich dan ook razendsnel moeten aanpassen om niet teveel uit beeld te raken. Dat vereist flexibele, resultaatgerichte, maar vooral ook omgevingsbewuste en communicatieve ambtenaren en bestuurders. Dat is noodzakelijk gelet op de dynamiek in hun beleidsomgeving. Dus geen rondje inspraak of bestuurlijk overleg of consultatie omdat dat nu eenmaal de rite is, maar veel meer innovatieve of experimentele vormen van publiek-private partnerships of van interactieve processen, waarbij het maatschappelijk belang van het issue belangrijker is dan tradities. Het vergt – zeker ook van de overheid – een pro-actieve, signalerende houding. En moed en durf. Maar ook professionaliteit, inzicht in de ontwikkeling van issues (timing!) en van daarbij behorende netwerken, waarin uiteraard ook een pregnante plaats voor media is vrijgehouden.
Drs. Robbert Coops is partner HVR, bureau voor management en consultancy in strategische communicatie in Den Haag


Praat mee
4 reacties
Kees Cornelder, 14 juli 2009, 09:01
Uitermate gehaaide vos die hier de passie preekt?
Harry Beugelink, 16 juli 2009, 14:36
Robbert Coops slaat de spijker keihard op z’n kop!Indien onze overheid en Brussel zo door blijven gaan dan zal dat volgens het actie-reactie-principe er voor gaan zorgen dat de burger -en daarmee dus uiteindelijk ook de samenleving- zich steeds afstandelijker zal gaan opstellen. Met als uiteindelijk gevolg een uit de hand lopende anarchie. Mijn opa zei het al, overal waar te voor staat is niet goed en TE ondoorzichtig komt door TE veel regels en TE veel beleidsambtenaren die zichzelf TE veel aan het werk proberen te houden. Het is nog niet te laat maar hoopval gestemd ben ik evenmin!
Rypke Zeilmaker, 17 juli 2009, 12:54
Graag sluit ik me aan bij de opmerking van Kees Cornelder. Communicatiestrategen zijn niet de oplossing voor de overheid maar zij zijn het probleem. Zij creeren nog meer ruis op de lijn tussen burger en overheid en tracteren op meer sigaren uit eigen doos.
Om het op zijn PVV’s te zeggen: veel burgers krijgen de indruk dat zij ‘genaaid’worden door de overheid. Bestuurders zijn niet eerlijk, camoufleren hun fouten uit angst voor verantwoording en dankzij communicatiestrategen kunnen zij burgers steeds professioneler voor de gek houden. Maar zelfs een klein kind voelt aan wanneer hij wordt beetgenomen, al gebeurt dat op de meest glossy manier en kan hij de precieze bron van het wantrouwen niet peilen.
Het echte probleem van de overheid is een overdaad aan regels die medewerkers zelf niet begrijpen, of zelf proberen te omzeilen. Het is een instituut geworden dat bestaat om zichzelf werk te verschaffen.De standaardreactie op falende regels is dan niet het afschaffen daarvan maar meer regels.
Ivo, 21 juli 2009, 22:01
Vooropgesteld: dit betoog is een op een toepasbaar op grote bedrijven en m.i. niet strikt een overheidsprobleem. Ook daar heeft de buitenwacht geen idee heeft hoe de organisatie in mekaar zit en waar ze voor welke vraag waar terecht moeten.
Er worden hier bovendien twee zaken op een hoop gegooid die voor de buitenwacht een zijn, maar dat natuurlijk geheel niet zijn: nl. de ‘ambtenarij’ en de politiek.
Dat er een stevig wantrouwen is richting de overheid (politiek) is een gegeven. M.i. heeft dat alles te maken met ons politieke stelsel, de consensuscultuur, de iedereen-moet-zijn-zegje-doen-cultuur in ons land. En dus nemen beslissingen eeuwen in beslag en krijgen we pas na 40 jaar ouwenelen een uitbreiding van de Coentunnel. Ambtenaren krijgen daarvan de schuld, maar dit is natuurlijk louter een politieke kwestie. En uiteindelijk is iedereen gefrustreerd.
Als je de interesse van de Nederlander in zijn politici terug wil brengen, zouden we een voorbeeld moeten nemen aan de Amerikanen: slechts twee politieke stromingen en dus wezenlijke verschillen en geen meer van hetzelfde zoals in de Nederlandse politiek (ik laat de moord-en-brand-schreeuwers van SP en PVV even buiten beschouwing, die lossen zichzelf vroeg of laat toch wel op). Iedereen heeft toch genoten van de presidentsverkiezingen? Daar gaat het tenminste ergens om.
Even voor de duidelijkheid: ik werk in het bedrijfsleven.