foj 2019

— vrijdag 1 juli 2011, 10:00 | 0 reacties, praat mee

De campingradio voorbij

Als het aan het kabinet ligt, mag de Wereldomroep straks nog maar twee van zijn drie kerntaken uitvoeren. Het budget wordt verlaagd van 46 naar 14 miljoen euro per jaar en zo’n 250 mensen verliezen hun baan. Villamedia vroeg Angelo van Leemput, coördinator op de centrale redactie, hoe het nu verder moet met de Wereldomroep én met hem.

‘Mooi en waardevol, maar niet genoeg om publiek te financieren’. Met die woorden haalde premier Rutte een paar weken geleden een streep door twee van de drie wettelijke taken van de Wereldomroep. Voortaan doet de Wereldomroep alleen nog maar aan het verspreiden van informatie in gebieden waar de persvrijheid onder druk staat. Het budget wordt verlaagd van 46 naar 14 miljoen euro per jaar.

De persconferentie van Rutte na afloop van de vrijdagse ministerraad wordt op de redactie in Hilversum via livestreams gevolgd. De directeur van de Wereldomroep reageert, als de camera van Nieuwsuur eenmaal uit is, recht vanuit het hart: ‘Dit is, laat ik het maar gewoon uitspreken, kut’. Het gevoel wordt breed gedeeld. De koppen hangen omlaag, al wordt er aan sommige bureaus gewoon doorgewerkt. Er moet nog een uitzending worden gevuld, vermoedelijk een uitzending die straks wordt wegbezuinigd.

De bezuinigingen komen niet helemaal als een donderslag bij heldere hemel. Als gevolg van technologische ontwikkelingen is de Wereldomroep namelijk volstrekt overbodig. Althans, dat is de redenering in politiek Den Haag. En omroepcollega’s in Hilversum vinden dat ook. ‘Vroeger was de Wereldomroep heel nuttig en noodzakelijk’, laat Astrid Joosten eerder dit jaar optekenen in de Gooi en Eemlander.

‘Maar tegenwoordig zijn er schotels, internet en ga zo maar door. De Wereldomroep is een volstrekt overbodige organisatie geworden.’ Overbodig voor wie precies, ben ik geneigd te zeggen? Voor Joosten en haar iPhone, is vermoedelijk het antwoord. Schotels, wifi, breedband, de wereld is inderdaad veranderd, maar nog niet zoveel dat iedereen daar beschikking over heeft.

Ik moet vaak aan Philips denken, dezer dagen. De wereld heeft geen behoefte meer aan gloeilampen en daarom moet de gloeilampenfabriek de deuren sluiten. En Philips maar roepen dat het geen gloeilampenfabrikant is. Dat ze hoogwaardige producten maken! MP3-spelers! 3D-scheerapparaten! Medische apparatuur! Zoiets is ook gaande bij ons. Hoe vaak moet ik wel niet uitleggen dat de gloeilampen maar een klein onderdeeltje zijn van ons productieproces. Dat onze fabriek vooral ook andere dingen maakt. Dat onze fabriek niet is blijven steken in het pre-internettijdperk.

Met andere woorden: de Wereldomroep, dat is niet alleen radio voor een uitstervende groep naoorlogse emigranten (trouwens: wat is er mis met radio voor een uitstervende groep naoorlogse emigranten zolang die groep nog niet uitgestorven is?). De Wereldomroep is een hypermodern mediabedrijf dat unieke, doelgroepgerichte journalistieke producties verzorgt in tien talen voor vele honderden mediaorganisaties wereldwijd. Daarvoor gebruiken we korte golf, maar ook ‘schotels, internet en ga zo maar door’. (Misschien had ik voorlichter moeten worden; misschien kan dat altijd nog…)

Het is bijna ongelooflijk wat Kamerleden en bewindslieden weten van de Wereldomroep. Naar verluidt dacht een van hen dat we in allerlei obscure talen ín Nederland uitzenden voor migranten. Een politieke topper had geen idee dat we Spaanstalige uitzendingen verzorgen voor Latijns Amerika. Men denkt dat er miljoenen euro’s worden gestoken in ‘campingradio’. Of dat we exact hetzelfde doen als Radio 1. Maar dan natuurlijk langzamer en slechter. De collega’s van De Telegraaf waren verder zo aardig om met een opgeklopte non-onthulling te komen over (ons!) belastinggeld dat wordt verspild aan snoepreisjes en vertrekregelingen. Tja, zó’n Wereldomroep zou ik ook opheffen.

De Wereldomroep heeft – journalistiek gezien – vermoedelijk zijn beste jaar uit de geschiedenis achter de rug. Vroeger waren we braaf en ‘volgend’. Maar op sommige terreinen zijn we journalistiek leidend geworden. Dat was te zien toen we op het moment suprême in Libië en Egypte waren, dat is te zien als het gaat om berichtgeving over Nederlandse belangen in het buitenland. De laatste twaalf maanden is uitgebreid bericht over problemen die Nederlandse kiezers in het buitenland ondervonden, wat heeft geleid tot een aanbeveling om de kieswet te wijzigen. Verder schrijven we een exclusief interview met Tanja Nijmeijer op ons conto en mogen we trots zijn op onthullingen rond Zahra Bahrami, de Nederlands-Iraanse vrouw die gevangen zat in een Iraanse dodencel. Om nog maar te zwijgen van de onthullingen over misbruik binnen de rooms-katholieke kerk waarmee collega Robert Chesal terecht Journalist van het Jaar werd. Iedere dag hebben we min of meer exclusieve nieuwtjes.

Het ontmantelen van deze club is een verlies van de pluriformiteit van de media in Nederland, is mijn stellige overtuiging. Maar ‘pluriformiteit’ is niet in de mode. Zelfs mijn eigen hoofdredactie en directie voelen er niet voor om de pluriformiteitskaart te spelen. Kansloos, denken ze. Vermoedelijk terecht. ‘Pluriformiteit?’, hoor ik de premier zeggen. ‘Mooi, waardevol, maar niet voldoende om publiek te financieren.’

Wat moeten we nu? Nu moeten we ons richten op de enig overgebleven taak: ‘free speech’. De adjunct-hoofdredacteur spreekt motiverend over nieuwe kansen en mogelijkheden. Nu de Wereldomroep niet meer onder de mediawet valt, is er misschien iets privaat te financieren, zegt ze. We kunnen met kleine flexibele talenredacties grote delen van de wereld bedienen. We kunnen buiten de mediawet om veel nauwer samenwerken met buitenlandse mediapartners. We kunnen opleiden, we kunnen, nog altijd, verschil maken. Ook met 14 miljoen.

Ik merk dat ikzelf de switch zo snel niet maak. De huidige Wereldomroep, die de afgelopen jaren zo radicaal is gemoderniseerd, die zulk goed werk heeft geleverd, die zo wordt gewaardeerd door zoveel mensen over de hele wereld, die het internationale visitekaartje is van Nederland: die Wereldomroep is de mijne. Met 14 miljoen ben je geen internationale speler meer. Je bent geen broadcaster meer, geen trotse equivalent van BBC World Service, Deutsche Welle en Radio France Internationale. Je bent een veredelde NGO met hier en daar een projectje. Projecten die over vier of acht jaar zo maar wegbezuinigd kunnen worden.

Gelukkig worden al snel weer harde grappen gemaakt op de redactie. Een collega van de videoredactie zingt bij iedere ontmoeting op de gang, de eerste zin van My Way: ‘And now the end is near…’ Anderen proberen opzichtig en met een knipoog een wit voetje te halen bij de leiding door te flirten met persvrijheid. ’Free Speech? My middle name is free speech!’ Waar vroeger gekscherend bij elk onderwerp twee vragen werden gesteld (Eén: ‘zijn er Nederlanders bij betrokken?’ Twee: ‘wat betekent dit voor het vredesproces?’), wordt nu ‘free speech’ te berde gebracht. ‘Allemaal leuk en aardig, maar wat heeft dit onderwerp met free speech te maken?’ Een collega met een brede, geruststellende grijns: ’Ik denk dat we straks vast nog wel een coördinator centrale redactie nodig hebben’.

Nu wil het geval dat mijn gezin (vrouw, twee dochters, ikzelf) voor z’n inkomen voor honderd procent afhankelijk is van de Wereldomroep. Dat is natuurlijk nooit ‘verstandig’ geweest; je moet je risico’s spreiden in het leven. Mijn vrouw, die voor de Nederlandse afdeling werkt, is haar baan in elk geval zo goed als zeker kwijt. Nu weten we het gespreksonderwerp ‘Wereldomroep’ thuis doorgaans goed te vermijden, maar de afgelopen weken hebben we het vaak over overlevingsstrategieën, zowel voor onze werkgever als voor onszelf. We sommen alternatieven op. De krant? De landelijke omroep? Een buitenlands correspondentschap? ZZP’er? Iets heel anders? De horeca? Een internationale transportonderneming? En dan benoemen we nog eens de tweehonderd redenen waarom de Wereldomroep eigenlijk niet zou mogen verdwijnen.

Op de actiesites www.radionetherlands4u.nl en www.jebandmetnederland.nl stromen de adhesiebetuigingen binnen. Eén van de kleine twintigduizend reacties – we zullen ‘m in de statistieken niet meetellen – is van mijn 12-jarige dochter, zo zie ik tot mijn verbazing. ‘Hallo!,’ schrijft ze. ‘Mijn ouders werken allebei bij de RNW, en als die wordt opgeheven, hebben ze geen werk meer en dan zit ik thuis met twee ouders. Dat is niet leuk!’ Een sterker argument voor behoud van de Wereldomroep heb ik tot op heden niet gehoord.


——-

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.