e learning nvj

— dinsdag 28 juni 2022, 11:38 | 0 reacties, praat mee

De balanceer-act: wat tweet je wél en wat niet?

Demonstranten houden een wake met kaarslicht bij het Supreme Court in Washington D.C., daags voor de uitspraak waarin het landelijke recht op abortus wordt teruggedraaid. - © Gemunu Amarasinghe/Associated Press

Wat kun je als journalist wel en niet zeggen op Twitter? De recente uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof over abortus bracht journalist Rutger de Quay tot een moeilijk dilemma, schrijft hij in dit opiniestuk voor Villamedia. Laatste wijziging: 28 juni 2022, 17:33

‘Hebben ze dat écht gedaan?’, mompel ik terwijl ik perplex naar m’n telefoon staar. Het is vrijdagmiddag 24 juni en het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft zojuist bekendgemaakt dat het het bijna een halve eeuw oude landelijke recht op abortus intrekt. Ik ben niet de enige die verbaasd is. Een collega slaat met z’n vuist op de tafel. De verbijstering is van de gezichten af te lezen. Desondanks hebben we niet veel tijd om er stil bij te staan: over een paar uur moet er een dikke krant naar de drukker. ‘Is het bericht er? We gaan pushen!’, roept iemand terwijl de pushtekst razendsnel in elkaar wordt gedraaid. En al gauw belanden we in de hectiek waarvan ik zo houd in de journalistiek. Verslaggevers rennen rond en bellen met bronnen, eindredacteuren rammen hun toetsenbord stuk om de tekst op juiste lengte te krijgen voor ‘het vakje’, terwijl er op de achtergrond geroepen wordt om koppentesten, juiste foto’s en quotes die langer of korter morgen worden.

In hoeverre uit je je eigen boosheid en frustratie als journalist?

De daaropvolgende avond en dagen blijft het nieuws me bezighouden, alleen al omdat een lid van het Hooggerechtshof, Clarence Thomas, liet weten dat deze ‘landmark decision’ voor hem slechts het begin is. Ook andere ‘verworven rechten’, zoals het homohuwelijk en het recht op anticonceptie voor getrouwde stellen, dienen wat hem betreft teruggedraaid te worden. Het raakt me persoonlijk—ik kan me nog herinneren hoe optimistisch en opgetogen ik was toen datzelfde Hooggerechtshof in 2015 het huwelijk openstelde voor paren van hetzelfde geslacht. Een dag later zit ik wederom foeterend achter m’n computer op een nu uitgestorven redactie als ik een reportage uit ‘pro life’ Amerika samenvat voor social media. Maar het levert me ook een moeilijk dilemma op: in hoeverre uit je je eigen boosheid en frustratie als journalist?

‘Rutger van Twitter’
Het is niet zo dat ik mijn persoonlijke mening en visie onder stoelen of banken schuif. Verre van zelfs. Onder collega’s heb ik de bijnaam ‘Rutger van Twitter’ opgebouwd. Naast dat ik veel linkjes deel naar artikelen die ik mooi, interessant of soms belachelijk vind, schemert mijn eigen mening er ook regelmatig doorheen. Mijn opdrachtgevers weten dat en hebben daar geen problemen mee - tenminste, daar ga ik vanuit, gezien het feit dat ik er nooit op aangesproken ben. En Twitter is mijn ‘uithangbord’ als journalist én ZZP’er: een overgroot deel van de opdrachten die ik heb of krijg, zijn direct of indirect via Twitter afkomstig. Het levert, kortom, geld op.

Wat tweet je wel en niet? Ik heb er geen harde regels voor, maar ik ben ‘voorzichtiger’ geworden. Als student en journalist in spé kon ik mij meer ‘vrijheiden’ veroorloven - precies de reden dat ik sinds een tijdje geautomatiseerd oude tweets laat verwijderen door een bot. Je zult maar bij je haren ergens bijgesleept worden, gebaseerd op een jaren oude tweet uit het tijdperk dat nuance en ‘ja, maar…’ nog niet helemaal ingedaald waren in mijn jonge hersenen.

‘Menselijk gezicht’
Natuurlijk, je mening geven mág - sterker nog, ik denk dat het je als journalist een ‘menselijk gezicht’ geeft. Ook journalisten zijn mensen van vlees en bloed en worden geraakt door dingen. Maar bewust en onbewust merk ik dat ik bepaalde thema’s en discussies mijd. Je kunt me best betrappen op een tweetje over een politiek thema, maar het achterste van m’n tong laat ik niet zien. Mijn vrienden weten wat ik stem, maar om dat nou aan de grote klok te hangen? Voor je het weet hangt er een ‘labeltje’ aan je. Uitgebreide verhandelingen over corona? Ik laat het aan mij voorbijgaan.

In de dagen na de uitspraak van het Hooggerechtshof heb ik m’n mening ook absoluut niet voor me gehouden op Twitter en andere sociale media - ‘s avonds deel ik mijn ongeloof en frustratie met vrienden die net zo lamgeslagen zijn als ik. Maar ergens knaagt er ongemak.  Ieder artikel dat de uitspraak en de gevolgen daarvan nader uiteenzet en toelicht, wil ik vol krachttermen en kreten zoals ‘terug naar de fokking oertijd!’ de sociale media opslingeren.

Maar anderzijds denk ik na een half uur lezen ‘nu is het genoeg’. Niet omdat ik uitgelezen ben of omdat de frustratie als sneeuw voor de zon verdwenen is, maar omdat ik vrees dat het wel ‘een beetje te veel’ wordt qua het spuien van mijn mening’.

Moet ik mijn mening misschien wat meer voor mij houden op social media?

‘s Avonds lig ik bed en vraag ik me af: moet ik mijn mening misschien wat meer voor mij houden op social media? Omdat ik bang ben dat men op Twitter mij in een zeker hokje propt als het ‘te veel’ is? En wat dan nog? Als je feitelijk en sec naar mij kijkt, zie je een zeker ‘hokje’ opdoemen: twintiger, journalist, homoseksueel, wonend in de Randstad, gaat graag naar festivals, en, of ja: op mijn linkerarm prijkt als tatoeage met de tekst ‘Democracy Dies in Darkness’ - inderdaad, de slogan van The Washington Post.

‘Had hij nou zo’n gekanteld beeld van mij?’
Op het hoogtepunt van de tweede coronagolf stuurde ik eens een interviewverzoek naar een man. Nog geen tien minuten later hing hij aan de telefoon: natúúrlijk ging hij zich niet laten interviewen door zo’n ‘extreemlinks’ persoon als ik - ‘jullie liegen en bedriegen de hele boel bij elkaar’. Pardon? Extreemlinks? Moi? Ik wist een paar tellen niet hoe ik moest reageren: vond ik dit nou zo grappig omdat het zo’n onzin was of moest ik huilen omdat deze man - via Twitter, zo bleek achteraf - een nogal gekanteld beeld van mij had? Na een informeel gesprek van 5 minuten was de kou overigens uit de lucht en had de beste man geen enkel bezwaar bij een interview.

‘Social justice warrior’, ‘snowflake’, ‘MSM-journalist’, ‘deuger’, ‘linkse homo’

Maar het zette me aan het denken: is dat blijkbaar het beeld dat vreemden van mij hebben via social media? Hetzelfde gold overigens voor mannen waarmee ik privé afsprak en in de veronderstelling leefden dat ze mij volledig ‘kenden’ omdat ze m’n tweets lezen. Die vergeten dan simpelweg even dat er meer is in het leven dan Twitter - ja, echt waar - en dat er meer dingen zijn in mijn leven waar ik niét over tweet dan wel. En sowieso duikt er eens in de zoveel tijd wel iemand op in m’n mentions die strooit met termen als ‘social justice warrior’, ‘snowflake’, ‘MSM-journalist’, ‘deuger’, ‘linkse homo’ (als ze echt niks meer weten om je op aan te vallen, pakken ze immers je seksualiteit erbij) - u kent het vast ongetwijfeld inmiddels. Het is precies de reden waarom ik een streng ‘filter’ op mijn mentions heb staan: een groot deel van de reacties zie ik niet eens - beter voor de eigen gemoedstoestand. In veel gevallen word ik er door vrienden op gewezen: ‘Gaat het wel met je? Ik zie zoveel nare reacties’.

‘Misschien maar wat ingetogener tweeten, het gaat ze immers ook geen bal aan wat ik vind of denk’, dacht ik uiteindelijk - een instelling die soms wel en soms niet slaagt. Maar op die vrijdag liep ik tegen m’n eigen ‘beleid’ aan. Maar naast journalist ben ik bovenal mens. Een mens van vlees en bloed, met een stel hersenen en vooral een hart.

En bovendien, ik heb inmiddels in mijn nog prille carrière ontelbare interviews gehad met bronnen die dingen uitkraamden waar ik het zelf - als mens, als burger - hartgrondig mee oneens ben. Dingen die totaal haaks staan op mijn levensvisie en de waarden die ik belangrijk vind.

Is het uiteindelijke artikel dat ik schreef met deze geïnterviewde daar slechter of ‘biased’ van geworden? Dat denk ik niet, afgezien van het feit dat ik in zulke gevallen wellicht nog nét een tikkeltje scherper doorvraag. ‘U zegt dat nu wel, maar hoe zit het dan met X of Y?’ ‘Heeft u dit dan al eens gelezen…?’ ‘U zegt dit, maar deze wetenschapper zegt iets heel anders…’. Ook deze artikelen of interviews doorstonden de kritische toets van de eindredactie zonder problemen.

Sterker nog, een tijd geleden werd ik door een opdrachtgever gevraagd om iemand te interviewen die, om het kort te zeggen, aan de andere kant van het ‘spectrum’ zit. ‘Je hoeft ‘m niet af te fakkelen, maar zet je tandjes er maar in’, luidde de opdracht. Ondanks dat ik als persoon inderdaad mijlenver verwijderd sta van de opvattingen van de betreffende bron, werd het – volgens mij en de opdrachtgever - uiteindelijk een mooi artikel waarin de geïnterviewde zijn visie uiteen kon zetten, met de nodige kritische tegenvragen. Diezelfde opdrachtgever vroeg mij verslag te doen van het woonprotest in Amsterdam - wetende dat ik mij blauw betaal aan huur en desondanks geen huis kan kopen - omdat ‘jij waarschijnlijk hele andere dingen ziet en hoort dan een veertiger met koophuis’. En zo kreeg ik toch mooi de kreet ‘ik geef een nier voor geen Rutte 4’ in m’n artikel, die ik ergens opving.

‘Want ook ons journalisten is niks menselijks vreemd.’
‘Politiek maakt het persoonlijke publiek’, luidt de gevleugelde uitspraak. Dat geldt voor abortus, homorechten, mensenrechten en nog tal van andere thema’s - er is een reden dat ik tegen mijn zin in nog steeds huurder ben en geen huis kan kopen. Wij journalisten zijn geen robots of machines: ook wij hebben emoties en gevoelens. Daar is niks mis mee en die mag je zeker ook tonen - ook op social media. Mits je je eigen wereldvisie soms even terzijde kan schuiven, of juist die visie gebruikt als startpunt voor je nieuwsgierigheid: ik vind dit, maar iemand anders vindt dat. Waarom? Wat gaat daarachter schuil? Want ook ons journalisten is niks menselijks vreemd.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.