foj 2019

— vrijdag 1 juli 2011, 10:00 | 0 reacties, praat mee

Avontuurlijk interviewen

Ze laat haar prooi pas los als ze hem of haar begrijpt tot op het bot. Carolina Lo Galbo van Vrij Nederland won afgelopen maand De Luis; de prijs voor het beste interview van 2010.

‘Mensen denken vaak dat ik een heel avontuurlijk leven leid.’ Carolina Lo Galbo (31) moet er zelf om lachen. Een avonturier is ze in het dagelijks leven allerminst. De dochter van een Belgische moeder en een Italiaanse vader verruilde vorig jaar het jachtige bestaan van Amsterdam juist voor de relatieve rust van het Gooi. Daar woont ze in het pittoreske Naarden in een huis zonder deurbel (‘lekker rustig’) samen met haar vriend, met wie ze al elf jaar samen is. Facebook en andere sociale media gebruikt ze niet, dat leidt alleen maar af van het echte leven. Ze werkt al sinds 2006 als redacteur bij Vrij Nederland waar ze grossiert in het genre van het interview. Behoorlijk stabiel dus. ‘Geen idee waarom mensen een ander beeld van me hebben. Een goede vriend zegt dat ze een avontuurlijk bestaan misschien verwarren met een vrije geest.’

Een vrije geest vertaalt Lo Galbo als open-minded. Ze vindt weinig gek, vreemd of niet te begrijpen. Alles kan. Ook in haar werk als interviewer, in welke hoedanigheid ze menig opvallend levensverhaal hoorde. Een interview gaat ze altijd in met het idee dat het alle kanten op kan. ‘Ik lees me heel goed in, bedenk een paar thema’s, vorm kleine hypotheses over die persoon. Maar als ik het interview in ga, laat ik dat allemaal los. Dat moet ook, want elke persoon blijkt weer anders te zijn dan je dacht als je een paar vragen hebt gesteld.’

‘Misschien. Maar in mijn achterhoofd weet ik precies waar ik heen wil en wat ik allemaal mee wil pakken onderweg. Hoe en wanneer ik daar kom, maakt me niet uit. Ik ben sturend, maar niet heel directief. Ik zeg nooit: en nu gaan we eens dit of dat bespreken. Belangrijker is dat ik het een gesprek laat zijn waarin de ander zich op zijn gemak voelt. Misschien dat geïnterviewden wel eens denken: dit was gewoon een gesprek, wat gaat ze hier in godsnaam mee doen.’

Lo Galbo houdt even stil. Ineens is ze zich bewust dat de rollen zijn omgedraaid en zij aan de andere kant van de tafel zit – overgeleverd aan de grillen van haar interviewer. Ze gaat haar gangen na. ‘Ik kan nogal een flapuit zijn, dus ik ben nu aan het bedenken of ik niet hele stomme dingen zeg.’ Zo voelen haar geïnterviewden zich dus ongeveer, iets waar ze anders nooit echt bij stilstaat. ‘Helemaal niet eigenlijk. Ik vraag alles wat ik denk dat nodig is om iemand echt te begrijpen en ik ben blij als ze dan ook alles vertellen. Wat dat betreft kun je me gerust vasthoudend noemen. Ik hou pas op als ik antwoord heb op al mijn vragen.’

‘Ik zie dat emotie steeds belangrijker wordt in de media. Ook in de NRC, Vrij Nederland en de Volkskrant. Ik begrijp waar die behoefte vandaan komt. Mensen hebben in deze tijd niets meer om zich aan vast te klampen. Er is geen leidraad in het leven zoals je vroeger religie had. Dan is het heel interessant om te zien hoe iemand anders zijn leven leidt en met tegenslag omgaat. Maar je leert niets van alleen iemands ellende over je uitgestort krijgen. Ik vind het pas echt interessant als je een persoon en zijn werk leert begrijpen op basis van meer dan een emotie. Ik wil een totaalplaatje zien. Ik wil weten hoe hij gevormd is – in een interview met mij ontkom je nooit aan je jeugd – en waarom hij op een bepaalde manier met een tragedie omgaat.’

Dat is precies hoe ze te werk ging in haar interview met psycholoog Nico Frijda, die in de Tweede Wereldoorlog zijn vader en broer verloor. Het interview eindigde als runner up in het klassement van De Luis. Lo Galbo kende het werk van Frijda vanuit haar studie psychologie, waarvoor ze zijn boek ‘De emoties’ had gelezen; een standaardwerk in de emotieleer. In 2008 voegde de psycholoog daar een laatste hoofdstuk over herdenken aan toe. Toen Lo Galbo dat las, vond ze het te mooi om waar te zijn. ‘Ik dacht: waarschijnlijk heeft hij dat hele boek geschreven om zijn eigen emoties op een veilige, wetenschappelijke afstand te verkennen. Met dat in mijn achterhoofd ben ik met hem gaan praten. En toen kreeg ik wat voor mij het ideale interview is: een verhaal waarin werk en leven helemaal zijn verstrengeld. Door het leven ga je het werk begrijpen, en door het werk het leven.’

‘Ik ben er niet te diep op ingegaan omdat ik heel snel voelde dat het te pijnlijk voor hem was. Zelf zegt hij heel treffend dat hij een betonnen deksel over zijn emoties heeft gelegd. Ik heb natuurlijk wel geprikt en vragen gesteld en heb daarmee naar mijn idee genoeg informatie gekregen om een goed beeld van hem te krijgen. Frijda’s grief tegen Vrij Nederland, waar het interview mee begint, vind ik al adembenemend gruwelijk. Hij vertelt hoe hij in de jaren ’70 in een interview met een kamparts uit Vrij Nederland heeft moeten lezen hoe zijn vader aan zijn einde was gekomen. Dat zegt al zoveel dat ik niet verder hoef te wroeten in zijn pijn. Ik begrijp waar het vandaan komt en elke lezer zal het begrijpen zonder dat je het in zijn geheel, voorzien van de gruwelijke details, opschrijft.’

‘Het fascinerende aan Nasr is dat hij zich gedraagt als een kameleon. Hij past zich voortdurend aan aan zijn omgeving waardoor je hem eigenlijk nooit leert kennen. Ik merkte dat al in mijn voorbereiding. Hij geeft veel interviews en ik heb ze allemaal gelezen, maar hij bleef ongrijpbaar. Tijdens het interview kwam er dan ook geen antwoord op de vraag wie hij nu eigenlijk is. Hij zegt zelf dat hij geen kern heeft, in elke situatie iemand anders is. Hij speelt altijd toneel, als het ware.’

‘Nee. Ik had wel het idee dat ik hem beter begreep dan daarvoor, maar een totaalplaatje had ik niet. Aan de andere kant kun je iemand ook nooit helemaal vatten. Mensen hebben nu eenmaal verschillende rollen in het leven. Je bent iemands zus, vriendin, collega. En je gedraagt je in al die rollen nooit op dezelfde manier. Ramsey heeft dat alleen wat extremer. Misschien is het uiteindelijk toch een geslaagd interview geworden omdat ik heb laten zien hoe hij gevangen lijkt te zitten in die rollen, en er soms even uit schiet.’

‘Dat kameleontische van hem, dat begrijp ik overigens wel’, gaat ze verder. ‘Net als Ramsey ben ik in het dagelijks leven behoorlijk aangepast.’ Ze zoekt naarstig naar een voorbeeld, en weet dan een grappige persoonlijke anekdote op te dissen. Over hoe ze zich zó kon voorstellen dat Belgen het Nederlands een grove taal vinden, dat ze zichzelf tijdens een voordracht op de begrafenis van haar Belgische opa een Vlaams accent probeerde aan te meten. ‘Het is een klein dorpje waar mijn opa begraven werd, en er stroomden allemaal oude mensjes toe. Ik dacht: dan horen ze zo’n Hollander praten, dat kan ik ze niet aandoen. Zo ver ga ik. Mijn vriend, broer en zus kwamen niet meer bij van het lachen.’

‘Nou ja, toneel. Dit verhaal vertel ik omdat het grappig is. In het dagelijks leven is het veel subtieler dan dat. Als ik interview bijvoorbeeld, leef ik mezelf helemaal in de ander in. Wie ik ben, doet er op dat moment niet toe. Qua grapjes, qua non-verbaal gedrag pas ik me aan. Dat gaat automatisch. Het is niet zo dat ik non-verbaal gedrag bewust spiegel omdat ik weet dat het mensen op hun gemak stelt.

Misschien komt die aangepastheid door de twee culturen die ik in me draag. In België zijn de mensen heel anders dan in Italië. En ik wilde er vroeger in allebei de culturen niet buiten vallen.’ Ze peinst even en zegt dan: ‘Je zou het ook wel gewoon sociaal vaardig kunnen noemen.’

Hoe je het ook noemt, die vaardigheden stellen haar in staat een veilige sfeer te creëren waarmee ze het fundament van haar interviews legt. ‘Door iemand alle ruimte te geven, maar wel op het juiste moment de juiste vraag te stellen peuter ik de informatie los die ik nodig heb.’ Voor Lo Galbo is informatie niet alleen het gesproken woord. Ze kan scherp observeren en hecht net zoveel waarde toe aan non-verbale communicatie en omgevingsfactoren. Ze verwerkt het allemaal in haar teksten. De jury van De Luis prijst haar vermogen om de geïnterviewden op die manier helderder uit de verf te laten komen. Niet vreemd dat vooral de laatste weken de naam van Vrij Nederland-icoon Bibeb valt als het over Lo Galbo gaat. Bibeb, de vrouw die wel wordt beschouwd als de grootmeester van het portretterende interview.

‘Nee. Ik vind het bijzonder om voor Vrij Nederland te werken dat zo’n rijk verleden met zulke grote namen heeft. Het is een eer om met Bibeb geassocieerd te worden. Maar het is niet meer dan een associatie. Ik doe het op mijn manier, met wat mij gevormd heeft. Mijn roots en de psychologie spelen daar vast een rol in.’

‘Eigenlijk niet. Wat me opviel was de bescheidenheid van de journalisten daar. Het was geen opgeprikt gedoe, wat ik misschien een beetje had verwacht. Ik heb gedreven, inspirerende collega’s die het allerbeste willen. Die mentaliteit sprak me meteen aan. Maar om nou te zeggen dat ik me direct als een vis in het water voelde, dat ook weer niet. Maar dat lag bij mezelf. Ik was een groentje, moest me nog helemaal bewijzen en dan meteen bij zo’n blad. Daar werd ik ontzettend onzeker van.’

Er is een tijd geweest dat ik drie keer terug ging voor een interview. Niet omdat ik dacht dat ik het niet had, maar omdat ik dacht dat het beter kon en dat als ik nog een keer zou gaan ik misschien dat ene extra mooie, verrijkende voorbeeld zou krijgen waardoor alles nog meer op z’n plek zou vallen. Elk verhaal moest een meesterwerk worden, daar werd ik volledig door opgeslokt.

Twee, drie jaar geleden ging ik er slecht van slapen. Ik had mezelf behoorlijk gesloopt door zo te werken. Toen besloot ik dat het anders moest. The sky is the limit, maar het is ook gewoon werk. Ik kan het nu aan- en uitzetten. Ik leg de lat nog steeds hoog, maar zo dat er ook nog een leuk leven naast te beleven valt.’

‘Ja, maar hebben niet alle journalisten af en toe een aai over hun bol nodig? Ik vraag me nog elke keer af of mijn stuk wel goed wordt, of ik het wel goed doe.

Wil je jezelf en het stuk dat je schrijft serieus nemen dan moet je ook hoge eisen stellen. Ik ben wel minder afhankelijk van het oordeel van anderen dan voorheen. Tegenwoordig kan ik naar mijn eigen werk kijken en zeggen: het is gewoon…’

‘Goed genoeg.’


——-

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.