— maandag 2 februari 2026 07:25 | 0 reacties , praat mee

Arbeidsmarktmonitor: Financiën freelancers kunnen inflatie niet bijbenen

Arbeidsmarktmonitor: Financiën freelancers kunnen inflatie niet bijbenen
© ANP / Gary Waters

Freelance journalisten zagen in 2024 hun inkomen licht stijgen, maar gingen er desondanks financieel toch op achteruit. Ze haalden opnieuw een kleiner deel van hun inkomen uit journalistiek werk. Laatste wijziging: 2 februari 2026, 17:17

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?

Freelance (foto)journalisten gingen er in 2024 financieel op achteruit. Hoewel ze een net wat hoger inkomen hadden dan in het jaar ervoor (+2,67%), bleef de inkomstenstijging achter bij de inflatie (3,3%). Dat betekent dat freelancers er in 2024 gemiddeld 0,67% in koopkracht op achteruit gingen. Het gemiddeld belastbaar inkomen kwam uit op 40.710 euro.

Ondanks de gemiddelde inkomstenstijging, verdient een groot deel van de freelancers nog altijd onder modaal. In 2024 had 62% van de freelancers een inkomen dat lager lag dan het modale bruto inkomen van 44.000 euro per jaar. Ruim één op de drie freelancers (34,5%) kwam qua inkomsten in 2024 onder het minimumloon uit. Dat is wel een kleine verbetering ten opzichte van 2023: toen had 36,8% een inkomen van minder dan het minimumloon.

Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de NVJ Arbeidsmarktmonitor, een grootschalig onderzoek naar de journalistieke arbeidsmarkt. Bij het onderzoek zijn freelancers in een enquête gevraagd naar hun journalistieke praktijk.

Voor meer informatie over het onderzoek en de onderzoeksmethode, zie de verantwoording onderaan dit artikel.

Wie verdient het meest?
Freelance journalisten die werken voor radio en televisie hebben gemiddeld een hoger inkomen dan schrijvende en fotograferende freelancers. Zij hebben een gemiddeld belastbaar inkomen van 42.818 euro. Freelance fotojournalisten komen gemiddeld uit op 39.807 euro, terwijl schrijvende freelancers een gemiddeld belastbaar inkomen van 38.952 euro hebben.

Dat fotofreelancers een net wat hoger belastbaar inkomen hebben dan hun schrijvende collega’s, wil niet zeggen dat ze ook daadwerkelijk meer onder de streep overhouden. In de regel hebben freelance fotojournalisten jaarlijks veel hogere investeringskosten. Dat zit hem met name in de hogere kosten voor apparatuur.

Waar komt het inkomen vandaan?
Freelancers haalden in 2024 een net wat kleiner deel van hun inkomen uit journalistiek werk dan in 2023. Gemiddeld gezien scharrelen freelance journalisten 64,5% van hun kostje bij elkaar met journalistieke klussen. In 2023 was dat nog 65,7%. Een jaar eerder, in 2022, haalden journalistieke zzp’ers nog bijna drie kwart van hun freelance inkomen uit journalistiek werk (73%).

Het grootste deel van het niet-journalistieke inkomen is afkomstig uit werk dat wél aan journalistiek werk is gelieerd. Freelancers haalden in 2024 bijna een kwart van hun totale inkomen uit niet-journalistiek schrijvend, fotografisch of audiovisueel werk. In 2023 was dat nog 22,1%.

Fotojournalisten combineren hun journalistieke werk het vaakst met niet-journalistiek werk. Bijna vier op de tien (38,9%) fotofreelancers werkt ook voor opdrachtgevers die buiten de journalistiek actief zijn. Dat is in lijn met 2024, toen al werd vastgesteld dat vier op de tien fotojournalisten inkomsten haalde van buiten de journalistiek.

Bij schrijvende freelancers doet drie op de tien ook niet-journalistiek schrijfwerk (30,3%). Freelancers voor radio en tv combineren hun werk in de journalistiek het minst vaak met niet-journalistiek: 15,3% van de audiovisuele freelancers werkt ook voor niet-journalistieke klanten.

De jongste groep freelancers haalt een aanzienlijk groter deel van het inkomen uit journalistiek werk. Gemiddeld gezien verdienen freelancers van 30 jaar en jonger 81% van hun inkomen met journalistieke klussen. Toch is dat een kleine daling ten opzichte van vorig jaar (-2%). Net iets meer dan een tiende van het inkomen van deze groep (12,9%) komt uit niet-journalistiek schrijvend, fotograferend en audiovisueel werk.

In veel gevallen bepaalt de opdrachtgever het tarief
Lang niet alle freelancers hebben de vrijheid zelf hun eigen tarief te bepalen. Drie op de tien journalistieke zzp’ers geeft aan dat hun tarief door de opdrachtgever wordt bepaald (30,6%). Bij schrijvende freelancers komt dat het vaakst voor: één op de drie krijgt te maken met tarieven die door de opdrachtgever wordt opgelegd. Bij fotojournalistieke en audiovisuele freelancers is dat respectievelijk 27,5% en 25,7%.

Freelancers bij radio en tv hanteren het vaakst vaste tarieven die afhankelijk zijn van de klant: bijna vier op de tien (39,8%) doet dat. Relatief weinig freelancers zeggen dat ze geen idee hebben hoe ze hun tarief moeten bepalen: een kleine 3% heeft daar moeite mee.

Het indexeren van tarieven aan de inflatie blijft voor veel freelancers lastig. Toch lukt het hen vaker inflatiecorrectie door te voeren dan voorheen. Waar vorig jaar nog een kwart van de freelancers aangaf dat ze tarieven niet hebben kunnen aanpassen aan de inflatie (25,8%), daar was dat bij het onderzoek van dit jaar iets meer dan één op de vier (21,6%).

Freelancers die succesvol tarieven wisten te indexeren, namen veruit het vaakst zelf het initiatief daartoe. Van degenen die (soms) inflatiecorrectie wist door te voeren, nam 58% zelf het initiatief. Eén op de drie (29%) zag zijn tarief geïndexeerd op initiatief van dienst opdrachtgever. Fotofreelancers slaagden er naar eigen zeggen het minst vaak in tarieven te indexeren. Eén op de vier (25,8%) kreeg dat de afgelopen twee jaar niet voor elkaar. 

Stuksprijzen voeren nog altijd de boventoon
De wijze waarop freelancers betaald krijgen, is het afgelopen jaar nauwelijks veranderd. Journalistieke zzp’ers krijgen nog altijd het vaakst betaald per opdracht (30,4%) of per dag (23,6%). Deze betaalwijzen komen allebei ongeveer een half procent vaker voor dan in 2024.

Ook het aandeel schrijvende freelancers dat per woord betaald krijgt, is redelijk gelijk gebleven: ongeveer één op de vijf. Betaling per teken – een betaalwijze die vooral bekend is van de dagbladwereld – komt net iets vaker voor. Op dit moment krijgt 8,5% van de schrijvende freelancers per teken betaald, vorig jaar was dat nog 7,8%.

Onveranderd is dat de vergoeding voor fotojournalisten in een kwart van de gevallen per foto betaald krijgen (26%) en dat bijna één op de drie een vergoeding per opdracht krijgt.

Zelfstandige fotografen en schrijvers krijgen ieder in bijna tweederde van de gevallen (zo’n 63%) per stuksprijs betaald (betaling per woord, teken, foto, opdracht). In éénderde van de gevallen krijgen ze betaald per tijdseenheid (betaling per uur, dagdeel of dag). Bij audiovisuele freelancers is betaling per tijdseenheid veel voorkomender: in die groep krijgt bijna de helft (45%) per tijdseenheid betaald.

Iets meer tevredenheid over financiële situatie
Freelancers zijn over het algemeen net wat meer tevreden met hun financiële situatie dan een jaar geleden. In 2024 vond 37,4% van de journalistieke zzp’ers hun financiële situatie nog goed tot zeer goed. In 2025 is dat 40,8%. Toch vindt nog bijna een kwart van de freelancers (23,6%) de eigen financiële situatie matig tot slecht. In 2024 was dat nog bijna één op de drie (28,2%).

De tevredenheid met de financiële situatie ligt onder freelance (foto)journalisten veel lager dan gemiddeld is over alle sectoren. Uit de Zelfstandigen Enquête Arbeid 2025 (ZEA) – een tweejaarlijks onderzoek van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) – blijkt dat 58% van alle zzp’ers in Nederland de financiële situatie als (zeer) goed beoordeelt. Eén op de zes (16%) vindt de eigen financiën matig tot slecht.

Fotofreelancers beoordelen hun financiële situatie het meest negatief: 26,9% vindt de eigen financiële situatie matig tot slecht. Bij schrijvende zelfstandigen is dat 26,5%. Zij beoordelen hun financiële situatie ook net wat vaker als goed tot zeer goed dan collega’s achter de fotocamera. 37,9% van de schrijvende freelancers vindt zichzelf er goed tot zeer goed voor staan, tegenover 36,6% van de fotojournalisten.

Audiovisuele freelancers zijn het meest te spreken over hun financiële situatie. 41,4% beoordeelt deze als goed tot zeer goed. 18,9% vindt van zichzelf er financieel matig tot slecht voor te staan.

Journalistieke zzp’ers die met een partner samenwonen zijn minder afhankelijk van het inkomen van hun partner dan vorig jaar het geval was. Ruim de helft zegt helemaal niet afhankelijk te zijn van het inkomen van de partner om rond te komen (56%). Een jaar geleden was dat nog 49,23%. Degenen die wel (mede) op het partnerinkomen moeten vertrouwen, zijn wel net wat vaker in grote mate daarvan afhankelijk.

Verantwoording
De conclusies en data uit dit artikel zijn afkomstig uit de NVJ Arbeidsmarktmonitor 2025. Voor dit onderzoek werd een enquête uitgezet onder freelance (foto)journalisten. Vragen over inkomen hadden betrekking op het jaar 2024.

In totaal vulden 628 freelance (foto)journalisten de enquête (deels of volledig) in. Niet alle respondenten vulden de vragenlijst volledig in. Het aantal respondenten kan daarom per vraag verschillen: inkomensvragen werden gemiddeld 560 keer ingevuld. Vergelijkingen met 2023 zijn gebaseerd op data uit de NVJ Arbeidsmarktmonitor 2024.

Overige resultaten uit dit onderzoek worden later in 2025 gepubliceerd.

Bekijk meer van

NVJ Arbeidsmarktmonitor
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee