Amerikaanse minister van Defensie valt journalisten opnieuw aan
De Amerikaanse minister van Defensie heeft journalisten opnieuw aangevallen op hun berichtgeving over de Amerikaanse aanvallen op Iraanse nucleaire installaties. Volgens Pete Hegseth willen journalisten niet opschrijven hoe succesvol die aanvallen waren omdat ze iets tegen president Donald Trump hebben.
Hegseth had een persconferentie belegd met de hoogste Amerikaanse militair, generaal Dan Caine. Hij verwees onder meer naar hoge Amerikaanse en Israëlische functionarissen die zeggen dat de installaties ernstig beschadigd of verwoest zijn.
Hegseth verwees ook naar het hoofd van de CIA, John Ratcliffe. Die zei woensdag dat het erop lijkt dat “belangrijke Iraanse nucleaire faciliteiten verwoest zijn en de komende jaren opnieuw opgebouwd zullen moeten worden”. Net als veel andere bronnen die Hegseth aanhaalde, merkte de CIA wel op dat het onderzoek nog loopt.
Volgens Hegseth zouden media trots moeten zijn op Amerika in plaats van te zoeken naar schandalen.
NVJ: Schoof had Trump moeten aanspreken
Ook Trump haalde uit naar journalisten, om dezelfde redenen als Hegseth. Hij dit ook tijdens de NAVO-top, in het bijzijn van demissionair ministerpresident Dick Schoof.
Volgens de beroepsvereniging NVJ had Schoof daar iets van moeten zeggen, vindt algemeen secretaris Thomas Bruning . Hij spreekt van “ondermijning van de persvrijheid” door de president van de VS.
Tijdens een gesprek op de top noemde Trump berichtgeving over het bombardement op Iran van The New York Times en CNN “fake news”. Ook schold hij hen uit. Schoof zat ernaast en zei niets.
Bruning snapt dat de situatie voor de premier “complex” was, maar vindt toch dat hij afstand had moeten nemen van Trumps uitspraken. “Je mag op zo’n moment best even uitleggen dat je volgens ons idee van de rechtsstaat met je handen van media afblijft.” Hij begrijpt “dat er een gezamenlijk akkoord werd gevierd”, maar dat wil niet zeggen dat je stil moet blijven over uitspraken “die ingaan tegen grondrechten.”


Praat mee