— maandag 17 mei 2021, 13:29 | 6 reacties, praat mee

Afscheidsbrief aan het Dagblad van het Noorden. Reyer Boxem wil de afkalving niet langer aanzien

Een selfie avant la lettre van Reyer Boxem uit 1993 in de doka van het Nieuwsblad van het Noorden.

Reyer Boxem stopt als fotograaf bij Het Dagblad voor het Noorden. Jarenlang werkte hij freelance voor de krant. En jarenlang zag en merkte hij dat het minder en minder werd. Boxem besluit zijn carrière een andere wending te geven en schrijft een afscheidsbrief aan de hoofdredactie van de krant, die Villamedia hier onder publiceert.

Het was in 1993 toen ik, na een voor mij moeizame stage bij een fotograaf van Vrij Nederland waar ik hoofdzakelijk werd ingezet als dokaslaafje, bij het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden terecht kwam als stagiair van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten Den Haag. Als noorderling, opgegroeid in Friesland wilde ik eigenlijk drie dingen in mijn tweede stageperiode: zélf fotograferen, en dan het liefst in het noorden van het land, én bij een krant.

Ik kende de noordelijke mentaliteit, en een krant, tsja, dat was het hoogst haalbare voor een fotograaf. Vond ik. De coolste oudejaars studenten in Den Haag deden een stage bij een krant. De beste oud-studenten werkten voor een krant. De grote voorbeelden werkten bij een krant: Wubbo de Jong, Daniel Koning, Marcel Molle, Marcel van den Bergh, Harry Cock.

Ik werd −als eerste stagiaire ooit- bij het Nieuwsblad van het Noorden aangenomen op mijn portfolio, en kon gelijk aan de slag. Wat heet: elke dag vier opdrachten, die de volgende dag ook daadwerkelijk in blakend zwart-wit op de pagina afgedrukt stonden. Met mijn naam erbij. Ik scheurde met een fototas vol filmpjes en een tweedehands camera op een door mijn broertje afgestane blauwe Zündapp (ik had nog geen rijbewijs) 24 uur per dag door de stad Groningen, van opdracht naar opdracht. Ik had nog nooit zó duidelijk het gevoel gehad dat ik op mijn plek was. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat het de gelukkigste tijd van mijn leven was.

Op de dag dat mijn stageperiode na zes maanden zou eindigen, schreef de toenmalig hoofdredacteur Ton Schuurmans een soort dankbriefje aan mij op de voorpagina. ‘Reyer bedankt’, eindigde hij. Ik liep met een rooie kop van schaamte en trots naar de fotodesk om mijn semafoon in te leveren terwijl de redacteuren en journalisten liefdevol pesterig “Reyer bedankt, Reyer bedankt!” over de redactievloer scandeerden. Dat was het dan, voor dat moment.

Ik studeerde af en wist niet hoe snel ik in Groningen terug moest komen.

Dat gebeurde reeds in 1994. Ik begon als freelancer en haalde mijn rijbewijs. Ik maakte de omslag van analoge naar digitale fotografie mee, ik investeerde duizelingwekkende bedragen aan apparatuur om foto’s mee te maken en te verzenden, en bouwde een bestaan op met het mooiste beroep ter wereld: fotograaf. Mijn lijst aan opdrachtgevers breidde zich uit. Ik moest wel eens ‘nee’ verkopen aan een opdrachtgever, dat deed in het begin pijn en maakte me onzeker.

Ze zouden me toch de volgende keer wel weer bellen? Ik was niet te stoppen en maakte ongezonde werkweken van negentig uur. Ik nam alle opdrachten aan, reed absurde aantallen kilometers op de onpopulairste uren van de dag . Ik werd door het Nieuwsblad van het Noorden gevraagd om in vaste dienst te komen maar het soms zacht mopperende chagrijn van de oude garde vaste fotografen hield me tegen.

De foto op de voorpagina van de Telegraaf van de neergestoken Theo van Gogh, gemaakt door een voorbijganger, maakte grote indruk op mij.

Voor de dertigste keer een 50-jaar getrouwd echtpaar in Oude Pekela fotograferen was zo te merken toch ook geen garantie voor geluk ondanks het riante salaris, de compensatiedagen voor weekenddiensten , de doorbetaalde vakanties, het pensioen, de lease-auto en de apparatuur van de zaak. Ik sloeg het aanbod af, de fijne variatie in soorten opdrachten van verschillende opdrachtgevers was ik inmiddels gaan koesteren. Het Nieuwsblad van het Noorden was inmiddels opgegaan in de nieuwe titel Dagblad van het Noorden. Er viel wel eens een opdrachtgever weg, maar er kwam ook altijd weer eentje bij.

Na de komst van de digitale camera deed de mobiele telefoon met camera zijn intrede, en was ineens “iedereen een fotograaf”. Ik vond het wel mooi, eigenlijk. Een nieuwe beeldtaal erbij. De foto op de voorpagina van de Telegraaf van de neergestoken Theo van Gogh, gemaakt door een voorbijganger, maakte grote indruk op mij. Zo lomp, zo plomp, zo lelijk en zo ‘as it is’…. bloedstollend. Heel goed, adequaat, snel ook. Tussen het maken en publiceren stonden nog maar enkele minuten. Toch had ik het veilige idee dat ik , als professional, in een andere, chiquere vijver zat te vissen en mijn bestaan als “serieus fotograaf” niet direct op de tocht stond. De “B&O-klussen” (branden en ongelukken, en wel eens een paard in een sloot) konden me sowieso altijd al gestolen worden. Dat konden de ‘mobieltjes- fotografen’  dan nu mooi gaan doen.

Niet veel later werden ook journalisten uitgerust met een smartphone, en weer wat later deed het credo “online first” zijn intrede. Het gebeurde dat ik voor het Dagblad van het Noorden bij het bloemencorso in Eelde schouder aan schouder stond met een van de beste verslaggeefsters van de krant en zij tot mijn ontsteltenis met haar smartphone aan het fotograferen sloeg. “Tsja Reyer, ze zitten me op de internetredactie te pushen. Eventjes een nieuwsberichtje met foto online, hè? Ik vind dit ook niks, hoor”.

Weer andere verslaggevers van de krant vonden het helemaal niet meer nodig om een fotograaf “te bestellen” en deden beeld en tekst gewoon helemaal zelf. En schoten er een nietszeggend filmpje bij, voor op de site. Bewegend beeld, daar klikken mensen op, zo werd ons verteld. Misschien konden we zelf, als we ergens dan tóch waren, ook eens een filmpje schieten. Leuk. Daar zouden we dan een paar extra euro voor krijgen.

Een collega gaf fotocursussen voor de journalisten. Dan zou de kwaliteit wel omhoog gaan. De freelancers zouden ondertussen wel gebeld worden voor de écht belangrijke opdrachten. De foto’s voor de weekendbijlage, de moeilijke klussen in het donker, sommige sporten. De opdrachten werden echter alras minder. Er waren dagen dat de krant voor 70 procent volstond met plaatjes van de schrijvende journalisten. Ik, wij, wij snapten dat het met de oplage slecht ging en dat er iets moest gebeuren. Bezuinigen op beeld hielp, dat snapten wij ook.

Als je product slecht loopt ga je het product niet slechter van kwaliteit maken, was onze gedachte.

Wij, een verzameling noordelijke fotografen van wie elk jaar wel foto’s bekroond werden bij de Zilveren Camera (dit jaar werd DE Zilveren Camera zelfs gewonnen door Kees van de Veen uit Haren, ooit ook stagiaire bij het Dagblad van het Noorden) hadden op onze beurt ook wel een idee: het product beter maken door het beeld op een superhoog niveau te houden zodat mensen misschien alleen al dáárom een reden zouden hebben om de krant te kopen. Als je product slecht loopt ga je het product niet slechter van kwaliteit maken, was onze gedachte.

Dat idee werd niet overgenomen. In een bijeenkomst met fotografen op een mooie dinsdag in 2019 over een nieuw freelancerscontract dat aanstaande was schermde de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden trots met een mooie spread over het internationale festival Eurosonic / Noorderslag die de krant dat weekeinde toch maar even door een echte fotograaf had laten maken. Hij vergat daarbij te vermelden dat notabene hijzelf , en in zijn kielzog een tiental journalisten met vrijkaartjes, de hele week avond aan avond zélf foto’s hadden staan maken van de concerten voor de website, inclusief de recensies. Vormloze baggerwerkjes ontsierden de pagina’s maar hey: ’t kostte ook mooi niks. De lezer zou het wel pikken, of erger: het verschil niet zien.

Ik geloof dat er bij die bijeenkomst iets in mij knapte, om het maar even dramatisch uit te drukken. Iets wat ik al een tijd vermoedde, namelijk dat deze liefde niet meer van beide kanten kwam, bleek bewaarheid. Ik hield ontzettend van de krant, maar de krant hield niet meer zo van mij. Dat inzicht kwam laat , zou je kunnen zeggen. Liefde, zegt men, maakt een beetje blind. Het tarief bleef onveranderd (laag), en de vergadering werd gesloten.

Een kleine twee jaar later, op de laatste dag voor kerst in het toch al moeizame jaar 2020, net voor vijven, kregen alle fotografen van de NDC, dat inmiddels was overgenomen door het Belgische Mediahuis, een mailtje van de hoofdredacteur met een nieuw contract. We zouden erop vooruitgaan. Wij, in Het Noorden, maakten tot dusver een foto voor 60 euro. Soms had je mazzel, want dan plaatste de krant er drie voor 120 euro. Soms had je veel mazzel, want dan plaatste de krant een week later nog een foto uit de serie (20 euro). En soms had je superveel mazzel, want dan plaatste de krant de beelden ook nog op het internet (20 euro). We konden er, ieder op z’n eigen manier met een portfolio aan overige opdrachtgevers, de auto van op de weg houden, de kinderen te eten geven en ons broodfonds mee bekostigen. Ik heb wel eens gehoord dat er een fotograaf is die er een riant pensioen mee heeft opgebouwd.

Het tariefvoorstel zoals dat er nu ligt, behelst 75 euro voor een opdracht. Daarvoor verwacht het Mediahuis 5 unieke foto’s per opdracht, die tot in lengte van dagen honorariumvrij gebruikt kunnen worden in alle print -en digitale uitgaven van het Mediahuis, en dat zijn er nogal wat.

Wat zeg ik: misschien bezit het Mediahuis binnen afzienbare tijd wel álle kranten en tijdschriften in Nederland. Je weet het niet.

Het is, als je tussen de regels in de e-mails leest, slikken of stikken.


Een poging tot contractbesprekingen verloopt moeizaam. Er is weinig beweging te bespeuren bij de hoofdredactie van de NDC/ Het Mediahuis. Het is, als je tussen de regels in de e-mails leest, slikken of stikken. Er ligt een definitief contract. Niet tekenen betekent eigenlijk: geen opdrachten meer krijgen. Of ja: heel soms. Een chaotische, onduidelijke situatie is inmiddels ontstaan waarin sommige fotografen wél opdrachten krijgen, en anderen niet meer. Er staan ineens nieuwe, onbekende namen bij de foto’s in de krant. Correspondentie en updates tussen fotografen onderling verlopen grillig: het ene moment zegt niemand het nieuwe contract te tekenen, dan toch maar weer wel. Op een ander moment zie je foto’s in de krant van mensen die normaal nooit in een bepaald gebied werken. Men bekijkt elkaar met argusogen. Verdeel en heers, lijkt het motto.

Ik merk aan mezelf dat ik er moedeloos van word, meer dan voorheen bij vergelijkbare situaties over geld en de immer en overal dalende tarieven. Ik begin ook te twijfelen aan mezelf: wil ik eigenlijk hier wel mee doorgaan? Wordt het niet tijd deze opdrachtgever vaarwel te zeggen en de eer aan mezelf te houden? Heb ik nog genoeg andere opdrachtgevers om de huur van te betalen?

Ik merk dat ik vooral het plezier en de gedrevenheid aan het kwijtraken ben, de pijlers waarop ik het vak uitoefen. Noem het pathetisch.

Twaalf opdrachten heb ik dit jaar gedaan voor deze krant. Sinds 1 januari 2021. Er waren jaren dat ik drie opdrachten deed. Per dag. Soms meer. Zeven dagen in de week. Gelukkig heb ik nog andere opdrachtgevers: trouwe, loyale opdrachtgevers. Opdrachtgevers die de toegevoegde waarde van goede fotografie inzien. Opdrachtgevers ook, die een tarief betalen waarvan ik geloof dat het de waarde van mijn werk vertegenwoordigt.

Ik wil niet meer geïrriteerd raken als ik de krant opensla met het zoveelste broddelwerkje van een gratis niet-fotograaf. Ik wil niet meer tevergeefs wachten op klusjes die niet of veel te zelden komen. Ik hou ermee op, en zeg per heden mijn medewerking op als freelance fotograaf. Ik wil dat jullie al mijn foto’s uit jullie archief verwijderen. Ik wil niet dat jullie geld gaan verdienen met mijn onvrijwillig ter beschikking gestelde archief. Ik ga meer ruimte en energie vrijmaken voor bestaande en nieuwe opdrachtgevers. Ik dank jullie voor 26 jaren samenwerking en ik vond het een eer om voor jullie te werken.

Praat mee

6 reacties

Gerlo Beernink, 17 mei 2021, 23:42

Zo herkenbaar. Tarieven die 35 jaar geleden al beter waren! Hoofdredacteuren roepen al 15 jaar lang dat journalisten ook best een plaatje kunnen maken. Er is toch niemand die het verschil ziet. Dapper om dit statement te maken. Wellicht gaan journalisten nu ook nadenken, zij zijn namelijk hierna aan de beurt. Hoofdredacteuren kunnen niet anders, denken ze, het systeem toch?
Succes Reyer! Het gaat je veel opleveren.

Sander van Kasteren, 18 mei 2021, 10:05

Ik ben schrijvend journalist en kan bevestigen dat foto’s maken echt een vak apart is. Het verschil zit hem erin dat ik een ‘kiekje’ schiet en een fotograaf het verhaal in een plaatje kan vastleggen. Kiekjes kunnen zeker ook mooi zijn en goed ‘lukken’, maar zijn van een heel ander niveau. Nabewerken doe ik overigens ook niet en veel fotografen wel. Dat verbetert de kwaliteit van foto’s aanzienlijk. Ik hoop dat de waardering voor goede fotografen weer terugkomt, want ik zie liever één foto van kwaliteit dan 100 vervangbare ‘kiekjes’. Succes met je nieuwe weg Reyer!

Corné Sparidaens, 19 mei 2021, 10:31

‘Als je product slecht loopt ga je het product niet slechter van kwaliteit maken, was onze gedachte’.  Dit is voor mij DE passage in de open brief. Deze zin geeft aan hoe ridicuul de situatie momenteel bij menig krantenbedrijf is.  Het is heel erg kwalijk dat de consument van de krant niet serieus wordt genomen. Onlangs kreeg ik via een ingezonden brief nog een compliment voor mijn fotografie van een lezer uit Delfzijl. Dat is voor mij uiteraard leuk, maar het geeft vooral aan dat de krantenlezer heus wel ziet wanneer een foto deugt en wanneer niet. Ze zullen niet massaal gaan klagen bij de hoofdredacties over de belabberde beelden in de krant. Een slechte kwaliteit van de krant beantwoorden zij helaas met het opzeggen van hun abonnement.  Dat is altijd zo geweest. Het is zaak voor de krant om aanleidingen tot opzeggen zoveel mogelijk uit te sluiten.

Onno Pieter, 20 mei 2021, 12:47

En met het beeld is ook de inhoud van de meeste kranten verworden tot het niveau van een gemiddelde schoolkrant. Als kwaliteit geen prijs mag hebben dan krijg je rotzooi. Klant is koning, de klant blijft blijkbaar betalen voor de rotzooi, dus de krant heeft, op dit moment, gelijk.  Het is eten of gegeten worden. Uiteindelijk blijft er een woestijn met leegheid over gevuld door iets als het Mediahuis over.  Laten we hopen dat in deze woestijn oases ontstaan van liefhebbers van kunst- en cultuur.  Een kleine groep die moe is van de leegte, en geïnspireerd door de schoonheid uit het verleden een nieuwe toekomst op zal bouwen, niet voor de massa, wel voor de liefhebber.

Jan Spoelstra, 20 mei 2021, 15:50

Onlangs ontving ik een brief, tegenwoordig zeldzaam. In het schrijfsel kreeg ik een compliment over een voorpaginafoto die ik voor de krant had gemaakt. Van de afzender zelf, een schrijver, had ik jaar ervoor een portret geschoten voor een ander dagblad.

Jan Spoelstra, 20 mei 2021, 15:55

Met deze complimenten ben ik blij en sterken mij om nog even door te gaan in dit vak wat zo mooi had kunnen zijn. Ook geeft het aan hoe belangrijk de lezer een goed beeld in zijn krant zo belangrijk vindt. Iets waar de uitgever steeds meer aan voorbij lijkt te gaan. Daarmee zet deze DPG of Mediahuis een negatieve spiraal in gang.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.