Nieuwsarchief
Taaltip: ‘Wij hebben/zijn gefietst’
dinsdag 2 februari 2010
‘Wij hebben gefietst’ en ‘wij zijn gefietst’ zijn beide juist; er is wel een licht betekenisverschil. In ‘wij hebben gefietst’ gaat het om de handeling, in ‘wij zijn gefietst’ om het einddoel. Het is dus: ‘Wij zijn naar het station gefietst’ en ‘Wij hebben gisteren een heel eind gefietst.’ Dit verschil speelt ook bij andere werkwoorden die een beweging aangeven: (mee)lopen, (mee)rijden, reizen, varen, enz. Naast deze groep ‘bewegingswerkwoorden’ is er nog een groep werkwoorden die met zowel hebben als zijn vervoegd kunnen worden: werkwoorden die zowel overgankelijk (met een lijdend voorwerp) als onovergankelijk (zonder lijdend voorwerp) gebruikt kunnen worden: genezen, stoppen, trouwen, veranderen, verteren, enz. Met lijdend voorwerp worden deze werkwoorden vervoegd met hebben zonder lijdend voorwerp met zijn: ‘De dokter heeft hem genezen’, ‘Hij is genezen’, ‘Het succes heeft haar erg veranderd’, ‘Zij is erg veranderd.’
Om te reageren moet je ingelogd zijn. Log hieronder in of meld je aan als je geen logingegevens hebt.

