Nieuws

Bolhaar: ‘Wij respecteren rol journalist’

donderdag 20 september 2012

‘We besteden veel aandacht aan het vangen van boeven’, zo pareert voorzitter Herman Bolhaar van het college van procureurs-generaal de kritiek van NRC-journalist Marcel Haenen op de jacht van het OM naar journalistieke bronnen. ‘Maar als iemand lekt naar de pers zijn we verplicht dit te onderzoeken. We proberen daarbij zo ver mogelijk van de journalist te blijven.’ Een interview met Openbaar Ministerie-topman Herman Bolhaar.

Op zijn kantoor boven de Haagse Utrechtsebaan, waar het verkeer geruisloos onderdoor zoeft, wil Openbaar Minsterie-topman Herman Bolhaar één ding duidelijk vooraf stellen. ‘De verantwoordelijkheid van de journalist zien wij als groot goed. Wij respecteren de rol die de journalist heeft – het opzoeken van grenzen. Tegelijkertijd heeft het OM als taak de grens te bewaken. Dat botst soms en daarom vinden we het belangrijk met de journalistiek in contact te blijven. Dat doen we via discussiemiddagen – waarbij journalisten gelukkig in ruime mate aanwezig waren – maar ik bezoek zelf ook regelmatig redacties.’
De afgelopen tijd bezocht Bolhaar onder andere de burelen van NOS Nieuws, Elsevier, De Telegraaf en de Volkskrant. ‘En dat willen we blijven doen.’

NRC Handelsblad verwijt het OM dat ze oorzaak is van het opdrogen van journalistieke bronnen wanneer journalisten zelf onderwerp van onderzoek worden.

‘Ik zal een kijkje geven in hoe het OM werkt. Wij opereren zo transparant mogelijk. Maar soms moeten we partijen vertrouwelijke informatie verstrekken ten behoeve van een strafzaak. Daar kan privacygevoelige informatie bij zitten. Als een van de procespartijen besluit dit in de openbaarheid te brengen is dat schadelijk voor het proces. Daarom onderzoeken we. We richten ons primair op de partij die gelekt heeft. Stel je het omgekeerde voor: dat wij de informatie vooraf zouden filteren uit angst dat er wordt gelekt. Dat kan natuurlijk niet. Wij kunnen dus niet garanderen dat er géén onderzoek komt. Maar als het gebeurt zijn wij uitermate voorzichtig ten opzichte van journalisten. Vaak bestaat het uitsluitend uit de vraag of ze willen meewerken aan onderzoek.’

Maar de zogeheten ‘Aanwijzing toepassing dwangmiddelen tegen journalisten’ laat ruimte; u kunt afluisteren, zaken in beslag nemen en een journalist in gijzeling nemen. Het verwijt van NRC-verslaggever Haenen is dat u het onderzoek naar hem vervolgt, zelfs nadat de ‘lekker’ (Peter Poot in de Chipshol-zaak) zich bekend heeft gemaakt. Welk doel dient dit?

‘Het zal journalisten bekend voorkomen: één bron is geen bron. Verder kan ik niks over de Chipshol-zaak zeggen omdat deze nog loopt. Maar in de nieuwe “aanwijzing dwangmiddelen” (die op 1 maart van dit jaar van kracht werd, red.) zitten veel waarborgen voor de journalist. Er wordt niet getapt om bijvoorbeeld een bron te achterhalen. Dat doen we pas als de journalist zelf verdachte is, en dan alleen bij zeer zware onderzoeksbelangen. In zeer uitzonderlijke gevallen dus, en niet in het geval van een oriënterend onderzoek zoals in het geval van Chipshol. Meestal beperken we ons tot zo’n oriënterend feitenonderzoek en de vraag aan de journalist hier aan mee te werken. Die kan zich beroepen op verschoningsrecht. En sinds het Goodwin-arrest (EHRM, 1996) hanteert het OM de richtlijn dat de journalist het recht heeft zijn bronnen te beschermen en het niet is toegestaan daarop inbreuk te maken.’

Toch werden twee Telegraaf-journalisten in 2006 nog in gijzeling genomen omdat ze hun bronnen niet prijs gaven.

‘In de zaak Mink K., waarbij De Telegraaf beschikte over staatsgeheime informatie, is door de rechter tot gijzeling overgegaan. Gijzelen is namelijk een bevoegdheid van de rechter, niet van het OM. Het betrof hier een zeer uitzonderlijk geval, maar je kunt zoiets nooit uitsluiten. Beide partijen kunnen elkaar op dit vlak dus tegenkomen. De journalist als verkenner van grenzen en het OM als bewaker ervan. Ik zie dat positief. Er kunnen soms meningsverschillen zijn, maar het OM is doordrongen van de bijzondere positie van de journalist en probeert de schade zoveel mogelijk te beperken. Om die reden vind ik het zo belangrijk elkaars dagelijkse werkelijkheid te leren kennen en te begrijpen.’

Is de journalistiek voor u een eenduidige beroepsgroep; het spectrum behelst alles wat zich tussen NRC Handelsblad en RTL Boulevard bevindt, iedereen mag zich journalist noemen?

‘Dat is inderdaad lastig. Ik vind dat de journalistiek in deze discussie ook in de spiegel moet kijken. Ik ben enthousiast over de toename van verantwoording die ik in de journalistiek bespeur, in de vorm van eigen ombudsmannen en dergelijke. Journalisten moeten ook zelf hun grenzen tegen het licht houden en regels opstellen. Het OM is terughoudend in interventie in de journalistieke praktijk. Maar soms moeten we ingrijpen. De andere kant van die medaille is dat er op dat moment goed wordt vastgesteld of er wel of niet toelaatbaar is gehandeld. Dat tilt ook de journalistieke standaard naar een hoger niveau.’

Auteur: Frans Oremus
Onderwerp: discussie, journalistiek, justitie, politie

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Log hieronder in of meld je aan als je geen logingegevens hebt.



Zoek in het Archief vaknieuws






Peiling

KRO-NCRV gaan bijbanen van hun journalisten in een register bijhouden en publiceren. Is dat een goed idee?

Villamedia Magazine via Blendle