Nieuwsarchief
Taaltip: femininisatie of feminisatie?
dinsdag 9 maart 2010
Beide woorden zijn juist, maar verreweg de gebruikelijkste vorm is feminisatie (’vervrouwelijking’, ‘het gaan overheersen van het vrouwelijk karakter of het vrouwelijk element’). Dit woord is een vernederlandsing van het Franse féminisation, een afleiding van het werkwoord féminiser, waaraan het Latijnse woord femina (’vrouw’) ten grondslag ligt. Toch komt in het Nederlands ook femininisatie voor; de grote Van Dale (2005) noemt deze vorm als variant van feminisatie. Hierbij gaat het waarschijnlijk om een afleiding van het Franse féminin of het Latijnse femininus (’vrouwelijk’). Femininisatie zou ontstaan kunnen zijn naar analogie van masculinisatie, dat is afgeleid van het Franse masculin (’mannelijk’) of het Latijnse masculinus.
Taaltip: vrij zijn en vrij hebben
dinsdag 2 maart 2010
‘De afgelopen week hadden de meeste kinderen in Nederland vrij’ en ‘De afgelopen week waren de meeste kinderen in Nederland vrij’ zijn allebei goede zinnen. Er bestaat een klein betekenisverschil tussen vrij zijn en vrij hebben. Wie zegt: ‘Ik ben vanavond vrij’, laat alleen maar weten dat hij vanavond niets te doen heeft. De uitspraak ‘Ik heb vanavond vrij’ impliceert dat de spreker normaal gesproken wél iets te doen zou hebben gehad, maar dat zijn (vaste) afspraak of dienst deze avond vervalt. Vrij hebben komt op hetzelfde neer als vrijaf hebben. ‘De afgelopen week hadden de meeste kinderen in Nederland vrij’ legt iets meer de nadruk op het feit dat de vakantieweek de ’schoolroutine’ doorbrak. ‘De afgelopen week waren de meeste kinderen in Nederland vrij’ is wat algemener. Het verschil is duidelijker in ‘Morgen hebben de kinderen vrij van school’ (onverwacht vrijaf) en ‘Morgen zijn de kinderen vrij van school’ (bijvoorbeeld omdat het zaterdag is).
Taaltip: verwedden op of verwedden om?
dinsdag 23 februari 2010
‘Ik durf er een fles wijn op (of om?) te verwedden dat Sven Kramer ook de tien kilometer wint.’ In deze zin is op iets minder gebruikelijk dan om, maar beide zijn mogelijk. Verwedden betekent ‘tot inzet van een weddenschap maken’. In de zin met Sven Kramer is die inzet een fles wijn. Toch komt ook ‘iets verwedden op (de prestatie van) een persoon’ vaak voor; misschien door de gedachte aan ‘Ik zet een fles wijn in op Sven.’ Het voorzetsel op is mogelijk in bijvoorbeeld ‘Wie durft er te wedden op een tweede gouden medaille voor Sven Kramer?’ In ‘op een tweede gouden medaille’ leidt op de verwachte uitkomst in, en niet de inzet. Je kunt daarom ook ergens op wedden om een bepaalde inzet: ‘Ik wed op Sven om een fles wijn.’ Met het werkwoord wedden (om) (’een weddenschap aangaan (om)’) kunnen zinnen gevormd worden als: ‘Zullen we erom wedden?’, ‘Ik durf erom te wedden dat Sven Kramer ook de tien kilometer wint’ en ‘Ik wed om een fles wijn dat Sven ook de tien kilometer wint.’
Taaltip: failliet gegane/gegaande
dinsdag 9 februari 2010
Het failliet gegane bedrijf is juist. Het voltooid deelwoord van gaan is gegaan. De verbogen vorm daarvan is gegane. Deze vormen zijn te vergelijken met die van bijvoeglijke naamwoorden als zelfvoldaan en humaan: een zelfvoldane glimlach, de humane wetenschappen. Gegaande is geen mogelijke vorm. Wél mogelijk is gaande, het tegenwoordig deelwoord van gaan. Als een bedrijf bezig is failliet te gaan, kun je spreken van het failliet gaande bedrijf. Vormen als gegane en ook bijvoorbeeld gedane en afgestane zien er niet zo vertrouwd uit. Daar is wel een oorzaak voor aan te wijzen. Veel voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden krijgen de uitgang -en. Als zo’n deelwoord bijvoeglijk wordt gebruikt, verandert het niet. Woordgroepen als de gebeten hond, de opgenomen patiënt en de verloren portemonnee komen heel vaak voor. Combinaties als gedane zaken, het afgestane kind, de herziene gedragsregels en het voorziene deelnemersaantal zijn iets minder gewoon.
Taaltip: ‘Wij hebben/zijn gefietst’
dinsdag 2 februari 2010
‘Wij hebben gefietst’ en ‘wij zijn gefietst’ zijn beide juist; er is wel een licht betekenisverschil. In ‘wij hebben gefietst’ gaat het om de handeling, in ‘wij zijn gefietst’ om het einddoel. Het is dus: ‘Wij zijn naar het station gefietst’ en ‘Wij hebben gisteren een heel eind gefietst.’ Dit verschil speelt ook bij andere werkwoorden die een beweging aangeven: (mee)lopen, (mee)rijden, reizen, varen, enz. Naast deze groep ‘bewegingswerkwoorden’ is er nog een groep werkwoorden die met zowel hebben als zijn vervoegd kunnen worden: werkwoorden die zowel overgankelijk (met een lijdend voorwerp) als onovergankelijk (zonder lijdend voorwerp) gebruikt kunnen worden: genezen, stoppen, trouwen, veranderen, verteren, enz. Met lijdend voorwerp worden deze werkwoorden vervoegd met hebben zonder lijdend voorwerp met zijn: ‘De dokter heeft hem genezen’, ‘Hij is genezen’, ‘Het succes heeft haar erg veranderd’, ‘Zij is erg veranderd.’
Taaltip: adequater
woensdag 20 januari 2010
Volgens de commissie-Davids zou “een adequater volkenrechtelijk mandaat” nodig zijn geweest voor de oorlog in Irak. Is adequater een goed woord? Ja, bij het woord adequaat horen de trappen van vergelijking adequater en adequaatst (of meest adequaat). Sommige mensen vinden adequaat een absoluut begrip – iets is adequaat of is dat niet, daar zijn geen gradaties in mogelijk. Van Dale (2005) geeft echter als betekenis “geschikt voor het beoogde doel”, en daarbij passen de trappen van vergelijking heel goed. Iets kan immers meer of minder geschikt zijn voor een bepaald doel. In de praktijk is meest adequaat veel gewoner dan adequaatst. Dat komt waarschijnlijk doordat taalgebruikers de uitgang -ste alleen achter veelvoorkomende, korte woorden ‘durven’ te plakken (zoals mooiste, gekste, flauwste, enz.)
Taaltip: spaties tussen voorletters of niet?
dinsdag 5 januari 2010
Op Nederland 2 is de tv-serie Annie M.G. begonnen. Zouden er eigenlijk geen spaties moeten tussen M. en G.? Nee, het is gebruikelijk om tussen voorletters geen spaties te zetten; ervoor en erna komen ze wel: Annie M.G. Schmidt, A.F.Th. van der Heijden. Een officiële spellingregel bestaat hiervoor niet, maar het weglaten van spaties is algemeen gebruikelijk. Het heeft als voordeel dat de voorletters niet gescheiden kunnen worden door een regeleinde. De voorletters vormen een eenheid, vergelijkbaar met afkortingen als z.o.z., m.a.w. en t.b.v., waarin tussen de verschillende afgekorte woorden ook geen spaties staan. Tussen titels staan bij voorkeur wél spaties, omdat ze veel minder een eenheid vormen: mr. ing. J.H. Dronkers, mw. prof. dr. De Graaf.
Taaltip: wensen of toewensen?
woensdag 23 december 2009
‘Wij wensen u allen prettige feestdagen toe’ is een goede zin, maar ‘Wij wensen u allen prettige feestdagen’ is net zo goed. Wensen en toewensen zijn synoniem in de betekenis ‘een wens voor iemand koesteren (en dit uiten)’. Er is een klein verschil in gebruik waar te nemen. Als je bijvoorbeeld je buurvrouw ‘een gelukkig nieuwjaar wenst’, roept dat de associatie op met het letterlijk verwoorden van die wens: je zegt ‘Gelukkig nieuwjaar’ tegen die buurvrouw. Als je de buurvrouw ‘een gelukkig nieuwjaar toewenst’, kan dat ook in andere bewoordingen gebeuren (‘Het allerbeste voor 2010′), of impliciet, zonder dat je het letterlijk (in haar bijzijn) uitspreekt. Dit laatste is vergelijkbaar met ‘iemand veel wijsheid toewensen’ of ‘iets je ergste vijand nog niet toewensen’: het gaat om iets waarvan je wilt (of juist niet) dat het iemand overkomt. Bij gelukwensen is dit verschil echter subtiel en kunnen wensen en toewensen door elkaar worden gebruikt.
Bijvoeglijk naamwoord bij carnivoor
dinsdag 15 december 2009
In Zuid-Amerika zijn onlangs skeletten gevonden van een tot nu toe onbekende dinosaurussoort, de Tawa hallae; het gaat om een carnivorische dinosaurus. Of is het een carnivore dinosaurus? Welk bijvoeglijk naamwoord moet je hier gebruiken? Bij het zelfstandig naamwoord carnivoor hoort het bijvoeglijk naamwoord carnivoor. In de praktijk komt carnivorisch soms ook wel voor, maar de woordenboeken noemen alleen de vorm op -voor als bijvoeglijk naamwoord, dus carnivoor, omnivoor, herbivoor, etc. Overigens is dat in Van Dale enigszins impliciet opgenomen: bij carnivoor wordt alleen gezegd dat het een zelfstandig naamwoord is, maar bij het achtervoegsel -voor staat dat met dit achtervoegsel bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gemaakt die ‘…-etend’ betekenen. Daarbij staan als voorbeelden: carnivoor, herbivoor, insectivoor en omnivoor. Andere woordenboeken, zoals dat van Prisma, noemen carnivoor wél onomwonden een zelfstandig én een bijvoeglijk naamwoord.
Taaltip: bied(t) je
dinsdag 8 december 2009
Wat is juist: ‘Een crisis biedt je de mogelijkheid om van koers te veranderen’ of ‘Een crisis bied je de mogelijkheid om van koers te veranderen’ ? ‘Een crisis biedt je de mogelijkheid om van koers te veranderen’ is juist. In deze zin is een crisis onderwerp, en daarom komt er een t achter de stam bied. Het je dat achter biedt staat, is niet de onbeklemtoonde vorm van de onderwerpsvorm jij, maar de onbeklemtoonde vorm van de voorwerpsvorm jou: ‘Een crisis biedt (aan) jou de mogelijkheid om van koers te veranderen.’ Je is dus niet het onderwerp, maar het meewerkend voorwerp. Alleen als je de functie van onderwerp vervult, heeft het invloed op de spelling van de persoonsvorm. Dat is bijvoorbeeld het geval in: ‘Hoe bied je de crisis het hoofd?’ (nu is je vervangbaar door de onderwerpsvorm jij).
Ramp? Dan Fries én Nederlands.
donderdag 26 november 2009
Omrop Fryslân Radio soe yn it gefal fan in ramp yn it Hollânsk útsjoere moatte. Oftewel: Omrop Fryslân zal, wanneer het als regionale rampenzender moet optreden, radioprogramma’s in het Nederlands moeten verzorgen. Minister Plasterk heeft dat bevestigd tijdens het debat over de toekomst van regionale omroepen. De aankondiging leidde tot discussie in Friesland zelf en de omroep meldt dat over de taalkwestie Kamervragen zijn gesteld. Twee weken geleden schakelde de brandweer de omroep in, toen er bij een bij een zuivelfabriek in Dronryp salpeterzuur vrijkwam. Ook toen werd er in het Fries én Nederlands informatie gegeven. Ook het van origine Friese Kamerlid Joop Atsma (CDA) vindt dat bij grote calamiteiten de omroep zich gewoon moet aanpassen.
Taaltip: enten of inenten
dinsdag 24 november 2009
Kun je zeggen dat honderdduizenden mensen worden ‘geënt tegen Mexicaanse griep’, of alleen dat ze worden ‘ingeënt tegen Mexicaanse griep’? Het is het gebruikelijkst om te zeggen dat mensen worden ‘ingeënt’ tegen een ziekte. Inenten is dan een synoniem van vaccineren. Soms wordt ook wel de kortere vorm enten gebruikt - vaker voor dieren dan voor mensen overigens. Van oorsprong is enten weliswaar vooral een tuinbouwterm (’een ent bevestigen in een stam of tak’), maar het kan ook gebruikt worden in de betekenis ‘entstof brengen in, inenten’. Deze betekenis staat al sinds 1950 in Van Dale, en is mogelijk ontstaan in het jargon van dierenartsen.
Woord van 2009: ‘twitteren’
maandag 23 november 2009
Twitteren is het Woord van het Jaar 2009. Tijdens een congres hebben leden van het genootschap Onze Taal dat woord verkozen boven kopvoddentax, vaccinatieangst, koninginnedagdrama en vuvuzela (Zuid-Afrikaanse toeter gebruikt bij voetbalwedstrijden). Dit jaar was er geen internetstemming. Bij de vorige verkiezing won het woord swaffelen, maar Onze Taal vindt echter dat een internetverkiezing te veel kan worden beïnvloed door pressiegroepen.
Prijs der Letteren voor Nooteboom
woensdag 18 november 2009
UPDATE Cees Nooteboom heeft in Brussel de Prijs der Nederlandse Letteren ontvangen uit handen van de Belgische koning Albert II. De driejaarlijkse oeuvreprijs geldt als de hoogste onderscheiding voor een auteur uit het Nederlands taalgebied. In haar rapport schrijft de jury dat er veel Nootebooms zijn, en dus veel redenen om zijn werk te bewonderen. Voorzitter Anne Marie Musschoot noemde onder meer zijn ‘lichte, verfijnde en kronkelende, poëtische Nooteboom-toets die veel wijsheid verraadt en zwaarmoedigheid relativeert’. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 40.000 euro. De laatste winnaar van de prijs, Jeroen Brouwers, weigerde in 2007 de prijs aan te nemen, vanwege het lage geldbedrag. Pas sinds 2008 is de geldprijs verhoogd van 16.000 euro naar 40.000 euro.
Taaltip: gelederen/geledingen?
dinsdag 17 november 2009
In de zin ‘Is er voldoende draagvlak binnen de gemeentelijke gelederen/geledingen?’ past geledingen het best. Geleding betekent onder andere ‘onderdeel van een samenhangend geheel’ (bijvoorbeeld ‘in alle geledingen van de samenleving’). Gelederen is het meervoud van gelid en betekent ‘aangesloten rij militairen’ of ‘aantal personen dat in een rij staat’, bijvoorbeeld in ‘Ze gingen in gesloten gelederen op de vijand af.’ Maar meestal wordt gelederen figuurlijk gebruikt, zoals in ‘de gelederen sluiten’ en ‘de gelederen komen versterken’.
Taaltip: weergave van gedachten
dinsdag 10 november 2009
In de zin Ze dacht: het wordt weer een heerlijke werkweek! komen er geen aanhalingstekens rond de gedachte te staan; na de dubbele punt komt daarom een kleine letter. Gedachten zijn - anders dan citaten - geen letterlijke weergaven van iemands (hoorbare) woorden. Dat is anders in Ze zei bij het ontbijt tegen haar kinderen: “Het wordt weer een heerlijke werkweek!” Nu is er wél sprake van een citaat, en zijn er dus aanhalingstekens nodig. Als een gedachte aan het begin van de zin staat, komt er een komma achter: Het wordt weer een heerlijke werkweek!, dacht ze opgeruimd. Na een vraagteken of uitroepteken aan het einde van een gedachte mág de komma ook wegblijven, maar het is het duidelijkst een komma te plaatsen, omdat de lezer dan direct ziet dat de zin nog niet is afgelopen.
Taaltip: meervoud van bevoegd gezag
dinsdag 12 januari 2010
Het woord gezag kent in zijn oorspronkelijke, abstracte betekenis (’rechtsbevoegdheid; macht op grond van geestelijk overwicht’) geen meervoud. Maar in de loop van de tijd heeft gezag een veel concretere betekenis gekregen: een combinatie als bevoegd gezag duidt een concrete partij aan (bijvoorbeeld de gemeente of de provincie). Daardoor is de behoefte aan een meervoud ontstaan. Het meervoud is (bevoegde) gezagen. Van Dale en het Groene Boekje noemen het niet, maar veel andere naslagwerken wel: de Grote Koenen (1986), Verschueren (1996) en het Witte Boekje (2006). Er zijn wel alternatieven denkbaar (bevoegde gezagslichamen, bevoegde gezagsorganen of bevoegde instanties), maar gezagen is inmiddels helemaal ingeburgerd.
Taaltip: schaatster of schaatsster?
dinsdag 1 december 2009
De vrouwelijke vorm van schaatser is schaatsster, met twee s’en. Het achtervoegsel -ster wordt achter de stam van het werkwoord geplaatst: naaister, medewerkster, aanvoerster, enzovoort. Soms eindigt de stam zelf al op een s, zoals bij de werkwoorden poetsen, tennissen en schaatsen. Als we hier -ster achter zetten, verschijnen er twee s’en: poetsster, tennisster, schaatsster. Persoonsaanduidingen op -ster zijn soms dubbelzinnig. Een tennisster kan immers ook een ster (beroemdheid, uitblinker) in het tennis zijn (vergelijk popster). Ster is dan geen achtervoegsel, maar een zelfstandig naamwoord, dat zowel een man als een vrouw kan aanduiden. Meestal zal de context uitwijzen wat bedoeld is.
Taaltip: heil(s)soldaat
dinsdag 3 november 2009
In de grote Van Dale staat heilsoldaat, in het Groene Boekje heilsoldaat en heilssoldaat, en op de website van het Leger des Heils wordt heilssoldaat steeds met een dubbele s geschreven. Wat is nu juist? Het mag allebei. De regel voor de tussen-s (schrijf wat je hoort/uitspreekt) helpt hier niet, want een eventuele tussen-s is in heil(s)soldaat niet te horen. In dat geval kun je kijken of luisteren naar andere samenstellingen met heil, maar die bieden evenmin uitsluitsel: zo staan heildronk en heilwens zonder s in de boeken, maar heilsleer en heilsorde mét. Heil(s)soldaat sluit inhoudelijk het meest aan bij de woorden heilsleger en heilsofficier, wat voor de tussen-s zou kunnen pleiten; maar in de praktijk komt juist vaker heilsoldaat zonder tussen-s voor.
Arabische en Chinese webadressen mogen ook
maandag 2 november 2009
Vanaf volgend jaar komen er ook webadressen met Chinese, Arabische of Hebreeuwse letters. Dat heeft ICANN, de organisatie die de uitgifte van domeinnamen overziet, vrijdag besloten. Tot nog toe kon alleen het Latijnse alfabet gebruikt worden. In de komende jaren moeten langzaam maar zeker alle andere schriften ook beschikbaar worden. Meer bij de BBC
ZEVEN FOUTEN
Het Groot Dictee der Nederlandse taal is gewonnen door een Nederlandse krantenlezer. De 55-jarige Hans Bliek uit Eindhoven maakte slechts zeven fouten in het door Gerrit Komrij geschreven dictee. Meer bij Elsevier
WOORD VAN HET JAAR
Nederlanders hebben ‘ontvrienden’ gekozen tot het woord van het jaar. Dat hebben de organisatoren van de verkiezing, uitgeverij Van Dale en dagblad De Pers, bekendgemaakt. Ontvrienden betekent virtuele vrienden dumpen door deze te schrappen uit vriendenlijstjes op vriendenwebsites. Meer bij ANP via BNR / De Pers
TAAL
Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) heeft onlangs het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) op internet gezet. Daarmee de Nederlandse woordenschat, die een ononderbroken periode van vijftien eeuwen beslaat, online te raadplegen. Meer bij Universiteit Leiden
GROOT DICTEE
Het Groot Dictee der Nederlandse Taal bestaat dit jaar twintig jaar. Voor dit jubileum nemen dertig Bekende Nederlanders en Vlamingen die eerder hebben meegedaan, opnieuw plaats in de bankjes van de Eerste Kamer om de spellingstoets te ondergaan. Deelnemers zijn onder andere Nelli Cooman, Jan Siebelink, Theo Hiddema, Frits Wester, Catherine Keyl, Sara Kroos, Koos Postema, Wouke van Scherrenburg, Joost Zwagerman en Frank Lammers. Het Groot Dictee wordt dit jaar geschreven door schrijver/dichter Gerrit Komrij. De uitzending is woensdag 16 december te zien bij de NPS op Nederland 1 en op de Vlaamse zender Canvas. Bron: Persbericht
JE DING DOEN
De uitdrukking ‘je ding doen’ heeft de Vaagtaalverkiezing 2009 gewonnen. Op enige afstand volgen ‘een stukje’, ‘proactief’, ‘zeg maar’ en ‘doorcommuniceren’. Meer bij Vaagtaal

