Nieuwsarchief
Taaltip: paars/Paars, -plus, -groen
woensdag 23 juni 2010
Deze week bespreekt de Nederlandse informateur Uri Rosenthal de mogelijkheden voor een coalitie van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Die combinatie wordt ook wel paars-plus genoemd, of soms paars-groen, zoals een vergelijkbare coalitie in België heette: rood van de sociaal-democraten en blauw van de liberalen geeft samen paars, en daar wordt dan groen aan toegevoegd. Omdat paarsgroen één mengkleur zou aanduiden, komt er in de betekenis ‘paars en groen’ een streepje in paars-groen. Ook in paars-plus wordt een koppelteken geschreven. Als aanduiding van een soort coalitie zijn deze woorden met een kleine letter, want het zijn dan geen eigennamen. Maar als met Paars, Paars-Groen of Paars-Plus naar een (vroeger) werkelijk regerende coalitie wordt verwezen, is het een eigennaam met een hoofdletter. Het Witte Boekje noemt Paars in de betekenis ‘kabinet met socialisten en liberalen’ en de stijlboeken van NRC Handelsblad (2000) en Trouw (2006) geven ook de benamingen Paars I en Paars II. Het bijvoeglijk naamwoord paars in bijvoorbeeld de paarse coalitie is dan weer met een kleine letter.
Taaltip: WK voetbal of WK-voetbal?
woensdag 16 juni 2010
Wereldkampioenschap voetbal wordt afgekort als WK voetbal. De afkorting WK is ingeburgerd met hoofdletters, in tegenstelling tot het volledige woord wereldkampioenschap. De sport waar het om gaat (voetbal), staat in kleine letters los achter de afkorting. Als je de woordgroep WK voetbal combineert met een ander woord, zodat er een samenstelling ontstaat, komt er een streepje tussen WK en voetbal: WK-voetbalgekte, WK-voetbalkaartjesverkoop, WK-voetballogo, enz. WK-voetbal is ook mogelijk, maar heeft een andere betekenis. Nu ligt de klemtoon op de K van WK, en niet op voetbal. De betekenis is ‘een soort voetbal’. Dat kan letterlijk de bal zijn, zoals in ‘Hadden ze geen betere WK-voetbal kunnen maken dan die zwabberende jabulani?’ Maar er kan ook een manier van voetballen mee worden bedoeld: ‘De wedstrijd tussen Engeland en de Verenigde Staten vond ik typisch WK-voetbal.’ WK-voetbal lijkt in dat laatste geval op samenstellingen als boerenkoolvoetbal, kluitjesvoetbal en profvoetbal, die ook typen voetbal aanduiden.
Taaltip: Oranjegekte of oranjegekte?
dinsdag 8 juni 2010
De kleur oranje heeft een kleine letter. Zodra je de kleur gebruikt om naar een Nederlandse nationale ploeg te verwijzen, bijvoorbeeld het nationale voetbalelftal, wordt Oranje met een hoofdletter geschreven: ‘Of Robben voor Oranje uitkomt, is onzeker.’ Ook als verwijzing naar het Nederlandse koningshuis is Oranje juist: ‘Lang leve Oranje’, ‘Er waren weer veel Oranjes te zien op Koninginnedag.’ In samenstellingen met dit overdrachtelijke gebruik van oranje blijft de hoofdletter staan: Oranjegekte, Oranjegevoel, Oranjefans, Oranjegezind, Oranjefeest, etc.
Taaltip: (zich) kandideren
dinsdag 1 juni 2010
Welke zin is juist? Rob Oudkerk kandideert voor het burgemeesterschap van Amsterdam. Rob Oudkerk kandideert zich voor het burgemeesterschap van Amsterdam. Als je op de woordenboeken afgaat, zou je zeggen dat zin 1 het best is. Toch gaat onze voorkeur uit naar zin 2, omdat dat voor de meeste mensen het best klinkt. Het woordenboek van Koenen (2006) is het enige dat die mogelijkheid vermeldt: in de betekenis ‘zich kandidaat stellen’ is kandideren “al dan niet wederkerend”; het voorbeeld is ‘hij kandideert (zich) voor de Kamer’. De overige woordenboeken gaan uit van kandideren zonder zich, waarschijnlijk omdat dit woord is overgenomen uit het Duits, waarin kandidieren geen sich krijgt. Overigens vermeldt het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal al een citaat uit 1936 met zich candideeren.
Dikke Van Dale ook op internet
donderdag 27 mei 2010
Woordenboekmaker Van Dale heeft nu ook de ‘Dikke Van Dale’ via internet beschikbaar gesteld. Het was al mogelijk om via de website van Van Dale de betekenis van woorden op te zoeken, maar voortaan kan ook online gezocht worden in het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal. Het betreft alle 280.126 woorden uit de veertiende editie van de papieren Dikke Van Dale. De woorden zullen regelmatig geactualiseerd. Geïnteresseerden kunnen de dienst via een gratis proefabonnement uitproberen, maar voor regulier gebruik moet een abonnement worden afgesloten van 6 euro per maand.
Taaltip: collector’s item of collectors item?
dinsdag 4 mei 2010
Collector’s item is juist, met een apostrof + s. De woordgroep collector’s item is ongewijzigd uit het Engels in het Nederlands overgenomen. In het Engels is in zo’n geval een apostrof nodig: collector’s is hier een bezitsvorm. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld director’s cut (’door de regisseur zelf gemonteerde versie van een speelfilm’), gentlemen’s agreement (’herenakkoord’) en writer’s block (’(tijdelijke) onmacht om te schrijven’). In deze woordgroepen komt in het Engels én in het Nederlands een apostrof + s voor. Woordgroepen behouden vaak de spelling uit de taal van herkomst. Zo wordt het Franse leenwoord depot in het Nederlands zonder accenten geschreven, maar in de woordgroep en dépôt (’in bewaring’) staan ze nog wel.
Taaltip: geweest hebben/zijn
maandag 3 mei 2010
‘Een beetje beter weer in de meivakantie had wel prettig geweest.’ Moet dat niet was geweest zijn? In de standaardtaal is het hulpwerkwoord bij geweest altijd zijn: ‘Anders was ik wel eerder thuis geweest’, ‘Wij zijn naar K3 geweest.’ Het gebruik van hebben als hulpwerkwoord bij het voltooid deelwoord geweest was vroeger wijdverbreid; het komt nu nog in allerlei dialecten voor, maar nauwelijks meer in de standaardtaal. De norm in het Nederlands is zijn geweest. Juist is dus: ‘Een beetje beter weer in de meivakantie was wel prettig geweest.’ Meer bij Onze Taal
Taaltip: gepote/gepootte dahlia’s?
dinsdag 20 april 2010
Hoe schrijf je ‘de onlangs gepote/gepootte grote/grootte dahlia’s’ correct? Juist is: ‘de onlangs gepote grote dahlia’s’. Gepote en grote zijn bijvoeglijke naamwoorden. Die worden altijd zo kort mogelijk geschreven: letters worden alleen verdubbeld als dat voor de uitspraak nodig is (zoals in gewit - gewitte en zwak - zwakke). Omdat gepote en grote juist worden uitgesproken, hoeven er dus geen letters verdubbeld te worden. Persoonsvormen van de onvoltooid verleden tijd hebben een dubbele t of d als de ik-vorm eindigt op een d of t: ‘Hij begrootte het bedrag op 100 euro’, maar: het begrote bedrag; ‘Rijkswaterstraat verbreedde vorig jaar de weg’, maar: de verbrede weg; ‘Ze pootte de dahlia’s’, maar: de gepote dahlia’s. Zie ook het advies over deze kwestie op onze website. Grootte is alleen juist als zelfstandig naamwoord: ‘de grootte van een voetbalveld’.
Taaltip: eerstejaars/student?
dinsdag 13 april 2010
Voor zowel eerstejaarsstudent als eerstejaars student is iets te zeggen. Meestal heeft het aaneenschrijven de voorkeur. Volgens de grote Van Dale kunnen woorden als eerstejaars en tweedejaars zowel een bijvoeglijk naamwoord als een zelfstandig naamwoord zijn. Als zelfstandig naamwoord worden ze vast geschreven aan het tweede deel van een samenstelling: eerstejaarsbijeenkomst. Een bijvoeglijk naamwoord wordt in een woordgroep los geschreven van een zelfstandig naamwoord: eerstejaars student, tweedejaars student, enz. Maar ook eerstejaarsstudent staat in de naslagwerken; nu maakt het bijvoeglijk naamwoord deel uit van een samenstelling. Het verschil tussen de woordgroep eerstejaars student en eerstejaarsstudent is de klemtoon: in het eerste geval krijgen beide woorden evenveel klemtoon, in het tweede geval ligt de klemtoon op eerstejaars.
Taaltip: uit het oog verloren hebben/zijn
woensdag 31 maart 2010
Verliezen wordt traditioneel met hebben vervoegd: ‘De twee eerste hebt gij verloren …’, ‘Wij hebben de wedstrijd verloren.’ Maar al lange tijd zijn mensen geneigd om in de betekenis ‘kwijtraken’, misschien ook wel onder invloed van kwijt(geraakt) zijn, geen hebben maar zijn te gebruiken: ‘Wij zijn het contract verloren’, ‘Ik ben mijn creditcard verloren.’ Verloren is hier steeds te vervangen door kwijt. In bepaalde vaste verbindingen is hebben inmiddels vreemd aan het worden en heeft zijn de voorkeur: ‘Mijn oma is haar vriendinnen van de lagere school nooit uit het oog verloren.’ Toch kan het voltooid deelwoord van verliezen volgens Van Dale (2005) vreemd genoeg alleen met hebben worden gecombineerd (’ik heb iets verloren’). Koenen (2006) en de Schrijfwijzer (2005) noemen wél de combinatie met zijn (’ik heb/ben iets verloren’). ‘Ik ben de reisleider uit het oog verloren’ richt de aandacht op de situatie nu (er is geen contact meer), terwijl in ‘Ik heb de reisleider uit het oog verloren’ nog iets doorklinkt van het proces van het kwijtraken.
Taaltip: femininisatie of feminisatie?
dinsdag 9 maart 2010
Beide woorden zijn juist, maar verreweg de gebruikelijkste vorm is feminisatie (’vervrouwelijking’, ‘het gaan overheersen van het vrouwelijk karakter of het vrouwelijk element’). Dit woord is een vernederlandsing van het Franse féminisation, een afleiding van het werkwoord féminiser, waaraan het Latijnse woord femina (’vrouw’) ten grondslag ligt. Toch komt in het Nederlands ook femininisatie voor; de grote Van Dale (2005) noemt deze vorm als variant van feminisatie. Hierbij gaat het waarschijnlijk om een afleiding van het Franse féminin of het Latijnse femininus (’vrouwelijk’). Femininisatie zou ontstaan kunnen zijn naar analogie van masculinisatie, dat is afgeleid van het Franse masculin (’mannelijk’) of het Latijnse masculinus.
Taaltip: vrij zijn en vrij hebben
dinsdag 2 maart 2010
‘De afgelopen week hadden de meeste kinderen in Nederland vrij’ en ‘De afgelopen week waren de meeste kinderen in Nederland vrij’ zijn allebei goede zinnen. Er bestaat een klein betekenisverschil tussen vrij zijn en vrij hebben. Wie zegt: ‘Ik ben vanavond vrij’, laat alleen maar weten dat hij vanavond niets te doen heeft. De uitspraak ‘Ik heb vanavond vrij’ impliceert dat de spreker normaal gesproken wél iets te doen zou hebben gehad, maar dat zijn (vaste) afspraak of dienst deze avond vervalt. Vrij hebben komt op hetzelfde neer als vrijaf hebben. ‘De afgelopen week hadden de meeste kinderen in Nederland vrij’ legt iets meer de nadruk op het feit dat de vakantieweek de ’schoolroutine’ doorbrak. ‘De afgelopen week waren de meeste kinderen in Nederland vrij’ is wat algemener. Het verschil is duidelijker in ‘Morgen hebben de kinderen vrij van school’ (onverwacht vrijaf) en ‘Morgen zijn de kinderen vrij van school’ (bijvoorbeeld omdat het zaterdag is).
Taaltip: verwedden op of verwedden om?
dinsdag 23 februari 2010
‘Ik durf er een fles wijn op (of om?) te verwedden dat Sven Kramer ook de tien kilometer wint.’ In deze zin is op iets minder gebruikelijk dan om, maar beide zijn mogelijk. Verwedden betekent ‘tot inzet van een weddenschap maken’. In de zin met Sven Kramer is die inzet een fles wijn. Toch komt ook ‘iets verwedden op (de prestatie van) een persoon’ vaak voor; misschien door de gedachte aan ‘Ik zet een fles wijn in op Sven.’ Het voorzetsel op is mogelijk in bijvoorbeeld ‘Wie durft er te wedden op een tweede gouden medaille voor Sven Kramer?’ In ‘op een tweede gouden medaille’ leidt op de verwachte uitkomst in, en niet de inzet. Je kunt daarom ook ergens op wedden om een bepaalde inzet: ‘Ik wed op Sven om een fles wijn.’ Met het werkwoord wedden (om) (’een weddenschap aangaan (om)’) kunnen zinnen gevormd worden als: ‘Zullen we erom wedden?’, ‘Ik durf erom te wedden dat Sven Kramer ook de tien kilometer wint’ en ‘Ik wed om een fles wijn dat Sven ook de tien kilometer wint.’
Taaltip: failliet gegane/gegaande
dinsdag 9 februari 2010
Het failliet gegane bedrijf is juist. Het voltooid deelwoord van gaan is gegaan. De verbogen vorm daarvan is gegane. Deze vormen zijn te vergelijken met die van bijvoeglijke naamwoorden als zelfvoldaan en humaan: een zelfvoldane glimlach, de humane wetenschappen. Gegaande is geen mogelijke vorm. Wél mogelijk is gaande, het tegenwoordig deelwoord van gaan. Als een bedrijf bezig is failliet te gaan, kun je spreken van het failliet gaande bedrijf. Vormen als gegane en ook bijvoorbeeld gedane en afgestane zien er niet zo vertrouwd uit. Daar is wel een oorzaak voor aan te wijzen. Veel voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden krijgen de uitgang -en. Als zo’n deelwoord bijvoeglijk wordt gebruikt, verandert het niet. Woordgroepen als de gebeten hond, de opgenomen patiënt en de verloren portemonnee komen heel vaak voor. Combinaties als gedane zaken, het afgestane kind, de herziene gedragsregels en het voorziene deelnemersaantal zijn iets minder gewoon.
Taaltip: ‘Wij hebben/zijn gefietst’
dinsdag 2 februari 2010
‘Wij hebben gefietst’ en ‘wij zijn gefietst’ zijn beide juist; er is wel een licht betekenisverschil. In ‘wij hebben gefietst’ gaat het om de handeling, in ‘wij zijn gefietst’ om het einddoel. Het is dus: ‘Wij zijn naar het station gefietst’ en ‘Wij hebben gisteren een heel eind gefietst.’ Dit verschil speelt ook bij andere werkwoorden die een beweging aangeven: (mee)lopen, (mee)rijden, reizen, varen, enz. Naast deze groep ‘bewegingswerkwoorden’ is er nog een groep werkwoorden die met zowel hebben als zijn vervoegd kunnen worden: werkwoorden die zowel overgankelijk (met een lijdend voorwerp) als onovergankelijk (zonder lijdend voorwerp) gebruikt kunnen worden: genezen, stoppen, trouwen, veranderen, verteren, enz. Met lijdend voorwerp worden deze werkwoorden vervoegd met hebben zonder lijdend voorwerp met zijn: ‘De dokter heeft hem genezen’, ‘Hij is genezen’, ‘Het succes heeft haar erg veranderd’, ‘Zij is erg veranderd.’
Taaltip: adequater
woensdag 20 januari 2010
Volgens de commissie-Davids zou “een adequater volkenrechtelijk mandaat” nodig zijn geweest voor de oorlog in Irak. Is adequater een goed woord? Ja, bij het woord adequaat horen de trappen van vergelijking adequater en adequaatst (of meest adequaat). Sommige mensen vinden adequaat een absoluut begrip – iets is adequaat of is dat niet, daar zijn geen gradaties in mogelijk. Van Dale (2005) geeft echter als betekenis “geschikt voor het beoogde doel”, en daarbij passen de trappen van vergelijking heel goed. Iets kan immers meer of minder geschikt zijn voor een bepaald doel. In de praktijk is meest adequaat veel gewoner dan adequaatst. Dat komt waarschijnlijk doordat taalgebruikers de uitgang -ste alleen achter veelvoorkomende, korte woorden ‘durven’ te plakken (zoals mooiste, gekste, flauwste, enz.)
Taaltip: spaties tussen voorletters of niet?
dinsdag 5 januari 2010
Op Nederland 2 is de tv-serie Annie M.G. begonnen. Zouden er eigenlijk geen spaties moeten tussen M. en G.? Nee, het is gebruikelijk om tussen voorletters geen spaties te zetten; ervoor en erna komen ze wel: Annie M.G. Schmidt, A.F.Th. van der Heijden. Een officiële spellingregel bestaat hiervoor niet, maar het weglaten van spaties is algemeen gebruikelijk. Het heeft als voordeel dat de voorletters niet gescheiden kunnen worden door een regeleinde. De voorletters vormen een eenheid, vergelijkbaar met afkortingen als z.o.z., m.a.w. en t.b.v., waarin tussen de verschillende afgekorte woorden ook geen spaties staan. Tussen titels staan bij voorkeur wél spaties, omdat ze veel minder een eenheid vormen: mr. ing. J.H. Dronkers, mw. prof. dr. De Graaf.
Taaltip: wensen of toewensen?
woensdag 23 december 2009
‘Wij wensen u allen prettige feestdagen toe’ is een goede zin, maar ‘Wij wensen u allen prettige feestdagen’ is net zo goed. Wensen en toewensen zijn synoniem in de betekenis ‘een wens voor iemand koesteren (en dit uiten)’. Er is een klein verschil in gebruik waar te nemen. Als je bijvoorbeeld je buurvrouw ‘een gelukkig nieuwjaar wenst’, roept dat de associatie op met het letterlijk verwoorden van die wens: je zegt ‘Gelukkig nieuwjaar’ tegen die buurvrouw. Als je de buurvrouw ‘een gelukkig nieuwjaar toewenst’, kan dat ook in andere bewoordingen gebeuren (‘Het allerbeste voor 2010′), of impliciet, zonder dat je het letterlijk (in haar bijzijn) uitspreekt. Dit laatste is vergelijkbaar met ‘iemand veel wijsheid toewensen’ of ‘iets je ergste vijand nog niet toewensen’: het gaat om iets waarvan je wilt (of juist niet) dat het iemand overkomt. Bij gelukwensen is dit verschil echter subtiel en kunnen wensen en toewensen door elkaar worden gebruikt.
Bijvoeglijk naamwoord bij carnivoor
dinsdag 15 december 2009
In Zuid-Amerika zijn onlangs skeletten gevonden van een tot nu toe onbekende dinosaurussoort, de Tawa hallae; het gaat om een carnivorische dinosaurus. Of is het een carnivore dinosaurus? Welk bijvoeglijk naamwoord moet je hier gebruiken? Bij het zelfstandig naamwoord carnivoor hoort het bijvoeglijk naamwoord carnivoor. In de praktijk komt carnivorisch soms ook wel voor, maar de woordenboeken noemen alleen de vorm op -voor als bijvoeglijk naamwoord, dus carnivoor, omnivoor, herbivoor, etc. Overigens is dat in Van Dale enigszins impliciet opgenomen: bij carnivoor wordt alleen gezegd dat het een zelfstandig naamwoord is, maar bij het achtervoegsel -voor staat dat met dit achtervoegsel bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gemaakt die ‘…-etend’ betekenen. Daarbij staan als voorbeelden: carnivoor, herbivoor, insectivoor en omnivoor. Andere woordenboeken, zoals dat van Prisma, noemen carnivoor wél onomwonden een zelfstandig én een bijvoeglijk naamwoord.
Taaltip: bied(t) je
dinsdag 8 december 2009
Wat is juist: ‘Een crisis biedt je de mogelijkheid om van koers te veranderen’ of ‘Een crisis bied je de mogelijkheid om van koers te veranderen’ ? ‘Een crisis biedt je de mogelijkheid om van koers te veranderen’ is juist. In deze zin is een crisis onderwerp, en daarom komt er een t achter de stam bied. Het je dat achter biedt staat, is niet de onbeklemtoonde vorm van de onderwerpsvorm jij, maar de onbeklemtoonde vorm van de voorwerpsvorm jou: ‘Een crisis biedt (aan) jou de mogelijkheid om van koers te veranderen.’ Je is dus niet het onderwerp, maar het meewerkend voorwerp. Alleen als je de functie van onderwerp vervult, heeft het invloed op de spelling van de persoonsvorm. Dat is bijvoorbeeld het geval in: ‘Hoe bied je de crisis het hoofd?’ (nu is je vervangbaar door de onderwerpsvorm jij).
Taaltip: roze truidrager, roze trui-drager of rozetruidrager?
dinsdag 11 mei 2010
Rozetruidrager is juist: ‘Vandaag start Cadel Evans als rozetruidrager.’ Rozetruidrager betekent ‘drager van de roze trui’. Om aan te geven dat roze in de samenstelling rozetruidrager betrekking heeft op trui, wordt het aan trui vast geschreven. De schrijfwijzen roze truidrager en roze trui-drager suggereren ten onrechte dat de dráger roze is. Vergelijk de samenstelling stommefilmactrice (’actrice in stomme films’) en de woordgroepen stomme filmactrice en stomme film-actrice (’een film(-)actrice die stom is’). Spaties invoegen in woorden die een samenstelling vormen, is echt ‘fout’. Een of meer verduidelijkende streepjes invoegen mag wel: roze-truidrager, rozetrui-drager en roze-trui-drager zijn ook juist. Rozetruidrager is wat z’n opbouw betreft vergelijkbaar met bijvoorbeeld kortetermijnbeleid en langeafstandsloper.
Taaltip: meervoud van bevoegd gezag
dinsdag 12 januari 2010
Het woord gezag kent in zijn oorspronkelijke, abstracte betekenis (’rechtsbevoegdheid; macht op grond van geestelijk overwicht’) geen meervoud. Maar in de loop van de tijd heeft gezag een veel concretere betekenis gekregen: een combinatie als bevoegd gezag duidt een concrete partij aan (bijvoorbeeld de gemeente of de provincie). Daardoor is de behoefte aan een meervoud ontstaan. Het meervoud is (bevoegde) gezagen. Van Dale en het Groene Boekje noemen het niet, maar veel andere naslagwerken wel: de Grote Koenen (1986), Verschueren (1996) en het Witte Boekje (2006). Er zijn wel alternatieven denkbaar (bevoegde gezagslichamen, bevoegde gezagsorganen of bevoegde instanties), maar gezagen is inmiddels helemaal ingeburgerd.
ZEVEN FOUTEN
Het Groot Dictee der Nederlandse taal is gewonnen door een Nederlandse krantenlezer. De 55-jarige Hans Bliek uit Eindhoven maakte slechts zeven fouten in het door Gerrit Komrij geschreven dictee. Meer bij Elsevier
WOORD VAN HET JAAR
Nederlanders hebben ‘ontvrienden’ gekozen tot het woord van het jaar. Dat hebben de organisatoren van de verkiezing, uitgeverij Van Dale en dagblad De Pers, bekendgemaakt. Ontvrienden betekent virtuele vrienden dumpen door deze te schrappen uit vriendenlijstjes op vriendenwebsites. Meer bij ANP via BNR / De Pers
TAAL
Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) heeft onlangs het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) op internet gezet. Daarmee de Nederlandse woordenschat, die een ononderbroken periode van vijftien eeuwen beslaat, online te raadplegen. Meer bij Universiteit Leiden

