website over journalistiek

Persvrijheidsmonitor

2015

In 2015 scoorde Nederland weer goed op de internationale persvrijheidsranglijst. Toch zijn er aandachtspunten. Zo beperkte de overheid in 2015 geregeld de feitelijke toegang tot het nieuws, bijvoorbeeld door bij Wob-verzoeken veel informatie weg te lakken, en zelfs door journalisten te weren bij inspraakavonden over de huisvesting van vluchtelingen.

Steeds vaker maakt de journalistiek gebruik van verborgen camera’s. PowNed lokte de Maastrichtse burgemeester Onno Hoes in de val door zijn ontmoetingen met een ingehuurde ‘lokhomo’ op te nemen. Hoes vond de rechter aan zijn zijde. Die oordeelde dat een burgemeester weliswaar een publieke figuur is, maar niet vogelvrij, ook niet als hij zelf aanleiding heeft gegeven voor publiek debat over zijn persoon. Er was geen sprake van een ernstige misstand die alleen blootgelegd kon worden met behulp van een verborgen camera. PowNed werd veroordeeld de onrechtmatige fragmenten te verwijderen, ook van internet. Bovendien moet PowNed alle opnamen aan Hoes verstrekken, zodat die kan onderzoeken hoe PowNed dat materiaal heeft gemanipuleerd in de uitzending.

Telecombedrijf Pretium stelde een vergelijkbare vordering in tegen Tros Radar. Pretium eiste beeldmateriaal op dat met een verborgen camera in een callcenter van Pretium was gemaakt. De rechter wees deze vordering af, omdat gedwongen afgifte een ‘chilling effect’ zal hebben op de uitoefening van de persvrijheid. Journalisten zullen als gevolg van de dreiging van gedwongen afgifte van opnames terughoudender worden met het gebruik van deze onderzoeksmethode. En dat zou tot gevolg kunnen hebben dat misstanden niet meer openbaar worden, aldus de rechter.

De vorderingen van Pretium werden ook afgewezen in een zaak tegen journalist Peter Olsthoorn. Die doet al tweeënhalf jaar onderzoek naar Pretium. Hij interviewde een aantal betrokkenen en verzocht herhaaldelijk om een interview met de directeur, die daar niet aan mee wilde werken. Het bedrijf ervoer dit als ‘journalistieke stalking’ en eiste dat Olsthoorn zijn onderzoek staakt. De rechtbank stelde Olsthoorn in het gelijk. Het staat hem vrij zijn gesprekspartners te bevragen om zijn aannames te verifiëren. En tijdens een interview zijn kritische, prikkelende, controversiële, suggestieve of negatief ingeklede vragen in beginsel toegestaan.

Journalisten die de wet overtreden worden soms vervolgd, ook al handelden ze met de beste journalistieke bedoelingen. Journalist Alberto Stegeman toonde in zijn tv-programma ‘Undercover in Nederland’ aan hoe eenvoudig het was om een KLM-pasje na te maken en hoe gebrekkig de beveiliging van het regeringsvliegtuig op Schiphol was. Hoewel de uitzendingen een belangrijke bijdrage leverden aan het maatschappelijk debat hierover, werd Stegeman strafrechtelijk vervolgd en veroordeeld. De zaak kwam in 2015 bij de Hoge Raad en die liet deze veroordeling in stand. Stegeman legt deze principiële zaak voor aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het EHRM was in 2015 streng voor een journalist die de wet overtrad. Het liet in de zaak ‘Pentikäinen’ een veroordeling van een Finse journalist in stand, die tijdens een demonstratie door de politie was opgepakt omdat hij een bevel van de politie niet opvolgde.

Beschuldigingen en privacy
In het boek ‘De Verpanding’ werd een aantal medewerkers van de Rabobank met name genoemd. In eerste instantie oordeelde de rechter dat dat onrechtmatig was, maar in hoger beroep prevaleerde de vrijheid van meningsuiting. De medewerkers werden niet beschuldigd van criminele activiteiten. De gemaakte verwijten vonden steun in het beschikbare feitenmateriaal en bevatten geen feitelijke onjuistheden, en er waren geen ernstige negatieve gevolgen in hun privésfeer te verwachten.

Quote publiceerde de naam van een van fraude verdachte boekhouder. De rechter oordeelde dat daarmee diens privacy was geschonden. Daarbij was relevant dat hij geen publieke figuur was en zelf geen publiciteit had gezocht, dat hij maar een beperkte rol speelde bij de fraude, en dat hij ten tijde van de publicatie alleen de status van verdachte had.

Een verslaggeefster van PowNed handelde niet met open vizier door een Syrische asielzoeker te interviewen en zich daarbij voor te doen als scholier die met een schoolproject bezig was. In de tv-uitzending werden de fragmenten bovendien uit de context gehaald. De rechter oordeelde – met verwijzing naar de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek – dat dat onrechtmatig is. Bij het uitoefenen van hun taken dienen journalisten zich te houden aan de eisen van ‘verantwoordelijke’ journalistiek, waarbij zij integer moeten handelen, accurate en betrouwbare informatie dienen te verschaffen, met enige objectiviteit dienen te reflecteren op de meningen van de deelnemers aan het maatschappelijk debat en zich niet moeten laten leiden door pure sensatiezucht. Powned moet er voor zorgen dat de beelden ook niet meer op internet vindbaar zijn.

Aansprakelijkheid voor anoniem internet-commentaar
In de zaak ‘Delfi’ oordeelde het EHRM over de aansprakelijkheid van een nieuwssite voor daarop gepubliceerde anonieme reacties, waaronder ‘hate speech’ en fysieke bedreigingen. Aan dat soort uitingen wordt geen bescherming geboden. Uitgevers kunnen erop worden aangesproken als ze de mogelijkheid bieden om anoniem dit soort uitingen te doen. Uitingen op internet die wat minder ver gaan worden wel beschermd, nuanceerde het EHRM vervolgens in de zaak ‘MTE-Index’. Ook als ze ‘vulgair’ of aanstootgevend zijn. Van belang is wel dat het internetportaal mogelijkheden biedt om onrechtmatige uitingen snel offline te halen.

Beperkingen van overheidswege
Fotograaf Robert Glas maakte – met toestemming van de Staat – foto’s in vreemdelingendetentiecentra. De Staat stelde dat die foto’s alleen in Vrij Nederland gepubliceerd mochten worden. Voor ander gebruik moest Glas steeds eerst toestemming krijgen. Dat ging Glas te ver. In eerste instantie wees de rechter zijn vorderingen af, maar in hoger beroep oordeelde de rechter dat Glas zijn foto’s mag laten publiceren waar hij wil, zonder voorafgaande toestemming van de Staat. Anders bemoeit de overheid zich met de inhoud van publicaties, en dat is volgens de Grondwet niet toegestaan.

Met het oog op het handhaven van de openbare orde bij inspraakavonden over huisvesting van vluchtelingen besloten lokale bestuurders van onder meer Luttelgeest, Bernheze, Harderwijk, Geldermalsen, Kaatsheuvel en Utrecht de rechten van journalisten in te perken. Lokale bestuurders poogden verslaggevers te verbieden opnamen te maken, of om alleen lokale verslaggevers toe te laten. In Luttelgeest werden journalisten zelfs middels een noodverordening aan de gemeentegrens geweerd. De NVJ en het Genootschap van Hoofdredacteuren veroordeelden deze beperkingen publiekelijk en zijn hiertegen een bezwaarprocedure gestart.

Een misdaadblogger volgde het strafproces tegen Holleeder vanuit de perskamer van Justitieel Complex Schiphol. Zijn huis en auto werden beschoten. Om ­veiligheidsredenen wilde het Gerechtshof hem vervolgens niet langer tot de perskamer toelaten. De blogger, eerder zelf actief in het criminele milieu, spande een kort geding aan, en won. Het Justitieel Complex ­Schiphol is de best beveiligde zittingszaal van ­Nederland, en daarom kan veiligheid geen reden zijn om hem de toegang te ontzeggen, aldus de rechter.

De overheid heeft met de NVJ afspraken gemaakt over het doorgeven van meldingen van de hulpdiensten. Journalisten worden middels een ‘persalarmering’ gewaarschuwd bij calamiteiten. Dit systeem werkt in de praktijk lang niet altijd naar wens. Hierdoor ontstaat de indruk dat de overheid soms liever geen journalisten bij calamiteiten wil hebben. Dit is een voorbeeld van een feitelijke beperking van de toegang tot het nieuws door de overheid.

Het gebruik van drones voor journalistieke doelen is feitelijk onmogelijk geworden door zeer beperkende regelgeving die in 2013 in werking trad. Particulieren mogen wel opnamen maken met behulp van een drone, maar een professionele journalist die precies hetzelfde doet riskeert een stevige boete. Bovendien moet een drone-journalist telkens vooraf een melding doen aan de overheid, 48 uur van tevoren. Daar wacht het nieuws niet op. Nadat overleg niet tot resultaat leidde heeft de NVJ/NVF een proefproces aangespannen, tezamen met fotograaf René Oudshoorn. Het vonnis wordt in 2016 verwacht. Fotojournalist Roel Dijkstra werd vervolgd voor het gebruik van een drone.

Het Hof oordeelde dat hij de regels had overtreden, maar legde geen straf op omdat de regelgeving ondertussen gewijzigd was.

De overheid geeft in reactie op verzoeken op basis van de Wet openbaarheid bestuur (‘Wob’) vaak slechts zeer beperkt informatie vrij. Voorbeelden daarvan zijn reacties op de Wob-verzoeken over de zogenoemde Teeven-deal. De berichtgeving van onder meer Nieuwsuur-verslaggever Bas Haan hierover leidde tot het aftreden van minister Opstelten, staatssecretaris Teeven en Kamervoorzitter Van Miltenburg. Hij kreeg zijn informatie onder meer via een klokkenluider.

Een Wob-verzoek om toegang tot documenten over de Teeven-deal af te dwingen werd door het ministerie van Veiligheid en Justitie afgewezen, en ook een kort geding mocht niet baten. Ook in reactie op een Wob-verzoek met betrekking tot de MH17-ramp gaf de overheid zo min mogelijk informatie vrij. Van het materiaal dat NOS, RTL en de Volkskrant in het najaar van 2014 al afzonderlijk van elkaar hadden opgevraagd middels een Wob-procedure, werd het grootste deel van de informatie door de overheid weggelakt. Deze media hebben gezamenlijk een procedure aangespannen tegen het ministerie van Veiligheid en Justitie. Ze willen het ministerie dwingen meer documenten over de afwikkeling van de MH17-ramp vrij te geven. De uitspraak wordt nog verwacht.

Bronbescherming
Er zijn drie wetsvoorstellen in voorbereiding die directe consequenties hebben voor de journalistieke bronbescherming. Het Wetsvoorstel Bronbescherming in Strafzaken beoogt een wettelijke basis te geven aan journalistieke bronbescherming tegenover politie en justitie, mede naar aanleiding van het Sanoma-arrest van het EHRM uit 2010, waarbij Nederland werd veroordeeld wegens schending van artikel 10 EVRM. Het lijkt erop dat 2016 het jaar wordt waarin dit recht eindelijk in de wet wordt verankerd. Ook relevant is het voorstel om de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten te wijzigen en deze diensten veel meer bevoegdheden te geven om data te verzamelen, ook door in ‘bulk’ het internetverkeer via de kabel af te tappen.

Toen dit wetsvoorstel ter consultatie werd voorgelegd, werd er door heel veel partijen zeer kritisch op gereageerd. Vanuit de journalistiek is het bezwaar dat journalistieke bronbescherming een lege huls wordt als communicatie-gegevens van journalisten al bij de inlichtingendiensten zijn opgeslagen, zonder adequate waarborgen voor bronbescherming. Vertrouwelijk communiceren met bronnen wordt dan zo goed als onmogelijk. De hoogste Europese rechters floten overheden terug die al te gretig burgers en journalisten afluisteren en internetcommunicatie aftappen. Het jaar 2015 was wat dat betreft een keerpunt, met spraakmakende uitspraken van het Hof van Justitie in Luxemburg (de zaak ‘Schrems’) en het EHRM in Straatsburg (de zaak ‘Zakharov’).

Tenslotte is het wetvoorstel Computercriminaliteit III van belang. Dat voorstel geeft de politie de mogelijkheid om te hacken in het kader van opsporing. Daar zitten allerlei haken en ogen aan, ook vanuit de optiek van journalistieke bronbescherming.

De NVJ initieerde in 2015 een kort geding tegen de Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens. Deze wet verplichtte aanbieders van telefoon- en internetdiensten de verkeers- en locatiegegevens van gebruikers op te slaan, en ter beschikking te stellen aan justitie voor opsporingsdoeleinden. De Rechtbank heeft die wet buiten werking gesteld. Deze wet was onmiskenbaar in strijd met het Europese recht. De inbreuk op de privacy was te groot.

De Rechtbank overwoog onder meer dat voor het doorbreken van het journalistieke brongeheim voorafgaand een oordeel van een onafhankelijke instantie, bij voorkeur een rechter, moet worden verkregen. De Nederlandse regeling schoot op dat punt tekort.

Datum: 3 mei 2016

Masterclass EU