website over journalistiek

Persvrijheidsmonitor

Geen recht op inzage voorafgaand aan publicatie, zorgvuldig archief- en literatuuronderzoek

De kinderen van G. van Maasdijk, voormalig waarnemend algemeen secretaris der hofhouding en vanaf 1950 tot 1956 kamerheer in buitengewone dienst bij koningin Juliana, hebben bij de Rechtbank Amsterdam maatregelen gevorderd in verband met het boek Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk, de jaren 1936-1956 van Cees Fasseur. De kinderen vorderden een verklaring voor recht dat Fasseur c.s. onrechtmatig heeft gehandeld, met name door enkele verdachtmakingen en diskwalificaties (zoals ‘de scheurmaker’, ‘de onrustzaaier’, ‘de conspirateur’, ‘het paard van Troje’ en ‘een man met een boosaardig karakter’, een man die ‘de jacht op Prins Bernhard had geopend’ en een gevaar was voor het koninklijk huwelijk en het voortbestaan van het Koninklijk Huis) in de biografie te uiten, en eisten de invoeging van een weerwoord in nog te distribueren exemplaren van het boek alsmede immateriële schadevergoeding. In dit vonnis gaat de rechtbank na of de passages waar de erven bezwaar tegen inbrengen, op voldoende feitenmateriaal rusten en al dan niet onnodig grievend zijn. Volgens de rechtbank is niet komen vast te staan dat Fasseur en de uitgever met de gewraakte passages in de biografie onrechtmatig hebben gehandeld. Ook het feit dat de auteur en uitgever de gewraakte passages niet aan de erven hebben voorgelegd, brengt niet mee dat zij onrechtmatig hebben gehandeld. De rechtbank stelt voorop dat er bij publicaties waarin over iemand wordt geschreven geen recht op inzage vooraf bestaat. Fasseur heeft door inzage in het archief van Van Maasdijk kennis kunnen nemen van diens beleving van de gebeurtenissen die in de biografie worden beschreven. Hij heeft daarvan ook gebruik gemaakt, zo valt uit voetnoten in de biografie op te maken. Gesteld noch gebleken is dat de erven bij het ter inzage geven van het archief van hun vader hebben bedongen dat de biografie van Fasseur voorafgaand aan publicatie aan hen voorgelegd moest worden. Onder deze omstandigheden rustte op Fasseur c.s. niet de verplichting dit te doen. De rechtbank wijst de vorderingen af.

Instantie: Rb. Amsterdam

Partijen: X c.s. t. C. Fasseur en Uitgeverij Arbeidspers

Bron: LJN BP8927

Datum: 23 maart 2011

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.