website over journalistiek

Persvrijheidsmonitor

Beledigende uitlating in context column

Dit is het arrest van de Hoge Raad op het cassatieberoep van het OM tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte is vrijgesproken van de tenlastelegging groepsbelediging vanwege een column die hij heeft geschreven in het blad Havana, het weekblad van de Hogeschool van Amsterdam, waarin de volgende passage(s) zijn opgenomen: ‘Sinds de nazi-tijd is het niet echt cool om negatieve dingen te zeggen over joden, maar soms snap ik best hoe het in 1937 allemaal zo ver heeft kunnen komen’ en ‘Maar de afgelopen maanden heb ik meerdere malen gemerkt dat ik bij conflicten altijd aan de kant van de niet-jood sta’ en ‘Misschien moet ik dus niet alle joden door de mangel halen, omdat het me vooral om de ziekmakende Israëliërs gaat, maar eerlijk is eerlijk: uiteindelijk kunnen we ze allemaal terug leiden naar het heilige land.’

Ten aanzien van de uitlating ‘sinds de nazi-tijd is het niet echt cool om negatieve dingen te zeggen over joden, maar soms snap ik best hoe het in 1937 allemaal zo ver heeft kunnen komen’ heeft het gerechtshof vastgesteld dat de verdachte deze zinsnede heeft opgenomen als openingszin in een column die verdachtes persoonlijke ervaringen tot onderwerp had. In dat verband heeft het gerechtshof overwogen dat een column veelal het karakter heeft van een korte, betrekkelijk oppervlakkige en enigszins ironische beschouwing waarbij overdrijving niet wordt geschuwd en die bovendien provocerend en choquerend kan zijn. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat in casu weliswaar sprake is van een choquerende zinsnede, maar dat de verdachte deze in zijn column heeft opgenomen met de duidelijke bedoeling om voor het te behandelen onderwerp extra aandacht te verkrijgen. Het gerechtshof heeft voorts geoordeeld dat de uitlating ‘op zichzelf beschouwd beledigend is voor Joodse mensen’ en ‘zonder twijfel shockerend (is)’, maar dat ‘gelet op het onderwerp van de column, de context waarin de uitlatingen zijn gedaan in het licht van dat onderwerp, column en inhoud van de column’ niet kan worden gezegd dat die uitlating nodeloos grievend was.

Het gerechtshof heeft, zo stelt de Hoge Raad vast, als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de verdachte met deze uitlating niet de grenzen van hetgeen in het licht van het in art. 10 EVRM gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting toelaatbaar moet worden geacht heeft overschreden, en dat die uitlating – gelet op de omstandigheden van het geval – niet als ‘beledigend jegens een groep mensen wegens hun ras’ als bedoeld in artikel. 137c Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt. Dat oordeel getuigt volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Het gerechtshof heeft ten aanzien van de uitlatingen ‘maar de afgelopen maanden heb ik meerdere malen gemerkt dat ik bij conflicten altijd aan de kant van de niet-Jood sta’ en ‘misschien moet ik dus niet alle joden door de mangel halen, omdat het me vooral om de ziekmakende Israëliërs gaat, maar eerlijk is eerlijk: uiteindelijk kunnen we ze allemaal terug leiden naar het heilige land’ – geoordeeld dat die uitlatingen noch op zichzelf, noch naar de context beschouwd, beledigend zijn voor Joodse mensen omdat niet kan worden gezegd dat ‘zij Joden in discrediet brengen of de eigenwaarde van Joden als groep aantasten.’ De Hoge Raad laat ook dat oordeel in stand en verwerpt het beroep van het OM.

Instantie: Hoge Raad

Partijen: strafzaak columnist Havana

Bron: LJN BQ6731 en NJ 2012, 37 m.nt. E.J. Dommering

Datum: 29 november 2011

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.