VillaMedia.nl
             
             

Nederlandse Vereniging
van Journalisten

De JournalistGenootschap /FreelancersAdvies / Mediadebat / de Fotojournalist.nl / Zoek Een Freelancer / Perskaarten

 
menu dagblad

Rapport Commissie
Verschoningsrecht
Terug naar voorpagina NVJ

       Inleiding

  I.  Voorwoord, leden

 II. Praktijkgevallen

III. Geldend recht

IV. Knelpunten

   
Conclusies over knelpunten

 V. Mogelijke oplossingen

   
 
a Praktische mogelijkheden
     
b Juridische oplossingen
     
c Wetgeving en politiek

VI. Samenvatting
      en conclusies


     Bijlage
    
Grondrechten
     Wetboek van Strafrech
t

30 oktober 2001
Hele rapport als
Word-bestand (160k)

 

  Relevante bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht

Daders en medeplichtigen

Art. 47. 
1. Als daders van een strafbaar feit worden gestraft:
1. zij die het feit plegen, doen plegen of medeplegen; 
2. zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.
2. Ten aanzien van de laatsten komen alleen die handelingen in aanmerking die zij opzettelijk hebben uitgelokt, benevens hun gevolgen.

Art. 48. 
Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft: 
1. zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf;
2. zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf.

Drukpersmisdrijven

Art. 53. 
1. Bij misdrijven door middel van de drukpers gepleegd wordt de uitgever als zodanig niet vervolgd, indien het gedrukte stuk zijn naam en woonplaats vermeldt en de dader bekend is of op de eerste aanmaning nadat tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek is overgegaan, door de uitgever is bekendgemaakt.
2. Deze bepaling is niet toepasselijk, indien de dader op het tijdstip van de uitgave strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten het Rijk in Europa gevestigd was. 

Art. 54. 
1. Bij misdrijven door middel van de drukpers gepleegd wordt de drukker als zodanig niet vervolgd, indien het gedrukte stuk zijn naam en woonplaats vermeldt en de persoon op wiens last het stuk is gedrukt, bekend is of op de eerste aanmaning nadat tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek is overgegaan, door de drukker is bekendgemaakt.
2. Deze bepaling is niet toepasselijk, indien de persoon op wiens last het stuk is gedrukt, op het tijdstip van het drukken strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten het Rijk in Europa gevestigd was.

Verzwijging van voorgenomen misdrijf

Art. 135. 
Hij die, kennis dragende van een samenspanning tot een der in de artikelen 92-95a, 102 of 121 bedoelde misdrijven, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven, hetzij aan de ambtenaren van de justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, wordt, indien het misdrijf is gevolgd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 

Art. 136. 
1. Hij die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van een der in de artikelen 92-110 omschreven misdrijven, tot desertie in tijd van oorlog, tot militair verraad, tot moord, mensenroof of verkrachting of tot een der in Titel VII van dit Boek omschreven misdrijven voor zover daardoor levensgevaar wordt veroorzaakt, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven, hetzij aan de ambtenaren van de justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, wordt, indien het misdrijf is gevolgd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
2. Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, kennis dragende van enig in het eerste lid vermeld reeds gepleegd misdrijf waardoor levensgevaar is ontstaan, op een tijdstip waarop de gevolgen nog kunnen worden afgewend, opzettelijk nalaat daarvan gelijke kennisgeving te doen. 

Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld; openbaar maken, toezenden, verspreiden van uitlating

Art. 137d. 
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 

Art. 137e. 
1. Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving:
1. een uitlating openbaar maakt die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid beledigend is, of aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid; 
2. een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, zulk een uitlating is vervat, aan iemand, anders dan op diens verzoek, doet toekomen, dan wel verspreidt of ter openbaarmaking van die uitlating of verspreiding in voorraad heeft; wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
2. Indien de schuldige een van de strafbare feiten, omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het feit, nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet. 

Niet voldoen aan verplichting als getuige etc.

Art. 192. 
1. Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, opzettelijk niet voldoet aan enige wettelijke verplichting die hij als zodanig te vervullen heeft, wordt gestraft:
1. in strafzaken met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie;
2. in andere zaken met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Het bepaalde in het vorige lid van dit artikel is niet van toepassing op de partij in een burgerlijke procedure die, wanneer zij als getuige wordt gehoord, weigert op de haar gestelde vragen te antwoorden. 

Art. 444. 
Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Uitingsdelicten (belediging, smaad, laster etc.)

Art. 261. 
1. Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
3. Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.

Art. 262. 
1. Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid onder 1 en 2, vermelde rechten kan worden uitgesproken. 

Art. 263-264. [Vervallen. (Wet van 25 maart 1978, S 155)] 

Art. 265. 
1. Indien de beledigde aan het te last gelegde feit bij rechterlijk gewijsde onherroepelijk is schuldig verklaard, is veroordeling wegens laster uitgesloten.
2. Indien hij van het te last gelegde feit bij rechterlijk gewijsde onherroepelijk is vrijgesproken, wordt dat gewijsde als volkomen bewijs van de onwaarheid van het feit aangemerkt.
3. Indien tegen de beledigde wegens het hem te last gelegde feit een strafvervolging is aangevangen, wordt de vervolging wegens laster geschorst totdat bij gewijsde onherroepelijk over het te last gelegde feit is beslist. 

Art. 266. 
1. Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding, aangedaan, wordt, als eenvoudige belediging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 
2. Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit.

Art. 267. 
De in de voorgaande artikelen van deze titel bepaalde straffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien de belediging wordt aangedaan aan:
1. het openbaar gezag, een openbaar lichaam of een openbare instelling
2. een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; 
3. het hoofd of een lid van de regering van een bevriende staat.

Art. 268. 
1. Hij die opzettelijk tegen een bepaald persoon bij de overheid een valse klacht of aangifte schriftelijk inlevert of in schrift doet brengen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand, wordt, als schuldig aan lasterlijke aanklacht, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid onder 1 en 2, vermelde rechten kan worden uitgesproken. 

Art. 269. 
Belediging, strafbaar krachtens deze titel, wordt niet vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd, behalve in de gevallen voorzien in artikel 267, aanhef en onder 1 en 2. 


Art. 270. 
1. Hij die ten aanzien van een overledene een feit pleegt dat, ware deze nog in leven, als smaadschrift of smaad zou zijn gekenmerkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Dit misdrijf wordt niet vervolgd dan op klacht hetzij van een der bloedverwanten of aangehuwden van de overledene in de rechte linie of zijlinie tot de tweede graad, hetzij van zijn echtgenoot. 

Art. 271. 
1. Hij die een geschrift of afbeelding van beledigende of voor een overledene smadelijke inhoud verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat de inhoud van het geschrift of de afbeelding van zodanige aard is, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
3. Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel in zijn beroep begaat en er tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
4. De misdrijven worden niet vervolgd dan op klacht van de in artikel 269 en het tweede lid van artikel 270 aangewezen personen, behalve in de gevallen voorzien in artikel 267, aanhef en onder 1 en 2. 

Schending van geheimen

Art. 272. 
1. Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
2. Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht. 

Art. 273. 
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk
1. aangaande een onderneming van handel, nijverheid of dienstverlening bij welke hij werkzaam is of is geweest, bijzonderheden waarvan hem geheimhouding is opgelegd, bekend gemaakt of
2. gegevens die door misdrijf zijn verkregen uit een geautomatiseerd werk van een onderneming van handel, nijverheid of dienstverlening en die betrekking hebben op deze onderneming, bekend maakt of uit winstbejag gebruikt, indien deze gegevens ten tijde van de bekendmaking of het gebruik niet algemeen bekend waren en daaruit enig nadeel kan ontstaan. 
2. Niet strafbaar is hij die te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het algemeen belang de bekendmaking vereiste.
3. Geen vervolging heeft plaats dan op klacht van het bestuur van de onderneming. 

B. Rechtspraak
Niet in de tekst opgenomen gevallen waarin journalisten met justitie/politie in aanraking komen.

Verdachte van een strafbaar feit

- Tegen een journalist die in 1996 op Curaao onder valse identiteit Nederlandse paspoorten aanvroeg en ook verkreeg, werd een onderzoek ingesteld. De journalist wilde aantonen dat het paspoortenbureau op Curaao slecht functioneerde, nauwelijks controleerde en ook niet werd gecontroleerd. Het Openbaar Ministerie onderzocht of er sprake was van 'valsheid in geschrifte', maar seponeerde de zaak uiteindelijk. 

Betreden verboden terrein/negeren ambtelijk bevel

- Een journalist kwam tijdens het maken van foto's van een nucleair transport in Zetten begin 2001 in conflict met de politie. Hij wilde de arrestatie van demonstranten fotograferen, maar werd hardhandig weggeduwd. Hij schold vervolgens een agent voor "lul" uit. Hiervoor en voor het negeren van een ambtelijk bevel werd hij vervolgd en veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) geldboete.

- Fotojournalisten die zich bij een demonstratie van milieuactivisten op Schiphol op het dak van een Aviobrug en de romp van een vliegtuig begaven, werden aangehouden. En van hen voorkwam vervolging wegens het zich bevinden op verboden terrein door betaling van een transactie. De andere fotojournalist werd vervolgd. Hij beriep zich erop dat hij zijn beroep slechts kon uitoefenen door te handelen zoals hij had gedaan. Het hof meende dat de officier van justitie in redelijkheid kon besluiten de journalistieke belangen achter te stellen bij de belangen van de samenleving bij een ongestoorde openbare orde en ongehinderd en veilig openbaar vervoer. Daarmee handelde de officier niet in strijd met artikel 10 EVRM, aldus het hof.
Niettemin werd de journalist zowel door de rechtbank als het hof vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, te weten het al dan niet met hulp van de milieuactivisten opzettelijk tijdelijk onbruikbaar maken van het vliegtuig en het dwingen van de autoriteiten het toestel niet te laten vertrekken ( Hof Amsterdam 31 januari 2000, Mediaforum 2000-4).

- Tijdens acties tegen de aanleg van de Betuwelijn, begin 2000, werden diverse journalisten aangehouden. Enkelen raakten ingesloten met krakers die zich hadden verschanst in te slopen gebouwen. Hoewel zij zich door middel van perskaarten en politieperskaarten als journalist bekend maakten en zichtbaar professionele apparatuur bij zich droegen, werden zij geboeid en meegenomen. Hun werd ten laste gelegd dat zij de politie hadden belemmerd in de uitoefening van haar werk. De zaak tegen n fotojournalist werd geseponeerd. Een andere fotojournalist ging akkoord met een transactievoorstel. Tegen n journalist werd vervolging ingesteld wegens het niet voldoen aan een ambtelijk bevel. Hij werd vrijgesproken.
Bronbescherming en inbeslagneming van materiaal

- Een journalist van het Rotterdams Dagblad werd op verzoek van de advocaat van een
verdachte gehoord als getuige. Hij had van een bron informatie gekregen over een jongetje dat door de verdachte van een flatgebouw zou zijn gegooid. De journalist beriep zich zowel bij de rechtbank als bij het hof op verschoningsrecht. Dit werd gehonoreerd.

- In 1996 ontving het blad Ravage een brief van het Earth Liberation Front (ELF) dat de aanslag opeiste bij het BASF-kantoor in Arnhem. De aanslag was de derde in een reeks. Nadat Ravage hierover een persbericht publiceerde, deed de politie een inval en ging over tot huiszoeking op de redactie. Alles werd meegenomen: computers, papieren, rekeningafschriften en zelfs posters. Justitie hoopte bewijs te vinden dat tot aanhouding van de dader(s) van de aanslag zou kunnen leiden. In kort geding eiste Ravage schadevergoeding. De zaak ligt inmiddels bij het gerechtshof in Amsterdam en een uitspraak wordt binnenkort verwacht.

- Tijdens een neonazibijeenkomst in Schiedam in 1996 bedreigde de rechtse extremist Glimmerveen de hoofdredacteur van de Haagsche Courant met de dood. Deze bedreiging werd door de aanwezige pers op band opgenomen en genoteerd. Om bewijs te verkrijgen tegen Glimmerveen verzocht de politie Radio Rijnmond om een bandopname van de bijeenkomst af te staan. De hoofdredacteur vond de kwestie zo ernstig dat hij besloot tot afgifte. Enkele journalisten die bij de bijeenkomst aanwezig waren, werd gevraagd of zij wilden getuigen. Zij hebben dit geweigerd. 

- De fotograaf van de rellen van voetbalsupporters in Beverwijk, waarbij de Ajaxsupporter Picornie werd gedood, wenste zijn identiteit geheim te houden. De foto's waren via het ANP openbaar gemaakt. Justitie eiste bij het ANP de foto's op in de hoop de maker te kunnen achterhalen. Het ANP weigerde afgifte. Het bevel tot afgifte is uiteindelijk niet overhandigd, toen bleek dat het materiaal zich niet meer in de beeldbank van het ANP bevond.

- In 1998 vonden er supportersrellen plaats tijdens de bekerfinale Ajax-PSV in Rotterdam, waarbij het tot gewelddadigheden kwam. Een aantal televisieomroepen maakte hiervan opnamen en zond die (deels) uit. Justitie vroeg het ruwe beeldmateriaal op bij enkele zenders. De hoofdredacteur van AT5 weigerde het materiaal af te staan. Justitie legde zich daarbij neer en de kwestie had verder geen gevolgen. SBS stond op last van de rechter-commissaris wel bandopnamen af van de rellen. TV Rijnmond liet aan het Openbaar Ministerie weten dat het materiaal niet meer bestond; op de banden stonden inmiddels andere opnamen.

- In 2000 deed de politie op verzoek van de Belgische autoriteiten een inval in het kantoor van het Koerdisch persbureau zgrlk. In Belgi was een justitieel onderzoek gaande naar bendevorming en er zouden aanwijzingen zijn dat vanuit het pand geld dat mogelijk uit misdrijf afkomstig was, werd gestort op Turkse rekeningen. Bij de inval werden computers en administratie in beslag genomen. Het persbureau vond deze handelwijze onrechtmatig. Nadat het persbureau zich hierover had beklaagd, werden alle meegenomen spullen teruggegeven. De zaak is nog niet afgerond. De rechtbank moet nog oordelen over de eis dat alle gemaakte kopien worden vernietigd en over de bezwaren tegen de afgifte aan de Belgische autoriteiten. Het persbureau werd overigens zelf niet verdacht van strafbare feiten.

- Een protestbijeenkomst tegen een asielzoekerscentrum in Kollum in mei 2000 liep uit de hand. De aanwezige burgemeester werd met eieren bekogeld en er werden links en rechts klappen uitgedeeld. Ernstige gewonden vielen er niet. Omrop Fryslan maakte opnamen en justitie meldde zich bij de hoofdredacteur met het verzoek om de banden af te staan. De hoofdredacteur weigerde zijn medewerking. Justitie liet het bij een dreiging met inbeslagname. De omroep hoorde er verder niets meer van.

- Eind 2000 vonden er in Den Bosch rellen plaats na het doodschieten van een lokaal bekende supporter van de voetbalclub FC Den Bosch. Justitie wilde vervolgens het hiervan door de diverse media gemaakte beeldmateriaal hebben. TROS, EO en Omroep Brabant weigerden dit, zonder dat dit voor hen gevolgen had. SBS 6 en het ANP kregen een bevel van de rechter-commissaris tot afgifte. SBS 6 stond het materiaal af. Het ANP weigerde zonder dat dit verdere gevolgen had voor het persbureau. 

- In april 2001 werd bij de regionale omroep TV West ruw beeldmateriaal opgevraagd van rellen tijdens een demonstratie van Koerden in Den Haag. De demonstratie was ontaard in vernielingen en geweldpleging. Een deel van het materiaal was al uitgezonden door TV West. De hoofdredacteur weigerde het materiaal af te staan, ook na dreiging met inbeslagname. Uiteindelijk besloot de hoofdredacteur op grond van journalistieke argumenten om het beeldmateriaal nogmaals, maar dan integraal, uit te zenden, voorzien van commentaar en in aanwezigheid van studiogasten. Justitie werd hiervan op de hoogte gesteld en zag daarop af van vordering. 

Andere wijzen van belemmering van journalisten in de uitoefening van hun beroep

- Tijdens een arrestatie van twee autodieven bij de Duitse grens in 1996 ontstond een handgemeen tussen de politie en twee fotojournalisten. De agenten rukten de films uit de camera's van de journalisten. De filmpjes werden onbruikbaar en een camera raakte beschadigd. Na een klacht van de beide journalisten werd een schadevergoeding betaald. 

- De fotografen Brechtje Rood en Willem Middelkoop werden aangehouden en in de boeien geslagen toen zij eind 1997 foto's maakten bij een roerige demonstratie van extreem-rechts in Arnhem. De agenten in burger wilden niet aannemen dat zij journalisten waren en zagen hen voor actievoerders aan. Zij dienden een klacht in over dit politieoptreden, die gegrond werd verklaard. De schade die zij ondervonden omdat zij hun werk niet meer konden doen, werd vergoed. 

- Bij een demonstratie tegen de Euro in Den Haag in 1999 kreeg fotograaf P. Nijhuis enkele flinke klappen met de wapenstok, hoewel hij zich als journalist bekend had gemaakt, professionele apparatuur bij zich droeg en een politieperskaart om zijn nek droeg. Hij wist zich uit de groep demonstranten los te maken en te vluchten. Zijn werk kon hij niet meer doen. Zijn werkgever, de GPD, beklaagde zich over de gang van zaken. Een gesprek met de verantwoordelijke commissaris van politie resulteerde in het aanbieden van excuses aan de fotograaf.
 


 

  rechts dit is kolom 1

NVJ-links

Wat de NVJ doet
Lidmaatschap
Cao's
Justitie/Politie
Perskaarten
Redactiestatuten
Stemlokaal

Secties

 Algemeen
Dagblad
Omroep
Publiekstijdschrift
Opinietijdschrift
Vaktijdschrift
 Freelance
 Persbureaus
 NVF (foto)
Plus
Vers in de Pers
Internet

Lokale media
 Sport 
 

Afdelingen

Rotterdam RJV
Midden-Nederland

Diensten

Advocaten&Juristen
Wet Openbaarheid van Bestuur





 

Onderzoek

De
Digitale
Journalist

 
Aanbevelingen:


 -----------

 -----------

-----------

-----------

Deskundigen, contact-
personen, organisaties
Login NVJ'ers  Info

-----------


-----------
-----------
-----------
-----------

-----------

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

villamedia.nl

Home | Links | Prikbord | Vacatures | Forum | Over ons | NVJ | Disclaimer
Reageren:
redactie@villamedia.nl Telefoon NVJ: 020 -67 66 77 1