Dossiers
Onderzoeksjournalistiek

Het engagement van Stella Braam

'Wie met pek omgaat, raakt ermee besmet'

Stella Braam is een pionier op het gebied van de undercoverjournalistiek. Inmiddels zit ze bijna twintig jaar in het vak en is ze haar wilde bos rode krullen kwijt, haar idealen daarentegen heeft ze niet verloren.

Nikole den Teuling

De ontmoeting heeft plaats een dag na de afronding van haar derde en, volgens haarzelf, laatste boek. In een koffiecorner tovert ze een notitieblokje tevoorschijn. 'Ik heb gisteren eens na zitten denken wat de vereiste eigenschappen zijn voor een goede journalist en kwam hier op uit: waarheidsliefde, inlevingsvermogen, onbevangenheid, uithoudingsvermogen, discipline, humor, relativeringsvermogen en tegendraadsheid. Mijn sterkste punt is denk ik mijn inlevingsvermogen. Maar dat kan zich ook tegen je keren.'

Stella van Neer wordt in 1962 geboren te Haarlem. Samen met haar oudere broer wordt ze voor het grootste deel opgevoed door haar moeder. Vader beoefent het vak van kinderpsycholoog en schrijft boeken. Het zijn de roerige jaren zestig. Sociale betrokkenheid is belangrijk en menigeen keert zich tegen het materialisme van de consumptiemaatschappij - ook in huize Van Neer.
De foto van opa, Hendrik Braam, aan de muur herinnert het gezin aan barre tijden. Als steenfabrieksarbeider kwam hij op voor zijn medemensen door een vakbond op te richten. Hij vocht voor betere werkomstandigheden: het minimumloon, een CAO en de arbeidstijdenwet. Wanneer er ergens in de wereld een ramp is, moeten Stella en haar broer hun zakgeld inleveren. 'Voor de mensen die het minder goed hebben.'
Nadat haar ouders uit elkaar zijn gegaan, verhuist Stella naar het Brabantse Someren. Ze neemt de achternaam van haar moeder aan. Vanwege de financiŽle omstandigheden kan Stella's moeder zich niet langer alleen bezighouden met de opvoeding. Onder het motto: 'je hebt meer recht dan een aanrecht' gaat ze lezingen houden voor plattelandsvrouwen. Op die manier probeert ze boerinnen een eigen gezicht en toekomst te geven.
Stella Braam denkt ondertussen na over haar eigen perspectief en zoekt het in hogere sferen. Na de landing van Neil Armstrong op de maan, in 1969, besluit ze astronaut te worden. Al lijkt dokter, dierenarts of archeoloog haar ook wel wat. Er zal nooit iets van terechtkomen. Stella blijft met beide benen op de grond. Ze is autodidact.
Dit blijkt ook wanneer ze zich begin jaren tachtig aanmeldt voor de studie filosofie, maar deze al na een week voor gezien houdt. Na twaalf jaar in de schoolbanken wil ze de straat op. Toch blijft het werk van filosofen haar boeien. Met name het werk van Pierre Bourdieu zal ze later nog vaak aanhalen. Bourdieu stelde dat elke groep in een samenleving een wereldje op zichzelf is. Om zo'n groepswereldje te leren kennen, meende hij, moet je er deel van gaan uitmaken. Een standpunt waarmee Stella zich later binnen de journalistiek onderscheidt.

Halverwege de jaren tachtig komt Braam bij 'toeval' in de journalistiek terecht. Na een reis door Zuid-Amerika besluit ze dat ze iets serieus moet gaan doen. Ze ziet een vacature waarin een eindredacteur wordt gevraagd voor Klets, het jongerenblad van de FNV. Eisen: een opleiding en veel ervaring. Braam besluit toch te solliciteren. Vol ideeŽn vertrekt ze richting Amsterdam.
Het is Leo Koenen, voorzitter van de FNV jongerenbeweging, die wel vertrouwen heeft in het roodharige meisje. In de zeven dienstjaren bij de FNV blijken veel jongeren aan Braam alleen anoniem interviews te willen geven over hun werk. Ze zijn bang voor wraak. Bang voor ontslag. 
Het stelt Braam teleur. Ze heeft het idee dat ze observeert, maar dat haar idealen niet waar gemaakt kunnen worden. Samen met GŁlnaz Aslan richt ze daarom het persbureau Yol-produkties op. Yol staat in het Turks voor 'de weg', in dit geval: de weg naar een betere samenleving. Het tweetal onderscheidt zich door de keus van onderwerpen en een opvallende stijl. Zo schrijven ze over zwerfjongeren, migranten en de onbegrepen zelfmoordpogingen van vrouwen. In het vrouwenblad Viva vertellen Braam en Aslan, dan 26 en 27 jaar oud, 'wij zijn niet een productiebureau dat toevallig over minderheidsgroepen schrijft. Het is voor ons eerder een middel om de idealen die wij nastreven uit te voeren. Dat het daarbij leuk en spannend is om eigen baas te zijn, is mooi meegenomen.' De opdrachten stromen binnen. Met name De Groene Amsterdammer, Opzij en NCRV's Hier en Nu zijn uitermate geÔnteresseerd in de verhalenkeus van de twee.

Desondanks begint Braam hoe langer hoe meer te twijfelen of ze de werkelijkheid wel goed beschrijft. 'Bekeek ik het topje van de ijsberg? Het was net alsof ik aan de zijlijn van een sportveld stond, en de spelers observeerde, zonder dat ik besefte wat het spel inhield.' De reguliere journalistiek slaagt er volgens de schrijfster niet in de samenleving te tonen wat verborgen blijft.
En dus besluit ze zelf mee te gaan spelen. Via uitzendbureaus en personeelsadvertenties zoekt ze laag en ongeschoold werk. Ze werkt als schoonmaakster, kantinedame, inpakster en bloemenplukster, veelal undercover. Wanneer ze wil werken in de tuinbouw, doet ze zich voor als de Hongaarse Maria KovŠcs. Haar ervaringen zijn schokkend: giftige schoonmaakspullen, geen pauzes, lichamelijk te zwaar werk. Haar conclusie evenzeer nog erger. In het voorwoord van haar eerste boek 'De blinde vlek van Nederland' zegt ze: 'de criminaliteit kent ook een arbeidsmarkt, een keiharde'.
Braams eerste boek is vernieuwend en wordt bejubeld. Ze krijgt er in 1996 'De Rooie Reus-prijs' voor. De prijs is een blijk van waardering voor een persoon of organisatie die zich op opmerkelijke en gedurfde wijze inzet voor de samenleving, voor behoud van solidariteit en tegen maatschappelijk onrecht in Nederland en daarbuiten.
Maar het boek roept ook discussie en bedreigingen op. Mensen voelen zich bij de neus genomen. Roekeloos als ze is, vergeet ze soms de haat die ze door haar werkwijze over zich afroept. Ze is eigenwijs. Wanneer ze bijvoorbeeld undercover als secretaresse werkt voor de zakenman Leo, die hier en daar geld witwast, krijgt ze het op een gegeven moment wel erg warm. Als ze advies aan een criminoloog vraagt krijgt ze de Criminele Inlichtingendienst (CID) op haar dak die haar uitlegt hoeveel risico ze loopt. 'Niet publiceren', zegt de CID.' 'Maar ik wil mijn vak uitoefenen', zegt Braam. 'Probeer alles te vergeten', adviseert de dienst. Ze geven nog een waarschuwing, maar het mag niet baten. Zij blijft bij haar standpunt. 
Tot dan toe heeft Braam nooit de ambities gehad om schrijfster te worden. Ze is zeer perfectionistisch en vindt het geworstel met zinnen en alinea's vaak vervelend. Wanneer ze achter haar computer zit is ze niet te genieten. Het gaat volgens haar allemaal veel te traag. Maar ze heeft een doel: sociale problemen aan de kaak stellen, om op die manier de gewone man in de samenleving een gezicht te geven.

In 1997, na de publicatie van haar tweede boek 'De Grijze Wolven, een zoektocht naar Turks extreem-rechts', worden de bedreigingen zo heftig dat Braam gedwongen wordt maatregelen te nemen. Samen met co-schrijver Mehmet ‹lger haalt ze kogelvrije vesten bij de NVJ om vervolgens onder te duiken. De bos met krullen die ze in acht jaar gespaard heeft gaat eraf. Braams bewegingsvrijheid wordt danig beperkt.
Tegelijk laat ze zich wel in het openbaar uit over de bedreigingen aan haar adres. In haar optreden schuilt iets paradoxaals: ze duikt onder, maar tegelijkertijd laat ze een week daarvoor tijdens een Turkse olieworstelwedstrijd haar gezicht zien. Sommigen vragen zich af of de bedreigingen zelfs gebruikt worden als verkoopstunt voor het nieuwe boek. Zo schrijft Peter Vermaas in een recensie: 'het onderduiken, dat vooral door uitgever Nijgh en Van Ditmar optimaal is uitgebuit, heeft de verkoop van het boek goed gedaan'.
Alsof alle bedreigingen aan het adres van Braam nog niet genoeg zijn, begint ook Justitie te dreigen. Braam en haar compagnon worden opgeroepen voor de rechtbank te getuigen tegen S.Y en T.K. Braam deed eerder aangifte van bedreiging door deze twee. Maar ze weigert te getuigen, niet alleen uit angst voor represailles, maar ook vanwege haar stellige overtuiging dat een journalist zichzelf ongeloofwaardig maakt zodra hij zijn bronnen bekend maakt.

Door al deze ervaringen verliest Braam beetje bij beetje haar wilde haren. Ze beseft dat ze haar grenzen hier en daar heeft overschreden. Dat ze soms roekeloos en 'wat naÔef' is geweest en de gevaren heeft onderschat. 'Ik ging met mijn eigen auto met nummerbord naar de grootste criminelen toe.'
Het dilemma van Braam is dat ze van nature positief ingesteld is en een groot vertrouwen heeft in mensen. Afstand nemen vindt ze moeilijk. Het maakt haar werk zwaar. Desondanks blijft ze constant proberen om sociale problemen aan de orde te stellen. Achteraf vraagt ze zich af of ze zich niet te eenzijdig op maatschappelijke misstanden heeft gericht. 'Ik weet niks van cultuur.'
Ook de columns die ze eind jaren negentig in NRC Handelsblad publiceert, hebben weer betrekking op prostituees, pooiers, koppelbazen, verslaafden, asielzoekers en weeskinderen. Weer haar idealistische kant. Weliswaar toont ze ook lef en humor, maar haar engagement maakt haar kwetsbaar.

Braam vindt het vervelend dat het undercover gaan steeds weer liegen en bedriegen vereist. Ze merkt dat het ook invloed heeft op jezelf: wie met pek omgaat raakt ermee besmet. Haar normen en waarden dreigen te vervagen en soms is ze bang zelf een vrouw zonder gezicht te worden. Op een bepaald moment gaat ze zelf drugs gebruiken en raakt daardoor aan lager wal. Haar inlevingsvermogen is dan te ver doorgeschoten. Haar sterkste eigenschap heeft zich tegen haarzelf gekeerd. Het zijn uiteindelijk mensen in haar omgeving die haar terugzetten op het juiste spoor. Opvallend, vindt Braam, want zelf had ze het contact met die mensen lange tijd verwaarloosd.

Stella Braam is een vrouw met grootse idealen. Wat het haar uiteindelijk heeft opgeleverd? Financieel gezien erg weinig. Een auto, afwasmachine en videorecorder heeft ze niet. En na de publicaties van haar boeken volgde over het algemeen een doodse stilte. Ze beseft dat je dit werk op deze manier niet te lang kan doen. Toch heeft ze de kans gehad om signalen af te geven. Ze telt haar zegeningen. Van alle ervaringen is ze een rijker mens geworden.
Nu Braam haar laatste boek, 'Tussen Gekken en Gajes', heeft afgerond, wil ze afstand nemen en de fakkel overdragen aan jongere journalisten. Ze is van plan een eigen bureautje op te zetten, van waaruit ze mensen binnen de journalistiek detacheert. Voor het zover is heeft ze een eenmalige klus voor de FNV, voor wie ze een brochure schrijft over arbeidsmarktbeleid en etnische minderheden. Het bloed blijft stromen waar het niet gaan kan.

Dit portret is samengesteld op basis van artikelen en boeken van Stella Braam zelf en van artikelen over haar. Haar nieuwste boek 'Tussen Gekken & Gajes, avonturen in de undercoverjournalistiek'