Dossiers
Onderzoek naar Journalisten
in Nederland


Deel 3
Infotainment-journalist is serieuzer dan men denkt

Infotainment-redacteuren, Human interest, Interesses van publiek, Journalistieke ethiek, Conclusie, Cijfers

Infotainment, het woord is belast - alsof het om een minder soort journalistiek gaat. Mark Deuze vroeg tachtig infotainment-redacteuren naar hun beroepsopvattingen als speciaal onderdeel van het landelijke onderzoek onder 1010 journalisten in Nederland. Conclusie: de verschillen tussen de traditionele journalist en de zogenaamde infotainment-journalist (Deuze trekt de grenzen ruim) zijn minder groot dan men zou denken. Een portret van - in de woorden van een der ondervraagden - 'het kleine broertje van de Nederlandse pers'.

Mark Deuze

Sinds de start van de Tros als omroep in 1965 bestaat er onder journalisten en beleidsmakers enige ongerustheid over de toenemende invloed van de commercie op de redactie en de zogenaamde 'vervlakking' van het media-aanbod in ons land. Niet verwonderlijk werd hiervoor ooit de term 'vertrossing' bedacht. Sinds de sterke toename van aanbod en titels in zowel de commerciŽle omroepsector als de publiekstijdschriftensector, waarbij de inspiratie en soms zelfs de letterlijke inhoud vooral uit de Verenigde Staten lijkt te komen, is hiervoor anno 2000 de term infotainment in de plaats gekomen.

Nu wordt er over het algemeen erg negatief gedaan over de invloed van infotainment op de kwaliteit en het karakter van de journalistieke berichtgeving. Zo sprak minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken vorig jaar nog bezorgd over het toenemende 'soap-gehalte' van het nieuws - daarmee direct verwijzend naar de populairste programma's van de commerciŽle omroep. Frank van Vree sprak in september 1999 bij zijn aantreden als hoogleraar persgeschiedenis in Rotterdam over de 'kolonisering' van de journalistiek door de markt.

Van Vree staat daarin niet alleen. In ons onderzoek onder ruim duizend journalisten merkten velen met zorg op dat het belang van adverteerders steeds meer een rol speelt in het dagelijkse redactiewerk.

Infotainment-redacteuren
De vraag is intussen wel wat infotainment inhoudt en in hoeverre dit verschijnsel zichtbaar is onder journalisten in ons land. Een aparte groep van infotainment-redacteuren binnen de algemene steekproef van 1010 journalisten werd hiervoor benaderd. Deze groep bestond uit journalisten, werkzaam bij redacties van alle radio- en televisieprogramma's van landelijke omroepen, bijlagen van landelijke dagbladen en publiekstijdschriften waarbij de raakvlakken tussen traditionele berichtgeving en amusement het duidelijkst zichtbaar zijn. Deze raakvlakken zijn te zien op het gebied van journalistieke genres (bijvoorbeeld talkshows, ontbijttelevisie), stijl (human interest, nadruk op emotie, sandwichformule) en vaardigheden (dramatisering van conflict, de journalist als persoon in plaats van professional).

Het probleem bij deze definitie is dat vandaag de dag in feite alle journalistiek wel aan ťťn of meerdere van deze 'eisen' voldoet. Vandaar dat er uiteindelijk een aantal pragmatische keuzes gemaakt zijn: bij de gedrukte media selecteerden we op basis van een minimale oplage en op basis van thema's (sport, trends & lifestyle, cultuur, man/vrouw); bij de omroep keken we uitsluitend naar talkshow-formats. Uiteindelijk bleven in totaal precies honderd redacties over. Enkele voorbeelden van geselecteerde media/redacties: Nieuwe Revu, Viva, Voetbal International, dagbladredacties voor Kunst en Cultuur, Vrouw of Sport, NOS Langs de Lijn, Spijkers met Koppen (Vara), De Plantage (VPRO), Koffietijd! (RTL4) en Hart van Nederland (SBS6/Cameo Media). Het doel was van elke redactie ťťn journalist te interviewen: tachtig journalisten deden mee, slechts vijf redacteuren weigerden deelname.

Hoewel er vaak tijdens de gesprekken discussie ontstond over de 'toekenning' van de omschrijving infotainment-journalist, bleek de medewerking net zoals in het algemene journalistenonderzoek groot. De infotainment-redacteuren kregen precies dezelfde vragen voorgelegd als de rest van de journalisten. De redacteuren gingen nogal eens in debat over het samenvoegen in de definitie van 'kunst en cultuur' en 'populaire cultuur' als selectiecriterium.

Dat deze keuze eenvoudig te staven valt, bewijst onder meer het onlangs verschenen rapport 'Het bereik van de kunsten' van het Sociaal Cultureel Planbureau, waarin de opkomst van de 'culturele omnivoor' en de sterk vervagende grenzen tussen hoge en lage cultuur in onze samenleving gesignaleerd worden: voor de gemiddelde Nederlander is het Concertgebouw net zo'n voor de hand liggende optie als de Ahoy.

Human interest

Het element human interest, het kiezen voor het individu in plaats van de organisatie of het instituut als nieuwsbron, komt steeds terug in het infotainment-debat. Zoiets suggereert een sterkere publieksoriŽntatie onder deze journalisten. Toch vinden juist zij de feedback van het publiek minder belangrijk dan de collega's elders in de media.

Een mogelijke verklaring hiervoor is te vinden in de opmerking een voormalig Libelle redactrice over haar ex-collega's in het boek 'Het gouden pennetje' uit 1999: 'Er was een enorme arrogantie bij de makers ten opzichte van de lezeressen, denigrerend gewoon [...] Naar buiten zeiden ze: we beschouwen de lezeressen als onze vriendinnen, maar in de praktijk werd er op ze neergekeken'.

Het tegenstrijdige hierbij is dat het beeld dat de infotainment-journalist van het publiek heeft niet negatiever, maar zelfs positiever lijkt. Meer dan de helft van de infotainment-redacteuren bijvoorbeeld gebruikt e-mail voor het communiceren met mensen uit het publiek - iets waar slechts eenderde van de Nederlandse journalisten aan wil.

Interesses van publiek

Als voornaamste interesses van het publiek werden genoemd in rangorde van gewicht: achtergronden en analyses, gezondheid en welzijn, nieuws dichtbij huis. Minder dan de helft dacht dat de mensen juist geÔnteresseerd zijn 'showbizznieuws', in welke opvatting men niet verschilt van journalisten elders. Dit alles suggereert een tegelijkertijd positief ťn negatief publieksbeeld. Meer onderzoek lijkt hier nodig.

Van journalisten uit de infotainment-sectoren van de Nederlandse media wordt nogal eens beweerd dat ze er louter op uit zijn mensen te amuseren of dat men eerder dienstverlener dan 'journalist' is. Boze tongen spreken ook van het verkopen van consumenten aan adverteerders als het primaire doel van de commercieel georiŽnteerde media in ons land. Gevraagd naar welke doelen men voor zichzelf als journalist nu het belangrijkst vindt, blijkt niets minder waar, sterker nog: infotainment-journalisten vinden het bieden van een goede omgeving voor adverteerders eerder minder belangrijk voor hun werk dan de totale onderzoeksgroep. Verder vindt men traditionele journalistieke doelen zoals het nieuws zo snel mogelijk naar het publiek brengen, het bieden van analyses en interpretaties en het bereiken van een zo'n breed mogelijk publiek, net zo belangrijk als collega's werkzaam in andere regionen van de journalistiek. Hooguit kan opgemerkt worden dat het signaleren van nieuwe trends duidelijk hoger scoort: voor eenderde is dit het belangrijkste doel tegen 18 procent onder journalisten in het algemeen. Ook hier lijkt het erop alsof de groep infotainment-journalisten zich sterker bewust lijkt van de verschuivingen en veranderingen in de Nederlandse samenleving.

Journalistieke ethiek
Tot slot kan nog gekeken worden naar de journalistieke ethiek. Op grond van de 'achtervolging' van prinses Diana door de paparazzi of de berichtgeving over Maxima Zorreguieta wordt wel gesuggereerd dat infotainment-journalisten er alles voor over hebben om een verhaal te krijgen. Maar de vraag is of zij minder principieel met omstreden verslaggevingtechnieken omgaan dan de collega's elders. Het antwoord is: nee. Er zijn geen verschillen gemeten in de antwoorden van de ondervraagde redacteuren: zelfs op de vraag in hoeverre men het lastig vallen van onwillige nieuwsbronnen toelaatbaar acht antwoordde 66 procent 'toegestaan' - tegen 67 procent van de totale onderzoeksgroep.

Het enige punt waarop significant verschillend werd gereageerd, was de vraag of je mensen kunt betalen voor informatie: 44 procent vond dat in orde, tegen 27 procent van de totale groep.

Conclusie
Uit dit deel van het onderzoek blijkt vooral dat het weinig zinnig is om het werk van redacteuren, werkzaam voor niet-traditionele vormen van journalistiek, af te doen als 'minder' of 'anders'. Het gaat hier om een groep professionals met tot op zekere hoogte dezelfde karakteristieken, beroepsmatige waarden en normen als de collega's werkzaam bij meer traditionele media in de Nederlandse journalistiek.

Deze conclusie kan opgevat worden als een soort rehabilitatie van de infotainment-sector ofwel de 'nieuwe journalistiek', maar ook als waarschuwing: de toenemende commercialisering van het nieuwsaanbod bij de verschillende media wereldwijd leidt niet altijd tot betere journalistiek, ondanks het feit dat de verantwoordelijke redacties keihard journalistiek werk verrichten volgens de gangbare waarden en normen.

Dit suggereert dat er iets anders aan de hand is: niet de journalisten, maar de commercieel georiŽnteerde nieuwsorganisaties oefenen invloed uit op de kwaliteit van het uiteindelijk gedrukte of uitgezonden nieuwsproduct. Er zou meer aandacht moeten zijn voor deze scheve verhouding en voor mogelijke garanties voor de redactionele autonomie van journalisten in dergelijke sectoren, alsmede het stimuleren van een proactieve houding onder journalisten om zelf dergelijke garanties en bescherming af te dwingen.

Meer vrouwen en jongeren in 'infotainment'
De tachtig ondervraagde infotainment-journalisten wijken op een aantal punten af van de totale onderzoeksgroep van 1010 journalisten:

* 39 procent is vrouw (34 procent algemeen)
* eenderde is getrouwd (44 procent algemeen)
* de gemiddelde leeftijd is 37 (42 procent algemeen)
* onder de vaste redacteuren van infotainment-rubrieken waren geen journalisten met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond.