BOEKEN

terug naar voorpagina
                                                            

DJ nr.2, 1 februari 2008

Het Bedrijf: de Weekbladpers

‘Opwinding’ heet dit eerste deel van wat een trilogie over de Weekbladpers moet worden. Midden jaren ’70 kwam Hans Vervoort er terecht, dankzij een open sollicitatie. Hij wilde een parttime baan waardoor hij genoeg tijd en energie over zou hebben om daarnaast zijn schrijverschap voort te zetten. Dat laatste lukte wel – min of meer, met tussenpozen – maar Het Bedrijf slokte hem uiteindelijk veel meer op dan hem lief was. Een kwart eeuw bleef Vervoort er en zijn functie beperkte zich op den duur lang niet meer tot die van opiniepeiler, waarvoor hij was aangenomen – al voerde hij nog jarenlang het ene lezersonderzoek na het andere uit. Maar hij trad tevens toe tot de directie, waarvan Theo Bouwman de leiding had. En eerder ook werd hij nolens volens bestuurslid van de Coöperatieve Werknemersvereniging (CWV).
Want dat de Weekbladpers – uitgever van o.a. Voetbal International, Opzij en Vrij Nederland (VN) – een bijzonder bedrijf was, wordt ons, voor zover we dat niet wisten, wel duidelijk. Eigenlijk draaide het in die jaren helemaal om VN. Daar moesten, indien nodig, alle inkomsten heen – en naarmate het lezersbestand afkalfde, werd dat ook steeds noodzakelijker. Bovendien gold bij de Weekbladpers de regel van zelfbestuur – in die zin dat belangrijke beslissingen genomen moesten worden door de werknemers, verenigd in de CWV.
Bouwman, die tenslotte zou vertrekken naar VNU Tijdschriften – later Sanoma – om te eindigen als topman van PCM, lichtte wel eens de hand met die regel. En volgens ‘Opwinding’ raakte hij daarover geregeld in conflict met Vervoort, al werden die onenigheden vaak bijgelegd bij een pilsje – of drie, of tien – bij café de Engelbewaarder. Dan sprong Theo weer bij Hans achterop en zo reden ze waggelend naar Zuid. Het blijft een mooi beeld, al wordt het wat vaak herhaald, net als al die glazen pils en al die lezersonderzoeken. Want hoe interessant het inkijkje ook is (‘o, ging dat daar zo?!’), ‘opwindend’ wordt het eigenlijk niet. En interessant is het, denk ik, vooral voor journalisten die ‘het wereldje’ kennen. ‘Het Bedrijf’ mag dan ‘roman’ heten, bekende figuren (Rinus Ferdinandusse, Cisca Dresselhuys, Theo Son­trop, Theo Bouwman) komen erin voor onder hun eigen naam. De anderen zijn vast ook herkenbaar voor wie hen kent. In dit eerste deel blijven met name Ferdinandusse en Dresselhuys nogal op de achtergrond. Vooral Bouwman komt goed uit de verf en niet altijd even sympathiek – efficiënt, warmbloedig, en met liefde voor bladen, maar ook luid, eigengereid, te koop lopend met zijn eruditie, een womanizer en zuiplap – al herhaalt Vervoort keer op keer dat iedereen zo op Theo gesteld is en hem zijn onhebbelijkheden graag vergeeft. Maar er zijn meer mensen over wie deze toch zo vriendelijke man nogal venijnig schrijft (al is dat voor de lezer natuurlijk juist leuk). Over Ron Kaal (destijds hoofdredacteur van de Haagse Post): ‘Ron was zo kaal dat menigeen dacht dat zijn naam een zelfbedacht pseudoniem was. Totdat je merkte dat zelfspot niet zijn sterkste punt was.’ En over Henk Hofland: ‘Hans zag hoe Hofland zich naar de uitgang begaf, met de voorzichtige tred van de aangeschotene.’ Over Liesbeth ten Houten (uitgeefster van het Leopold-kinderboekenfonds bij Nijgh & Van Ditmar): ‘Een lieve vrouw met het brave hoofd van een uit de orde gestapte en in de zorgsector belande non.’ Zelf blijft Hans Vervoort een beetje buiten schot. In zijn voorwoord verdedigt hij zich aldus: ‘Wie vindt dat de schrijver opvallend vaak partij kiest voor hoofdpersoon Hans kan gelijk hebben. De schrijver is ook maar een mens.’

Jacqueline Wesselius


reageren        terug naar top               terug naar voorpagina