— maandag 2 juni 2025 08:05 | 1 reactie , praat mee

Rob de Wijk in de Lessen voor de Pers: ‘Ik heb de journalistiek zien afglijden’

Rob de Wijk in de Lessen voor de Pers: ‘Ik heb de journalistiek zien afglijden’
© Tjitske Sluis

In de serie Lessen voor de Pers komen mensen buiten de journalistiek aan het woord over hun ervaringen met journalisten en media. Dit keer Rob de Wijk, hoogleraar internationale betrekkingen. ‘Ook over mij persoonlijk heeft er heel veel flauwekul in de kranten gestaan.’ Laatste wijziging: 3 juni 2025, 08:04

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Mark Duursma. Ook lid worden?

Rob de Wijk (70) geeft ­eigenlijk zelden media­kritiek via de kanalen die hij tot zijn beschikking heeft – zoals de dagelijkse podcast Boekestijn en De Wijk (BNR), een column in Trouw en X. Daar beperkt hij zich tot zijn geo­politieke boodschap. Maar toevallig doet hij dat wel op de dag dat dit interview plaatsvindt. Op X stelt hij: ‘(..) Vermeng je eigen religieuze voorkeur niet met een andere discipline (..)’. Het is in de eerste plaats een verwijt aan Maurits Potappel (promovendus aan de Theologische Universiteit Utrecht) vanwege diens opiniestuk ‘Vaticaan is wel degelijk een speler op geopolitiek niveau, en hoe’ in de Volkskrant en het Nederlands Dagblad. De Wijk, in reactie: ‘Dan zeg ik; joh, dat kan helemaal niet. Ik bedoel, als twee staatshoofden (Trump en Zelensky, red.) elkaar in het Vaticaan spreken dan heeft dat niks met religie te maken.’

Op een ander niveau illustreert dit volgens De Wijk de te grote verwevenheid tussen nieuwsmedia en sociale media. ‘De auteur wil hier een punt maken en gebruikt mijn naam in zijn stuk, want anders krijgt hij kennelijk geen kliks. Dat gebeurt heel vaak. En de kranten gaan hier graag in mee, óók vanwege de kliks. Mijn naam wordt te pas en te onpas gebruikt. En het zijn altijd onbekende auteurs van een opiniestuk of artikel over een boek door wie ik er wordt bijgesleept, ook als het er helemaal niet toe doet. Want als je kliks wil krijgen dan moet je iets zeggen over iemand die bekend is en veel volgers heeft. En dan maar hopen dat die daarop reageert. Dat doe ik dus bijna nooit.’ De Wijk vindt dit mechanisme ‘redelijk ernstig’ omdat dit volgens hem clickbait-nieuws bevordert – ‘ook bij de kwaliteitskranten’ - in plaats van serieuze journalistiek.

‘Ik heb de journalistiek zien afglijden. Ik loop al even mee en ben mijn carrière ooit begonnen als journalist bij het VPRO-radioprogramma Euroburo. Daarnaast schreef ik veel voor dagbladen. Je ziet nu dat de kranten zijn verkleind en mede door sociale media in het verdomhokje geraakt, wat heel jammer is. Redacties zijn door de bank genomen kennisarmer geworden, in ieder geval op mijn vakgebied. Dat heeft te maken met bezuinigingen. Dus daar kunnen die journalisten niet zoveel aan doen.

Maar laat ik het zo zeggen, ik maak met Arend Jan Boekestijn en Hugo Reitsma een podcast die tot de best beluisterde hoort (volgens NMO in maart gemiddeld 620.926 keer per week gedownload, red.). Dat zegt niet dat wij zo onwaarschijnlijk goed zijn, of zo verschrikkelijk leuk en populair, maar het zegt iets over de traditionele media. Wat wij doen kunnen ze gewoon niet meer. En dat heeft te maken met kennis, weten waar je het over hebt, verbanden kunnen zien en dat op een heldere manier inzichtelijk kunnen maken. Dat konden vroeger journalisten als bijvoorbeeld “Boebie” Brugsma en G.B.J. Hilterman op televisie of ­Jérôme Heldring in de NRC. Dat is wel heel lang geleden en ze zijn allemaal dood, dat weet ik ook. Maar dat métier is weg. Dat bestaat niet meer, terwijl je ziet dat er een enorme behoefte aan is.

Je moet journalisten hebben die bereid zijn om enkele decennia in een vakgebied te duiken. Neem iemand als diplomatiek correspondent Steven Erlanger van The New York Times; die doet dit al veertig jaar en ik kom hem regelmatig tegen op internationale bijeenkomsten. Dit soort journalisten is zo goed, omdat ze zoveel meters hebben gemaakt en daardoor heel goed onderlegd zijn.

Tekst loopt door onder de foto (beeld Tjitske Sluis)

Jongere generaties hebben daar geen zitvlees voor. Ze kijken op internet, maar daar vind je informatie, je doet er geen kennis op. Kennis doe je op door in de boeken te duiken, naar theorieën te kijken, en naar de dynamieken die spelen. Het handigste wat je, op mijn vakgebied, kunt doen is naar denktanks gaan. Journalisten als Brugsma en Heldring hadden een groot eigen netwerk omdat ze gewoon zelf ook internationaal bekende mensen waren. Die hadden daardoor een enorme toegang tot internationale contacten.

Jongere generaties kijken op internet, maar daar vind je informatie, je doet er geen kennis op

De media hebben als het gaat om geopolitieke verhoudingen wel een educatieve taak. En een voorlichtende taak. Maar voor mijn vakgebied is het niet de moeite waard om Nederlandse kranten te lezen. Er is totaal geen vergelijking te maken met het buitenlandse kader: The Guardian, Die Zeit, Le Monde of The New York Times. Dat is zo’n groot verschil. Dat bedoel ik niet denigrerend, maar de NRC kun je niet vergelijken met The New York Times, The Wall Street Journal, of The Washington Post. De omvang van die redacties is zo groot. De kennis die daar zit is zo enorm, dus het is gewoon geen eerlijke vergelijking. Gek genoeg vind ik de Belgische media in geopolitiek opzicht vaak wel sterk. Denk aan Rudi Vranckx of Jeroen Zuallaert. Ik kan niet verklaren hoe dat komt.

In een aantal onderwerpen denk ik overigens dat de Nederlandse media erg goed zijn. Economie wordt voor zover ik dat kan beoordelen uitstekend verslagen. Maar op mijn vakgebied is het gewoon door de bank genomen wel moeizaam. Vaak gaat het om onnauwkeurigheid.

Ook over mij heeft er heel veel flauwekul in de kranten gestaan. Allemaal kleine dingen waarvoor je niet naar de Raad voor de Journalistiek gaat. En ja, eigenlijk maak ik me er nooit zo druk om, omdat als je wat bekender wordt in dit land, dan heb je het er maar mee te doen.

Osama Bin Laden
Ik pak mensen wel hard aan als ze onzin over me schrijven. En dan aarzel ik ook niet om bijvoorbeeld naar de Raad van Journalistiek te gaan. Er loopt nu een zaak van mij tegen de Volkskrant en Frank Hendrickx (zie zijn reactie onderaan dit artikel, red.) over een publicatie waarin wordt betwijfeld of ik wel wist waar Osama Bin Laden zich schuilhield (De Wijk stelde in een column in Trouw dat hij begin februari 2011 al wist waar Bin Laden zich bevond, red.).  Dat hele Volkskrant-verhaal (waarin De Wijk wel ruimte kreeg voor wederhoor. red.) wemelde van de onjuistheden. Het is de journalist niet gelukt zijn stelling te onderbouwen.

Ik heb toen nagedacht over wat ik hiertegen ging doen. Ga ik naar de rechter of ga ik naar de Raad voor de Journalistiek? Uiteindelijk ben ik naar de Raad gegaan. Dat doe ik voor het eerst. Omdat hier een grens is overschreden. Je kunt niet iets zonder te verifiëren in een krant zetten, zeker niet in de Volkskrant. Dit verhaal was onzorgvuldig; niet te checken, niet te verifiëren. En als je de feiten niet kunt verifiëren, dan heb je gewoon een probleem met mij. Dat kan gewoon niet. Dan moet je het of niet opschrijven, of je moet zeggen, net zoals Amerikaanse kranten en tijdschriften doen, dat het niet te verifiëren is. Je moet daar buitengewoon serieus in zijn. Ik ben daar ontzettend streng op omdat ik zelf uit dat métier afkomstig ben. En bij onderzoeksjournalisten gelden gewoon hogere maatstaven, vind ik. Maar goed, de zitting heeft inmiddels plaatsgevonden. Dus ik ben benieuwd naar de uitkomst - die verwacht ik binnenkort.’

Buikspreekpop
De Wijk wordt vaak gevraagd voor talkshows en nieuwsrubrieken, maar gaat er lang niet altijd op in. ‘Het probleem bij een aantal van die programma’s is dat de redactie een onderwerp verzint en dat je eigenlijk wordt gevraagd te onderbouwen wat de redactie denkt. Dat weiger ik. Als ik het gevoel heb dat ik een buikspreekpop moet zijn dan doe ik het niet. Ik wil in programma’s zitten waar ik mijn ei kwijt kan. Ongeacht de vragen moet ik mijn verhaal kunnen vertellen. Dat werkt ontzettend goed met EenVandaag. En er is nu ook een late talkshow met Welmoed Sijtsma (WNL’s Goedenavond Nederland, red.). Ik kreeg een appje van de redactie: Rob, zou je willen meepraten over hoe we een en ander kunnen organiseren? Nou dan heb je mij onmiddellijk mee.’

Als ik het gevoel heb dat ik een buikspreekpop moet zijn dan doe ik het niet. Ik wil in programma’s zitten waar ik mijn ei kwijt kan

Waarom ik weleens bij Van Roosmalen & Groenteman zit? ‘Ten eerste vind ik het ontzettend aardige lui. En ik zit graag in een programma waar ik mijn boodschap kwijt kan aan mensen waarvan ik denk dat ze niet mijn normale doelgroep zijn. Daarom geef ik ook graag een interview aan AD of De Telegraaf. Het heeft vaak veel meer effect dan een serieus nieuws- of praatprogramma. Ik denk daar strategisch over na.’

Zou hij zelf de geopolitiek op tv willen duiden zoals Brugsma en Hilterman dat deden? ‘In 2017 maakte ik met Boekestijn het tv-programma Weg van de Wereld (NPO). Dat werd enorm goed gewaardeerd. Maar na één seizoen was het potje leeg en dan wordt het lastig. Ik begrijp dat allemaal wel en ik vind het ook niet erg, want ik heb het stervensdruk.’ 

Reactie Frank Hendrickx:
In mijn artikel heb ik Rob de Wijks vermeende kennis van Osama Bin Ladens schuilplaats geverifieerd, maar ook zijn claim dat hij drie dagen naast Nelson Mandela zat (‘ik vond het totaal geen boeiende man’) en ooit bijna ontvoerd werd door de Taliban. Meerdere bronnen spreken zijn beweringen tegen. De Wijk heeft uitgebreid kunnen reageren; zijn zienswijze is uitvoerig in het artikel opgenomen. Ik heb er alle vertrouwen in dat de Raad tot een afgewogen oordeel zal komen.

De lessen van Rob de Wijk

• Als de feiten in een journalistiek verhaal niet te verifiëren zijn, schrijf het dan niet op. Of zet erbij – net zoals Amerikaanse kranten en tijdschriften dat doen - dat het niet te verifiëren is.
• Jonge journalisten kijken veel op internet, maar daar vind je informatie. Je doet er geen kennis op. Kennis doe je op door in de boeken te duiken, naar theorieën te kijken, en naar dynamieken die spelen.
• Focus niet te veel op sociale media.

Mediagebruik
‘Ik begin met The New York Times, dan The Wall Street Journal en de The Washington Post. Daarna lees ik The Guardian en Le Monde en kijk ik wat er op Euronews en Politico gebeurt. Vervolgens check ik wat een aantal denktanks als Survival en Foreign Affairs produceren. Privé lees ik Trouw en NRC.’

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Janny Kok, 2 juni 2025, 13:52

Het wordt tijd dat journalisten met een ruime ervaring in een bepaald vakgebied als vraagbaak worden geraadpleegd door jongere collega’s. Ik heb tientallen jaren voor internationale maritieme vakbladen geschreven en wordt af en toe nog steeds ingezet voor dit soort publicaties. Als er al over haven- en aanverwante zaken aandacht wordt besteed,  is het vaak heel onzorgvuldig zo niet fout. Rob Koster bij het NOS Journaal weet tenminste nog maritiem inhoudelijk correct te zijn. Kortom: raadpleeg ervaren collega’s - al dan niet gepensioneerd -  als betrouwbare bron.