website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Jeroen Akkermans wil niet gebukt door het leven gaan

Linda Nab — Geplaatst op Monday 27 August 2018, 11:10

© TRIK

Interview Het is tien jaar geleden dat cameraman Stan Storimans de dood vond door een Russische raket in Georgië. RTL-verslaggever Jeroen Akkermans overleefde de aanval, en strijdt sindsdien onvermoeibaar voor gerechtigheid. ‘Deze oorlogsmisdaad schreeuwt om een veroordeling.’

‘Er speelt nog één ding. En dat is dat ik er niet mee kan leven als er in deze zaak geen gerechtigheid is.’ RTL-correspondent Jeroen Akkermans gooit het vrijwel direct op tafel tijdens het gesprek op zijn kantoor in Berlijn, dat huist in een oude betonnen kolos uit de DDR-tijd. Gerechtigheid. Hij heeft ingestemd met een interview naar aanleiding van de tiende sterfdag van cameraman Stan Storimans, die op 12 augustus 2008 in Gori om het leven kwam door een Russische raket met een clusterbomlading. Er werden bij die aanval ook elf Georgische burgers gedood. Zelf raakte Akkermans gewond aan zijn schouder en been. Tien jaar na dato is het trauma voor een groot deel verwerkt. En tijd heeft de scherpe randjes van het verdriet afgeslepen. Erover praten met journalisten mag dan oude wonden openhalen; het heelt ze tegenwoordig ook weer. 

Wat overblijft is het knagende gevoel dat er geen recht is gedaan aan de slachtoffers en hun nabestaanden. En de woede om de onzin die de Russen fabriceren om de werkelijke toedracht van de aanval te verdoezelen. Tot op de dag van vandaag ontkennen ze iedere verantwoordelijkheid. Akkermans zal er, zittend bij het open raam waar af en toe een zuchtje wind door naar binnen waait, meermaals op terugkomen.

‘Het gaat zo ver dat ze zelfs de verwondingen van Stan in twijfel proberen te trekken, en met een stalen gezicht beweren dat er in deze oorlog geen clustermunitie is ingezet. Een flagrante leugen!’ Akkermans geeft een ferme klap op zijn schouder en zijn been, waar de scherfresten van de aanval nog altijd in zijn spieren gekapseld zitten. ‘Dan denk ik: haal het er bij mij maar uit. Kom er met je ogen maar bovenop staan, dan laten we het onderzoeken. En durf dan nog maar eens te zeggen dat het niet van een Iskander-raket afkomstig is.’

Tegenover het raam staat een archiefkast, waar onder een plank met vakliteratuur een handjevol ordners staan opgesteld. Op de ruggen staat ‘Gori’ of ‘Iskander-SS26’ geschreven. Akkermans beent naar het naastgelegen kamertje, waar de hitte van de afgelopen zomer is blijven hangen tussen het systeemplafond en de vale vloer­bedekking, en trekt een grote spiegelkast open. Onder rijen met filmarchief staat een kartonnen doos. Hij laat de inhoud zien. Uitgeprinte foto’s van kogelgaten in de taxi waar hij inzat toen het noodlot toesloeg. Een plastic potje met daarin kleine kogeltjes en scherven die hij eigenhandig uit de deur van diezelfde taxi peuterde. De digitale fotocamera die hij samen met Stan kocht op Schiphol, voordat ze naar Georgië vlogen. Stukken rubber, afkomstig van de brandstoftank van de raket. Onder de doos een plank met meer ordners. Rapporten, onderzoeken. Allemaal puzzelstukjes in zijn journalistieke zoektocht naar de waarheid over wat er is gebeurd op het plein in Gori.

Toch twijfelde je tien jaar geleden of je nog wel journalist kon zijn, bleek uit de documentaire (scroll naar beneden voor de recensie) die RTL uitzond naar aanleiding van de tiende sterfdag van Storimans.
‘Eén of twee dagen nadat het was gebeurd, heb ik nog de tegenwoordigheid van geest gehad om die kogeltjes uit de deur van onze taxi te halen en te laten onderzoeken. Ik wilde weten wat er was gebeurd, want daar was geen enkele duidelijkheid over en dat kon ik niet begrijpen. Maar toen ik terugkwam in Nederland zakte ik in een diep gat. De rouw, de emotie, het was zo overweldigend. Wat volgde was een donkere periode waarin ik met niemand contact wilde, geen gevoel meer had. Ik heb met therapeuten gesproken, pillen geslikt, langdurig in bed gelegen en alleen maar naar de muur liggen staren. Ik zat letterlijk ingemetseld.
Op zo’n moment vraag je je natuurlijk af: hoe in godsnaam verder? Kan ik nog journalistiek bedrijven? Dit vak is mij op het lijf geschreven, maar als een gedeelte van mij kapot was geweest, als ik zo beschadigd was geweest dat ik de nieuwsgierigheid niet meer had kunnen opbrengen die ervoor nodig is om op pad te gaan, dan was ik niet meer geschikt voor dit werk. Uiteindelijk denk ik dat ik mezelf ben gebleven. Ik heb een enorme trap gehad en ik ben lang duizelig geweest, maar het zit nog intact in mijn hoofd.’

Hoe ben je er weer uitgekomen?
‘Ik ben van mezelf een beetje een onrustig figuur, en die onrust kwam weer terug. Ik ging weer vragen stellen. De vragen die nog ergens in een donker kamertje van mijn hoofd zaten en aan me vraten. Wat was er nu precies gebeurd en waarom? Je zou dus kunnen zeggen dat de journalistiek me erin heeft gebracht maar me er ook weer heeft uitgehaald.
En is er dan een moment waarop je zegt: ik ben weer beter? Nee. Het is geen gebroken been waarvoor je een traject kunt uitstippelen: eerst opereren, dan revalideren en na drie maanden ben je weer opgelapt. Als je me vraagt hoe ik het heb gedaan, dan zou ik het eigenlijk niet weten. Er is geen handleiding voor. Maar er kwam een moment waarop ik dacht: het is wreed, wat er op dat plein is gebeurd. Maar jezusmina zeg, ik heb dit toch niet overleefd om in mijn bed te blijven liggen? Ik moet sterk zijn en mezelf bij de lurven grijpen. Want ik wil niet gebukt door het leven gaan.’

Ik vond het nogal wat dat je minder dan een jaar later alweer op dat plein in Gori stond, om een documentaire te maken over de toedracht van de aanval.
‘Dat heeft me juist heel erg geholpen. En trouwens; was er iemand anders die het deed? De berichtgeving in de media ging over de emotie, maar niet over de toedracht. Zo werkt het nou eenmaal, dat snap ik ook wel. Ik ken de mechaniek van de journalistiek. Op het moment dat de rouwperiode wat is afgekalfd, is de urgentie van het verhaal er niet meer. Dat zakt dan heel snel weg. Maar niet bij mij. Ik moest dit gewoon doen.
En als je dan in contact komt met de Georgische nabestaanden, en hoort hoe het er daar aan toe is gegaan, dan relativeert dat enorm. Ik ontmoette de vrouw en dochter van een man die tijdens de aanval in de buurt van Stan stond en net als hij op slag dood was. Hun kostwinner was weggevallen, en het enige wat er aan hulp van de autoriteiten kwam, was een magnetron. De vrouw is van de ene op de andere dag grijs geworden en krom gaan lopen als een omaatje. Terwijl, zo vertelde haar dochter, het daarvoor een mooie, vitale vrouw was.’

Journalistiek als middel voor verwerking?
‘Ik had het van tevoren niet kunnen bedenken, maar inderdaad, dat is de leidraad voor hoe ik hier uitgekomen ben. Het heeft me ook geholpen om mijn angsten te confronteren. Voor een van de eerste verhalen die ik daarna weer maakte, was ik in een wijk in het noorden van Tsjechië, waar rechts-radicalen in opstand kwamen tegen een aantal Roma-bewoners. Ze hadden van die Semtex-achtige vuurwerkbommen meegenomen. Ik wist dat het vuurwerk was, maar toch was het zo confronterend om die knallen te horen. Er ging van alles door mijn hoofd. Maar op het moment dat je besluit om je werk weer op te pakken, moet je daarmee leren omgaan. Ik heb op mezelf ingepraat: zie het zoals het is. Het is geen beschieting, het is vuurwerk.’

Niet veel later zat je in Donetsk op een vliegveld dat onder vuur lag. En werd je meegenomen door rebellen in Oekraïne. Ben je andere keuzes gaan maken als het op je veiligheid aankomt?
‘Nee. Stan en ik, we spraken altijd weer met elkaar af dat geen verhaal het waard is om voor te sterven. Daar handelden we ook naar. En dan gebeurt het toch.
Maar je moet je realiseren dat het risico niet alleen aan het front zit. Oorlog is een vorm van dreiging. Maar een vorm van dreiging is ook: de driebaansweg in Polen waar ik in het donker rijd en me niet goed bij voel. Een afdaling in een illegale mijn met mijnwerkers in Roemenië, in de hoop dat je maar weer boven komt. Of het moment dat je op een gammele boot stapt op de Donau. Al die situaties vragen steeds om een overweging die je alleen ter plaatse kunt maken. Dat kun je moeilijk van tevoren doen. Tenzij je zegt: ik ga helemaal niet meer. Maar wat blijft er dan over? Ga je dan niet meer naar Polen, naar Roemenië? Ga je dan ook niet meer naar de kerstmarkt in Berlijn, bij mij om de hoek?
De vraag of ik weer terug zou gaan naar crisis­gebieden, heb ik mezelf natuurlijk wel gesteld. Ik heb hem niet beantwoord tot in 2014 de MH17 uit de lucht werd geschoten. Een oorlogsmisdaad, nu niet tegen 12 mensen, maar tegen 196 Nederlanders en 298 passagiers in een vakantietoestel. Dat is zo’n grote gebeurtenis, die schreeuwt om blijvende journalistieke waakzaamheid. Ik krijg er weer kippenvel van als ik het erover heb.’

Wat dacht je toen dat toestel werd neergehaald? Is de zaak MH17 op een bepaalde manier een déjà vu?
‘Het was overweldigend om daar twee dagen na de crash tussen de wrakstukken te lopen. Ik had direct de bewustwording dat ik alles wat ik zag, alles wat ik rook, alles wat ik tegenkwam, moest documenteren. Alles. Vanwege mijn ervaring met het onderzoek in Gori weet ik hoe belangrijk het is voor het onderzoek naar de toedracht dat zoveel mogelijk sporen op de plaats delict worden vastgelegd.
We wisten die eerste dagen nog weinig. Onderzoekers konden niet meteen naar het gebied afreizen, omdat de MH17 midden in oorlogsgebied lag. Het had op geen slechtere plek kunnen neerkomen. Ik concentreerde me daarom tussen de bedrijven door op de fotoregistratie van wrakstukken en de identificatie daarvan. Ik hoop dat mijn foto’s een bescheiden rol kunnen spelen in de puzzel die nog steeds niet helemaal is gelegd.’

Je ben niet alleen gaan vastleggen wat je zag, maar net als in Gori op zoek gegaan naar de toedracht.
‘Vier maanden na dato was er nog steeds geen onderzoek gestart. Daardoor voelde ik nóg meer een verantwoordelijkheid voor de journalistiek om dat op te pakken. Wij hebben vrijheden die diplomaten, het OM en de politie niet hebben. En ik was ervan overtuigd dat er munitie-onderdelen in die wrakstukken te vinden moesten zijn. Ik kende de weg. Ik wist waar de wrakstukken lagen, en ben op goed geluk gaan zoeken.
Ik ben RTL Nieuws dankbaar dat ze me die vrijheid hebben gegeven. In een tijd dat de nieuwsfabriek zo onder druk staat, ligt dat niet meer voor de hand. Je besteedt een hoop geld; televisie maken is duur. En voor hetzelfde geld had ik niets gevonden.
Maar ik had geluk en vond meerdere metaalstukjes die onmogelijk van het Boeing-toestel afkomstig konden zijn. Bijvoorbeeld een scherfje met de letter ‘Ц’ uit het Russische alfabet in het serienummer gegoten. Ook vond ik een stukje waarvan ik meteen dacht dat het om munitie ging: het was roestig, zwaar en had een opmerkelijke vlindervorm. In het laboratorium werd me duidelijk dat het forensisch bewijs van een Buk-raket was.’

Op dat moment kwam er in Nederland ook kritiek op jouw methode, omdat je bewijsmateriaal had mee­genomen vanuit het onderzoeksgebied.
Zucht: ‘De ethische discussie. Metéén weer die ethische discussie. De meningenfabriek moet draaien, en dan zijn er altijd mensen die er tegen zijn en zeggen dat ik bewijsmateriaal heb gestolen van een plaats delict. Maar daarmee gaan ze voorbij aan het verhaal dat het al vier maanden lang was blijven liggen. Uiteindelijk heb ik ongeveer twintig onderdeeltjes meegenomen. Nadat ik ze had laten analyseren door deskundigen, heb ik ze allemaal netjes overgedragen aan het OM.’

Dan, geïrriteerd: ‘Het zal toch niet zo zijn dat we niks mogen doen omdat we geen politiemensen zijn? Dat opgeheven vingertje; daar kan ik niks mee. Ik vond dat de nabestaanden verdorie ook recht op die informatie hadden. Want de boodschap was: over een jaar hopen we met een onderzoek te komen. Hadden ze het dan een jaar lang met alleen maar speculaties moeten doen? Afschuwelijk. Ik zou het een andere keer onder dezelfde omstandigheden weer gedaan hebben.’

Ondertussen wacht jij, samen met de nabestaanden van de aanval in Gori, al tien jaar op een uitspraak van een rechter. Welke verwachtingen heb je van de verschillende rechtszaken die zijn aangespannen?
‘Oorlogsmisdaden veroordeeld krijgen is altijd een moeilijk verhaal. Als je kijkt naar het Internationaal Strafhof, dan is het in twintig jaar tijd hooguit twee keer tot een veroordeling gekomen, omdat de bewijslast vaak niet bij elkaar geschraapt kan worden. Maar nu moet het kunnen. De bewijslast voor deze zaak is zo overduidelijk. Er is video-, foto- en forensisch bewijs. Er zijn ooggetuigen. Er waren journalisten bij. Dat is allemaal vrij uitzonderlijk. Deze oorlogsmisdaad schreeuwt om een veroordeling.’

Voor de Russen zal het geen verschil maken.
‘Er zal geen bekentenis op volgen, nee. En als er een eis tot onderzoek naar de direct verantwoordelijken komt, zullen ze die aan hun laars lappen, daar kun je op rekenen. Maar ze zullen de nabestaanden wel compensatiegeld moeten betalen. Dat zullen ze ook doen; in het verleden hebben ze ook Tsjetsjeense burgers die rechtszaken wonnen, altijd uitbetaald.
Dat is voor de Georgische nabestaanden natuurlijk van veel groter belang dan voor ons. Voor mij gaat het vooral om gerechtigheid. Wat ik moeilijk vind, is dat de oorlogsmisdadigers – van de minister van Defensie tot de plaatselijke commandant – van hun pensioen genieten, thuis het onkruid wieden en deze aanval al lang vergeten zijn. Alleen daarom al is het belangrijk dat door een rechter wordt vastgesteld dat de Russen wel degelijk verantwoordelijk zijn geweest. Ik wil een vonnis. Ik vind dat we er al veel te lang op wachten.’

En tot die tijd?
‘Ik heb niet in de hand of het Internationaal Strafhof de zaak oppakt of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tot een vonnis gaat komen. Ik kan er dus niet gerust op zijn dat de dader er niet alsnog mee wegkomt. Maar wat ik wel in de hand heb, is het graaf- en spitwerk. Waarheidsvinding. Want ik wil dat er echt bij niemand een misverstand kan bestaan over wat er is gebeurd. Met hulp van onderzoekscollectief Bellingcat probeer ik op het moment meer informatie boven water te krijgen over de mensen die direct verantwoordelijk zijn geweest voor de aanval. Daar wil ik in dit stadium verder niets over kwijt, om het vooronderzoek van het Strafhof niet in gevaar te brengen. Maar ik ga ermee door, tussen de bedrijven door. Morgen ga ik gewoon weer een verhaal maken over huurproblemen in Berlijn.’

Daar zie je het nut nog wel van in?
‘Jazeker. Dat vind ik heerlijk, ik zou niet zonder kunnen. Want dan zak ik weg in het moeras. Het is een zwaar dossier en ik heb een aanleg tot somberen. Maar ik ga er niet aan onderdoor omdat ik gelukkig nog zo heel veel dingen heb die me blij maken in het leven.’

Jeroen Akkermans is corres­pondent voor RTL Nieuws. Hij begon zijn journalistieke carrière onder meer bij Super ­Channel en ­Reuters TV. Sinds 1989 werkt hij bij RTL waarvoor hij achter­eenvolgens verslag deed vanuit Luxemburg, Moskou en Londen. Sinds 2001 werkt hij vanuit standplaats Berlijn in Duitsland, Oost-Europa en de Balkan. Het liefst doet hij verslag van verhalen op de scheidslijn tussen oost en west. In 2008 raakte hij gewond toen een raket met clusterbom­munitie insloeg op een plein in Gori, waar hij verslag deed van de vijfdaagse oorlog tussen Georgië en Rusland om de afvallige regio Zuid-Ossetië. Zijn cameraman Stan Storimans en elf Geor­gische burgers kwamen daarbij om het leven.

Documentaire is eerbetoon aan Storimans én Akkermans

Ik heb altijd bewondering gehad voor Jeroen Akkermans, journalist in hart en nieren en – je moet eigenlijk toevoegen – stukjes clusterbom, die sinds tien jaar in zijn lichaam zitten. Gevolg van de raketaanval tien jaar geleden in Georgië, waarbij cameraman Stan Storimans omkomt en Akkermans gewond raakt. In de documentaire ‘De zinloze moord op Stan Storimans’, die RTL4 op zondag 12 augustus uitzond zien we hoe Akkermans nog steeds probeert de waarheid boven tafel te krijgen. Of beter: de waarheid moet óp tafel, bij de Russen. Die gedragen zich ook bij deze tragedie zoals bij de MH17: liegen, liegen en nog meer liegen.

Documentairemaker Vincent Verweij verweeft op een waardige manier de herinneringen aan Stan van zijn vrouw en dochter met de ervaringen van Akkermans, toen op die fatale dag in Georgië, maar ook in de periode daarna. Bovendien komen ook een Israëlische journalist die zwaargewond raakte en de dochter van een van de omgekomen Georgische burgers (bij de aanslag kwamen elf Georgische burgers om, red.) aan het woord. De documentaire is een eerbetoon aan Storimans, maar ook, terecht, aan Akkermans die bescheiden en integer zijn verhaal doet.

Het opvallendste deel is wat mij betreft wanneer Stans vrouw vertelt dat haar man een slecht gevoel had over deze trip. Hij zou drie dagen lang hebben gezegd: ik ga niet. Dat laatste roept bij mij bovendien de vraag op hoe het kan dat Stan drie dagen lang de tijd had om na te denken over deze reis, naar een plek waar journalisten uit de hele wereld zo snel mogelijk wilden komen, onder wie ik zelf.

Ook werd het risico laag ingeschat, maar toch zouden een dag nadat ze daar al aan het werk waren, de kogelwerende vesten nog arriveren. Waren die kwijtgeraakt door de vliegtuigmaatschappij, of stonden die vesten sowieso niet paraat?

Overigens ben ik de eerste om in Storimans’ dood ‘de wet van het kogelwerend vest’ te zien. Die luidt dat je zo’n vest aan hebt als het (achteraf) niet nodig blijkt, en niet aan hebt als het wel nodig is. Los van de vraag of dat vest Storimans’ leven had gered.

Een andere vraag die niet wordt beantwoord, is in hoeverre de dood van Storimans invloed heeft op de keuzes die RTL nu maakt als het gaat om mensen uitsturen naar risicogebieden. Lijdt RTL aan een Storimans-trauma? Ook Stans vrouw had ik hierover best willen horen. Zij heeft immers het camerabedrijf overgenomen. Met welk gevoel stuurt zij haar cameramensen nu naar risicogebieden? 

Het zijn kleine omissies, in een verder mooi gemaakt videomonument waar maar één advies bij past: terugkijken!

Hans Jaap Melissen

Vincent Verweij: De zinloze moord op Stan Storimans.Terugkijken: bit.ly/2LloSy4

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Smart octo banner