website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Een gekmakende ratrace. Waarom Mark Hoogstad zijn vaste baan inruilde

Mark Hoogstad — Geplaatst in Journalistiek op Monday 7 May 2018, 13:04

© Marwan Magroun

Opinie Snel-sneller-snelst: hoe behouden media kwaliteit en diepgang in tijden van tempo? Dat is het thema van Het Grote Media Theater, op woensdagavond 9 mei in de Stadsschouwburg Amsterdam. Een van de sprekers is Mark Hoogstad. Hij gaf vorig jaar zijn vaste baan bij AD Rotterdams Dagblad op voor een freelance bestaan. Hij werd gek van de ratrace om het nieuws.

Bijna een jaar geleden besloten het AD Rotterdams Dagblad (ADRD) en ik uit elkaar te gaan. ‘In goed onderling overleg’, zoals dat zo mooi heet wanneer beide partijen de scheidingspapieren ondertekenen. Na een dienstverband van ruim 4,5 jaar was de liefde over.

Aan die breuk gingen maanden van gepieker vooraf, vaak in de vorm van letterlijk slapeloze nachten. Hoe moest het financieel verder met ons gezin (vrouw, twee puberdochters)? Zat ik niet ‘gewoon’ in een midlifecrisis en zouden de stofwolken na verloop van tijd niet vanzelf optrekken? Was hier sprake van een ordinaire burn-out? Was ik te inflexibel, en dus onvoldoende bereid en in staat om mij aan te passen aan de wetten van de moderne tijd, waar het dwingende ritme van internet langzaam maar zeker tot norm is verheven in de journalistiek?

Vragen te over, maar dat ik zo niet verder kon en wilde, stond als een paal boven water. Feit was immers dat ik allengs steeds minder plezier had in het vak, dat ik tot dan toe bijna 24 jaar met uitzonderlijk veel genoegen had uitgeoefend. Eerst voor het landelijke NRC Handelsblad (1994-2012), vervolgens voor het lokale AD/RD (2012-2017).

Maar die arbeidsvreugde kwam vanaf 2016 steeds meer in het gedrang, en daar ging mijn humeur meer en meer onder lijden. De sfeer thuis was dan ook vaak om te snijden. De conclusie was pijnlijk maar onontkoombaar: ik was te veel en te vaak bezig met kwantiteit, en kwam steeds minder toe aan kwaliteit. Productie ging boven prestatie.

Steeds vaker waande ik mij een vakkenvuller die een pistool tegen het voorhoofd gedrukt krijgt: een berichtje hier, een ankeilertje daar, een stoppertje zus, een stukje zo. En dat alles in een ziedend tempo. Want veelvraat internet heeft immer honger, veelvraat internet moet koste wat het kost gevoed worden. Wat zojuist is getikt, had eigenlijk gisteren al op de site moeten staan.

En oh ja, of ik ook nog even wilde meedenken en vergaderen over de opzet van onze 010debatten, speciaal voor een van die gelegenheden een column kon tikken en die vervolgens op de bewuste avond wilde uitspreken? Om over de onvermijdelijke bureau- en weekenddiensten nog maar te zwijgen. Een gekmakende ratrace. Ik kwam, kortom, niet meer toe aan hetgeen waarvoor ik destijds door het ADRD was gehaald: verdieping. Daarvoor ontbrak de tijd simpelweg. Zeker toen mijn collega-politiek verslaggever in Rotterdam minder dagen ging werken vanwege het moederschap.

Na drie aangename jaren transformeerde ik langzaam maar zeker in een inktkoelie van de haast. Met alle gevolgen van dien. Steeds vaker – maar meestal te laat! - betrapte ik mezelf op slordigheden: een taal- of een spelfout(je), een nulletje te veel of te weinig, onvoldoende hoor- en wederhoor. Maar de trein raasde door en dus raasde ik ook maar door. Al was dat in het wrange besef dat ik een ‘dertien-in-een-dozijn’-journalist was geworden.

‘Snel, sneller, snelst’ is dit jaar het thema van Het Grote Media Theater, dat woensdagavond in de Stadsschouwburg Amsterdam wordt gehouden. Een ‘gevoelig thema’ volgens de organisatoren. Daarmee is niets te veel gezegd. Chefs en andere leidinggevenden duiken of voelen zich al snel op hun teentjes getrapt als zij vanaf de werkvloer kritische geluiden – als die al durven te worden uitgesproken – voor de voeten geworpen krijgen over de moordende werk- en prestatiedruk, met alle uitwassen van dien.

Een merkwaardige spagaat: journalisten staan op de loonlijst om de buitenwereld te pas en te onpas kritisch tegen het licht te houden, maar wee diegene die het waagt om intern op de alarmknop te drukken. Dat is not done. Bovendien: kunnen ‘zij’ er wat aan doen? ‘Zij’ zijn ook maar onderdeel van ‘het systeem’. ,,Wen er maar aan, dit is de norm.’’ Die woorden heb ik de afgelopen jaren vaak genoeg én tot vervelens toe moeten horen. Die norm heeft ook een naam: Digital First. Vrij vertaald: pleur alle kopij maar zo snel mogelijk op de website. Hoe eerder, hoe beter.

De regionale journalistiek in Nederland lijdt aan dezelfde kwaal als het onderwijs en de zorg: te weinig handen aan het bed. Het AD/RD, noodgedwongen gevormd in 2005, is de vrucht van een lange reeks fusies en saneringen, met alle bijbehorende en vaak pijnlijke ontslagronden van dien. Het gevolg is een uitgemergelde redactie (28 fte) waar onwaarschijnlijk hard wordt gebuffeld.

Dat moet ook wel, want de krant maakt maar liefst vijf edities (Oost, Stad, Hoeksche Waard, Voorne-Putten en Waterweg). En voedt - niet te vergeten - het heilige internet, dat vandaag de dag geen genoegen meer neemt met slechts het geschreven woord. Nee, verslaggevers dienen anno 2018 multimediaal inzetbaar te zijn: met de camera en de microfoon in de aanslag, Facebook en Twitter binnen handbereik.

Clicks zijn heilig, kwaliteit is secundair. Een doorwrocht en dus tijdrovend (!) stuk over de politieke machinaties achter de schermen van het Rotterdamse stadhuis verliest het vandaag de dag op internet glansrijk van een kek filmpje, dat de eerste de beste stagiair met zijn of haar smartphone heeft gemaakt van een zwerver die zijn broek laat zakken op de Coolsingel. Veel meer hits, veel meer traffic, veel meer lachende gezichten in de hoofdredacties.

Dat de bomen niet meer tot in de hemel groeien in de journalistiek is mij bekend. Dat kranten en sommige vakbroeders te lang op (te) grote voet hebben geleefd, ja, ook dat weet ik. Maar mag ik zo vrij zijn om te constateren dat ‘we’ nu een beetje doorschieten naar de andere kant? Vroeg of laat heeft de nieuwsconsument zijn buik vol van het eendimensionale en vaak tranentrekkende lange-halen-snel-thuis-voetbal waar (te) veel media zich, al dan niet op last van hun broodheren, aan hebben vastgeklampt.

Het klinkt als een open deur, maar in dit verband kan het geen kwaad een aloude journalistieke wijsheid te herhalen: een goed verhaal kost tijd en dus ja, ook geld. Een onderscheidend verhaal of een scherpe primeur wordt zelden of nooit met twee of drie telefoontjes binnengehengeld. Als dat al eens gebeurt, dan is dat in negen van de tien gevallen toe te schrijven aan het uitmuntende netwerk van de journalist in kwestie.

Het onderhouden van zo’n netwerk vergt tijd en gaat verder dan één kopje koffie leuten met de nieuwe fractievoorzitter van partij X of de zojuist aangestelde directeur van bedrijf Y. Nieuws moet je ook worden gegund. Het gaat om vertrouwen, en dat vertrouwen dient zorgvuldig te worden gewonnen, onderhouden en uitgebouwd. Dat doe je door mensen recht in hun ogen te kijken, niet door ze dagelijks een vrolijk Appje te sturen met de vraag of alles kits is.

Nieuwsconsumenten verdienen beter dan de vaak zouteloze fastfoodkost die zij nu met grote regelmaat krijgen voorgeschoteld. Dat vergt durf en dus ja, investeringen van krantenuitgevers. Dat laatste kan, getuige de recente jaarcijfers. Maar wie van de hoge dames en heren durft de lezer, en daarmee de eigen medewerkers, te bevrijden uit de verstikkende internetkramp? Kandidaten gevraagd.

Mark Hoogstad (1970) is freelance journalist, onder meer voor dagblad Trouw. Eerder was hij werkzaam bij NRC Handelsblad en AD/Rotterdams Dagblad. Onlangs verscheen van zijn hand het boek “Rotterdam, stad van twee snelheden” over de transitie van de tweede stad van Nederland en de politieke turbulentie aldaar.

3 reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. J.C. Roodenburg, 7 May 2018, 16:37

    Ik heb gelukkig nog de goede tijd meegemaakt bij het nog zelfstandig gemaakte Rotterdams Dagblad en eerder bij Het Vrije Volk als economisch redacteur. De tarieven voor freelance zijn enorm gekelderd voor vooral beginnende journalisten en zij die geen kunde hebben. Het lijkt wel of iedereen die een beetje geschoold is en Nederlands kan praten en schrijven genoegen neemt met het minimumloon of zelfs daaronder.

  2. 2. Flip Schultz, 9 May 2018, 15:24

    Vanochtend reageerde Gert-Jaap Hoekman in het Mediaforum op NPORadio1 op dit artikel. Hoekman zei het volgende: “Er is een belangrijke taak bijgekomen door het internet: dat er al heel veel informatie openbaar is en dat er ook een noodzaak is om dingen sneller te brengen (sic). De snelheid is omhoog gegaan, omdat de consument dat ook verwacht.”
    Het is een uitspraak die meerdere vragen oproept. Om te beginnen:

    1. Wat is het verschil met de tijd dat radio en televisie opkwamen? Ook toen klaagde men over de ‘toenemende snelheid van het nieuws’. Hoe werd daar toen door uitgevers van media op gerageerd? Er werden meer redacteuren aangesteld om die nieuwsstroom te verwerken.
    We hebben gisteren kunnen vernemen dat Google Nieuws dat voortaan met behulp van AI (artificial intelligence) gaat doen.

    2. Verwacht de consument dat de snelheid omhoog gaat? Daags tevoren werd in hetzelfde Mediaforum de berichtgeving besproken over de al dan niet verwarde man die op 5 mei in Den Haag een aantal mensen neerstak. De conclusie was dat de media in dergelijke situaties beter enige terughoudendheid past, alvorens meteen weer een bericht op het internet te gooien.

    Het laatste is maar een van de vele voorbeelden, waaruit blijkt dat ‘de consument’ meer gediend is met beter nieuws, dan met sneller nieuws.

  3. 3. Sander van Kasteren, 16 May 2018, 11:42

    Eehm, ja. De consument verwacht dit. Ik heb ooit, als freelancer, een nacht gewacht met het uitwerken van een persbericht omdat ik het wilde checken en hoor en wederhoor wilde toevoegen. Vrijwel niemand las het nog (online) en de enige reacties die erop kwamen waren dat het oud nieuws was. Mensen lijken in toenemende mate niet meer geïnteresseerd in de nuance, maar enkel in de hoofdlijnen. Een zeer groot deel van je ‘lezers’ op Facebook klikt niet eens door naar je bericht. Ik zie dit overigens bij diverse opdrachtgevers waarvoor ik werk en niet enkel bij mijn eigen stukken (wat ook zou kunnen en zou betekenen dat ik niet goed schrijf).

Smart octo banner